Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:1945

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-02-2018
Datum publicatie
21-02-2018
Zaaknummer
C/09/546374/ KG RK 18/66
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Afgewezen wrakingsverzoek. Voordat het tot een inhoudelijke behandeling van de zaak is gekomen, zijn aan de zijde van de rechtbank fouten gemaakt rond het vaststellen van een zittingsdatum. Voor zover de gewraakte rechter hierbij al enige bemoeienis heeft gehad –wat geenszins vaststaat- leidt dit niet tot terechte vrees voor partijdigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG

Meervoudige wrakingskamer

Wrakingnummer 2018/3

zaak-/rekestnummer: C/09/546374 / KG RK 18/66

Zaaknummer hoofdzaak: 5826936 / EJ VERZ 17-84965

datum beschikking: 5 februari 2018

BESLISSING

op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de zaak van:

[verzoeker]

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

strekkende tot wraking van:

mr. J.L.M. Luiten,

kantonrechter in de rechtbank Den Haag

belanghebbende in deze zaak is:

[belanghebbende] ,

wonende te [woonplaats] ,

gemachtigde: mr. A.B. Sluijs

1 De voorgeschiedenis en het procesverloop

De hoofdzaak betreft een verzoek van de belanghebbende tot ontslag van verzoeker als executeur testamentair. De behandeling van dat verzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van de kantonrechter van 9 januari 2018. Bij aanvang van de zitting heeft verzoeker de kantonrechter gewraakt.

2 De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek

Op 22 januari 2018 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker is verschenen en heeft het verzoek toegelicht. Belanghebbende is niet verschenen, wel haar gemachtigde mr. A.B. Sluis, die eveneens het woord heeft gevoerd. De kantonrechter is, met bericht, niet verschenen doch heeft zijn standpunt tevoren schriftelijk aan de wrakingskamer doen toekomen.

3 Het standpunt van verzoeker

Aan het wrakingsverzoek is ter zitting het volgende ten grondslag gelegd. De kantonrechter is vooringenomen, omdat hij eerder uitstel heeft verleend op verzoek van de wederpartij terwijl dat niet volgens de regels was gegaan.

4 Het standpunt van de kantonrechter

De kantonrechter berust niet in de wraking en voert (in hoofdzaak) aan dat de gang van zaken rond het uitstelverzoek van de wederpartij buiten hem om is gegaan.

5 De beoordeling

5.1.

Kennisneming van de stukken in de hoofdzaak maakt duidelijk dat, voordat het tot een inhoudelijke behandeling van die zaak is gekomen, zich een aantal problemen hebben voorgedaan rond het vaststellen van een datum voor die behandeling. In dat kader zijn aan de zijde van de rechtbank fouten gemaakt, die hebben geleid tot gegrondverklaring van een door verzoeker bij het bestuur van de rechtbank ingediende klacht. Die problemen zagen met name op het niet tijdig en/of adequaat reageren naar aanleiding een verzoek om uitstel, ingediend door de wederpartij van verzoeker, waardoor een nieuwe datum voor behandeling werd vastgesteld zonder verzoeker daarvan (tijdig) in kennis te stellen. Voor zover de thans gewraakte rechter al enige bemoeienis heeft gehad met de feitelijkheden die tot de zojuist beschreven problemen hebben gevoerd –wat geenszins vast staat- kan niet worden vastgesteld dat die bemoeienis bij verzoeker de terechte vrees voor partijdigheid van de rechter kan hebben opgewekt. Daarbij speelt een rol dat ten tijde daarvan van een inhoudelijke behandeling nog in het geheel geen sprake was.

5.2.

Aan de vereisten voor een succesvol beroep op wraking wordt dan ook niet voldaan, zodat het verzoek om wraking zal worden afgewezen.

6 De beslissing

De wrakingskamer:

- wijst het verzoek tot wraking af;

- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;

- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:

• de verzoeker;

• de belanghebbende p/a haar advocaat mr. A.B. Sluis;

• de kantonrechter mr. J.L.M. Luiten;

Deze beslissing is gegeven door mr. J.W. du Pon, voorzitter, mrs. S.W.E. de Ruiter en

R. Cats, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Stikvoort-Ydema als griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2018.