Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:1659

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-02-2018
Datum publicatie
19-02-2018
Zaaknummer
C/09/522854 / HA ZA 16-1349
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

auteursrecht op computerprogramma, inbreng in vennootschap onder firma, vereiste van levering, akte als bedoeld in artikel 2 Auteurswet, bewijsopdracht, boetebeding, schadevergoeding naast verbeurde boete?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/522854 / HA ZA 16-1349

Vonnis van 14 februari 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CERME ICT B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. P.S. Jonker te Voorburg,

tegen

[A] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat: mr. D.M. Schipper te Eindhoven.

Partijen zullen hierna verder worden aangeduid als Cerme en [A] .

De rechtbank merkt op dat de inleidende dagvaarding in de aanhef als gedaagde vermeld: [A2] . Gelet op de verdere inhoud van de processtukken en de daarbij gevoegde producties gaat het hierbij om een kennelijke verschrijving.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het procesdossier. Hierin bevinden zich de volgende stukken:

  • -

    De inleidende dagvaarding van 24 november 2016 met producties 1 – 12;

  • -

    De conclusie van antwoord in conventie (tevens houdende exceptie van onbevoegdheid) en van eis in reconventie met productie 1;

  • -

    De conclusie van antwoord in reconventie;

  • -

    Het tussenvonnis van 26 april 2017, waarin een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    Het proces-verbaal van de op 24 augustus 2017 gehouden comparitie van partijen.

  • -

    De e-mail van mr. Schipper van 20 september 2017, waarin vonnis wordt gevraagd.

1.2.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1.

Cerme drijft een onderneming die een breed scala aan ict-diensten en –oplossingen aanbiedt, waaronder digitale kassasystemen.

2.2.

Ook [A] is beroepsmatig actief in de ict. Hij is gespecialiseerd in het ontwikkelen van software.

2.3.

In de periode 2002 – 2003 heeft [A] het softwareproduct Mega-Kassa ontwikkeld, een computerprogramma dat kan worden geïnstalleerd op een kassasysteem en de gebruiker een volledige beheertoepassing biedt. Mega-Kassa is vooral bedoeld voor het MKB. Onder de naam Mega-Resto en Mega-Hotel heeft [A] vergelijkbare computerprogramma’s ontwikkeld.

2.4.

Tussen 2003 en 2005 heeft Cerme meerdere licenties van het programma Mega-Kassa van [A] gekocht met de bedoeling deze te verkopen aan haar klanten in Nederland.

2.5.

Op initiatief van Cerme zijn partijen met ingang van 1 januari 2015 een vennootschap onder firma aangegaan onder de naam [de VOF] v.o.f. (hierna: de VOF). Over de precieze inhoud van deze samenwerking verschillen partijen van mening. Vast staat in elk geval dat de door de VOF gedreven onderneming zich bezighield met de verkoop van (verdere ontwikkelingen van) het programma Mega-Kassa in Nederland en dat de daarmee te behalen winst zou worden verdeeld volgens de sleutel 51% voor Cerme en 49% voor [A] .

2.6.

In maart 2010 hebben partijen hun samenwerking onder de vlag van de VOF beëindigd. In dat kader is op 12 maart 2010 een overeenkomst gesloten tussen enerzijds Cerme en [A] (in hun hoedanigheid van vennoten van de VOF) als verkopende partij en anderzijds Cerme als kopende partij. In deze overeenkomst, waarin [A] wordt aangeduid als ‘vennoot 2’ en die er in wezen toe strekte dat Cerme het aandeel van [A] in het gezamenlijke vermogen van de VOF zou verkrijgen, is onder meer het volgende opgenomen:

1. Verkoper verkoopt aan koper die van verkoper heeft gekocht de onderneming waar onder begrepen:

a. Het tot voormeld bedrijf behorende Auteursrecht van de software en alle rechten van intellectuele of industriële eigendom op alle krachtens de overeenkomst ontwikkelde of ter beschikking gestelde programmatuur, apparatuur of andere materialen zoals analyses, ontwerpen, documentatie, rapporten, offertes alsmede voorbereidend materiaal daarvan. De software bestaande uit de pakketten genaamd Mega-Kassa 4.1 en MegaResto PRO 2.3 en respectievelijke source-code, de handelsnaam alsmede de exploitatierechten buiten België.

b. Vennoot 2 levert Windev ontwikkelsoftware met bijbehorende dongel om de in a genoemde software en source-code verder te kunnen onderhouden en ontwikkelen.

c. De software programma worden geleverd in de huidige versie, zoals ze werkend bekend zijn bij Cerme met eventuele niet bekende gebreken.

Deze verkoop en koop zijn geschied voor de totale koopsom van € 17.000,- te betalen in 10 termijnen van € 1700,- zegge: zeventienduizend euro.

(…)

2c [A] zal altijd source-code van de Software Mega-kassa en Mega-resto in handen hebben. Hij zal op zijn manier zijn programma’s kunnen blijven ontwikkelen. Hij zal Mega-Kassa en Mega-Resto in ALLE landen kunnen verkopen of via welke vennootschap waarin hij aandelen bezit. Maar voor de verkoop in Nederland zal hij licenties van CERME ICT moeten kopen.

(…)

13. (…) Vennoot 2 mag in geen geval direct of indirect producten op de Nederlandse markt brengen buiten Cerme ICT om die op Mega-Kassa lijken of dezelfde functies vervullen of beogen te vervullen. Zulks op straffe van zonder rechterlijke tussenkomst direct opeisbare boete van vijfentwintig duizend euro (€ 25.000,00) voor elke overtreding. Hij mag ook anderen niet direct of indirect bijstaan dan wel ondersteunen die soortgelijke producten op de markt brengen of willen brengen.

2.7.

De VOF is vervolgens ontbonden en per 14 oktober 2010 uitgeschreven uit het handelsregister.

2.8.

Cerme heeft de beschikking gekregen over de broncode van het programma Mega-Kassa en is op eigen naam doorgegaan met de verkoop en verdere ontwikkeling van dit programma. Zij biedt dit thans aan onder de naam CermePos.

2.9.

Eind 2015 heeft Cerme geconstateerd dat de in Eindhoven gevestigde vennootschap Megasat24 B.V. (verder: Megasat24) een softwareproduct met de naam BLC Kassa aanbiedt. Cerme heeft dit programma onderzocht en meent dat dit een nagenoeg exacte kopie is van het programma Mega-Kassa (thans CermePos).

2.10.

Op deze grond heeft (de advocaat van) Cerme zich bij brief van 24 december 2015 jegens Megasat24 op het standpunt gesteld dat het programma BLC Kassa inbreuk maakt op de aan Cerme toekomende rechten op het programma Mega-Kassa en Megasat24 gesommeerd, kort gezegd, ofwel over te gaan tot het betalen van licentievergoedingen ofwel het aanbieden van het programma BLC Kassa onmiddellijk te staken en gestaakt te houden.

2.11.

In de daaropvolgende correspondentie heeft Megasat24 bestreden dat sprake zou zijn van inbreuk op auteursrechten. Daartoe heeft zij in eerste instantie aangevoerd dat het programma BLC Kassa voor haar op maat is ontwikkeld en geprogrammeerd door het in Turkije gevestigde softwarebedrijf Ekip Teknoloji Bilisim Hizmetleri Ltd. (verder: Ekip), dat daarbij zelf de bron- en doelcodes zou hebben opgemaakt. In een later stadium heeft Megasat24 daaraan toegevoegd dat Cerme op het programma Mega-Kassa geen rechten van intellectuele eigendom (meer) heeft, aangezien die rechten reeds in 2009 door [A] aan Ekip zijn verkocht en geleverd.

2.12.

Ter onderbouwing van dit laatste heeft Megasat24 aan Cerme een kopie toegezonden van een in de Turkse taal gesteld schriftelijk stuk, dat is gedateerd op 5 februari 2009 en dat is ondertekend door [A] en Ekip. Cerme heeft dit stuk door een beëdigd vertaler laten vertalen in het Nederlands. Deze, door [A] niet bestreden vertaling luidt als volgt:

I PARTIJEN

Ekip Teknoloji Bilsim Hizmetleri Ltd. Sti

(…)

(Hierna – in deze overeenkomst – te noemen: ‘KOPER’)

[A]

(…)

(Hierna – in deze overeenkomst – te noemen: ‘VERKOPER’)

II INHOUD DER OVEREENKOMST

De inhoud van deze overeenkomst betreft de vaststelling van rechten en plichten die partijen als KOPER en VERKOPER zijn aangegaan inzake de software van de kassa MEGA-KASSA, versie 4.1.

III BEGINSELEN

VERKOPER verkoopt de software (MEGA-KASSA 4.1) – die betrekking heeft op deze overeenkomst – tegen het factuurbedrag, tezamen met de rechten en legaliteit. VERKOPER heeft conform de onderhavige overeenkomst op 05-02-2009 de software verkocht aan de KOPENDE firma, met intellectuele en industriële eigendomsrechten en verkooprechten in de ruimste zin van het woord (inclusief alle broncodes, analyserapportgrafieken en overige gebruikte sub-programmatuur).

IV BETALINGSVOORWAARDEN

Voor de MEGA-KASSA software (versie 4.1) zal door de KOPER aan VERKOPER #### € (#### Euro) contant geld worden betaald. De VERKOPER dient na het ontvangen van dit bedrag alle broncodes, wettelijke rechten en legaliteit aan de koper te overhandigen.

KOPER kan deze software naar wens door ontwikkelen en onder een andere naam verkopen. KOPER heeft het recht om in Turkije en alle overige landen te verkopen.

3 Het geschil

in conventie en in reconventie

3.1.

Na wijziging van eis vordert Cerme in deze procedure dat de rechtbank (verkort weergegeven):

  1. voor recht verklaart dat de intellectuele eigendomsrechten op het programma Mega-Kassa uitsluitend aan de VOF toebehoorden en nadien ingevolge de overeenkomst van 12 maart 2010 door deze VOF zijn verkocht, geleverd en overgedragen aan Cerme;

  2. voor recht verklaart dat [A] heeft gehandeld in strijd met het verbod van artikel 13 van die overeenkomst, primair doordat hij directe of indirecte bemoeienis heeft gehad met het buiten Cerme om in Nederland op de markt brengen van een softwareproduct (BLC Kassa) dat op het programma van Cerme lijkt of dezelfde functies vervult, subsidiair doordat hij anderen (waaronder in ieder geval Ekip en Megast24) direct of indirect heeft bijgestaan of ondersteund bij het in Nederland op de markt brengen van een dergelijk softwareproduct;

  3. [A] in verband daarmee veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 75.000,- aan verbeurde boetes;

  4. [A] beveelt aan de advocaat van Cerme informatie te verstrekken over de wijze waarop hij de onder 2 bedoelde bemoeienis heeft gehad of ondersteuning heeft geboden, onder andere door opgave te doen van het aantal exemplaren van BLC-Kassa dat door Megasat24 is verkocht en geleverd;

  5. voor recht verklaart dat [A] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Cerme door in 2009 in eigen naam het programma Mega-Kassa en de daaraan verbonden intellectuele eigendomsrechten te verkopen, te leveren en over te dragen aan Ekip, terwijl deze rechten uitsluitend toekwamen aan de VOF;

  6. [A] beveelt aan Ekip een brief te schrijven waarin hij aan Ekip te kennen geeft dat hij in 2009 niet de uitsluitend rechthebbende was op het programma Mega-Kassa en de daaraan verbonden intellectuele eigendomsrechten zodat hij niet bevoegd was deze rechten aan Ekip te verkopen en over te dragen;

  7. [A] beveelt elk (verder) onrechtmatig handelen alsmede elk (verder) handelen in strijd met het auteursrecht van Cerme op de software Mega-Kassa te staken en gestaakt te houden;

  8. [A] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1000,- voor iedere dag dat hij met de nakoming van de onder 4, 6 en 7 bevelen in gebreke mocht blijven;

  9. [A] veroordeelt tot vergoeding van de schade die Cerme heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de onder 2 bedoelde overtreding van artikel 13 van de overeenkomst van 12 maart 2010 en als gevolg van het onder 5 bedoelde onrechtmatig handelen.

Dit alles voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en (10) met veroordeling van [A] in de kosten van deze procedure.

3.2.

Mede gelet op de ter zitting gegeven toelichting legt Cerme aan deze vorderingen - kort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag:

  • -

    De VOF is opgericht om het programma Mega-Kassa gezamenlijk verder te ontwikkelen en te verkopen. [A] heeft bij de oprichting het programma Mega-Kassa, de bijbehorende behorende broncode(s) en de daarop rustende auteursrechten en andere rechten van intellectuele eigendom ingebracht. Deze rechten zijn daarmee eigendom geworden van de VOF. Op 12 maart 2010 heeft de VOF deze rechten vervolgens verkocht en overgedragen aan Cerme.

  • -

    Waar de rechten eigendom waren van de VOF was [A] in 2009 niet gerechtigd deze op eigen naam of namens de VOF aan Ekip te verkopen. Door dat toch te doen heeft hij onrechtmatig gehandeld jegens zijn medevennoot Cerme.

  • -

    Er zijn voldoende aanwijzingen dat [A] betrokken is geweest bij het op de markt brengen door Megasat24 van het softwareproduct BLC Kassa. Dit programma is immers nagenoeg een exacte kopie van Mega-Kassa, waarvan [A] na de overeenkomst van 12 maart 2010 een exemplaar van de broncode heeft mogen behouden. Bovendien is Megasat24 een vaste reseller van [A] . In elk geval heeft te gelden dat [A] in strijd met artikel 13 van de overeenkomst van 12 maart 2010 anderen (indirect) heeft ondersteund bij het op de markt brengen van een soortgelijk product als bedoeld in dat artikel. Hij heeft immers het programma Mega-Kassa verkocht geleverd aan Ekip, die dit programma thans via Megasat24 in Nederland op de markt brengt.

  • -

    Cerme is in ieder geval bekend met drie klanten die het programma BLC Kassa van Megasat24 hebben gekocht. Daarmee kan het bedrag aan door [A] verbeurde boetes tenminste worden gesteld op 3 x € 25.000,- = € 75.000,-.

3.3.

[A] heeft verweer gevoerd, waarbij hij in de eerste plaats heeft geconcludeerd tot onbevoegdheid van de rechtbank. Inhoudelijk komt zijn verweer erop neer dat hij nimmer de intellectuele eigendomsrechten op het programma Mega-Kassa heeft ingebracht in of heeft overgedragen aan de VOF of aan Cerme. Hij heeft dit ook nimmer gewild. Voor zover dit op grond van de overeenkomst van 12 maart 2010 toch mocht zijn gebeurd, geldt dat dit niet zijn bedoeling is geweest en dat hij deze overeenkomst is aangegaan onder invloed van bedrog en dwaling. Op deze grond heeft hij vervolgens een vordering in reconventie ingesteld, die ertoe strekt dat de rechtbank de overeenkomst van 12 maart 2010 vernietigt.

3.4.

Cerme heeft op haar beurt de vordering in reconventie bestreden. Op de stellingen van partijen zal, voor zover van belang, hierna nader en uitgebreider worden ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

bevoegdheid

4.1.

[A] is woonachtig in België. Zoals hiervoor reeds werd vermeld, heeft hij op die grond in zijn conclusie van antwoord voor alle weren aangevoerd dat de rechtbank niet bevoegd is (geen rechtsmacht) heeft om van het geschil kennis te nemen. Ter comparitie heeft hij echter (bij monde van zijn advocaat) uitdrukkelijk verklaard dit verweer in te trekken. Mede gelet op het bepaalde in artikel 26 van de Brussel I bis-Verordening1 begrijpt de rechtbank dit aldus dat [A] zich verder vrijwillig onderwerpt aan de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.

toepasselijk recht

4.2.

Partijen gaan ervan uit dat hun rechtsverhouding wordt beheerst door Nederlands recht. De rechtbank volgt hen hierin.

in conventie

4.3.

De vorderingen van Cerme in conventie hebben betrekking op twee onderwerpen. Het eerste onderwerp betreft kort gezegd de verwikkelingen rond de intellectuele eigendomsrechten op het programma Mega-Kassa. Hierop zien de vorderingen 1, 5, 6, 7 en, gedeeltelijk, 8 en 9. Het tweede onderwerp betreft de vraag of [A] het beding van artikel 13 van de overeenkomst van 12 maart 2010 heeft overtreden. Hierop zijn de vorderingen 2, 3, 4 en, wederom gedeeltelijk, 8 en 9 gebaseerd.

Rechten van intellectuele eigendom

4.4.

Op dit punt merkt de rechtbank vooraf het volgende op. Hoewel Cerme in haar petitum en op diverse andere plekken bij herhaling spreekt over “(alle) rechten van intellectuele eigendom” op het programma Mega-Kassa is zij verder niet concreet geworden over welke rechten dat dan allemaal wel zouden zijn. Het enige recht dat zij concreet heeft benoemd is het auteursrecht en het partijdebat heeft zich ook volledig toegespitst op dit recht. Nu het partijen aldus klaarblijkelijk alleen gaat om het auteursrecht op (de software van) het programma Mega-Kassa zal de rechtbank haar beoordeling hiertoe beperken. Daarbij zal worden uitgegaan van het auteursrecht op alle aspecten van een computerprogramma, derhalve niet alleen de specifieke auteursrechtelijke bescherming van de software, maar ook van de interfaces. Voor zover Cerme daadwerkelijk het oog mocht hebben gehad op nog meer en andere rechten wordt het beroep daarop aanstonds als onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd verworpen.

4.5.

Hiervan uitgaande zijn de vorderingen uit de eerste groep zijn gebaseerd op de stelling dat [A] de auteursrechten op het programma Mega-Kassa in 2005 volledig heeft ingebracht in de VOF, hetgeen juridisch inhoudt dat [A] deze rechten heeft overgedragen aan de vennootschap, d.w.z. aan de gezamenlijke vennoten.

4.6.

[A] bestrijdt dat deze inbreng heeft plaatsgevonden. Volgens hem is de VOF in 2005 uitsluitend opgericht met de bedoeling om de distributie van het programma Mega-Kassa verder gezamenlijk ter hand te nemen en heeft hij bij het aangaan van die samenwerking ook uitdrukkelijk als voorwaarde gesteld dat de intellectuele eigendomsrechten op dit programma van hem zouden blijven en dat hij de ook de broncode van dit programma zou behouden. Cerme heeft ingestemd met deze voorwaarden en bij de oprichting van de VOF is er ook geen enkel stuk getekend aangaande de intellectuele eigendom, aldus [A] .

4.7.

De rechtbank acht deze betwisting tegenover de stellingen van Cerme voldoende gemotiveerd en niet aanstonds ongeloofwaardig. Daarbij valt erop te wijzen dat voor het bestaan van een vennootschap onder firma weliswaar is vereist dat de vennoten iets inbrengen, maar deze inbreng behoeft niet per definitie goederen (zaken of vermogensrechten) te betreffen en, als de inbreng een goed betreft, behoeft die inbreng ook niet de volle gerechtigdheid op dat goed te betreffen. Mogelijk is ook dat het desbetreffende goed alleen economisch wordt in gebracht of dat daarvan uitsluitend het zuivere genot ter beschikking wordt gesteld. In die varianten blijft de inbrenger telkens zelf de rechthebbende. Gelet hierop komt aan de omstandigheid dat Cerme aan [A] een bedrag van € 20.000,- heeft betaald dan ook geen doorslaggevende betekenis toe. Nu partijen bovendien hebben aangegeven dat er geen akte (meer) is waarin hun samenwerking en de in dat kader door ieder te verrichten inbreng is vastgelegd, kan de door Cerme gestelde inbreng van de auteursrechten op het programma Mega-Kassa alleen worden aangenomen indien zij daarvan (nader) bewijs bijbrengt. Waar Cerme (op wie op dit punt de stelplicht en de bewijslast rust) dit bewijs uitdrukkelijk en voldoende concreet heeft aangeboden, zal de rechtbank haar daartoe toelaten.

4.8.

Omtrent de invulling van deze bewijsopdracht merkt de rechtbank daarbij het volgende op. In het kader van de inbreng in een vennootschap onder firma dient ieder in te brengen vermogensbestanddeel volgens de daarvoor geldende eisen te worden geleverd. In het geval van de hier aan de orde zijnde auteursrechten dient die levering op grond van het bepaalde in artikel 2 lid 2 van de Auteurswet (Aw) plaats te vinden door middel van een daartoe bestemde akte. Onder verwijzing naar deze bepaling heeft [A] uitdrukkelijk aangevoerd dat een dergelijke akte nimmer tussen hem en de VOF is opgesteld, niet in 2005 en ook niet nadien in 2006. Gelet hierop zal Cerme dan ook niet kunnen volstaan met het bewijs dat partijen de inbreng van de volle gerechtigdheid op de auteursrechten zijn overeengekomen. Zij zal ook dienen te bewijzen dat deze volle gerechtigdheid ook daadwerkelijk is ingebracht door levering daarvan aan de gezamenlijke vennoten, hetzij door de daartoe strekkende leveringsakte (alsnog) in het geding te brengen, hetzij door het bestaan van deze akte op andere wijze aan te tonen.

4.9.

Vooruitlopend op deze bewijslevering overweegt de rechtbank reeds nu het volgende.

4.10.

Indien Cerme niet slaagt in bewijsopdracht heeft te gelden dat de auteursrechten op het programma Mega-Kassa niet zijn ingebracht in de VOF, zodat deze rechten in 2010 ook niet (door de gezamenlijke vennoten) vanuit de VOF konden worden overgedragen aan Cerme. Rechten die men niet heeft, kunnen in het gesloten systeem van het goederenrecht immers niet worden overgedragen, ongeacht wat daarover verbintenisrechtelijk mag zijn overeengekomen. De in conventie onder 1 gevorderde verklaring voor recht ligt in dat geval voor afwijzing gereed. Ook het in conventie gevorderde onder 5 en 6 dient in dat geval te worden afgewezen. Deze vorderingen hebben immers als grondslag dat [A] , kort gezegd, onrechtmatig heeft gehandeld jegens Cerme door zonder toestemming van de medegerechtigde te beschikken over bestanddelen van het vermogen van de VOF. Dit verwijt gaat dan echter niet op nu er in dat geval immers vanuit moet worden gegaan dat de auteursrechten juridisch zijn blijven toebehoren aan [A]

4.11.

Indien Cerme daarentegen slaagt in de levering van het opgedragen bewijs, geldt als vertrekpunt voor de verdere beoordeling dat de auteursrechten (als onderdeel van het afgescheiden vennootschapsvermogen) toebehoorden aan de vennoten gezamenlijk (gemeenschap).

4.12.

Dit vertrekpunt brengt dan in de eerste plaats mee dat [A] in 2009 niet bevoegd was over de auteursrechten te beschikken. Door deze rechten niettemin op eigen naam en - naar ter zitting is komen vast te staan - zonder medeweten van zijn medevennoot en medegerechtigde Cerme aan Ekip te verkopen, heeft [A] zodanig onzorgvuldig gehandeld dat dit, los van een schending van de vennootschapsovereenkomst, een onrechtmatige daad jegens Cerme oplevert. Deze onrechtmatige daad kan aan [A] worden toegerekend. Bovendien is voldoende aannemelijk dat Cerme hierdoor schade heeft geleden, al was het maar doordat zij zich thans in Nederland geconfronteerd ziet met een concurrerend product waarvan de maker (Ekip) eveneens rechten op het programma Mega-Kassa claimt. Dit betekent dat bij levering van het bewijs betekent de in conventie onder 5 gevorderde verklaring voor recht en de onder 9 gevorderde schadevergoeding, voor zover deze ziet op het onrechtmatig handelen, toewijsbaar zullen zijn. Begroting van de schade zal alsdan dienen plaats te vinden in een schadestaatprocedure.

4.13.

Indien komt vast te staan dat de auteursrechten in 2005 zijn ingebracht in VOF en aldus toebehoorden aan de gezamenlijke vennoten, betekent dit voorts dat de vennoten die rechten in 2010 konden overdragen aan Cerme. De rechtbank komt daarmee toe aan de vraag of de daartoe strekkende overeenkomst van 12 maart 2010, zoals door [A] wordt gesteld, vernietigbaar is op grond van dwaling en/of bedrog.

4.14.

Op dit punt merkt de rechtbank allereerst op dat een eventuele verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging van de overeenkomst op grond van deze wilsgebreken, niet eraan in de weg staat dit verweer te voeren (vgl. artikel 3:51 lid 3 BW). Het door Cerme in stelling gebrachte beroep op verjaring snijdt daarmee in conventie geen hout.

4.15.

Inhoudelijk moet beroep het beroep op dwaling en/of bedrog echter wel worden verworpen. De door [A] gegeven lezing van de gang van zaken komt er immers op neer dat hij, terwijl hij wist wat Cerme voor ogen stond (partijen hadden immers geruime tijd onderhandeld), welbewust een overeenkomst heeft getekend waarvan hij naar zijn zeggen de inhoud niet begreep. Nu het hier gaat om professionele partijen die handelden in een commerciële setting dient het feit dat hij aldus zou hebben gedwaald geheel voor zijn risico te blijven (vgl. artikel 6:228 BW). Omtrent het gestelde bedrog is [A] naar het oordeel van de rechtbank tegenover de gemotiveerde betwisting door Cerme te vaag gebleven, zodat dit beroep reeds als onvoldoende onderbouwd dient te sneuvelen. Bewijslevering is, voor zover al voldoende concreet door [A] aangeboden, bij die stand van zaken niet aan de orde.

4.16.

Nu partijen het er verder klaarblijkelijk over eens zijn dat de overeenkomst van 12 maart 2010 tevens de voor een overdracht vereiste leveringsakte behelsde, betekent het voorgaande dat (aangenomen dat Cerme in haar bewijslevering slaagt) ook de onder 1 in conventie gevorderde verklaring voor recht in haar geheel kan worden toegewezen.

Overtreding artikel 13?

4.17.

Op grond van artikel 13 van de overeenkomst van 12 maart 2010 is het [A] verboden (direct of indirect) een met Mega-Kassa vergelijkbaar product op de markt te brengen danwel anderen daarbij (direct of indirect) bij te staan of te ondersteunen. Deze bewoordingen kunnen, zoals [A] ook in de overgelegde correspondentie heeft aangevoerd, niet anders worden gelezen dan dat voor het verbeuren van de contractuele boete een actieve en bewuste betrokkenheid is vereist.

4.18.

Tegen deze achtergrond heeft Cerme naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat [A] in relevante mate betrokken is geweest bij de introductie en verdere verkoop van het programma BLC Kassa. Dat BLC Kassa een nagenoeg exacte kopie is van Mega Kassa en dat Megasat24 in het verleden een reseller van [A] is geweest, schept in dit verband hooguit een begin van een vermoeden. Zonder nadere feiten en omstandigheden kan daarmee echter nog niet de stap worden gemaakt naar een actieve en welbewuste rol van [A] . Anders dan Cerme kennelijk meent, kan overtreding van artikel 13 ook niet worden gegrond op het feit dat [A] het programma Mega-Kassa aan Ekip heeft verkocht. Deze verkoop heeft immers reeds in 2009 plaats gevonden, derhalve voor het aangaan van de overeenkomst van 12 maart 2010.

4.19.

Nu uit het voorgaande volgt dat Cerme op dit punt niet aan haar stelplicht heeft voldaan, is bewijslevering verder niet aan de orde. De conclusie moet daarmee zijn dat de in conventie onder 2 gevorderde verklaring voor recht, de onder 3 gevorderde betaling van verbeurde boetes alsmede het onder 4 gevorderde bevel tot het verstrekken van informatie dienen te worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de onder 9 gevorderde schadevergoeding voor zover die betrekking heeft op schade als gevolg van de beweerdelijke overtreding van artikel 13. De rechtbank merkt daarbij volledigheidshalve op dat deze laatste vordering overigens ook dient af te stuiten op het bepaalde in artikel 6:92 lid 2 BW. Lezing van de overeenkomst van 12 maart 2010 leert immers dat partijen niet zijn overeengekomen dat naast de boete ook nog schadevergoeding kan worden gevorderd.

Het gevorderde onder 7 van het petitum

4.20.

Onder 7. van het petitum vordert Cerme nog een bevel aan [A] om, kort gezegd, met onmiddellijke ingang elk (verder) onrechtmatig handelen jegens de VOF en Cerme als voormalig medevennoot en verkrijger van de onderneming van de VOF alsmede elk (verder) handelen in strijd met het auteursrecht van Cerme te staken.

4.21.

Het is de rechtbank onduidelijk is waar Cerme hiermee op doelt. Voor zover zij daarmee het oog heeft op de hiervoor besproken verwijten aan het adres van [A] kan dit bevel niet worden gegeven aangezien (1) de VOF niet meer bestaat, (2) de verkoop van de intellectuele eigendomsrechten aan Ekip naar zijn aard een eenmalige handeling is en (3) de stelling dat [A] direct of indirect betrokken is bij het op de markt brengen van BLC Kassa, moet worden verworpen. Voor zover Cerme het oog mocht hebben op nog weer andere gedragingen, heeft zij deze niet nader geconcretiseerd en onderbouwd. Dit onderdeel van het petitum ligt daarmee voor afwijzing gereed.

in reconventie

4.22.

Gelet op hetgeen hiervoor werd overwogen ten aanzien van het beroep van [A] op dwaling en bedrog bij het aangaan van de overeenkomst van 12 maart 2010, kan de op die gronden in reconventie ingestelde vordering tot vernietiging van die overeenkomst niet slagen. Deze vordering kan daarmee reeds op die grond worden afgewezen. De vraag of die vordering ook al was verjaard, kan daarmee verder in het midden blijven.

Slotsom

in conventie en in reconventie

4.23.

Uit al het voorgaande volgt dat in conventie de vorderingen onder 2, 3, 4 en 7 van het petitum voor afwijzing gereed liggen. Hetzelfde geldt voor de vordering onder 9 voor zover deze ziet op vergoeding van de schade die Cerme stelt te hebben geleden als gevolg van de beweerdelijke overtreding door [A] van het beding van artikel 13 van de overeenkomst van 12 maart 2010.

4.24.

Met betrekking tot de overige vorderingen in conventie zal Cerme worden toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat [A] de volle gerechtigdheid tot de auteursrechten op het computerprogramma Mega-Kassa heeft ingebracht in de VOF door levering van deze rechten aan de gezamenlijke vennoten.

4.25.

In reconventie luidt de slotsom dat de gevorderde vernietiging van de overeenkomst van 12 maart 2010 niet toewijsbaar is.

4.26.

De rechtbank zal gelet op dit alles beslissen zoals hierna in het dictum vermeld. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank:

in conventie

5.1.

draagt Cerme op te bewijzen dat de volle gerechtigdheid tot auteursrechten op het programma Mega-Kassa door [A] is ingebracht in de VOF, zoals nader beschreven in r.o. 4.7;

5.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 februari 2018 voor uitlating door Cerme of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel;

5.3.

bepaalt dat Cerme, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct met die akte in het geding moet brengen;

5.4.

bepaalt dat Cerme, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden april tot en met juni 2018 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;

5.5.

bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van een nog aan te wijzen rechter van deze rechtbank in het paleis van justitie te Den Haag aan Prins Clauslaan 20;

5.6.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan;

in reconventie

5.8.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Dorp en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2018.2

1 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

2 type: coll: