Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:16478

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-05-2018
Datum publicatie
14-11-2019
Zaaknummer
6588005 EJ18-80448
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vernietiging ontslag op staande voet. Verstek-beschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-1221
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Gouda

MvN

Zaaknummer 6588005 \ EJ VERZ 18-80448

22 mei 2018

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

gemachtigde: F.W. Roguski,

tegen

1 [verweerder 1] ,

en

2. [verweerder 2],

beiden voormalige vennoten van de vennootschap onder firma [naam VOF] V.O.F.,

beiden zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,

verwerende partijen,

niet verschenen.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [verzoeker] ” en “ [verweerders] c.s.”, dan wel in enkelvoud “ [verweerder 1] ” en “ [verweerder 2] ”.

1 De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- een verzoekschrift tot vernietiging van het gegeven ontslag op staande voet ex artikel 7:681 BW tevens houdende incidentele vordering ex artikel 223 Rv met producties, ter griffie ingekomen op 18 januari 2018;

- de mondelinge behandeling op 21 februari 2018 waar [verweerders] c.s. niet zijn verschenen;

- de akte wijziging van eis;

- het bij exploot betekende verzoekschrift met producties;

- de voortgezette mondelinge behandeling op 4 mei 2018 waar [verweerders] c.s. wederom niet zijn verschenen.

2 De feiten

2.1

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1986, is op 20 oktober 2009 in dienst getreden, krachtens arbeidsovereenkomst thans voor onbepaalde tijd, bij [naam VOF] V.O.F. in de functie van agrarisch medewerker tegen een uurloon van laatstelijk € 9,58 bruto exclusief 8% vakantiegeld en overige emolumenten. [verzoeker] werkte gemiddeld 160,83 uur per maand.

2.2

Op 18 november 2017 heeft [verweerder 2] middels een sms-bericht zich op het standpunt gesteld dat de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] per 17 november 2017 is beëindigd.

2.3

Bij brief van 27 november 2017 heeft [verzoeker] zich jegens [naam VOF] V.O.F. op het standpunt gesteld dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd, dat zij gehouden is het loon door te betalen voor minimaal 160,83 uur per maand en dat [verzoeker] zich beschikbaar houdt voor werk. Daarnaast heeft hij in dezelfde brief [naam VOF] V.O.F. in gebreke gesteld en heeft hij haar verzocht haar standpunt in deze kwestie duidelijk te maken.

2.4

[naam VOF] V.O.F. dan wel haar vennoten hebben niet op de brief van [verzoeker] gereageerd. Hierdoor zag [verzoeker] zich genoodzaakt een verzoekschriftprocedure te starten.

2.5

[naam VOF] V.O.F. is eind 2017 ontbonden.

3 Het verzoek en beoordeling

3.1

[verzoeker] heeft verzocht zoals is vermeld in het verzoekschrift waarmee deze procedure is ingeleid, alsmede de akte wijziging eis. De inhoud van dit verzoekschrift en de akte moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

3.2

[verzoeker] heeft [verweerders] c.s. met inachtneming van de voorgeschreven formaliteiten opgeroepen. Door de betekening van het exploot aan het parket van het Openbaar Ministerie van de rechtbank Den Haag op 26 maart 2018 en publicatie hiervan in de Staatscourant op 29 maart 2018, hadden [verweerders] c.s. in ieder geval kennis kunnen nemen van het tegen hen gerichte verzoek en de datum waarop de voortgezette mondelinge behandeling van dat verzoek zou plaatsvinden. [verweerders] c.s. zijn niet in het geding verschenen. Op grond daarvan kan tegen de niet verschenen verweerders verstek verleend worden.

3.3

Het verzoek tot vernietiging van de opzegging c.q. het ontslag op staande voet komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze wordt toegewezen, evenals de gevorderde doorbetaling van het verschuldigde loon van € 1.540,75 (bruto) per maand vermeerderd met alle emolumenten, waaronder vakantietoeslag, vanaf 18 november 2017, tot de dag dat de dienstbetrekking rechtsgeldig zal zijn geëindigd, de verstrekking van de salarisspecificaties vanaf 18 november 2017, de gevorderde wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Aanleiding om de gevorderde wettelijke verhoging te matigen, is er niet. De gevorderde dwangsommen worden gemaximeerd zoals hierna wordt vermeld.

3.4

Het verzoek tot toelating tot de werkvloer ten einde de gebruikelijke werkzaamheden te verrichten zal worden afgewezen, gezien het feit dat [naam VOF] V.O.F. eind 2017 is ontbonden en [verzoeker] onvoldoende onderbouwd heeft dat er nog sprake is van een werkvloer.

3.5

De bij wijziging van eis verzochte afgifte tot waarmerking van de beschikking als Europese Executoriale Titel zal ook worden afgewezen. Op grond van hoofdstuk III van de Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen (Pb EU L 143) kan een beslissing inzake een schuldvordering die onbetwist is in de zin van artikel 3, lid 1 onder b) of c) worden gewaarmerkt indien de gerechtelijke procedure in de lidstaat van oorsprong voldeed aan de in dit hoofdstuk vastgestelde vormvoorschriften. Artikel 14 lid 1 van deze verordening bepaalt dat betekening of kennisgeving van het stuk dat het geding inleidt zonder bewijs van ontvangst door de schuldenaar in bepaalde gevallen is toegestaan. Artikel 14 lid 2 bepaalt verder dat voor de toepassing van deze verordening betekening of kennisgeving overeenkomstig lid 1 niet is toegestaan indien het adres van de schuldenaar niet met zekerheid bekend is. De kantonrechter is van oordeel dat hetgeen is opgenomen in artikel 14 lid 2 van de verordening in dit geval van toepassing is, nu aan [verweerders] c.s. in deze procedure verstek zal worden verleend en zij ten tijde van de betekening of kennisgeving van het stuk dat het geding heeft ingeleid geen bekende woon- en verblijfplaats in Nederland of elders hadden. Van herstel van dit gebrek overeenkomstig artikel 18 van de verordening is de kantonrechter niet gebleken. Derhalve kan deze beschikking niet als EET worden gewaarmerkt.

4 De beslissing

De kantonrechter:

- vernietigd het ontslag op staande voet;

- veroordeelt verwerende partijen hoofdelijk om aan [verzoeker] :

1. te betalen het verschuldigde salaris van € 1.540,75 (bruto) per maand vermeerderd met alle emolumenten, waaronder vakantietoeslag, vanaf 18 november 2017, tot de dag dat de dienstbetrekking rechtsgeldig geëindigd zal zijn;

2. te betalen de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50% over het sub 1 genoemde bedrag;

3. af te geven, binnen vijf dagen na de betekening van deze beschikking, de salarisspecificaties vanaf 18 november 2017, waarin de betalingen van sub 1 zijn verwerkt, zulks op straffe van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag dat zij daarmee in gebreke blijven, met een maximum van € 2.500,00;

4. te betalen de wettelijke rente over de sub 1, 2 en 3 genoemde bedragen vanaf de dag der opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening;

-wijst het verzoek tot toelating tot de werkvloer ten einde de gebruikelijke werkzaamheden te verrichten af;

- wijst het verzoek tot waarmerking als Europese Executoriale Titel af;

- veroordeelt [verweerders] c.s tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verzoeker] tot op heden begroot op een bedrag van € 277,22, waaronder een bedrag van € 200,00 aan gemachtigdensalaris, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van deze beschikking;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 mei 2018.