Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:16415

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-10-2018
Datum publicatie
09-08-2019
Zaaknummer
C/09/547282 / HA ZA 18-136
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/547282 / HA ZA 18-136

Vonnis van 24 oktober 2018

in de zaak van

1 [de V.O.F.] ,

te [plaats] ,

2. [eisende partij sub 2],

te [plaats] ,

3. [eisende partij sub 3],

te [plaats] ,

eisers,

advocaat mr. P.A. Visser te Hendrik-Ido-Ambacht,

tegen

[gedaagde ] ,

te [plaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. E.H. Verweij te Apeldoorn.

Partijen zullen hierna [de V.O.F.] (enkelvoud) en [gedaagde ] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    dagvaarding van 26 januari 2018 aan de zijde van [de V.O.F.] met 5 producties;

  • -

    conclusie van antwoord van 21 maart 2018 aan de zijde van [gedaagde ] met 16 producties;

  • -

    het tussenvonnis van 4 april 2018 waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van 4 september 2018 met de daarin genoemde stukken.

1.2.

Het proces-verbaal van comparitie is buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken over het proces-verbaal voor zover het feitelijke onjuistheden betreft. Partijen hebben hier geen gebruik van gemaakt.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[de V.O.F.] en [gedaagde ] hebben beiden een bloembollenbedrijf waar onder meer hyacintenbollen worden geteeld.

2.2.

Een perceel van [de V.O.F.] en een perceel van [gedaagde ] zijn deels aangrenzend en slechts van elkaar gescheiden door middel van een sloot.

2.3.

[de V.O.F.] heeft op 6 mei 2015 op zijn perceel en op het aangrenzende perceel van [gedaagde ] geelziek waargenomen.

2.4.

Geelziek is een bacterieziekte die voorkomt bij de hyacint. De ziekte kan zowel in de bol als op de plant in het veld optreden. De bacterie verspreidt zich door regen, wind en bewerkingen in het gewas. Door geelziek wordt de hyacint(bol) aangetast.

2.5.

Partijen hebben ieder deskundige(n) ingeschakeld voor onderzoek naar het ontstaan van geelziek op hun percelen en de gevolgen daarvan voor partijen. Aan de zijde van [de V.O.F.] is [deskundige I] van Agro Expertiseburo (hierna: Agro) ingeschakeld en aan de zijde van [gedaagde ] [deskundige II] in samenwerking met Veldboer Agrex B.V. (hierna: [deskundige II] /Veldboer) en [deskundige III] expertisebureau (hierna: [deskundige III] ).

2.6.

De deskundigen van beide partijen hebben over de geelziek bij [de V.O.F.] het volgende verklaard:

Agro: ‘Tijdens mijn eerste bezoek (op 13 mei 2015, rb) bleek duidelijk dat de besmetting van het perceel van kwekerij [van gedaagde] ( [gedaagde ] , rb) afkomstig was. Het gedeelte van het perceel van [de V.O.F.] , grenzend aan het perceel van kwekerij [van gedaagde] was besmet met geelziek. Het gedeelte van dit perceel dat niet grenst aan het perceel van kwekerij [van gedaagde] was niet besmet. De lijn van besmetting was duidelijk herkenbaar.

[deskundige II] /Veldboer: ‘Verzekerde ( [gedaagde ] , rb), was niet de enige teler met geelziek in zijn partijen. Het is niet uitgesloten dat [de V.O.F.] ook geelziek in zijn partijen zou hebben gekregen als een andere kweker naast zijn perceel hyacinten zou hebben geteeld. (…) [deskundige I] concludeert dat “de besmetting afkomstig is van het naastgelegen perceel van verzekerde P. [gedaagde ] . Dat is duidelijk te zien aan het schadebeeld dat in de windrichting lag”.

3 Het geschil

3.1.

[de V.O.F.] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde ] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag ad € 30.500,- aan [de V.O.F.] te voldoen, alsmede [gedaagde ] te veroordelen in de kosten van de door eiser ingeschakelde expert Agro ad € 3.781,25 en [gedaagde ] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over het gevorderde bedrag per 6 mei 2015, alsmede [gedaagde ] te veroordelen in de proceskosten en nakosten van deze procedure, uitvoerbaar bij voorraad, indien en voor zover de wet zulks toelaat, alsmede onder de bepaling dat over de proceskosten en nakosten rente verschuldigd is, wanneer binnen een termijn van 8 dagen na betekening van een vonnis de proceskosten en nakosten niet zijn voldaan.

3.2.

[de V.O.F.] legt hieraan ten grondslag dat [gedaagde ] op grond van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW) onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door het laten ontstaan van geelziek, het niet voorkomen van verspreiding van geelziek en het niet of onvoldoende nemen van schadebeperkende maatregelen tegen geelziek. Hierdoor heeft geelziek zich verspreid naar het perceel van [de V.O.F.] . [de V.O.F.] heeft als gevolg van de geelziek schade ter hoogte van € 30.500,- geleden, bestaande uit extra arbeidskosten om ziek te zoeken (de met geelziek besmette planten samen met de omgevingsplanten verwijderen), vernietiging van bollen, bollen die minder gegroeid zijn door eerder rooien, schade aan het perceel en opbrengstderving. Hoewel omstandigheden als wind en regen voor verspreiding kunnen zorgen, was de ziekte niet ontstaan en had verspreiding niet of nauwelijks kunnen plaatsvinden als [gedaagde ] de preventieve maatregelen had getroffen, te weten de heetstookbehandeling en het ziek zoeken. [de V.O.F.] heeft [gedaagde ] gesommeerd om maatregelen te nemen om verspreiding tegen te gaan, maar [gedaagde ] heeft hier niet op gereageerd.

3.3.

[gedaagde ] voert verweer en stelt dat hij niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens [de V.O.F.] . [gedaagde ] stelt dat hij de heetstookbehandeling ten dele heeft uitgevoerd, maar deze voortijdig moest staken. Hij voert tevens aan dat het uitvoeren van de heetstookbehandeling geen garantie biedt voor het voorkomen van geelziek. In 2014 was er al een uitbraak van geelziek en dat had effect op 2015, bijna alle kwekers kregen te maken met geelziek. [gedaagde ] betoogt dat hij wel maatregelen heeft genomen om de verspreiding van geelziek te voorkomen, hij heeft de besmette planten om de dag bespoten met formaline. Bovendien komt de verspreiding van geelziek door het weer en de wind, dat zijn omstandigheden waar niemand wat aan kan doen. Tot slot stelt [gedaagde ] dat de verspreiding van geelziek in dit geval onder het normale bedrijfsrisico van een kweker valt. Immers, als kweker zit je in een concentratiegebied met andere kwekers en een nadeel daarvan is dat de kans op infectie van ziekten en plagen groter is.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen houdt de vraag verdeeld of [gedaagde ] aansprakelijk is voor de door [de V.O.F.] geleden schade als gevolg van geelziek in zijn hyacintenbollen op grond van artikel 6:162 BW. Tussen partijen is niet in geschil dat de geelziek op het perceel van [de V.O.F.] afkomstig is van het perceel van [gedaagde ] en dat de schade als gevolg van geelziek aan de zijde van [de V.O.F.] € 30.500,- bedraagt.

4.2.

[de V.O.F.] onderscheidt drie verwijtbare gedragingen bij zijn aansprakelijkheidsstelling jegens [gedaagde ] , te weten: [gedaagde ] is aansprakelijk voor het ontstaan van geelziek op het perceel van [gedaagde ] , [gedaagde ] is aansprakelijk voor het niet voorkómen van de verspreiding van geelziek naar het perceel van [de V.O.F.] en aansprakelijk voor het niet of onvoldoende nemen van schade beperkende maatregelen als gevolg van de verspreiding geelziek. De rechtbank zal bij de beantwoording van de vraag of [gedaagde ] onrechtmatig jegens [de V.O.F.] heeft gehandeld onderscheid maken in (i) de aansprakelijkheid voor het ontstaan van de ziekte en (ii) de aansprakelijkheid voor de verspreiding, respectievelijk de schade beperkende maatregelen ter voorkoming van (verdere) verspreiding.

(i) Ontstaan geelziek

4.3.

[gedaagde ] zou volgens [de V.O.F.] de heetstookbehandeling niet of niet voldoende hebben toegepast, waardoor geelziek is ontstaan. [de V.O.F.] betoogt dat indien [gedaagde ] dit wel had gedaan, er geen geelziek was ontstaan. De rechtbank begrijpt dat een heetstookbehandeling het volgende inhoudt:

De ziekte wordt voornamelijk bestreden door de bollen voor het planten te verwarmen, het zogenaamde heetstoken, waarbij de bacterie wordt gedood.(…) worden de bollen gedurende twee weken bewaard bij 38°C en daarna drie dagen bij 44°C. Hierna worden de bollen verder bewaard bij 25°C tot 30°C.

‘De geelziekbacterie is in plantgoed goed te bestrijden met een heetstookbehandeling. Deze risicovolle behandeling bestaat uit vier weken 30°C, twee weken 38°C en drie dagen 44°C. (…) Vooral een egale luchtverdeling is essentieel. Hoe egaler de temperatuur hoe beter de bestrijding en hoe kleiner de kans op schade.

4.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat deze heetstookbehandeling een gangbare methode is om geelziek in hyacinten(bollen) te voorkomen. Ter zitting heeft [gedaagde ] verklaard dat hij deze methode altijd toepast en ook in 2014 is aangevangen met de heetstookbehandeling. Bij het toepassen van de behandeling kwam hij er echter achter dat de hyacintbollen beschadigd raakten als gevolg van de heetstook, er ontstond roet en snot in de bol. De Dienst Landbouw Voorlichting (DLV) heeft [gedaagde ] geadviseerd de heetstookbehandeling te stoppen. [gedaagde ] stelt dat als hij de behandeling had doorgezet, hij alle bollen had moeten vernietigen wat hem een schadepost van ongeveer € 45.000,- zou opleveren. [gedaagde ] stelt dat heetstook weliswaar een effectieve methode is, maar dat deze ook erg risicovol is omdat de bollen kunnen beschadigen.

4.5.

De rechtbank overweegt dat dit laatste niet, althans niet voldoende, wordt weersproken door [de V.O.F.] en wordt bevestigd in de rapporten van de door partijen over en weer ingeschakelde deskundigen:

(…) Hierbij is het balanceren op de rand, omdat de bacterie wel maar de bol niet gedood mag worden. Sommige rassen zijn zeer gevoelig voor heetstoken en lijden soms schade.

Heetstook is het antwoord op het tegengaan van geelziek, daarmee verdwijnt de lichte infectie. Deze aanpak brengt echter risico’s met zich mee, zoals de beschadiging van bollen. Kwekers zijn hier dus terughoudend mee.

4.6.

Tevens betoogt [gedaagde ] dat de ziekte met heetstook voorkomen kan worden, maar dat het geen gegeven is dat als deze behandeling niet wordt gedaan de ziekte wel ontstaat.

4.7.

Voor de beoordeling of [gedaagde ] door de heetstookbehandeling niet af te maken onrechtmatig heeft gehandeld, wordt getoetst aan de maatstaf van de Hoge Raad (HR) voor de onrechtmatigheid van gevaarzettend gedrag. Deze maatstaf houdt in dat een gedraging niet onrechtmatig hoeft te zijn omdat er een zeker risico is dat een bepaald gevaar zich kan voordoen, maar wel onrechtmatig kan zijn als de kans dat dit gevaar zich verwezenlijkt als gevolg van het gedrag of de gedraging zo waarschijnlijk is, dat de dader zich van dit gedrag had moeten onthouden. Daarbij moet ook worden gekeken naar de kans op schade, de aard van de gedraging, de aard en ernst van de eventuele schade en de bezwaarlijkheid en gebruikelijkheid van het nemen van voorzorgsmaatregelen (ECLI:NL:HR:2006:AU6934).

4.8.

Indachtig de toetsingsmaatstaf oordeelt de rechtbank dat het enkele feit dat het risico op verspreiding van geelziek groter werd door het niet volledig toepassen van de heetstookbehandeling, niet maakt dat [gedaagde ] alleen daarom al onrechtmatig zou hebben gehandeld. In dit geval weegt mee dat de te nemen gebruikelijke voorzorgsmaatregel tegen geelziek - het volledig toepassen van een heetstookbehandeling -zeer bezwaarlijk was voor [gedaagde ] . Immers, bij voltooiing van de behandeling liep hij een groot risico dat hij de betreffende bollen zou moeten vernietigen, wat zou resulteren in een schadepost van € 45.000,-. DLV adviseerde de behandeling te staken. Onder deze omstandigheden had van [gedaagde ] niet mogen worden verwacht dat hij de heetstookbehandeling volledig zou uitvoeren. Daarbij weegt mee dat, hoewel heetstook een gangbare methode is, daarmee niet is gegarandeerd dat de ziekte niet ontstaat als heetstook wel wordt toegepast, of is gegarandeerd dat de ziekte wel ontstaat als heetstook niet wordt toegepast. Het niet voltooien van de heetstookbehandeling is, gelet op de genoemde omstandigheden, in dit geval geen gedraging van dusdanige aard dat [gedaagde ] zich daarvan naar maatstaven van zorgvuldigheid had moeten onthouden, althans, verplicht was de behandeling af te maken.

4.9.

Anders dan [de V.O.F.] heeft betoogd, kan niet worden geconcludeerd dat [gedaagde ] onrechtmatig heeft gehandeld door de heetstookbehandeling voortijdig te staken.

(ii) Verspreiding van geelziek en schade beperkende maatregelen

4.10.

[de V.O.F.] verwijt [gedaagde ] voorts onrechtmatig handelen door na te laten de verspreiding van geelziek tegen te gaan en voldoende schade beperkende maatregelen te nemen. De rechtbank beoordeelt deze vraag ook aan de hand van de maatstaf zoals weergegeven in 4.7.

4.11.

De rechtbank stelt het volgende voorop. Ook hier geldt dat alleen het risico op verspreiding van plantenziekten onvoldoende is om onrechtmatigheid aan te nemen. In dit geval overweegt de rechtbank echter dat juist nu [gedaagde ] de heetstookbehandeling niet kon voltooien, wel van hem verlangd mocht worden om extra alert te zijn op geelziek en voorkoming van verspreiding daarvan. Immers, [gedaagde ] liep een voor hem voorzienbaar groter risico op geelziek nu de heetstookbehandeling niet voltooid was.

4.12.

[gedaagde ] verweert zich met het betoog dat geelziek zich snel verspreidt door het weer en de wind en dat niemand daar iets aan kan doen. Volgens [gedaagde ] heeft hij afdoende maatregelen genomen om, voor zover dat al mogelijk was, de verspreiding van geelziek tegen te gaan en de schade te beperken. [gedaagde ] heeft zijn bedrijfsleider en personeel de aangetaste planten om de dag handmatig laten besproeien met formaline. [gedaagde ] heeft ter zitting verklaard dat dat is wat hij verstaat onder ‘zieklopen’ en dat dit is hoe hij heeft geleerd geelziek te bestrijden.

4.13.

De rechtbank volgt [gedaagde ] niet. Hoewel de rechtbank in de rapporten van de deskundigen bevestiging ziet van het standpunt dat geelziek zich snel kan verspreiden door factoren als het weer en de wind, blijkt evenzeer uit die rapporten en de toelichtingen van partijen dat er effectieve maatregelen zijn om de verspreiding van geelziek, en daarmee de schade, te beperken. Binnen de branche is algemeen bekend dat ‘zieklopen’ verspreiding van geelziek kan voorkomen en de geelziek isoleert, mits dit intensief gebeurd (hierna ‘intensief zieklopen’). Onder intensief zieklopen wordt dan verstaan het uittrekken van (delen van) aangetaste plantjes en omliggende plantjes. Met betrekking tot de door [gedaagde ] toegepaste maatregel met formaline overweegt de rechtbank dat [gedaagde ] ter zitting heeft verklaard dat door de besproeiing met formaline niet goed te zien is of de aantasting van de plant minder wordt. Bovendien heeft [de V.O.F.] ter zitting gesteld dat de formaline slechts 24 uur werkzaam is en dat de methode daarnaast niet gangbaar is als bestrijding van geelziek, hetgeen [gedaagde ] onvoldoende heeft weersproken. Ook in de rapporten heeft de rechtbank geen bevestiging gevonden van het standpunt van [gedaagde ] dat het om de dag handmatig besproeien met formaline een met ‘intensief zieklopen’ vergelijkbaar effectieve maatregel is. Niet is vast komen te staan dat de behandeling van [gedaagde ] in zijn geheel niet effectief zou zijn, maar de rechtbank is van oordeel dat het meer op de weg van [gedaagde ] had gelegen om intensief ziek te zoeken, nu deze maatregel in de branche bekend staat als meest effectieve methode. De rechtbank neemt hierbij ook in aanmerking dat ‘intensief zieklopen’ weliswaar arbeidsintensief is, maar niet te bezwaarlijk zou zijn geweest voor [gedaagde ] , waarbij van belang is dat hij zelf al gebruik maakte van een arbeidsintensieve methode. Ook met het oog op de afgebroken heetstookbehandeling had van [gedaagde ] verwacht mogen worden dat hij de mogelijk iets arbeidsintensievere, maar kennelijk effectievere methode van ‘intensief zieklopen’ had toegepast.

4.14.

Bezien in het licht van het voorgaande moet worden geoordeeld dat [gedaagde ] onvoldoende maatregelen heeft genomen om de verspreiding van geelziek te voorkomen, althans te beperken. Vast staat dat [de V.O.F.] schade heeft geleden. Dit leidt tot de slotsom dat [gedaagde ] door het nemen van onvoldoende maatregelen, in een situatie waar juist van hem verwacht had mogen worden een stap extra te zetten, heeft nagelaten de verspreiding van geelziek te voorkomen en de schade te beperken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [gedaagde ] in strijd heeft gehandeld met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en in beginsel aansprakelijk is voor de door [de V.O.F.] geleden schade.

Toerekening

4.15.

Dan komt de rechtbank toe aan de vraag of de volledige schade kan worden toegerekend aan [gedaagde ] op grond van artikel 6:98 BW. Hierbij wordt gekeken naar alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de gedraging, de aard van de schade en de voorzienbaarheid van de schade.

4.16.

[gedaagde ] heeft, onder verwijzing naar uitlatingen van deskundigen, betoogd dat het ontstaan van geelziekte in dit geval onderdeel is van het normale bedrijfsrisico van een kweker, die bollen kweekt in een concentratiegebied met bloembollenkwekers:

Aan het vestigen in een concentratiegebied zitten veel voordelen. Echter een nadeel is dat de infectiedruk van ziekten en plagen ook groter is.

Dat deze infectiedruk in het concentratiegebied waar [de V.O.F.] en [gedaagde ] gevestigd zijn aanwezig is blijkt ook uit de rapporten en de artikelen in de bijlagen bij de rapporten waarin uiteengezet wordt dat 2015 een geelziek gevoelig jaar was:

“De basis voor deze uitbraak is waarschijnlijk al gelegd in juni 2014, maar niet herkend”, vertelt DLV-adviseur [adviseur] . (…) Zijn werkgebied is de Bollenstreek en [adviseur] ’ indruk is dat ongeveer 75 procent van de kwekers in deze regio met geelziek wordt geconfronteerd. “Ik werk sinds 2001 voor DLV Plant en in die tijd heb ik het nog niet zo erg gezien als nu.”

4.17.

[de V.O.F.] erkent dat 2015 een jaar was waarin veel geelziek voor kwam, maar stelt, anders dan [gedaagde ] betoogt, dat het bedrijfsrisico juist ziet op het risico dat [gedaagde ] heeft genomen door onvoldoende maatregelen te treffen. Dit mag niet voor rekening van [de V.O.F.] komen maar dient voor rekening en risico van [gedaagde ] te blijven. Dit geldt volgens [de V.O.F.] te meer omdat hij ( [de V.O.F.] ) zich aan een nultolerantie moet houden in verband met export van zijn bollen naar de Verenigde Staten. Deze nultolerantie houdt in dat er geen enkel spoor van geelziek in de hyacintbol aanwezig mag zijn. [de V.O.F.] is hierdoor extra gevoelig voor schade als gevolg van geelziek.

4.18.

De rechtbank volgt de stellingen van [de V.O.F.] met betrekking tot het bedrijfsrisico niet. Uit de rapporten en artikelen blijkt voldoende dat kwekers in de bollenstreek een zeker bedrijfsrisico hebben waar planten- en bollenziekten onderdeel van uitmaken, hetgeen te meer gold voor het jaar 2015. Kosten voor intensief zieklopen en een mindere opbrengst zijn tot op zekere hoogte inherent aan dat bedrijfsrisico. Daar komt bij dat [de V.O.F.] in zijn bedrijf een extra risico loopt bij besmetting met geelziek door de bijzondere gevoeligheid voor planten en/of bollenziekten in verband met de export. Dat zijn schade als gevolg van geelziek groter is vanwege de nultolerantie is een omstandigheid die [gedaagde ] niet aangerekend worden. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden meegenomen dienen te worden in de toerekening van de schade aan [gedaagde ] . Hoewel [gedaagde ] onvoldoende maatregelen heeft genomen om verspreiding van geelziek te voorkomen, is de rechtbank van oordeel dat de door [de V.O.F.] gevorderde schade niet volledig aan [gedaagde ] toegerekend kan worden.

4.19.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat van de totale schade van [de V.O.F.] ter hoogte van € 30.500,-, een bedrag van € 20.000,- in redelijkheid toe moet worden gerekend aan [gedaagde ] en dat de schade voor het overige deel van € 10.500,- op grond van de voornoemde omstandigheden voor rekening en risico moet blijven van [de V.O.F.] . De door [de V.O.F.] gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen over het bedrag van € 20.000,-, te rekenen vanaf de schadedatum van 6 mei 2015.

Expertisekosten

4.20.

Met betrekking tot de door [de V.O.F.] gevorderde expertisekosten ad € 3.781,25 overweegt de rechtbank als volgt. Ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub b BW komen redelijke kosten ter vaststelling van de omvang van de schade en de aansprakelijkheid in aanmerking voor vergoeding. [de V.O.F.] heeft facturen overgelegd van de ingeschakelde expert Agro. Agro heeft in haar rapportage de omvang van de schade berekend en de aansprakelijkheid met betrekking tot de verspreiding van geelziek onderzocht. [gedaagde ] heeft deze kosten niet betwist. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze kosten voor toewijzing in aanmerking komen op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW. De door [de V.O.F.] gevorderde wettelijke rente over de expertisekosten zal, nu de facturen niet een juiste factuurdatum lijken te vermelden, worden toegewezen vanaf de datum van de laatste rapportage van Agro, zijnde 23 februari 2016.

Proceskosten

4.21.

[gedaagde ] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [de V.O.F.] worden begroot op:

- griffierecht € 1.950,00

- dagvaarding € 98,01

- salaris advocaat € 1.390,00 (2 punten× tarief € 695,-)

Totaal € 3.438,01

Over de proceskosten zal de wettelijke rente worden toegewezen zoals gevorderd. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (ECLI:NL:HR:2010:BL1116).

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

veroordeelt [gedaagde ] tot betaling van een bedrag van € 20.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2015,

5.2.

veroordeelt [gedaagde ] tot betaling van de expertise kosten ad €3.781,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2016;

5.3.

veroordeelt [gedaagde ] in de proceskosten, aan de zijde van [de V.O.F.] tot op heden begroot op totaal € 3.438,01, en bepaalt dat de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten verschuldigd is vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. de Rooij en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2018.1

1 type: 2601 coll: 1200