Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:16412

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
02-03-2018
Datum publicatie
18-07-2019
Zaaknummer
537299
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Adoptie en vaststellen geboortegegevens

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2019/5199
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 17-5957

Zaaknummer: C/09/537299

Datum beschikking: 2 maart 2018

Adoptie en vaststelling geboortegegevens

Beschikking op het op 1 augustus 2017 ingekomen verzoekschrift van:

[Y] en [X] ,

verzoekers, dan wel verzoeker en verzoekster,

wonende te [woonplaats] , Verenigde Arabische Emiraten,

advocaat: mr. V. Kidjan te Amsterdam.

Als belanghebbende bij de verzoeken tot erkenning van de buitenlandse adoptie en tot vaststelling van de geboortegegevens wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,

zetelend te Den Haag,

hierna: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- het op 1 augustus 2017 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;

- de brief d.d. 9 augustus 2017 van de zijde van verzoekers;

- de brief d.d. 16 augustus 2017 van de ambtenaar;

- de brief d.d. 27 september 2017 van de zijde van verzoekers;

- de brief d.d. 3 oktober 2017 van de ambtenaar;

- de brief d.d. 10 oktober 2017 van de zijde van verzoekers;

- de brief d.d. 21 november 2017, met bijlagen, van de zijde van verzoekers;

- de faxbrief d.d. 29 januari 2018 van de zijde van verzoekers.

Op 31 januari 2018 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van verzoekers en mevrouw [naam ambtenaar] namens de ambtenaar. Verzoekers zijn, met voorafgaand bericht, niet in persoon ter zitting verschenen. De advocaat van verzoekers heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd.

Na de zitting is nog het volgende stuk ontvangen:

- de brief d.d. 5 februari 2018, met bijlage, van de zijde van verzoekers.

Verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank:

  • -

    primair voor recht zal verklaren dat de Order of Adoption d.d. 21 december 2015 kan worden erkend;

  • -

    subsidiair de adoptie naar Nederlands recht zal uitspreken van de minderjarige door verzoekers;

  • -

    zal bepalen dat de griffier, wanneer de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van de beschikking zal doorgeleiden aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van de beschikking;

  • -

    de ambtenaar van de burgerlijke stand zal gelasten tot inschrijving van de buitenlandse geboorteakte van de minderjarige dan wel, bij gebreke van een inschrijfbaar buitenlands geboortedocument, de geboortegegevens van de minderjarige zal vaststellen en een last zal geven tot het opmaken van een vervangende geboorteakte en een latere vermelding van de adoptie door verzoekers zal laten inschrijven in het register van geboorten van de burgerlijke stand.

Feiten

  • -

    Op [geboortedatum] 2015 is te [geboorteplaats] Florida, Verenigde Staten van Amerika, geboren de minderjarige [minderjarige 1] [achternaam bio vader] .

  • -

    Verzoekers hebben volgens het door de rechtbank ambtshalve geraadpleegde systeem ingevolge de Wet basisregistratie personen en de door verzoekers overgelegde afschriften uit de Basisregistratie Personen van de gemeente Leiden de Nederlandse nationaliteit.

  • -

    De minderjarige heeft volgens een kopie van zijn paspoort de nationaliteit van de Verenigde Staten van Amerika.

  • -

    Bij beslissing van 21 december 2015 heeft de rechter te [geboorteplaats] Florida, Verenigde Staten van Amerika voor zover nu van belang de adoptie van de minderjarige door verzoekers uitgesproken en daarbij beslist dat de minderjarige voortaan de namen [minderjarige 1] [achternaam Y] draagt.

- Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 2015 te [huwelijksplaats] met elkaar gehuwd en wonen sinds in ieder geval juli 2015 met de minderjarige [minderjarige 1] en met zijn zus [minderjarige 2] in [woonplaats Y en X] in de Verenigde Arabische Emiraten.

Beoordeling

Rechtsmacht

De rechtbank acht voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig om van het onderhavige verzoek kennis te nemen, zoals bedoeld in artikel 3 Rv. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat beide verzoekers de Nederlandse nationaliteit hebben en gemotiveerd hebben gesteld dat hun verblijf als expats in [woonplaats Y en X] , Verenigde Arabische Emiraten, slechts van tijdelijke aard is. Ook hebben verzoekers aangevoerd dat zij nog een eigen huis is Nederland bezitten, dat zij regelmatig familie in Nederland bezoeken en dat zij thuis als gezin Nederlands spreken. Daarnaast heeft de geadopteerde dochter van verzoekers [minderjarige 2] ook de Nederlandse nationaliteit, volgt [minderjarige 2] Nederlandse lessen via de wereldschool en gaat zij in [woonplaats Y en X] naar de internationale school.

Daarnaast beroepen verzoekers zich naar het oordeel van de rechtbank in dit geval terecht op artikel 9 Rv. Verzoekers hebben immers al een adoptieprocedure in de Verenigde Staten van Amerika gevoerd en een adoptieprocedure in de Verenigde Arabische Emiraten is niet mogelijk omdat de rechtsfiguur adoptie in de Verenigde Arabische Emiraten naar het daar geldende recht niet is toegestaan, zoals hierna nog nader zal worden overwogen.

Erkenning van de buitenlandse adoptie

Ingevolge artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft de rechtbank verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Nederland opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand.

Ingeval van interlandelijke adoptie is in beginsel het Haags Adoptieverdrag 1993 van toepassing indien de staat van herkomst én de staat van opvang beide partij zijn bij dit verdrag. Dit verdrag is voor de Verenigde Staten van Amerika in werking getreden op 1 april 2008, maar de Verenigde Arabische Emiraten is geen lidstaat van het verdrag. Het verdrag is derhalve in dit geval niet van toepassing.

Het verzoek om tot erkenning van de hiervoor genoemde Amerikaanse adoptie van 21 december 2015 over te gaan dient daarom te worden beoordeeld aan de hand van de vereisten van artikel 10:108 BW. Dit artikel bepaalt in lid 1 dat een in het buitenland gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen in Nederland van rechtswege wordt erkend indien zij is uitgesproken door:

  1. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouder(s) en het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden; of

  2. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouder(s), hetzij het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden.

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval sprake is van de situatie zoals bedoeld in lid 1 sub b. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat uit de door verzoekers overgelegde beslissingen van de Amerikaanse rechter van 30 juni 2015 en 21 december 2015 volgt dat de minderjarige [minderjarige 1] tijdens de gehele Amerikaanse adoptieprocedure formeel zijn gewone verblijfplaats in de Verenigde Staten heeft behouden.

Het tweede lid van artikel 10:108 BW bepaalt echter dat aan een buitenlandse beslissing houdende adoptie in Nederland erkenning wordt onthouden indien:

  1. an die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan; of

  2. in het geval, bedoeld in lid 1 onder b, de beslissing niet is erkend in de staat waar het kind onderscheidenlijk de staat waar de adoptiefouder(s) zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden; of

  3. de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.

Gelet op het bepaalde in voormeld artikel 10:108, tweede lid, sub b en gelet op de inhoud van de door de rechtbank geraadpleegde memorie van toelichting (MvT Kamerstuk II 2009-2010, 32137, nr. 3) is in dit geval vereist dat de Amerikaanse adoptie in de staat van de gewone verblijfplaats van verzoekers is erkend. Vaststaat dat verzoekers, zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak tot adoptie in Amerika, hun gewone verblijfplaats in de Verenigde Arabische Emiraten hadden. Zoals door de ambtenaar naar voren is gebracht, is de rechtsfiguur adoptie in de Verenigde Arabische Emiraten naar het daar geldende islamitische recht niet toegestaan.

Niet is gesteld of gebleken dat de Amerikaanse adoptie van de minderjarige [minderjarige 1] in de Verenigde Arabische Emiraten, ondanks het adoptieverbod, door een rechter in de Verenigde Arabische Emiraten is erkend. De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van de advocaat van verzoekers dat het begrip “niet is erkend” in de hiervoor geciteerde Nederlandse wettekst moet of kan worden geïnterpreteerd als “(feitelijk) word getolereerd”. Voor dat standpunt is in de wetsgeschiedenis of elders geen aanwijzing te vinden.

De rechtbank is aldus met de ambtenaar en anders dan (de advocaat van) verzoekers van oordeel dat de adoptie van de minderjarige [minderjarige 1] zoals die op 21 december 2015 in de Verenigde Staten is uitgesproken niet is erkend in de Verenigde Arabische Emiraten en daardoor gelet op artikel 10:108 lid 2 sub b niet in Nederland kan worden erkend. Het primaire verzoek moet daarom worden afgewezen.

Adoptie naar Nederlands recht

Toepasselijk op het subsidiaire verzoek is het Nederlandse adoptierecht, met dien verstande dat de vraag welke betekenis toekomt aan de toestemming van de ouders van de minderjarige of van andere personen of instellingen, in beginsel wordt beantwoord naar de regels die het nationale recht van de minderjarige daarover bevat.

Inhoudelijke beoordeling

Uit de door verzoekers overgelegde beslissing van 21 december 2015 van de Amerikaanse rechter is volgens het recht van Florida, Verenigde Staten van Amerika, op die datum de adoptie van de minderjarige [minderjarige 1] door verzoekers tot stand gekomen. In ieder geval sindsdien zijn verzoekers bekleed met een vorm van ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige 1] , die overeenkomt met het gezag over minderjarigen volgens Nederlands recht.

Bij de in het geding gebrachte stukken bevindt zich een kopie van het huidige Amerikaanse paspoort op naam van de minderjarige [minderjarige 1] . Gelet hierop en gelet op hetgeen daarover in door verzoekers overgelegde beslissingen van de Amerikaanse rechter van 30 juni 2015 en 21 december 2015 is overwogen, concludeert de rechtbank dat overeenkomstig het nationale recht van de minderjarige [minderjarige 1] zijn beide Amerikaanse biologische ouders destijds hebben ingestemd met de adoptie van de minderjarige.

Verzoeker, geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] , en verzoekster, geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] , zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] 2015 te [huwelijksplaats] .

Vaststaat dat verzoekers ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het adoptieverzoek met elkaar hebben samengeleefd. Uit de stellingen n bewijsstukken van verzoekers volgt dat de minderjarige [minderjarige 1] in ieder geval sinds juli 2015 bij verzoekers in [woonplaats Y en X] woont en verblijft. Verzoekers hebben hem derhalve gedurende ten minste één jaar verzorgd en opgevoed.

De biologische ouders van de minderjarige [minderjarige 1] zijn in deze procedure niet aangemerkt als belanghebbenden, omdat de minderjarige [minderjarige 1] volgens de inhoud van de door verzoekers overgelegde beslissing van de Amerikaanse rechter van 21 december 2015 toen al door verzoekers naar Amerikaans recht is geadopteerd en omdat zijn beide biologische ouders al op 19 juni 2015 schriftelijk toestemming hebben gegeven voor adoptie en afstand hebben gedaan van hun parental rights.

Verzoekers hebben gesteld dat zij de minderjarige [minderjarige 1] , zodra hij daaraan toe is, hem over de gevolgen van de adoptie zullen voorlichten in de mate die past bij zijn leeftijd en ontwikkeling.

Nu aan de artikelen 1:227 en 1:228 BW – voor zover in deze zaak van toepassing – is voldaan, zal de rechtbank het subsidiaire verzoek tot adoptie naar Nederlands recht toewijzen.

De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub k van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking, zoals ook verzocht.

Vaststelling geboortegegevens

Vaststaat dat van de op [geboortedatum] 2015 in de Verenigde Staten van Amerika geboren minderjarige [minderjarige 1] in deze procedure door verzoekers geen voor inschrijving in Nederland vatbare, gelegaliseerde Amerikaanse geboorteakte met de volledige afstammingshistorie is geproduceerd, zoals de ambtenaar terecht heeft opgemerkt. Daarom zal de rechtbank het desbetreffende primaire verzoek afwijzen en nu het desbetreffende subsidiaire verzoek tot vaststelling van de geboortegegevens van de minderjarige [minderjarige 1] beoordelen.

Verzoekers hebben als in dit verband relevante bewijsstukken overgelegd kopieën van de op 25 juni 2015 afgegeven Amerikaanse geboorteakte, de op 30 december 2016 afgegeven vervangende Amerikaanse geboorteakte, het Amerikaanse paspoort van de minderjarige [minderjarige 1] en de hiervoor vermelde twee beslissingen van de Amerikaanse rechter van 30 juni 2015 en van 21 december 2015.

De ambtenaar heeft geadviseerd over de wijze van vaststelling van de geboortegegevens van de minderjarige [minderjarige 1] .

De rechtbank zal de geboortegegevens van de minderjarige [minderjarige 1] , gelet op inhoud van de hiervoor vermelde bewijsstukken van verzoekers, gelet op de inhoud van het hiervoor vermelde advies van de ambtenaar en mede gelet op artikel 1:25c lid 3 BW, vaststellen op de wijze zoals hierna bij de beslissingen volgt.

Namen van de minderjarige [minderjarige 1]

De namen van de minderjarige [minderjarige 1] luiden volgens de hiervoor vermelde beslissing van de Amerikaanse rechter van 21 december 2015 sinds die datum [minderjarige 1] [achternaam Y] . Die vaststelling van de namen in Amerika moet volgens de artikelen 10:19 BW en 10:24 BW worden erkend in Nederland. De rechtbank zal aldus beslissen.

Beslissingen

De rechtbank:

spreekt uit de adoptie naar Nederlands recht van de minderjarige [minderjarige 1] [achternaam Y], die is geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] Florida, Verenigde Staten van Amerika als [minderjarige 1] [achternaam bio vader], door beide verzoekers [Y] en [X];

stelt vast dat de minderjarige sinds 21 december 2015 door de in zoverre in Nederland te erkennen beslissing van de Amerikaanse rechter van 21 december 2015 niet meer is genaamd “ [minderjarige 1] [achternaam bio vader] ” maar “ [minderjarige 1] [achternaam Y] ;

stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte van de minderjarige noodzakelijke gegevens vast:

geslachtsnaam : [achternaam bio vader]

voornamen : [minderjarige 1]

geboortedatum : [geboortedatum] 2015

geboorteplaats : [geboorteplaats] Florida, Verenigde Staten van Amerika

geslacht : mannelijk

MOEDER

geslachtsnaam : [achternaam Bio moeder]

voornamen : [voornamen Bio moeder]

geboortedatum : [geboortedatum] 1988

geboorteplaats : Florida, Verenigde Staten van Amerika

VADER

geslachtsnaam : [achternaam bio vader]

voornamen : [voornamen Bio vader]

geboortedatum : [geboortedatum] 1980

geboorteplaats : Florida, Verenigde Staten van Amerika

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage een latere vermelding van deze rechterlijke beslissing tot adoptie aan de op te maken akte van geboorte van de minderjarige toe te voegen;

bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze alsdan in kracht van gewijsde gegane beschikking en, voor zover van belang, de inhoud daarvan;

bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage, om daarin aantekening te doen van deze alsdan in kracht van gewijsde gegane beschikking en, voor zover van belang, de inhoud daarvan;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Wien, rechter tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L. Arreman-Mos als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 2 maart 2018.