Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:16272

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-08-2018
Datum publicatie
20-03-2019
Zaaknummer
C/09/556950 / FA RK 18-5275
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Internationale kinderontvoering. Tussenbeschikking benoeming bijzondere curator

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Den HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 18-5275

Zaaknummer: C/09/556950

Datum beschikking: 24 augustus 2018

Internationale kinderontvoering/benoeming bijzondere curator

Beschikking in het kader van het op 19 juli 2018 ingekomen verzoek van:

[Y] ,

de vader,

wonende te [woonplaats vader] , Verenigd Koninkrijk,

advocaat: mr. J.H. Weermeijer te Delft.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[X]

de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    de brief van 14 augustus 2018 van de zijde van de moeder.

Op 15 augustus 2018 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de moeder, bijgestaan door haar advocaat. Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. N.B. Verkleij. De behandeling ter terechtzitting is aangehouden.

Na genoemde regiezitting hebben de vader en de moeder getracht door middel van crossborder mediation, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, tot een minnelijke regeling te komen. Op 21 augustus 2018 heeft het Mediation Bureau de rechtbank bericht dat de mediation tussen partijen heeft geresulteerd in een spiegelovereenkomst, welk bericht door de advocaten op 22 augustus 2018 is bevestigd. Partijen hebben echter geen overeenstemming bereikt over de gewone verblijfplaats van de kinderen. De vader handhaaft daarom het teruggeleidingsverzoek.

Verzoek en verweer

De vader heeft verzocht, met toepassing van artikel 13 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering (hierna: de Uitvoeringswet), de onmiddellijke terugkeer van na te melden kinderen te bevelen, althans de terugkeer van de kinderen uiterlijk op 25 augustus 2018, althans vóór een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum te bevelen, waarbij de moeder de kinderen dient terug te brengen naar het Verenigd Koninkrijk, meer specifiek [woonplaats vader] , dan wel – indien de moeder nalaat de kinderen terug te brengen – te bepalen op welke datum de moeder de kinderen met de benodigde geldige reisdocumenten aan de vader zal afgeven, zodat hij de kinderen zelf mee terug kan nemen naar het Verenigd Koninkrijk, met veroordeling van de moeder in de kosten die de vader heeft moeten maken in verband met de ontvoering en teruggeleiding, alsmede een veroordeling van de moeder in de proceskosten, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Tevens heeft de vader verzocht te bepalen dat de kinderen met behulp van de sterke arm der wet, althans met medewerking van het Openbaar Ministerie zullen worden teruggeleid.

De moeder heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de vader.

Feiten

- De ouders zijn gehuwd op [huwelijksdatum] 2007 te [huwelijksplaats] , Verenigd Koninkrijk.

- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] , Zwitserland;

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2010 te [geboorteplaats] , Zwitserland, en

- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag] 2015 te [geboorteplaats] , Verenigd Koninkrijk.

- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.

- Op 21 oktober 2017 is de moeder met de kinderen naar Nederland gegaan. Sindsdien verblijft zij met de kinderen in Nederland.

- De vader is Brits burger, de moeder heeft de Nederlandse nationaliteit en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit en zijn Brits burger.

- De vader heeft zich op 5 juni 2018 gewend tot de Nederlandse Centrale Autoriteit (CA). De zaak is bij de CA geregistreerd onder IKO nr. [nr.] .

Beoordeling

Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen. De rechtbank acht het, gelet op de aard van de zaak en van de daarin spelende belangenstrijd, in het belang van de kinderen noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen. Daarbij is er mogelijk sprake van dat de belangen van de minderjarigen onderling verschillen.

De rechtbank verzoekt de bijzondere curator de volgende vragen te beantwoorden:

  1. Wat geven [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zelf aan over een eventueel verblijf in het Verenigd Koninkrijk en een eventueel verblijf in Nederland?

  2. In hoeverre lijken de kinderen zich vrij te kunnen uiten?

  3. In hoeverre lijken de kinderen de gevolgen van het verblijf in het Verenigd Koninkrijk of het verblijf in Nederland te overzien?

  4. Willen de kinderen met de rechter(s) spreken en zo ja, wensen de minderjarige dat de bijzondere curator daarbij aanwezig zal zijn?

  5. Zijn er nog bijzonderheden naar voren gekomen die van belang zijn voor de te nemen beslissingen?

Van de bijzondere curator wordt verwacht dat zij door gesprekken te voeren met de kinderen probeert zicht te krijgen op de mening van de kinderen ten aanzien van het verblijf in het Verenigd Koninkrijk en het verblijf in Nederland en vervolgens die mening van de kinderen naar voren te brengen in deze procedure. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de rechtbank dat de bijzondere curator hierbij de ouders zal betrekken. Het gaat alleen om gesprekken met de kinderen.

Van de ouders wordt verwacht dat zij volledige medewerking verlenen aan het inplannen en uitvoeren van de gesprekken van de kinderen met de bijzondere curator.

Van haar bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter terechtzitting van de meervoudige kamer een schriftelijk verslag aan de rechtbank en de ouders toe te sturen. De bijzondere curator licht het verslag zo nodig ter terechtzitting toe.

(alleen opnemen indien kostenveroordeling is verzocht)

Beslissing

De rechtbank:

benoemt tot bijzondere curator over de minderjarigen:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] , Zwitserland;

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2010 te [geboorteplaats] , Zwitserland, en

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedag] 2015 te [geboorteplaats] , Verenigd Koninkrijk;

drs. Ingeborg Sandig

De Haasekker 5

5258 KS Berlicum

e-mailadres: ingeborg@sandigmediation.nl

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken, waaronder de zittingsaantekeningen van de regiezitting, aan de bijzondere curator zal toesturen;

bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter terechtzitting van de meervoudige kamer haar schriftelijke verslag aan de rechtbank en (de advocaten van) de ouders dient te sturen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.B. Verkleij, tevens kinderrechter, bijgestaan door
mr. K. Willems als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 augustus 2018.