Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:16228

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-02-2018
Datum publicatie
05-03-2019
Zaaknummer
09/817088-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Woninginbraak met valse sleutel en diefstal van een lokfiets.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/817088-17

Datum uitspraak: 22 februari 2018

Tegenspraak

(Verkort vonnis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ,

[adres] .

De terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen met gesloten deuren van 19 december 2017 (in aanwezigheid van de verdachte) en van 8 februari 2018 (buiten aanwezigheid van de verdachte).

De advocaat van de verdachte, mr. J. Looman, advocaat te Den Haag, is verschenen.

Mr. Looman heeft te kennen gegeven niet door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd om namens hem de verdediging te voeren.

De officier van justitie mr. N. Bakker heeft gevorderd dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend worden bewezenverklaard en de verdachte ter zake van die feiten wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van vier maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte wordt opgeheven.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 december 2016 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

- twee, althans een of meer, playstation(s) en/of

- twee, althans een of meer, flesje(s) parfum en/of

- vijf, althans een of meer, horloge(s) (waaronder van het/de merk(en) Hublot

en/of Breitling en/of G-Shock) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 75 euro en/of

- twaalf, althans een of meer, Playstation-spel(en) en/of

- vier, althans een of meer, joystick(s) (Playstations Controller(s)) en/of

- een (zegel)ring,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen playstation(s) en/of horloge(s) en/of geldbedrag en/of Playstation-spel(len) en/of joystick(s) en/of (zegel)ring) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door zonder toestemming van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] gebruik te maken van de sleutel van zijn/hun woning;

2.

hij op of omstreeks 17 november 2017 te 's-Gravenhage een (lok)fiets (merk Sparta), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Stichting [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring

Door de inhoud van de vorenstaande bewijsmiddelen – elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft – staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht dat:

1.

hij op 05 december 2016 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- twee Playstations en

- twee flesjes parfum en

- vijf horloges, waaronder van het merk Hublot en Breitling en G-Shock en

- een geldbedrag van ongeveer 75 euro en

- twaalf Playstation-spellen en

- vier joysticks (Playstations Controllers) en

- een (zegel)ring,

in elk geval enig goed, toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door middel van een valse sleutel, te weten door zonder toestemming van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] gebruik te maken van de sleutel van hun woning;

2.

hij op 17 november 2017 te 's-Gravenhage een lokfiets, merk Sparta, die toebehoorde, aan Stichting [naam] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

Strafmotivering

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een woninginbraak met valse sleutel, waarbij diverse goederen en geld zijn buitgemaakt.

De woning waaruit de diefstal heeft plaatsgevonden betreft die van een lokale politicus die zich bezighoudt met probleemjongeren en sociale projecten waarbij hij de jongeren ook in zijn huis toelaat. In dat kader had hij een huissleutel gegeven aan een van de mededaders. Door met gebruikmaking van die valse sleutel de woninginbraak te plegen hebben de verdachte en zijn mededaders inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat het slachtoffer in hen heeft gesteld. Een woning is bij uitstek een plaats waar de bewoners zich veilig en geborgen moeten kunnen voelen. Door een misdrijf als het onderhavige wordt dit gevoel op ernstige wijze aangetast. De verdachte heeft een volstrekt gebrek aan respect voor het eigendomsrecht van anderen getoond. Bovendien versterken dergelijke feiten gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan diefstal van een lokfiets. Diefstal van fietsen is een ergerlijk feit waarmee schade en overlast aan de gedupeerde kan worden veroorzaakt. Ook hieraan heeft de verdachte zich kennelijk niets gelegen laten liggen.

De rechtbank heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 12 januari 2018, waaruit is gebleken dat hij eerder is veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

De rechtbank heeft ook gelet op het feit dat sinds de pleegdatum van de bewezenverklaarde woninginbraak ruim een jaar is verstreken. De rechtbank zal bij het bepalen van de strafmodaliteit en -maat daarmee rekening houden.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op een omtrent de verdachte opgemaakt rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 12 januari 2018 waaruit is gebleken dat de verdachte een verstandelijke beperking heeft. Hij heeft geen zinvolle dagbesteding en geen vaste verblijfplaats. Daarbij komt dat de verdachte zich niet aan de gemaakte afspraken houdt. De verdachte werkt niet mee met de geboden en opgelegde hulpverlening vanuit de (jeugd)reclassering. Het ontbreekt momenteel totaal aan zicht op hoe het met de verdachte gaat. Omdat de verdachte zich niet meewerkend opstelt en er geen contact met hem te krijgen is, is de Raad van mening dat er geen andere optie is dan om hem zijn straf in detentie te laten voortzetten. De Raad heeft desondanks geadviseerd om een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan bijzondere voorwaarden gekoppeld.

De rechtbank is -alles afwegende- en in het bijzonder gelet op de niet meewerkende houding van de verdachte, van oordeel dat uitsluitend een onvoorwaardelijke jeugddetentie van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 77a, 77g, 77i, 77gg, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

1.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middels van valse sleutels;

2.

diefstal;

verklaart het bewezene en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 75 dagen;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.E.M.G. van Wezel, kinderrechter, voorzitter,

mr. D.G.J. Dop, rechter,

en mr. M.M.F. Holtrop, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. S. Imami-Kalloemisier, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 februari 2018.