Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:1565

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-02-2018
Datum publicatie
07-03-2018
Zaaknummer
NL18.656 en NL18.900
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dublin Frankrijk; claimakkord op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, van de Dublinverordening; geen mogelijkheid gekregen asiel aan te vragen in Frankrijk; interstatelijk vertrouwensbeginsel; geen aanvullende garanties vereist;beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL18.656 en NL18.900


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2018 in de zaken tussen

[naam 1] , eiseres,

[naam 2] eiser,

hierna tezamen ‘eisers’,

(gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. S. Rennen).


Procesverloop
Eisers hebben beroep ingesteld tegen twee afzonderlijke besluiten van verweerder van 9 januari 2018 (de bestreden besluiten).

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL18.657 en NL 18.916 (verzoeken om voorlopige voorziening), plaatsgevonden op 24 januari 2018. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Oublal. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eisers hebben de Libanese nationaliteit. Eisers stellen te zijn geboren op [geboortedatum 1] respectievelijk [geboortedatum 2] . Op 12 oktober 2017 hebben zij aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

2. Uit onderzoek in Visum Informatiesysteem van de Europese Unie (EU-Vis) is gebleken dat eisers door de buitenlandse vertegenwoordiging van Frankrijk in Libanon in het bezit zijn gesteld van visa, geldig van 23 maart 2017 tot 23 juni 2017. Verweerder heeft vervolgens Frankrijk op 25 oktober 2017 verzocht om terugname van eisers op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening). Frankrijk heeft zich op 7 november 2017 akkoord verklaard met terugname van eisers op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, van de Dublinverordening.

3. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de aanvragen van eisers niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verweerder ziet op basis van hetgeen eisers hebben aangevoerd geen aanleiding om hun asielaanvragen met toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich te trekken.

4. Eisers hebben aangevoerd zij twee jaar geleden in Frankrijk verbleven als toerist. Toen zij vanwege problemen met Hezbollah het land van herkomst verlieten en in Frankrijk asiel wilden vragen, werd hen verteld dat ze zes maanden moesten wachten. Ook werd hen geen opvang geboden. Verder voeren eisers aan dat verweerder aanvullende garanties had moeten vragen aan de Franse autoriteiten met betrekking tot het indienen van asielverzoeken en opvang, nu het verzoek om eisers terug te nemen is geaccepteerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a van de Dublinverordening.

De rechtbank overweegt als volgt.

5. De Franse autoriteiten hebben met acceptatie van het verzoek om terugname van eisers gegarandeerd hun internationale verplichtingen te zullen nakomen. Uitgangspunt is dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan mag uitgaan dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen zal nakomen en dat het aan eisers is het tegendeel aannemelijk te maken. Met de enkele stelling dat zij eerder geen mogelijkheid hebben gekregen asiel aan te vragen in Frankrijk, zijn zij daarin niet geslaagd. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eisers zonodig dienen te klagen in Frankrijk. Niet aannemelijk is gemaakt dat de daartoe aangewezen autoriteiten hen zonodig niet kunnen of willen helpen. Dat het claimakkoord op de a-grond is gebaseerd, maakt niet dat aanvullende garanties nodig zijn omtrent de mogelijkheid tot het doen van een asielaanvraag en het bieden van opvang.

6. De beroepen zijn ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van der Hell, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.