Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:1554

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-02-2018
Datum publicatie
14-02-2018
Zaaknummer
NL17.15563
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

asiel Cuba - transgender

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door haar ondervonden problemen een dusdanig ernstige beperking van haar bestaansmogelijkheden opleveren dat het voor haar als transgender onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied in Cuba te functioneren. Dat eiseres meermalen is aangehouden en gediscrimineerd, hoe belastend dit voor eiseres ook moet zijn geweest, is onvoldoende om te veronderstellen dat de situatie voor haar onhoudbaar is geworden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.15563

v-nummer: [nummer]


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2018 in de zaak tussen

[eiseres] ,

geboren op [geboortedatum] , van Cubaanse nationaliteit, hierna: [eiseres]

(gemachtigde: mr. I.M. Borggreve),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E.P.C. van der Weijden).


Procesverloop
Bij besluit van 21 december 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van [eiseres] tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond.

[eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 6 februari 2018. [eiseres] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H.G. Manneke. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Overwegingen

Asielrelaas

1. [eiseres] is Cuba ontvlucht, omdat zij transgender is en als transgender problemen heeft ondervonden van de zijde van de autoriteiten en van de Cubaanse bevolking. [eiseres] heeft onder meer boetes gehad, is vastgehouden door de politie, mishandeld en gediscrimineerd. Zij kan hiertegen geen bescherming krijgen van de Cubaanse autoriteiten.

Het bestreden besluit

2. Uit het relaas heeft verweerder de volgende relevante elementen onderscheiden:
a. de identiteit, nationaliteit en herkomst van [eiseres] ;
b. de seksuele gerichtheid van [eiseres] ;
c. de problemen van [eiseres] ten gevolge van de seksuele gerichtheid.

3. Verweerder heeft alle relevante elementen geloofwaardig geacht. Verweerder heeft zich echter op het standpunt gesteld dat [eiseres] geen redenen heeft om te vrezen voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Ook heeft [eiseres] niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM1. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Standpunt [eiseres]

4.1

In beroep heeft [eiseres] aangevoerd dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de actuele mensenrechtensituatie van LHBTI+ in Cuba. Het ligt op de weg van verweerder om een thematisch ambtsbericht te vragen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie van LHBTI+ in Cuba of op andere wijze hier nader onderzoek te (laten) doen. De landeninformatie waaruit verweerder afleidt dat er verbeteringen zijn van de positie van LHBTI+ in Cuba klopt niet. Verweerder ziet ten onrechte niet dat sprake is van een façade. [eiseres] verwijst in haar zienswijze naar diverse landeninformatie, onder meer naar passages uit en artikelen genoemd in het jaarrapport van US Department of State van

3 maart 2017 en het rapport van ACCORD van augustus 2017, waaruit volgens [eiseres] blijkt dat wel degelijk sprake is van vervolging van LHBTI+. In Cuba kan een patroon van waarschuwingen leiden tot zwaardere beschuldigingen, wat weer leidt tot systematische controle en strafmaatregelen. Uit het relaas van [eiseres] blijkt ook dat sprake is van een patroon van incidenten dat in samenhang bezien als daad van vervolging dient te worden aangemerkt. [eiseres] verwijst daarbij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 23 maart 20172. Er is sprake van een causaal verband tussen de geaardheid van [eiseres] , haar genderidentiteit en de arrestaties door de autoriteiten. Haar bewegingsvrijheid is [eiseres] ontnomen, niet alleen door de politie, maar ook de bevolking. Zodra [eiseres] buiten haar woning vertoeft, dient zij de vernederingen van de bevolking te ondergaan. En het blijft niet altijd bij woorden. Flessen en stenen worden naar haar gegooid. Deze situatie is als onhoudbaar en onleefbaar te kenschetsen. De bevolking heeft een negatief beeld van transgenders. Deze groep wordt als “dieven” en als “ziek” aangemerkt. Men moet niet dicht bij een transgender in de buurt komen. Alleen als [eiseres] onzichtbaar in haar woning opgesloten is, blijft haar dergelijke inhumane handelwijze van de bevolking bespaard. Verder hebben transgenders nog altijd te maken met grote problemen op het gebied van onder meer werk en huisvesting. Het is niet mogelijk om beklag te doen bij de autoriteiten. [eiseres] heeft gewezen op de homofobe houding van de Cubaanse politie. Daar komt bij dat [eiseres] op 18-jarige leeftijd is verkracht door een politieagent. Van haar kan dan ook niet worden verwacht dat zij bij diezelfde autoriteiten aangifte gaat doen. Evenmin kan van [eiseres] worden verwacht dat zij bij terugkeer naar Cuba terughoudendheid betracht bij het uitkomen voor haar geaardheid.

4.2

Bij terugkeer in Cuba zal het voor de autoriteiten ook eenvoudig zijn vast te stellen dat [eiseres] asiel heeft gevraagd in Nederland. Volgens rapporten van de Immigration and Refugee Board of Canada uit 2013 en 2016 en gelet op haar voorgeschiedenis zal [eiseres] dan zeker op de zwarte lijst gezet worden en in de gaten gehouden worden. Men zal haar zien als een anti-revolutionair en landverrader.

Beoordeling door de rechtbank

5.1

De rechtbank overweegt als volgt. Niet is gebleken dat de algehele politieke- en mensenrechtensituatie in Cuba zodanig is dat uitsluitend in verband daarmee aan een vreemdeling uit dat land een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vw, in samenhang met artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw moet worden verleend.

5.2

[eiseres] stelt wel dat verweerder (dan wel de Minister van Buitenlandse Zaken) nader onderzoek had moeten doen naar de specifieke situatie van transgenders, dan wel de LHBTI+ in Cuba in het algemeen, omdat er onvoldoende eenduidige landeninformatie hieromtrent beschikbaar is. De rechtbank volgt [eiseres] niet in die stelling. Er is landeninformatie bekend in de vorm van diverse rapportages en artikelen over de situatie van LHBTI+ in Cuba. [eiseres] heeft daar ook zelf een beroep op gedaan. Ook blijkt niet, ook niet uit openbare bronnen, zoals het ACCORD-rapport waar [eiseres] naar heeft verwezen, dat specifiek de LHBTI+-groep wordt vervolgd waardoor gesproken zou moeten worden van groepsvervolging. Daarom moet worden beoordeeld of voor [eiseres] persoonlijk feiten en omstandigheden bestaan op grond waarvan haar een asielvergunning moet worden verleend.

5.3

Uit het relaas van [eiseres] blijkt van concrete problemen van discriminatoire aard die verband houden met haar seksuele geaardheid/genderidentiteit. Er blijkt echter niet uit dat die problemen een dusdanig ernstige beperking van haar bestaansmogelijkheden opleverden dat het voor haar als transgender onmogelijk was en is om op maatschappelijk en sociaal gebied in Cuba te functioneren. Met name is niet aannemelijk gemaakt dat de situatie onhoudbaar was geworden.

5.4

Hierbij heeft verweerder terecht van belang geacht dat niet is gebleken dat [eiseres] vanwege haar geaardheid en genderidentiteit onderwijs, huisvesting of gezondheidszorg is ontzegd. Uit de verklaringen van [eiseres] blijkt dat zij zich sinds haar vijftiende (sinds 2010) kleedt als vrouw. Zij heeft een groot deel van haar leven in de ouderlijke woning kunnen verblijven en is (op eigen initiatief) gaan samenwonen met haar mannelijke partner, waarmee zij over het algemeen goed heeft kunnen voorzien in haar onderhoud. Inzake het niet kunnen afronden van haar opleiding en het niet kunnen krijgen van legaal werk vanwege haar genderidentiteit, heeft verweerder aan [eiseres] mogen tegenwerpen dat zij heeft verklaard slechts twee keer te hebben gesolliciteerd naar werk. Zij weet niet wanneer zij heeft gesolliciteerd en kan geen bewijzen overleggen over wat de reden is van haar afwijzing. Verder verklaart [eiseres] dat ze niet meer dan twee keer heeft gesolliciteerd, omdat zij voor legaal werk een afgeronde studie nodig had. Over het niet kunnen afmaken van haar studie heeft [eiseres] verklaard dat ze die niet mocht afmaken omdat zij eerder de studie had onderbroken. Met deze verklaringen heeft [eiseres] niet aannemelijk gemaakt dat het niet kunnen verkrijgen van legaal werk of het niet kunnen afronden van haar studie in causaal verband staat met haar genderidentiteit.

5.5

[eiseres] heeft ook gesteld dat de Cubaanse overheid misbruik maakt van wetgeving (zoals La Ley del Vago of ˝Peligro˝) om juist transgenders te treffen. Zij is meermalen zomaar opgepakt, vastgehouden en beboet, maar zij heeft deze boetes niet betaald. Pas toen zij een paspoort nodig had om Cuba te verlaten heeft zij de boetes betaald. Ook heeft [eiseres] verklaard minimaal acht waarschuwingsbrieven te hebben gekregen, waarvan de laatste omstreeks februari 2017, maar dat hier geen consequenties aan zijn verbonden, terwijl zij ook verklaart dat (al) na drie of vier waarschuwingsbrieven de wet ˝Peligro˝ van kracht wordt en op grond daarvan een gevangenisstraf kan worden opgelegd. Daaruit blijkt niet van een patroon van negatieve bejegening door de autoriteiten. Ook blijkt niet van een relatie met het zijn van transgender. Eiseres heeft verklaard te hebben gewerkt als prostituee, wat strafbaar is in Cuba, waardoor zij ook problemen heeft ondervonden van de politie en de bevolking. Voor zover eiseres aanvoert dat dit werk als transgender wegens discriminatie noodzakelijk of onontkoombaar voor haar was, volgt de rechtbank haar daarin niet (zie rechtsoverweging 5.4 hiervoor).

5.6

De landeninformatie over Cuba is ook van belang om het gewicht van het relaas van [eiseres] te bepalen in het geval van een terugkeer naar Cuba, met name om de vraag te beantwoorden of sprake is van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vervolging bij terugkeer naar Cuba.

5.7

Allereerst is dan van belang dat het zijn van transgender in Cuba niet bij wet strafbaar is gesteld. Uit de algemene landeninformatie, waarnaar verweerder verwijst in het bestreden besluit en waarnaar overigens ook [eiseres] verwijst in haar zienswijze, blijkt verder dat de situatie met betrekking tot LHBTI+ in Cuba de laatste tijd is verbeterd. Onder leiding van de dochter van de huidige president, Mariela Castro, vindt een langzame seksuele revolutie plaats. In Havana heeft een conferentie plaatsgevonden met betrekking tot LHBTI+ waaraan verscheidene Latijns-Amerikaanse landen hebben deelgenomen. Bovendien verbiedt de wet discriminatie op grond van seksuele oriëntatie bij werk, huisvesting, staatloosheid en toegang tot onderwijs en gezondheidszorg. Er wordt ook gedemonstreerd voor huwelijken tussen personen van gelijke sekse. De overheid financiert pride-marches, maar ook geslachtsveranderingen. Dat transgenders zich in een wezenlijk slechtere positie bevinden dan overige LHBTI+ers, is dan ook niet aannemelijk. De rechtbank verwijst ook naar twee uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van

26 januari 20183.

5.8

Dat Cubanen die kritiek leveren op de overheidsorganisatie van Mariela Castro of Cubanen die een concurrerende LHBTI+-organisatie willen starten, in de problemen komen met de autoriteiten wegens aantasting van de alomtegenwoordigheid van de staat, doet niet af aan de positieve ontwikkelingen voor LHBTI+ op zich. Deze tendens van verbetering wordt ondersteund door het recente artikel ‘Inside Cuba's LGBT revolution: How the island's attitudes to sexuality and gender were transformed’ van The Independent van

4 januari 20184 waar verweerder op de zitting naar heeft verwezen.

5.9

Dat van eiseres niet verwacht mag worden dat zij bescherming vraagt bij de politie, omdat zij is verkracht door een politieagent, volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft in dat kader aan eiseres mogen tegenwerpen dat één politieagent niet het volledige politieapparaat vertegenwoordigt en dat eiseres niet heeft geprobeerd van hogere autoriteiten bescherming te krijgen.

5.10

Het beroep op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem van 23 maart 2017 kan [eiseres] ook niet baten. In die uitspraak ging het om een politiek activist, een tegenstander van het Cubaanse regime. De incidenten waar het in die zaak om ging, pasten binnen een patroon van intimidatie van tegenstanders van de overheid. Daar van is hier geen sprake. Niet is gebleken dat [eiseres] zich manifesteert als LHBTI+-activist en zich openlijk negatief uitlaat over de Cubaanse overheid.

5.11

[eiseres] stelt bij terugkeer in Cuba ook voor vervolging te hebben te vrezen omdat de Cubaanse autoriteiten kunnen weten dat zij in Nederland asiel heeft aangevraagd.

Uit de door [eiseres] daarbij genoemde rapporten van de Immigration and Refugee Board of Canada haalt de rechtbank hier het volgende aan (onderstrepingen van de rechtbank):

“What happens to failed asylum seekers in Cuba after they return depends upon what they did before they left [Cuba] . If they were good citizens before they left, very little if anything is done to them. However, if for example the asylum seeker was wanted for a felony in Cuba before they left[,] it is certain that they will be arrested and dealt with accordingly.

Until the change in the migration law recently, it became an offence if a Cuban remained outside the country for longer than 11 months without registering with the Consulate in the country they were residing in and obtaining permission to remain abroad. That in itself would result in a fine and a criminal record if they returned. Such people in effect lost their citizenship and their property was taken by the state in their absence. They would not get it back automatically if they did not return voluntarily and faced the music so to speak. That has now stopped following the recent reforms .”

5.12

Deze passages bieden geen grond voor de door [eiseres] geuite vrees. Daarbij komt dat [eiseres] zonder problemen, gecontroleerd en op eigen naam met eigen paspoort is uitgereisd.

6. De aanvraag is daarom terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, rechter, in aanwezigheid van

mr. N. Vreede, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

2 ECLI:NL:RBDHA:2017:3234

3 ECLI:NL:RBDHA:2018:966 en ECLI:NL:RBDHA:2018:967

4 http://www.independent.co.uk/news/world/americas/cuba-lgbt-revolution-gay-lesbian-transgender-rights-havana-raul-castro-a8122591.html