Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:1527

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-02-2018
Datum publicatie
16-02-2018
Zaaknummer
C/09/527563 / HA ZA 17-225
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsovereenkomst. Niet voldaan aan bijzondere voorwaarden m.b.t. beveiligingsinstallatie. Standpunt verzekeraar dat verzekeringsovereenkomst al was geëindigd a.g.v. einde verzekerde hoedanigheid kan daarom onbesproken blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/527563 / HA ZA 17-225

Vonnis van 14 februari 2018 (bij vervroeging)

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KINDERDAGVERBLIJF 'T ZONNETJE B.V.,

gevestigd te Haarlem,

eiseres,

advocaat mr. E. Cekic te Zaandam,

tegen

de naamloze vennootschap

REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

gedaagde,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.

Partijen zullen hierna 't Zonnetje en Reaal genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de inleidende dagvaarding van 6 februari 2017 met producties 1 tot en met 3;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 5;

  • -

    het tussenvonnis van 24 mei 2017, waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 8 januari 2018.

1.2.

Het proces-verbaal van comparitie is, met hun instemming, buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen op de verslaglegging te maken. Geen van partijen heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1. ’

t Zonnetje is een kinderdagverblijf, dat was gevestigd aan de [adres] in [plaats] .

2.2. ’

t Zonnetje heeft met ingang van 13 november 2014 haar inventaris, huurdersbelang en bedrijfsschade verzekerd bij Reaal, Aegon, Avéro Achmea en Nationale-Nederlanden (ieder voor 25%).

2.3.

Op de verzekering zijn onder andere de clausules R2213 en R2900 van toepassing. Deze clausules luiden als volgt:

R2213 Beveiliging (garantie)

De verzekerde garandeert aan de maatschappij en deze verzekering geschiedt daarom ook op uitdrukkelijke voorwaarde dat ten aanzien van het diefstal/vandalismerisico het/de in de polis genoemde adressen is/zijn beveiligd conform de richtlijnen van het CCV/BORG door een gecertificeerd beveiligingsbedrijf, aangesloten bij een certificatie-instelling die een licentie overeenkomst heeft met het CCV.

Verzekerde is verplicht:

  1. een onderhoudscontract af te sluiten (voor het elektronische deel van de installatie) met een gecertificeerd beveiligingsbedrijf, aangesloten bij een certificatie-instelling die een licentie-overeenkomst heeft met het CCV. Dit onderhoudscontract dient in te gaan op de datum van oplevering van de beveiliging en van kracht te blijven gedurende de looptijd van de verzekering;

  2. de beveiliging in werkvaardige toestand te houden en te gebruiken;

(…)

R2900 Garanties

Als niet voldaan wordt aan één of meer garantieclausules op deze polis, is/zijn de verzekeraar(s) niet verplicht de schadevergoeding te betalen. Tenzij u aantoont dat de schade niet door het niet-nakomen van de garantie veroorzaakt of vergroot is.”

2.4.

Daarnaast bepalen de verzekeringsvoorwaarden – voor zover van belang – het volgende:

10.2 Beëindiging van de verzekering

De verzekering eindigt:

(…)

10.2.3

van rechtswege:

 zodra de activiteiten van verzekeringnemer in de verzekerde hoedanigheid zijn beëindigd of met ingang van de datum waarop aan verzekeringnemer (voorlopige) surséance van betaling wordt verleend, zijn faillissement wordt uitgesproken, of een verzoek tot wettelijke schuldsanering wordt ingediend. De verzekeringnemer, de verzekerde respectievelijk hun erfgenamen zijn gehouden de verzekeraar hiervan zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is in kennis te stellen.

(…)”

2.5.

Om als kinderdagverblijf te kunnen functioneren, beschikte ’t Zonnetje over een vergunning. De laatste vergunning van ’t Zonnetje was geldig tot en met 31 augustus 2015. Met ingang van 1 september 2015 is ’t Zonnetje uitgeschreven uit het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen.

2.6.

In de nacht van 1 op 2 september 2015 is een brand ontstaan in het pand waarin ’t Zonnetje was gevestigd.

2.7. ’

t Zonnetje heeft de schade gemeld bij haar intermediair Nedasco. Die heeft namens de verzekeraars Dekra Claims & Expertise B.V. ingeschakeld om de schade te begroten. EMN Expertise is verzocht om onderzoek te verrichten naar de oorzaak van de brand.

2.8.

Uit het onderzoek van EMN is gebleken dat de brand op twee verschillende plaatsen in het pand is aangestoken. Omdat geen braaksporen zijn gevonden, moet de brand zijn aangestoken door iemand die in het bezit was van de sleutel van het pand.

2.9.

Uit het rapport van EMN blijkt daarnaast dat het pand waarin ’t Zonnetje was gevestigd was voorzien van een alarminstallatie en beveiligingscamera’s. De alarminstallatie bestond uit een systeem waarbij een aantal draadloze detectoren en deurcontacten een melding gaven op twee mobiele telefoons. Er was geen doormelding naar een alarmcentrale. Doordat de batterijen van de detectoren niet tijdig waren vervangen, hebben deze op de avond van de brand geen melding doorgegeven toen het pand werd betreden door degene die de brand heeft aangestoken. De beelden van de beveiligingscamera’s werden in het verleden opgenomen door een recorder. Deze recorder was ten tijde van de brand niet meer aanwezig. De onderzoekers hebben vastgesteld dat het alarmsysteem niet was voorzien van een BORG-certificaat en dat er geen onderhoudscontract voor de installatie was afgesloten.

2.10.

De schade aan het huurdersbelang van ’t Zonnetje, de inventaris en de opruimingskosten is door Dekra begroot op € 144.137.

2.11.

Bij brief van 8 juli 2016 heeft Reaal aan ’t Zonnetje bericht dat zij niet tot uitkering overgaat. Het dekkingsstandpunt van de andere verzekeraars (die geen onderlinge taakverdeling zijn overeengekomen) is onbekend.

3 Het geschil

3.1. '

t Zonnetje vordert samengevat - veroordeling van Reaal tot betaling van € 144.137, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, een bedrag van € 2.775 aan buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.

3.2.

Reaal voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Kern van deze procedure is of Reaal op grond van de verzekeringsovereenkomst (een gedeelte van) de schade van ’t Zonnetje moet vergoeden.

4.2.

Reaal voert als meest verstrekkende verweer aan dat zij niet hoeft uit te keren, omdat ’t Zonnetje vanaf 1 september 2015 niet meer beschikte over een vergunning om een kinderdagverblijf te exploiteren en haar bedrijfsactiviteiten dus op die dag zijn geëindigd. Op grond van artikel 10.2.3 van de polisvoorwaarden (zie hiervoor onder 2.4) is de verzekeringsovereenkomst daarom van rechtswege geëindigd en is de schade die ’t Zonnetje door de brand heeft geleden niet gedekt, zo heeft Reaal aangevoerd. ’t Zonnetje heeft de stellingen van Reaal bestreden. Zij heeft in de eerste plaats aangevoerd dat zij vóór de brand om verlenging van de vergunning had gevraagd en dat zij daarom ook na 31 augustus 2015 bevoegd was een kinderdagverblijf te exploiteren. Daarnaast heeft zij betoogd dat zij op 1 september 2015 nog gewoon in bedrijf was als kinderdagverblijf omdat zij nog altijd kinderen opving.

4.3.

In het midden kan blijven of de verzekeringsovereenkomst op het moment van de brand nog steeds bestond, omdat Reaal op grond van het hierna volgende hoe dan ook niet tot uitkering hoeft over te gaan.

4.4.

Op grond van clausule R2213 (zie hiervoor onder 2.3) moest ’t Zonnetje ervoor zorgen dat het pand waarin zij gevestigd was, door een gecertificeerd bedrijf was beveiligd volgens de richtlijnen van het Centrum voor Criminaliteitspreventie (CCV). Daarnaast moest ’t Zonnetje voor de alarminstallatie een onderhoudscontract afsluiten en ervoor zorgen dat deze installatie goed werkte. Vast staat dat ’t Zonnetje aan geen van deze voorwaarden heeft voldaan. De onderzoekers van EMN hebben vastgesteld dat het pand niet was voorzien van een “professionele” alarminstallatie, dat de alarminstallatie al langere tijd niet was onderhouden en dat de batterijen van de detectoren leeg waren. ’t Zonnetje heeft dat ook erkend. Daarmee heeft zij niet voldaan aan haar verplichtingen op grond van de verzekeringsovereenkomst.

4.5.

Dat betekent dat Reaal op grond van clausule R2900 niet verplicht is de schade van ’t Zonnetje te vergoeden, tenzij ’t Zonnetje aantoont dat de schade ook zou zijn ontstaan als zij wél de voorgeschreven beveiligingsmaatregelen had getroffen.

4.6.

Daarin is ’t Zonnetje niet geslaagd. Zij heeft aangevoerd dat de alarminstallatie goed werkte en dat de schade ook zou zijn ontstaan als er wel een doormelding zou zijn geweest naar een alarmcentrale. De brand is snel ontdekt door één van de omwonenden van ’t Zonnetje en de brandweer was vlot ter plaatse, maar de brand woedde zo hevig dat het pand volledig is uitgebrand. Als er wel meteen een melding van de brand naar de meldkamer van de brandweer was gegaan, zou de brandweer niet sneller in actie zijn gekomen en zou er dus evenveel schade zijn ontstaan, zo heeft ’t Zonnetje aangevoerd.

4.7.

De rechtbank is met Reaal van oordeel dat aannemelijk is dat de schade wél is veroorzaakt (of in ieder geval is vergroot) door de afwezigheid van een professionele beveiligingsinstallatie. De brand is op twee plaatsen in het pand aangestoken, zonder dat de binnenkomst van de brandstichter is gesignaleerd. Als het pand zou zijn voorzien van de voorgeschreven beveiliging, zou niemand ongemerkt het pand hebben kunnen betreden. Die persoon zou dan ook niet in de gelegenheid zijn geweest de brand aan te steken. In ieder geval zou de alarmcentrale, na een melding van een ongenode gast, snel iemand hebben ingeschakeld om poolshoogte te nemen. In dat geval was de brand dus niet ontstaan, of minstens sneller zijn opgemerkt dan nu het geval was.

4.8.

Dit betekent dat de vordering van ’t Zonnetje wordt afgewezen. Bij die stand van zaken kan ook het verweer van Reaal dat ’t Zonnetje na de brand niet aan haar mededelingsplicht heeft voldaan doordat zij relevante informatie voor de onderzoekers heeft achtergehouden, onbesproken blijven.

4.9. '

t Zonnetje zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Reaal worden begroot op € 6.736 (€ 3.894 aan griffierecht en € 2.842 aan salaris advocaat (2 punten x tarief € 1.421)).

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt 't Zonnetje in de proceskosten, aan de zijde van Reaal tot op heden begroot op € 6.736,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Brandt en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2018.