Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:14330

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-12-2018
Datum publicatie
06-12-2018
Zaaknummer
09/767059-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

mega Komma Trema Punt, de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, wegens opiumdelicten, het voorhanden hebben

van een wapen en munitie en deelneming aan een criminele organisatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/767059-16

Datum uitspraak: 6 december 2018

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officieren van justitie tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 21 december 2016, 9 maart 2017 en 31 mei 2017 (steeds: pro forma) en ter terechtzitting van 10, 16, 18 en 19 oktober 2018 (steeds: inhoudelijk) en gesloten op 22 november 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie

mr. K.H. Hermans en C. Sam-Sin en van hetgeen door de verdachte (hierna ook: [verdachte] ) en zijn raadslieden mr. J.M. Bekooij en mr. P.B. Spaargaren naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 10 oktober 2018 - ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage A aan dit vonnis gehecht.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

Op 11 augustus 2015 is bij het Internationaal Rechtshulp Centrum te Den Haag vanuit de Belgische autoriteiten de informatie binnengekomen dat er in België een grote hoeveelheid chemicaliën (aceton, zoutzuur en loogzuur), kennelijk bedoeld voor de productie van synthetische drugs, zou zijn besteld door [medeverdachte 1] . Naar aanleiding van deze informatie is de Nederlandse politie een strafrechtelijk onderzoek gestart onder de naam Komma. Hieruit zijn voortgevloeid de onderzoeken Trema en Punt.

Gedurende deze drie onderzoeken heeft een groot aantal observaties plaatsgevonden, zijn telefoons getapt en hebben doorzoekingen plaatsgevonden. Er zijn diverse auto’s in beeld gekomen, waaronder een Nissan Kubistar met het kenteken: [kenteken] (hierna: Nissan Kubistar), een Fiat Scudo met het kenteken: [kenteken] (hierna: Fiat Scudo), een Opel Combo met het kenteken: [kenteken] (hierna: Opel Combo), een Opel Vivaro met het kenteken [kenteken] (hierna: Opel Vivaro), een Peugeot Partner met het kenteken: [kenteken] (hierna: Peugeot Partner) en een Volkswagen Transporter met het kenteken: [kenteken] (hierna: Volkswagen Transporter).

Voorts is er een aantal verdachten in beeld gekomen, onder wie naast de verdachte (hierna ook: [verdachte] ), [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ), [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ), [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5] ), [medeverdachte 6] (hierna: [medeverdachte 6] ), [medeverdachte 7] (hierna: [medeverdachte 7] ), [medeverdachte 8] (hierna: [medeverdachte 8] ), [medeverdachte 9] (hierna: [medeverdachte 9] ) en [medeverdachte 10] (hierna: [medeverdachte 10] ).

De verdachte wordt ervan verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan negen strafbare feiten, te weten zes Opiumwetdelicten, overtreding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, het voorhanden hebben van wapens en munitie en deelneming aan een criminele organisatie.

3.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 5 en 7 ten laste gelegde. Zij hebben - gemotiveerd en onder verwijzing naar alle relevante bewijsmiddelen - gerekwireerd tot bewezenverklaring van het bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4, 6, 8 en 9 ten laste gelegde.

3.3

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat enkel bewezen kan worden dat de verdachte op 26 april 2016 MDMA heeft afgeleverd en vervoerd en dat de verdachte ten aanzien van het overige deel van dit feit dient te worden vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Ten aanzien van feiten 2 en 3 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de feiten 4, 5, 6, 7, 8 en 9 heeft de verdediging betoogd dat de verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

In het strafrechtelijk onderzoek zijn in de loop van de tijd de volgende locaties in beeld gekomen.

De Lierweg 24i te De Lier

Op 10 januari 2016 wordt binnengetreden in de daar gelegen loods.

Uit het proces-verbaal van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (hierna: LFO) blijkt dat in de loods aan de rechterzijde een bouwkeet en een portocabin waren geplaatst. Deze waren beide in gebruik als laboratorium. Voor het overige werd de ruimte gebruikt als opslagruimte.2 In het daar aangetroffen materiaal is onder meer amfetamine, BMK, APAAN, MDMA, aceton, zoutzuur en zwavelzuur aangetoond.

Dit is volgens het NFI kenmerkend voor de vervaardiging van BMK uit APAAN met zoutzuur en de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode.3

Op 6 september 2016 wordt binnengetreden in de navolgende zes locaties:

Linnewever 18 te Wateringen

Uit het proces-verbaal van het LFO blijkt dat in het midden van deze loods een aanhangwagen stond met daarin een aantal vervuilde emmers. In deze emmers waren restanten kristallen aanwezig die roken naar MDMA. De aanhangwagen is vermoedelijk gebruikt voor het kristalliseren dan wel bewerken van MDMA. Verder was onder de verdieping een vide gemaakt. Daarin stonden drie vrieskisten, die niet in werking waren. Ze waren leeg en vervuild met op de bodem een restant vloeistof. Ook hier was de geur van MDMA-achtige stoffen aanwezig.4

Uit het rapport van het NFI blijkt dat in het aangetroffen materiaal MDMA, PMK en aceton is aangetoond. Volgens het NFI is het onderzoeksmateriaal te relateren aan het bewerken/vervaardigen van MDMA, namelijk het omzetten van MDMA-base in het zoutzure zout van MDMA (MDMA-hydrochloride, hierna: MDMA-HCL), een vaste stof. 5

Nieuweweg 57L te Poeldijk, zeecontainer 29 en zeecontainer 30

In container 29 is onder meer aangetroffen één reactieketel/vat voor MDMA, 32 blauwe grote jerrycans met aceton, acht witte grote lege jerrycans met restanten vloeibaar afval en twee blauwe lege middelgrote jerrycans. In container 30 zijn vier blauwe grote gasflessen met MDMA erin en twee groene grote gasflessen met waterstofgas erin aangetroffen.6

Uit het rapport van het NFI blijkt dat het reactievat PMK bevat, 6 jerrycans dichloormethaan bevatten en 32 jerrycans aceton bevatten.7

De aangetroffen goederen en chemicaliën passen bij de omzetting van Isosafrol in PMK en de productie van MDMA uit PMK middels de verhoogde druk methode. De reactieketel is mogelijk gebruikt voor de productie van MDMA middels deze verhoogde druk methode.8

Westvlietweg 66Q Den Haag

Tijdens de doorzoeking werden diverse chemicaliën (aceton, zwavelzuur), een betonmixer, een vacuümsealmachine, een centrifuge en emmers en jerrycans in beslag genomen.9

Uit het NFI rapport blijkt dat in de monsters uit die loods10 onder meer MDMA, zwavelzuur en aceton aangetroffen alsmede microcellulose.11 Gelet op de aangetroffen sporen vermoedt het LFO dat op deze locatie niet alleen chemicaliën werden opgeslagen, maar dat er ook XTC-pillen werden getabletteerd.12

Wattstraat 28 H Zoetermeer

Bij de doorzoeking ter inbeslagname in de loods Wattstraat 28H te Zoetermeer werd onder meer het volgende aangetroffen.

  • -

    Een inwerking zijnd drugslaboratorium met daarin onder andere de stoffen PMK en MDMA. Dit lab is aangetroffen in een ”verborgen ruimte” in het pand. In de ruimte stonden onder meer een destillatieopstelling, een vacuümafscheider, een drukreactieketel, een mengketel en 2 rechthoekige ketels met roermotors die aangesloten waren op de waterleiding. Ook is daar een grote hoeveelheid chemicaliën bestemd voor het productieproces aangetroffen;

  • -

    Elders in de loods, te weten in een hal, is onder meer een diepvrieskist met twee jerrycans met methanol en een maatbeker met MDMA kristallen aangetroffen.

Via de trap in de hal kon de bovenverdieping worden bereikt. Deze was verdeeld in een aantal kantoor(ruimtes) waar zich o.a. twee matrassen en persoonlijke goederen bevonden.13

Uit het proces-verbaal van het LFO blijkt dat een ruimte was ingericht en gebruikt voor het op grote schaal vervaardigen van MDMA volgens de verhoogde drukmethode met behulp van PMK. De aangetroffen rvs mengketel en twee rechthoekige ketels zijn gebruikt voor het vervaardigen van PMK uit zouten van PMK-glycidezuur met citroenzuur. De vriezer die zich in de hal van de loods bevond, werd gebruikt voor het kristalliseren van een hoeveelheid MDMA-base in MDMA-HCL. In de aanwezige mengbeker bevond zich ongeveer 838 gram netto (natte) MDMA.14

Het NFI heeft het volgende geconcludeerd. Een deel van het onderzoeksmateriaal is te relateren aan de vervaardiging van MDMA door reductieve aminering van PMK met methylamine, een platinakatalysator en waterstofgas. Een deel van het onderzoeksmateriaal is te relateren aan de bewerking van MDMA, namelijk destillatie van MDMA-bevattende reactiemengsels en vorming van het zoutzure zout van MDMA uit MDMA-base. Een deel van het onderzoeksmateriaal is te relateren aan de vervaardiging van PMK uit zouten van 'PMK-glycidezuur' met citroenzuur. Een deel van het onderzoeksmateriaal past bij de vervaardiging van MDMA door reductieve aminering van PMK met methylamine en natriumboorhydride.15

Naaldwijkseweg 67 te Wateringen

Uit het proces-verbaal van het LFO blijkt dat in het voorste deel van de bedrijfsruimte voornamelijk bouwmaterialen stonden. Tegen de linkerzijwand stonden vijf jerrycans van 25 liter, allemaal gevuld met een bruine naar aceton ruikende vloeistof, vermoedelijk circa 115 liter kristallisatieafval. Daarnaast werden in een bigshopper 70 wikkels met vermoedelijk MDMA, twee verpakte bollen MDMA-kristallen en een zak met bruine brokken en poeder met de geur van MDMA aangetroffen. In een gereedschapsdoos zaten acht zakjes met vermoedelijk MDMA en voorts lag op een deksel circa 50 gram MDMA-kristallen. Aan de achterzijde bevond zich een afgetimmerd gedeelte, waarin onder meer een meng- en roertechniek en twee in werking zijnde vriezers aanwezig waren. Deze vriezers waren met een hangslot afgesloten. In elke vriezer stonden drie vaten met een bruine naar aceton ruikende vloeistof. In totaal ging het om 64,5 kg natte MDMA-kristallen. Voorts stonden daar veertien blauwe jerrycans gevuld met aceton, zes zwarte kunststof jerrycans gevuld met vloeistof met de geur van zoutzuur en twee zwarte kunststof jerrycans vermoedelijk gevuld met kristallisatieafval.

Volgens het LFO gaat het hierbij om een in bedrijf zijnd laboratorium bestemd om MDMA-olie te kristalliseren naar pure MDMA.16

Uit het rapport van het NFI volgt dat het onderzoeksmateriaal MDMA, aceton en zoutzuur bevat. Dit is te relateren aan het bewerken/vervaardigen van MDMA, te weten het omzetten van MDMA-base in het zoutzure zout MDMA-HCL.17

[adres]

Deze woning maakte een onbewoonde indruk. In een van de slaapkamers lag een grote hoeveelheid - naar later is gebleken - bruinachtige MDMA-kristallen op een zeil op de grond te drogen.18 In totaal werd ruim 184 kg MDMA, 30 tabletten MDMA, ruim 2,5 kilo cocaïne en bijna acht kilo metamfetamine aangetroffen.19

Tussenconclusie 1

Gelet op de hiervoor weergegeven bevindingen concludeert de rechtbank dat alle locaties een rol hadden bij de productie van MDMA en/of amfetamine. De loods aan de Lierweg was een productie -,verdeling- en opslaglocatie voor amfetamine. De loods aan de Linnewever was een opslaglocatie en een (voormalige) verwerkingslocatie voor MDMA. De containers aan de Nieuweweg en de loods aan de Westvlietweg waren opslaglocaties. De loods aan de Wattstraat was een productie- en verwerkingslocatie voor MDMA, terwijl de Naaldwijkseweg en de Hellingweg verwerkingslocaties voor MDMA waren.

De vraag die de rechtbank heeft te beantwoorden is of en zo ja op welke wijze de verdachten bij deze verschillende locaties betrokken zijn geweest.

Observaties

16 november 2015

Die dag wordt [medeverdachte 3] geobserveerd. Hij rijdt als bestuurder in een witte Mercedes Vito om 14:45 uur de loods aan de Lierweg binnen. Om 15:35 uur rijdt de Vito weer naar buiten. De Vito rijdt dan richting benzinestation Van Essen aan de Lierweg 7. Om 15:38 uur wordt gezien dat in de loods de in de inleiding reeds genoemde Volkswagen Transporter staat, die kort daarvoor het terrein van de loods is opgereden. Op hetzelfde tijdstip wordt de Vito gezien bij het benzinestation met achter het stuur een dan nog onbekende man, die later wordt herkend als verdachte [verdachte] .20 Om 15:45 uur verlaat [medeverdachte 3] als bestuurder van de Volkswagen Transporter de loods, rijdt vervolgens naar het benzinestation aan de Lierweg 7 en maakt daarna contact met [verdachte] . Dan stapt [medeverdachte 3] in de Vito en [verdachte] in de Volkswagen Transporter. [medeverdachte 3] rijdt weer naar eerdergenoemde loods en [verdachte] rijdt naar een loods aan de Linnewever 18 te Wateringen, bij de firma [bedrijfsnaam] , waar hij de Volkswagen Transporter achteruit naar binnen rijdt.21

6 januari 2016

Die dag wordt waargenomen dat [medeverdachte 3] rond 16:30 uur met de in de inleiding genoemde Nissan Kubistar de loods aan de Lierweg verlaat. Hij rijdt naar het benzinestation aan de Lierweg 7, waar hij rond 16:55 uur arriveert. Daar komt ook [verdachte]22 aan in de Volkswagen Transporter. [medeverdachte 3] en [verdachte] ruilen van voertuig. Een paar minuten later wordt de Volkswagen Transporter de loods binnengereden en na vijf minuten rijdt [medeverdachte 3] de Volkswagen Transporter de loods weer uit naar het benzinestation, waar hij en [verdachte] weer van voertuig ruilen. [medeverdachte 3] rijdt met de Nissan Kubistar weer naar de loods en [verdachte] rijdt met de Volkswagen Transporter naar de Westvlietweg ter hoogte van perceel 66Q te Den Haag. Daar komt een persoon, die door het observatieteam wordt herkend als [medeverdachte 6] , even later ook aan. [medeverdachte 6] opent het rolluik van dat perceel en [verdachte] rijdt de Volkswagen Transporter achteruit naar binnen. Vervolgens wordt gehoord dat er goederen worden verschoven in de Volkswagen Transporter.23

7 januari 2016

Die middag wordt gezien dat [medeverdachte 3] om 15:55 uur in de Nissan Kubistar de loods uit rijdt. Hij rijdt naar het benzinestation aan de Lierweg 7. Naast hem stopt [verdachte] .24 Zij ruilen weer van voertuig. [medeverdachte 3] rijdt met de Volkswagen Transporter van [verdachte] naar de loods aan de Lierweg en komt daar na ongeveer vijf minuten weer uit. [medeverdachte 3] en [verdachte] ruilen weer van voertuig, waarna [medeverdachte 3] weer naar de loods teruggaat. [verdachte] wordt gevolgd en rondom zijn bus hangt een sterke geur die lijkt op de geur van nagellakremover. Hij rijdt naar de Linnewever 18 in Wateringen, waar hij rond 16:25 uur zijn bus achteruit een loods binnenrijdt. Uit de Volkswagen Transporter worden diverse (meer dan vier) blauwe vaten gehaald en op een karretje gezet, waarna [verdachte] met dat karretje wegloopt in de richting van de achterzijde van het pand. Ook daar hangt een sterke nagellakremovergeur.25

12 februari 2016

Op deze datum wordt gezien dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de McDonald’s in Rijswijk rijden. [medeverdachte 2] rijdt in een Mercedes type Sprinter met het kenteken [kenteken] . Bij de McDonald’s ontmoeten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een voor het observatieteam op dat moment onbekend persoon. Deze persoon rijdt weg in de Mercedes. Hij arriveert op het terrein van de Nieuweweg en rijdt korte tijd later weer terug naar de McDonald’s. Daar verwisselt hij de Mercedes voor een Volvo met het kenteken [kenteken] (hierna: de Volvo) en rijdt weg. [medeverdachte 2] vertrekt vervolgens met de Mercedes. De Volvo wordt later op de Tubasingel in Den Haag gezien.26

Uit het dossier volgt dat [verdachte] vaak gebruik heeft gemaakt van deze Volvo die begin 2015 ook korte tijd op naam van zijn vader heeft gestaan.27 Daarnaast zijn de

(ex-)partner en kinderen van [verdachte] woonachtig op de [adres] te Rijswijk. Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte] en de onbekende man één en dezelfde persoon zijn.

Voorts overweegt de rechtbank in dit verband als volgt:

Uit informatie van het Belgische Openbaar Ministerie is gebleken dat de Belg [medeverdachte 11] (hierna: [medeverdachte 11] ) regelmatig bij de firma [bedrijfsnaam] in België chemische producten heeft gekocht op bestelling van [medeverdachte 1] .28 Volgens de Belgische politie heeft ene [medeverdachte 2] , de vaste chauffeur van [medeverdachte 1] , bij [medeverdachte 11] de bestelling chemicaliën opgehaald.29

Op basis van facturen van de onderneming [bedrijfsnaam] heeft de Federale Recherche in Luik geconcludeerd dat [medeverdachte 11] op 4 januari 2016, 990 liter aceton en 420 liter methanol bij [bedrijfsnaam] heeft gekocht en dat “ [medeverdachte 2] ” de producten zou zijn komen ophalen.30

Dit volgt ook uit de telefoongesprekken die op die dag tussen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 11] hebben plaatsgevonden. Zo heeft [medeverdachte 2] om 09:56 uur telefonisch31 aan [medeverdachte 1] laten weten dat hij onderweg is. Om 12:31 uur heeft [medeverdachte 11] telefonisch aan [medeverdachte 1] gevraagd of hij zeker weet dat hij komt. Om 12:35 uur heeft [medeverdachte 2] [medeverdachte 1] telefonisch laten weten dat hij er over tien minuten is.32 Om 16:06 uur heeft [medeverdachte 2] laten weten dat hij aan het rijden was en heeft [medeverdachte 1] hem gevraagd hem te bellen als hij ( [medeverdachte 2] ) in de buurt van Rotterdam is. Om 16:59 uur is [medeverdachte 1] weer gebeld door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] was toen al de grens over en moest nog een half uurtje.33

Die middag is de observatie van [medeverdachte 2] van de Belgische politie overgenomen. [medeverdachte 2] reed in een Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken] . Gezien is ook dat de Nissan Kubistar van [medeverdachte 3] en de Peugeot van [medeverdachte 1] rond 17:50 uur zonder inzittenden op de M.A. de Ruyterstraat in De Lier bij [restaurant] stonden. [medeverdachte 2] arriveert rond 18:05 uur met de Mercedes ook bij de pizzeria en gaat daar naar binnen. Vrijwel meteen daarna vertrekt [medeverdachte 3] met de Mercedes. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] blijven samen achter in de pizzeria. [medeverdachte 3] rijdt met de Mercedes naar de loods aan de Lierweg en gaat daar met auto en al naar binnen. Gezien wordt dat [medeverdachte 3] minimaal één jerrycan draagt. Ongeveer tien minuten later komt [medeverdachte 3] met de Mercedes weer uit de loods en rijdt hij terug naar de pizzeria, waar hij naar binnen gaat. Even later komen alle drie de mannen naar buiten en stapt [medeverdachte 2] in de Mercedes, [medeverdachte 1] in de Peugeot en [medeverdachte 3] in de Nissan Kubistar.34

De rechtbank constateert dat [medeverdachte 2] op 4 januari 2016 inderdaad de chauffeur was die in België de chemicaliën heeft opgehaald en de auto bij een restaurant heeft afgeleverd. Volgens de Belgische recherche was “ [medeverdachte 2] ” op 12 februari 2016 ook weer de chauffeur. Gelet op de overeenkomende werkwijze van voertuigwissels op een openbare plek op 4 januari 2016 en op 12 februari 2016, gaat de rechtbank ervan uit dat het ook op 12 februari 2016 gaat om de chemicaliën die [medeverdachte 2] voor [medeverdachte 1] in België heeft opgehaald. In plaats van aan [medeverdachte 3] - wiens laboratorium inmiddels was opgerold - worden de chemicaliën dan aan [verdachte] geleverd.

15/16 februari 2016 en 15 maart 2016

Uit informatie van de Belgische politieautoriteiten blijkt dat ook op 12 februari 2016, 15 februari 2016 en 15 maart 2016 bij [medeverdachte 11] chemicaliën zijn besteld en opgehaald en wel 900 liter aceton op 12 februari 2016, 500 liter methanol op 15 februari 2016 en 540 liter zoutzuur, 1124 liter mierenzuur en 360 liter methanol op 15 maart 2016.35

Daarna was steeds sprake van dezelfde, hiervoor al beschreven werkwijze:

Op 15 februari 2016 rijdt [medeverdachte 2] naar België in een Mercedes Sprinter. Een aantal uur later komt hij weer terug naar Nederland en parkeert hij de auto op de Kleveringweg in Delft.36

Op 16 februari 2016 ontmoeten [medeverdachte 2] en Roozenbrug, [verdachte] (die ditmaal wordt herkend) bij de McDonald’s in Rijswijk. [verdachte] rijdt daarna met de Mercedes naar Poeldijk. [verdachte] keert na korte tijd terug bij de McDonald’s, waarna de Mercedes weer wordt overgedragen aan [medeverdachte 2] .37

Op 15 maart 2016 rijdt [medeverdachte 2] naar België en vindt er na terugkomst weer een ontmoeting plaats bij de McDonald’s in Rijswijk tussen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] . Na deze ontmoeting rijdt [verdachte] naar Poeldijk met de Volkswagen Crafter waarmee [medeverdachte 2] uit België was gekomen. Na korte tijd keert hij terug naar de McDonald’s en draagt daar de Crafter weer over aan [medeverdachte 2] .

Ook hierbij gaat het, zo concludeert de rechtbank, steeds om de chemicaliën die bij [medeverdachte 11] zijn gehaald.

Uit de verklaring van [medeverdachte 2] volgt verder dat de bus werd overgenomen en dan leeg terugkeerde.38 Dit betekent dat [verdachte] de chemicaliën naar een van de zeecontainers op de Nieuweweg 57L te Poeldijk heeft gebracht en daar heeft gelost. Hierbij past dat het volgens [medeverdachte 2] ging om blauwe vaten (50 bij 30 cm)39 en dat in de zeecontainer in Poeldijk kleine blauwe containertjes zijn gezien.40

18 maart 2016

Er wordt waargenomen dat [verdachte] om 13:35 uur het terrein van [bedrijfsnaam] aan de Nieuweweg 57L in Poeldwijk verlaat als bestuurder van de hiervoor in de inleiding reeds genoemde Opel Combo en richting Zoetermeer rijdt. Om 13.58 uur komt [verdachte] aan op het Oosterheemplein in Zoetermeer. Hij parkeert de Opel Combo en loopt de supermarkt Jumbo binnen. In de Opel Combo liggen goederen afgedekt met een deken. Om 14.14 uur komt een man, die later is herkend als [medeverdachte 9] , de Jumbo uitlopen, stapt in de Opel Combo en rijdt weg. [verdachte] blijft in de Jumbo. Om 14.18 uur wordt de Opel Combo een loods in gereden aan de Wattstraat 28H in Zoetermeer. [medeverdachte 8] is daar ook. In de loods staat ook de hiervoor in de inleiding reeds genoemde Peugeot Partner. Om 14.45 uur rijdt [medeverdachte 9] de Opel Combo naar de Aldi op het Oosterheemplein. Aldaar maakt hij contact met [verdachte] . De Peugeot Partner, gereden door [medeverdachte 8] , wordt eveneens geparkeerd bij het Oosterheemplein. [medeverdachte 9] stapt daarbij in en zij vertrekken.41

22 maart 2016

Deze dag neemt het observatieteam waar dat [verdachte] omstreeks 10.55 uur met de Volkswagen Transporter het terrein van de containeropslag aan de Nieuweweg 57L te Poeldijk op rijdt. Er wordt gezien dat [verdachte] een blauwe zeecontainer opent, zwarte handschoenen aan doet en diverse - vermoedelijk gevulde - kartonnen dozen uit de Volkswagen haalt en in de container plaatst. Daarna doet hij zijn handschoenen weer uit, sluit de container af en vertrekt rond 11:09 uur. Hij rijdt naar de Guntersteinweg in Den Haag. Vervolgens wordt waargenomen dat hij als bestuurder in de hiervoor reeds genoemde Volvo stapt en om 11:25 uur vertrekt. Om 11.45 uur parkeert [verdachte] de Volvo op het Ambachtsherenpad te Zoetermeer en gaat in het winkelcentrum Palenstein de supermarkt Dirk van der Broek binnen. Om 11:57 uur vertrekt een onbekend gebleven persoon met de Volvo. Daarop wordt waargenomen dat [verdachte] om 12:02 uur in de hiervoor in de inleiding reeds genoemde Opel Combo rijdt op de Rijksweg A12 richting Den Haag. Om 12:12 uur parkeert [verdachte] de Opel Combo op de Klaverweide ter hoogte van het woningblok [nummer] te Leidschendam. Hij maakt contact met een onbekend gebleven man. Hij opent de portieren van de laadruimte en laadt diverse onbekende goederen uit de Volkswagen.42

De rechtbank overweegt hier dat deze vermelding een verschrijving moet zijn geweest, mede erop gelet dat de Volkswagen Transporter blijkens de bakengegevens op dat moment op de Guntersteinweg stond. De rechtbank gaat er dus vanuit dat is bedoeld de Opel Combo.

Vervolgens rijdt [verdachte] naar de Petronella Voutestraat in Rijswijk, waar hij uitstapt. Daar stapt hij in de Suze Groenewegstraat weer in de Volvo en rijdt weg.43 [medeverdachte 9] verbleef in die periode aan de [adres] in Rijswijk.44 De Petronella Voutestraat is gelegen aan de achterzijde van de woning aan de [adres] te Rijswijk. Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 9] bleek dat bij deze woning ook de garagebox aan de [adres] te Rijswijk behoorde.45

1 april 2016

Op deze dag wordt waargenomen dat [verdachte] met de Opel Combo rijdt van de loods gelegen aan de Westvlietweg 66Q te ’s-Gravenhage naar de Nieuweweg 57L te Poeldijk. [naam] opent het hek, waarna de Opel Combo en de BMW van [naam] het terrein op rijden.46 Er wordt waargenomen dat de Opel Combo en de BMW ter hoogte van containernummer 24 staan. De achterdeuren van de Opel Combo zijn geopend en in de Opel Combo staan kleine blauwe containers. Ook worden er door [verdachte] kartonnen dozen vanuit de zeecontainer in de Opel Combo geladen.47 Na een kleine tien minuten vertrekt [verdachte] met de Opel Combo van het terrein en rijdt vervolgens naar Zoetermeer. [verdachte] parkeert de Opel Combo op een parkeerplaats nabij een winkelcentrum, stapt uit, loopt supermarkt Jumbo binnen en heeft daar contact met een onbekende man (NN1). NN1 loopt naar buiten, stapt in de Opel Combo en vertrekt. [verdachte] loopt naar buiten en stapt in een personenauto van het merk Peugeot en type 207, voorzien van het kenteken [kenteken] , en rijdt weg. Na ongeveer anderhalf uur parkeert [verdachte] de Peugeot 207 op een parkeerplaats van bouwmarkt Praxis te Zoetermeer en loopt de Praxis binnen. NN1 komt aangereden met de Opel Combo, parkeert deze naast de Peugeot 207 en loopt eveneens de Praxis binnen. NN1 en [verdachte] komen na enige tijd de Praxis weer uit en stappen respectievelijk in de Peugeot 207 en de Opel Combo. [verdachte] rijdt vervolgens met de Opel Combo naar de Westvlietweg, waarna hij de Opel Combo parkeert in de loods perceel 66Q. [verdachte] laadt goederen uit de Opel Combo, lijkende op kussens. [verdachte] sluit de roldeur van de loods en vertrekt.48

Gelet op de overeenkomsten met de andere momenten waarop er een voertuigwisseling heeft plaatsgevonden tussen [verdachte] en [medeverdachte 9] , concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 9] NN1 is.

5 april 2016

Uit informatie van de Belgische politieautoriteiten blijkt dat ook op 5 april 2016 bij [medeverdachte 11] chemicaliën zijn besteld en opgehaald en wel 690 liter aceton en 420 liter methylchloride.49

Op deze datum wordt opnieuw gezien dat [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] elkaar om 15:22 uur ontmoeten bij de McDonald’s in Rijswijk waarna [verdachte] om 15:26 uur met een Mercedes Sprinter naar de zeecontainers in Poeldijk rijdt.50 Daar wordt vervolgens gezien dat de Mercedes om 16:02 uur met de achterzijde in zeecontainer B029 wordt gereden. Daarna komen ongeveer 10 minuten schuif- en bonkgeluiden uit de container.51

In de Mercedes is opnameapparatuur ingebouwd. Uit de afgeluisterde gesprekken blijkt dat op 5 april 2016 om 15:36 uur een man in de Mercedes stapt. In de gesprekken tussen hem en [verdachte] gaat het rond 16:05 uur over vaten, aceton en “het andere spul” dat methalinchloride heet.52 Dit zijn precies de producten die door [medeverdachte 11] die dag aan [medeverdachte 1] geleverd zijn. Hieruit volgt dus dat deze chemicaliën door [medeverdachte 1] aan [verdachte] zijn geleverd en door [verdachte] samen met een ander in de zeecontainer zijn opgeslagen.

18 april 2016

Door het observatieteam wordt gezien dat de hiervoor in de inleiding reeds genoemde Fiat Scudo om 11:18 uur de loods aan de Wattstraat verlaat en naar de Praxis aan de Olof Palmelaan te Zoetermeer rijdt.53 Om 11:26 uur komt [verdachte] uit de Praxis en vertrekt hij met de Fiat Scudo naar de Westvlietweg 66Q. Daar worden goederen uitgeladen. Om 12:03 uur staat de Fiat Scudo geparkeerd aan de Tubasingel en vertrekt [verdachte] in de Volvo. Hij parkeert deze auto ter hoogte van de apotheek Huis te Lande in Rijswijk. Hij stapt uit met een geel plastic tasje en stapt als bijrijder in een Mercedes, type Vito. Een minuut later stapt hij uit zonder tasje. De bestuurder van de Mercedes rijdt daarna naar een industrieterrein in Berkel en Rodenrijs en heeft daar om 12:40 uur contact met de bestuurder van een zwarte Mercedes. Een geel plastic tasje wordt op de bijrijdersstoel van de zwarte Mercedes gelegd.54 Later die dag wordt de zwarte Mercedes gecontroleerd en daarbij wordt in een Jumbo-tas een plastic zak met daarin ongeveer 1 kilo beige brokken en kristallen aangetroffen.55 Het blijkt te gaan om MDMA.56

22 april 2016

Door het observatieteam is gezien dat [verdachte] de Hellingweg verlaat met een grote gevulde Jumbo-tas en daarmee naar de Tubasingel gaat.57

25 april 2016

Op deze dag wordt [verdachte] omstreeks 12:30 uur met de Volkswagen Transporter gezien op het terrein van de containeropslag aan de Nieuweweg 57L te Poeldijk. Hij rijdt vervolgens naar de loods aan de Linnewever 18 in Wateringen. De Volkswagen Transporter wordt met de achterzijde de loods binnen gereden. Na ruim een kwartier stapt [verdachte] weer in en vertrekt hij. De loods wordt van binnenuit gesloten. [verdachte] rijdt vervolgens naar de Westvlietweg 66Q te Den Haag. Ook hier wordt de Volkswagen Transporter met de achterzijde naar binnen gereden. Bij de loods wordt [medeverdachte 6] gezien. Na ruim een kwartier vertrekt [verdachte] ook hier vandaan, waarna de loods van binnenuit wordt gesloten. Vervolgens rijdt [verdachte] via de Guntersteinweg weer naar de containeropslag aan de Nieuweweg 57L te Poeldijk. Zo’n 20 minuten later verlaat hij het containerterrein en rijdt hij terug naar de Guntersteinweg ( [restaurant] ).58

26 april 2016

[verdachte] maakt gebruik van de hiervoor reeds genoemde Volvo en komt om 13:03 uur aan op de Hellingweg, vanwaar hij vijf minuten later weer vertrekt. Hij maakt in Rijswijk contact met de bestuurder van een bruine Volvo. Gezien wordt dat zij samen naar de Banjostraat te Rijswijk rijden, waarna [verdachte] in deze Volvo naar de [adres] in Rijswijk rijdt. Hij gaat de woning binnen en komt weer naar buiten met twee gevulde, gele bigshoppers van Jumbo. Deze bigshoppers worden door [verdachte] in de bruine Volvo gezet waarna [verdachte] terug rijdt naar de Banjostraat. Vandaar vertrekt de bestuurder van de bruine Volvo met deze auto en [verdachte] met zijn eigen auto.59

Die middag wordt de bruine Volvo in Zevenaar op de Wilgenhoek ter hoogte van perceel [nummer] geparkeerd.60 Deze woning wordt doorzocht61 en er worden twee gele Jumbo bigshoppers aangetroffen en een hoeveelheid van ongeveer 87,5 kilo

grijs/bruine kristallen brokken.62 Het blijkt te gaan om MDMA.63

[naam] , de bestuurder van de bruine Volvo, heeft verklaard dat de aangetroffen hoeveelheid het resultaat is van een aantal maal rijden naar Rijswijk. Voorafgaand aan 26 april 2016 is hij al enkele maanden heen en weer naar Rijswijk gereden. Hij denkt dat dit vier of vijf keer is gebeurd. De ontmoeting vond steeds op dezelfde plek in Rijswijk plaats en de aflevering ging steeds op dezelfde wijze. De man reed weg in zijn auto. De man keerde weer terug en dan lag “het” in zijn auto. Hij ( [naam] ) reed daarna met de gevulde auto terug naar Zevenaar. Hij wist dat het om drugs ging. Hij herkent [verdachte] als degene die hij daar steeds ontmoette en die de gele

Jumbo-tassen in zijn auto zette.64

3 mei 2016

Die dag wordt waargenomen dat [verdachte] met de Fiat Scudo parkeert bij de Klaverweide te Voorburg ter hoogte van perceel [nummer] . Hij maakt contact met NN1, die uit de [adres] komt. [verdachte] brengt twee voorwerpen - waarvan er één verpakt is in de blauwe vuilniszak - het perceel binnen.65

24 mei 2016

Die dag wordt waargenomen dat [verdachte] op de Guntersteinweg in Den Haag rond 8.26 uur in de Fiat Scudo stapt en naar de Tubasingel in Rijswijk rijdt. Daar stapt hij uit en loopt richting Tubasingel 159. Om 10.02 uur stapt [verdachte] weer in de Fiat Scudo en rijdt hij naar Nieuweweg 57 in Poeldijk. Na ongeveer een kwartier rijdt [verdachte] in de Fiat Scudo van het terrein aldaar af en gaat naar de Oosterschelde in Zoetermeer. Daar stapt [verdachte] uit en loopt de Jumbo in. [medeverdachte 9] staat bij de kassa in de Jumbo. [medeverdachte 9] loopt daarop de Jumbo uit, stapt in de Fiat Scudo en rijdt weg rond 11.15 uur.66 Om 11.20 uur wordt de Fiat Scudo de loods aan de Wattstraat 28H in Zoetermeer binnengereden.

Om 11.37 uur rijdt [medeverdachte 9] de Fiat Scudo weer naar buiten. Ook [medeverdachte 8] is op dat moment aanwezig in de loods. Daaraan voorafgaand, waren [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8] meer dan 28 uur in de loods aanwezig geweest.67 Om 11.42 uur wordt de Fiat Scudo geparkeerd op de Oosterschelde in Zoetermeer. [medeverdachte 9] stapt uit en heeft in de supermarkt Hoogvliet contact met [verdachte] . Zij komen allebei Hoogvliet uit. [verdachte] stapt in de Fiat Scudo en rijdt weg. De Fiat Scudo rijdt vervolgens naar de Klaverweide in Voorburg. [verdachte] stapt uit en loopt naar de achtertuin behorende bij perceel [adres] . [verdachte] komt vervolgens met een man, NN1, aan de achterzijde de woning van het perceel [adres] te Voorburg. Zij lopen naar de Fiat Scudo. NN1 pakt een geelkleurige gevulde tas met het opschrift Jumbo uit de Fiat Scudo en draagt deze de achtertuin in van genoemd perceel. [verdachte] pakt twee blauwkleurig gevulde plastic zakken, model vuilniszak, en draagt deze de achtertuin in van genoemd perceel. Hierna loopt [verdachte] nog een keer naar de Fiat Scudo en pakt hier een gevulde blauwkleurige plastic zak en draagt ook deze de achtertuin in van genoemd perceel. Daarna rijdt [verdachte] naar de Hellingweg te Den Haag en ontmoet daar onder meer [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] .68

Naar aanleiding van de bezoeken van [verdachte] aan het perceel [adres] te Voorburg is tijdelijk een camera geplaatst op de achterzijde van deze woning. [bewoner] staat daar ingeschreven als bewoner. Aan de hand van de bij de gemeente opgevraagde pasfoto van [bewoner] , wordt NN1 op de camerabeelden herkend als [bewoner] .69 Gelet op de omschrijving van de NN1 op 3 mei 2016 en 24 mei 201670 gaat het hierbij, naar het oordeel van de rechtbank, op 3 mei 2016 ook om [bewoner] .

27 mei 2016

Op de camerabeelden van de Klaverweide is te zien dat de hiervoor in de inleiding reeds genoemde Opel Vivaro in beeld komt en dat vervolgens twee mannen naar de voorzijde van de woning van [bewoner] lopen. Een paar minuten later komen zij terug waarbij de ene persoon - later herkend als [medeverdachte 7] 71 - een gele Jumbo bigshopper draagt en de ander - later herkend als [medeverdachte 10]72 - iets zwaars met daaroverheen een blauwe vuilniszak.73

28 mei 2016

Om 09.14 uur wordt de Fiat Scudo de loods aan de Wattstraat 28H in Zoetermeer ingereden en om 09.48 uur verlaat de Fiat Scudo de loods weer. [medeverdachte 8] rijdt weg uit de loods in de Peugeot Partner.74 Om 10.26 arriveert [verdachte] in de Fiat Scudo bij de [adres] in Voorburg en stapt uit. [bewoner] komt ook in beeld. Zij gaan beiden naar de Fiat Scudo en [verdachte] draagt vervolgens iets richting de woning van [bewoner] .75

1-2 juni 2016

Op 1 juni om 4:32 uur gaan [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] de loods aan de Wattstraat in. Op 2 juni omstreeks 10.41 uur verlaten zij de loods. Zij zijn in de tussentijd ruim 28 uur in de loods geweest. Uit de bakengegevens van de Fiat Scudo blijkt dat deze op 2 juni naar de Nieuweweg is gereden, daar even blijft en dan naar de Wattstraat vertrekt. Op de camerabeelden van de Wattstraat is te zien dat de Fiat Scudo na 23 minuten weer vertrekt. De Fiat Scudo rijdt vervolgens naar de Klaverweide.76 Daar stapt [verdachte] uit de auto en hij loopt 3x richting de schuur van [bewoner] met iets in zijn handen. Daarna vertrekt hij weer.77 Vervolgens komt de Opel Vivaro in beeld. Er zaten twee personen in de bus.78

Gelet op de observaties en herkenning op 27 mei 2016 gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] ook toen in de Opel Vivaro zaten.

7-8 juni 2016

Ook van 7 tot 8 juni 2016 zijn [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8] bijna 30 uur in de loods geweest. Op 8 juni 2016 rijdt de Fiat Scudo naar de Westvlietweg alwaar de Fiat Scudo blijft van 11.53 uur tot 12.16 uur. Daarna rijdt de Fiat Scudo naar de Florence Nightingalelaan bij een winkelcentrum in Oosterheem in Zoetermeer.79 Om 12.20 uur vertrekt de Peugeot Partner uit de loods aan de Wattstraat 28H in Zoetermeer met daarin twee personen. Om 12.48 uur komt de Fiat Scudo aanrijden en rijdt de loods in. Om 13.28 uur rijdt de Fiat Scudo de loods weer uit. Achter de Fiat Scudo komt Peugeot Partner de loods uitgereden met [medeverdachte 8] als bestuurder.80 De Fiat Scudo rijdt naar de Florence Nightingalelaan. Daarna rijdt het voertuig richting Den Haag.81 Om 14.53 uur komt [verdachte] met de Fiat Scudo aan bij de woning van [bewoner] aan de Klaverweide in Voorburg. [verdachte] haalt blauwe tassen/vuilniszakken uit de Scudo en loopt naar de woning van [bewoner] . Om 14.58 uur rijdt [verdachte] weer weg met de Fiat Scudo.82

4 juli 2016

Die dag wordt gezien dat [verdachte] de flat op de Hellingweg binnen gaat en even later weer verlaat met een grote gevulde Jumbo tas.83

11-12 juli 2016

Op 11 juli 2016 komen [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8] om 06.34 uur aan bij de loods aan de Wattstraat 28H in Zoetermeer en verblijven daar weer ruim 30 uur. [medeverdachte 8] gaat tussendoor nog drie uur weg.84 De Fiat Scudo is op 12 juli 2016 om 11.54 uur op de Nieuweweg in Poeldijk en bevindt zich daar tot 12.27 uur.85 Om 12.54 uur gaat de loodsdeur van de Wattstraat 28H in Zoetermeer weer open en rijden [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8] met de Peugeot Partner de loods uit. Om 13.06 uur komt de Peugeot weer terugrijden en gaat de loods in. Kort daarop is [medeverdachte 8] te zien in de deuropening van de loods. Om 13.14 uur komt de Fiat Scudo aanrijden en rijdt de loods in. Om 13.24 uur verlaat de Fiat Scudo weer de loods, gevolgd door de Peugeot Partner bestuurd door [medeverdachte 8] . De Fiat Scudo gaat vervolgens naar de Klaverweide, waar deze auto zich bevindt van 14.03 uur tot 14.34 uur.86

26 juli 2016

Rond 14:00 uur wordt gezien dat [verdachte] de parkeergarage van de Hellingweg binnen loopt en om 14:23 uur weer naar buiten komt met een grote gele bigshopper. Hij is dan vergezeld van [naam] , de vriendin van [medeverdachte 10] .87 Die middag wordt vervolgens gezien dat [verdachte] met dezelfde bigshopper naar Rijswijk rijdt. Daar stapt een onbekend gebleven man als bijrijder bij hem in. Kort daarna stapt hij uit met de

bigshopper in zijn handen. Deze man rijdt daarna weg in zijn eigen auto.88

De rechtbank constateert dat deze handelwijze overeenkomt met de hiervoor beschreven handelwijze op 26 april 2016.

30-31 augustus 2016

Op 30 augustus 2016 om 6:32 uur rijdt de Peugeot Partner de loods aan de Wattstraat 28H in Zoetermeer in. Er zitten twee personen in de auto. Om 18.35 uur verlaat [medeverdachte 8] de loods in de Peugeot Partner en om 19.11 uur komt de Peugeot weer terug. Vervolgens gaat de loodsdeur op 31 augustus 2016 om 12.55 uur weer open. De Peugeot Partner verlaat de loods en [medeverdachte 9] wordt waargenomen.89 Hieruit volgt dat [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] weer ruim 30 uur in de loods aanwezig zijn geweest. Omstreeks 13.01 uur wordt waargenomen dat de Fiat Scudo geparkeerd staat ter hoogte van het winkelcentrum Oosterheem in Zoetermeer. De Peugeot Partner komt daarop aanrijden. Vervolgens stapt [medeverdachte 9] als bijrijder uit de Peugeot Partner en gaat de aldaar gelegen Jumbo binnen. Na enige minuten komt [medeverdachte 9] weer naar buiten, stapt vervolgens in de Fiat Scudo en rijdt weg om 13.05 uur. Hierop komt ook [verdachte] uit de Jumbo lopen en gaat op een bankje in het winkelcentrum zitten. Na ruim vijf minuten gaat [verdachte] de aldaar gelegen Aldi binnen.90 Om 13.10 uur wordt de Fiat Scudo de loods aan de Wattstraat 28H in Zoetermeer ingereden en om 13.14 uur verlaat de Fiat Scudo de loods weer.91 Om 13.20 uur wordt waargenomen dat [medeverdachte 9] de Fiat Scudo parkeert nabij het Oosterheemplein. Na enige minuten verlaat [verdachte] de Aldi en rijdt vervolgens weg in de Fiat Scudo.92 Hierop rijdt de Fiat Scudo naar de Klaverweide in Voorburg, waar de Fiat Scudo zich vervolgens bevindt van 13.44 uur tot 14.09 uur. Daarna rijdt de Fiat Scudo naar de Tubasingel in Rijswijk.93

2 september 2016

Het baken onder de Opel Vivaro verplaatst zich van Scheveningen richting de Klaverweide.94 Op de camerabeelden van de Klaverweide is om 06:46 uur te zien dat [medeverdachte 7] als bestuurder en [medeverdachte 10] als bijrijder uitstappen en naar de voorzijde van de woning van [bewoner] lopen. Uit de verdere beelden leiden de verbalisanten af dat door hen drie voorwerpen, vermoedelijk jerrycans, in de bus worden geladen.95

Daarna rijdt de Opel Vivaro naar de Naaldwijkseweg 67 in Wateringen. Gezien wordt dat [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] omstreeks 08:02 uur meerdere keren de loods in- en uitlopen. Ook [medeverdachte 5] is daar. [medeverdachte 7] laadt meerdere emmers in de bus en [medeverdachte 10] een gele Jumbo-tas. Te zien is ook dat [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] samen staan te praten. Na het vertrek van de bus spoelt [medeverdachte 5] de straat schoon.

Vervolgens wordt gezien dat de bus om 9:03 uur rijdt op de Kranenbrugweg in de richting van de Hellingweg. Om 09:11 uur wordt gezien dat het kiepraam van [adres] wordt geopend en om 9:15 uur wordt gezien dat de Opel Vivaro zonder inzittenden geparkeerd staat in de parkeergarage van de Hellingweg.96

5 september 2016

Ook deze dag verplaatst het baken onder de Opel Vivaro zich van Scheveningen richting Klaverweide en komt rond 07:03 uur op Klaverweide aan. Gezien wordt dat [medeverdachte 7] uitstapt, de tuin van [bewoner] inloopt en naar buiten komt met zware voorwerpen met vermoedelijk een vuilniszak erover heen. [medeverdachte 10] loopt achter hem aan. De schuifdeur van de bus gaat open en weer dicht en de bus rijdt weg.97

Om 07:45 uur wordt gezien dat de Opel Vivaro voor de loods aan de Naaldwijkseweg 67 te Wateringen geparkeerd staat. [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] komen in beeld. Om 08:47 wordt gezien dat buiten de loods vier emmers op de grond staan naast de Opel Vivaro. [medeverdachte 10] komt uit de loods en plaatst daar nog twee emmers bij. Hij draagt gele handschoenen. Gezien wordt dat [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] de zes witte emmers uit de loods meenemen in de bus. Ook hier is [medeverdachte 5] bij; hij staat met [medeverdachte 10] te praten terwijl de zes emmers tussen hen in op de grond staan.

Vervolgens wordt waargenomen dat de bus naar de Hellingweg rijdt. Daar gaan [medeverdachte 7] met vier witte emmers op een steekkarretje en [medeverdachte 10] met twee emmers in zijn handen, het portiek van [adres] binnen. Tien minuten later verlaten zij - [medeverdachte 7] met een lege steekkar en [medeverdachte 10] met een hond - de Hellingweg.98

6 september 2016

Om 07.00 uur komt [medeverdachte 9] in de Fiat Scudo de loods aan de Wattstraat 28H in Zoetermeer uit. [medeverdachte 8] verlaat om 07.05 uur de loods in de Peugeot Partner. Om 08.16 uur komt de Peugeot Partner met [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8] weer aan bij de loods. Daarop komt om 09.48 uur het arrestatieteam de loods in,99 waarna [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] in de loods worden aangehouden.100 Rond 10.00 uur is de Fiat Scudo in beslag genomen op de [adres] in Den Haag.101 In de Scudo stonden 28 jerrycans met restanten vloeistof. Een van die jerrycans genomen monsters, bevatte MDMA.102

Voertuigen

In zowel de Volvo met het kenteken [kenteken] , in gebruik bij [verdachte] , als de Opel Vivaro, in gebruik bij [medeverdachte 7] , is een heimelijke ruimte aangetroffen.103 Deze ruimte was kennelijk bedoeld om goederen uit het zicht te houden bij een controle. In zowel emmers die in de Opel Vivaro zijn aangetroffen als op de bodem van de geheime ruimte werden sporen aangetroffen die erop wezen dat drugs- dan wel drugsgerelateerde stoffen in die auto werden vervoerd.104

Voertuigbewegingen.

Uit de gegevens van de bakens onder de Opel Combo en de Fiat Scudo blijkt dat de Opel Combo in de periode van 25 maart 2016 tot en met 9 april 2016 negen keer in de Wattstraat in Zoetermeer is geweest en de Fiat Scudo in de periode van 25 mei 2016 tot en met 31 augustus 2016 negentien keer. Tevens blijkt uit de bakengegevens dat de voertuigen dan meestal eerst naar de Nieuweweg te Poeldijk dan wel naar de Westvlietweg te Den Haag waren gegaan. Ook blijkt dat de voertuigen ten minste tien keer na een bezoek aan de Wattstraat, naar de locatie Klaverweide te Voorburg zijn gereden.105

De Volkswagen Transporter heeft daarnaast in de periode 19 maart 2016 tot en met 8 juni 2016, vijf keer de loods aan de Westvlietweg aangedaan, waaraan twee keer een bezoek aan de containerterrein aan de Nieuweweg 57L te Poeldijk vooraf is gegaan en één keer een bezoek aan het containerbedrijf in Poeldijk, gevolgd door een bezoek aan de Linnewever.106 Verder is dit voertuig in die periode nog vier keer op de Linnewever geweest.107

De Volvo [kenteken] is in de periode van 19 april 2016 tot en met 29 juli 2016 zevenentwintig keer op de Hellingweg te Den Haag geweest en ook de Volkswagen Transporter is daar één keer geweest.108

De Opel Vivaro is sinds 12 juli 2016 tien keer op de Hellingweg gezien en de Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] , die op naam van [medeverdachte 7] stond en ook bij hem in gebruik was, vier keer.109

Tussenconclusie 2

Gelet op de hiervoor weergegeven observaties en bevindingen concludeert de rechtbank dat met betrekking tot de locaties sprake was van het navolgende patroon waarbij meerdere verdachten betrokken waren.

periode november 2015/begin 2016

De verdachte haalt bij [medeverdachte 3] goederen op die komen uit het laboratorium in De Lier en brengt deze naar de loods aan de Linnewever, een verwerkings- en opslaglocatie (twee keer) en de Westvlietweg, een opslaglocatie (één keer). Er was sprake van een nagellakremovergeur. Dit alles duidt er naar het oordeel van de rechtbank op dat de verdachte in De Lier chemicaliën heeft opgehaald en opgeslagen.

periode begin 2016 tot en met 6 september 2016

Na het oprollen van het laboratorium in De Lier, haalt de verdachte de chemicaliën bij [medeverdachte 1] op. Deze chemicaliën brengt hij steeds naar de opslaglocatie in Poeldijk.

Voorts constateert de rechtbank dat de verdachte, voordat hij contact legt met [medeverdachte 9] , de opslaglocatie in Poeldijk bezoekt. [medeverdachte 9] neemt vervolgens het voertuig van de verdachte mee naar het laboratorium aan de Wattstraat. De rechtbank leidt uit deze voertuigbewegingen af dat de verdachte chemicaliën ophaalt in Poeldijk en dat [medeverdachte 9] die overneemt en meeneemt naar de Wattstraat.

Als zijn voertuig uit de Wattstraat terugkeert gaat de verdachte met enige regelmaat direct door naar de Klaverweide, waar hij goederen aflevert bij [bewoner] . [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] halen goederen op bij [bewoner] en gaan daarna door naar de verwerkingslocatie aan de Naaldwijkseweg. Op deze locatie wordt MDMA-olie naar pure MDMA gekristalliseerd.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat op grond van de vervoerbewegingen van [medeverdachte 9] , de verdachte, [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] kan worden geconcludeerd dat [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] bij [bewoner] MDMA-olie ophalen die via [medeverdachte 9] uit het laboratorium in de Wattstraat komt en naar de Klaverweide is gebracht door de verdachte.

[medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] gaan van de Klaverweide naar de Naaldwijkseweg. Zij verblijven dan ongeveer een uur in de loods. Zij lopen in en uit en dragen emmers naar buiten. Op 5 september draagt [medeverdachte 10] daarbij gele handschoenen. De emmers worden in de Opel Vivaro gezet en vervolgens vervoeren [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] deze naar de Hellingweg.

Dit alles duidt er naar het oordeel van de rechtbank op dat [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7] de MDMA-kristallen in de vriezers op de Naaldwijkseweg oogsten en vervolgens de natte MDMA-kristallen ter droging naar de Hellingweg brengen.

Verder bezoekt de verdachte regelmatig de Hellingweg. Meermalen is gezien dat hij na korte tijd vertrekt met een (gele) bigshopper.

Zoals hiervoor al is vastgesteld, levert hij op 26 april 2016 MDMA in een gele

bigshopper aan [naam] . Volgens [naam] zijn aan deze levering vier à vijf leveringen vooraf gegaan. De rechtbank heeft, gelet ook op de hoeveelheid MDMA die bij [naam] is aangetroffen, geen reden om aan deze verklaring te twijfelen.

Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank ook op 18 april 2016 sprake geweest van een levering van MDMA door de verdachte. Het is juist dat tussen de aflevering van het gele tasje door de verdachte en het aantreffen van de gele Jumbo-tas met MDMA een aantal uur heeft gezeten. Het gaat echter, net als in Zevenaar, om grijze kristallen brokken MDMA verpakt in een gele Jumbo-tas. Voorts heeft de verdachte hierover niet willen verklaren, terwijl de omstandigheden dit, gegeven de omstandigheden, zonder meer van hem verwacht mocht worden.

Onder deze omstandigheden gaat de rechtbank ervan uit de verdachte MDMA afleverde die op de Wattstraat/Naaldwijkseweg/Hellingweg was vervaardigd. Ook anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat hierbij sprake was van verkoop. De enkele omstandigheid dat [naam] bij de feitelijke aflevering geen geld heeft overhandigd, rechtvaardigt niet de conclusie dat het hier ging om gratis leveringen.

Tussenconclusie 3

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan feit 1 (medeplegen van productie van/handel in MDMA/MDEA en feit 2 (medeplegen van voorbereidingshandelingen voor het vervaardigen van/handelen in MDMA).

De volgende vraag die de rechtbank heeft te beantwoorden is of daarbij sprake is geweest van een criminele organisatie.

Juridisch kader

Met een organisatie in de zin van de artikelen 140 Wetboek van Strafrecht wordt bedoeld een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat men moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is.
Naarmate samenwerking inniger en duurzamer is, zal eerder aan het vereiste van een samenwerkingsverband met een zekere structuur zijn voldaan. Voor duurzaamheid of bestendigheid is een zeker tijdsverloop van het samenwerkingsverband een aanwijzing. Daarnaast is vereist dat de organisatie het oogmerk moet hebben om misdrijven te plegen. Met het oogmerk wordt primair gedoeld op het naaste doel: datgene dat men zich als direct gewild voorstelt.Voor het bewijs van het oogmerk zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.

Vooropgesteld moet worden dat van deelneming aan een criminele organisatie slechts dan sprake kan zijn, indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk, dan wel deze gedragingen ondersteunt. Een deelnemingshandeling kan bestaan uit het (mede)plegen van enig misdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten, zolang van hiervoor bedoeld aandeel of ondersteuning kan worden gesproken. Voor deelneming is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Enig vorm van opzet op de door de organisatie concreet beoogde concrete misdrijven is niet vereist.

Als er op hoofdlijnen wordt gekeken naar wat er zich heeft afgespeeld in de periode van 11 augustus 2015 tot en met 6 september 2016, zijnde de begindatum van onderzoek Komma en de einddatum van de onderzoeken Trema en Punt, komt uit de hierboven weergegeven bewijsmiddelen het volgende beeld naar voren en kunnen de navolgende conclusies worden getrokken.

Samenwerking verdachte/ [medeverdachte 9] / [medeverdachte 8] / [medeverdachte 7] / [medeverdachte 6] / [medeverdachte 5]

De verschillende locaties, wat daar gebeurde, de voertuigbewegingen tussen die locaties en de respectievelijke transporten van chemicaliën en drugs, dienen in onderling verband te worden bezien. Het betreft in wezen één proces gericht op het vervaardigen en uiteindelijk verkopen van MDMA. Dit proces is opgeknipt en heeft plaatsgevonden op de verschillende locaties, waarbij verschillende personen betrokken zijn geweest. Feitelijk hebben zij naar het oordeel van de rechtbank samengewerkt in één organisatie, waarbij de verdachte de verbindende factor was. Dat zij elkaar niet allemaal kenden, maakt dat niet anders. Voor elk van hen was duidelijk dat zij een onderdeel uitmaakten van het vervaardigingsproces van MDMA. Dat betekent ook dat zij geweten moeten hebben dat hun bijdrage slechts één radertje was van een groter geheel. Een aanwijzing daarvoor vindt de rechtbank in het gegeven dat [medeverdachte 9] en [medeverdachte 10] samen op een foto staan en hoewel zij tijdens dit onderzoek niet samen in beeld zijn gekomen, elkaar dus kennelijk (toch) kenden.110

De organisatie is maandenlang op bovenstaande wijze actief geweest en er is aldus sprake van duurzaamheid. Uit het opknippen van het productieproces, zoals dat heeft plaatsgevonden, volgt verder dat er een verdergaande mate van structuur moet zijn geweest. Hoewel, vermoedelijk door het gebruik van pgp-telefoons, geen zicht is gekomen op de onderlinge communicatie tussen de deelnemers, kan het niet anders dan dat er steeds contact is geweest over bijvoorbeeld de tijdstippen van de verschillende ontmoetingen.

Samenwerking verdachte/ [medeverdachte 2] / [medeverdachte 1] / [kenteken] / [kenteken] / [medeverdachte 3]

Anders dan de officieren van justitie hebben betoogd, vormde de verdachte naar het oordeel van de rechtbank geen criminele organisatie met een of meer van deze personen. Niet gebleken is dat hij een rol heeft gehad bij de amfetamineproductie in het drugslaboratorium aan de Lierweg. Uit het dossier kan slechts worden afgeleid dat hij chemicaliën heeft overgenomen van [medeverdachte 3] , afkomstig uit de loods aan Lierweg. Vervolgens hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ten behoeve van de productie van synthetische drugs chemicaliën aan hem geleverd. Ook het contact tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] enerzijds en de verdachte anderzijds bestond uitsluitend uit de levering van die chemicaliën. Niets duidt op een samenwerkingsverband tussen hen drieën met betrekking tot de productie van MDMA dan wel met betrekking tot het handelen in strijd met artikel 2 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (Wvmc).

Tussenconclusie 4

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte, [medeverdachte 6] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 5] samen een criminele organisatie vormden die zich bezighield met het vervaardigen en afleveren van MDMA en de voorbereidingshandelingen daartoe. Dat betekent dat de rechtbank feit 9 in zoverre bewezen acht.

Wet voorkoming misbruik chemicaliën (Wvmc)

Aan de verdachte wordt zowel overtreding van Opiumwetbepalingen als overtreding van artikel 2 Wvmc juncto artikel 8 van de Verordening nr. 273/2004 (“de Verordening”) ten laste is gelegd. Daarom dient de rechtbank zich te beraden over de verhouding tussen enerzijds de Verordening en anderzijds de Opiumwet.

Artikel 2 van de Wvmc stelt strafbaar het in strijd handelen met voorschriften gesteld bij of krachtens (onder meer) artikel 8 van Verordening. In artikel 8 van de Verordening is bepaald dat de marktdeelnemers de bevoegde instanties onverwijld in kennis stellen van elk voorval, zoals ongewone orders voor of transacties met geregistreerde stoffen, dat erop kan wijzen dat deze in de handel te brengen stoffen wellicht worden misbruikt om verdovende middelen of psychotrope stoffen op illegale wijze te vervaardigen. Artikel 2 van deze Verordening houdt een aantal definities in, waarmee de reikwijdte van de regeling wordt bepaald. In sub a is een definitie opgenomen van een “geregistreerde stof”, waarbij wordt verwezen naar bijlage I bij de Verordening. In sub c is “in de handel brengen” gedefinieerd als: “elke levering, al dan niet tegen betaling, van geregistreerde stoffen in de Unie, dan wel, met het oog op de levering ervan in de Unie, de opslag, vervaardiging, productieverwerking, de handel, distributie of handelsbemiddeling in deze stoffen”. In sub d is “marktdeelnemer” gedefinieerd als: “elke natuurlijke of rechtspersoon die betrokken is bij het in de handel brengen van geregistreerde stoffen”. Met deze begrippen is het toepassingsbereik van artikel 8 van de Verordening en in zoverre ook artikel 2 Wvmc afgekaderd.

Onder artikel 2 respectievelijk 3 van de Opiumwet zijn onder B t/m D strafbaar gesteld het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben en vervaardigen van op de op lijst I (harddrugs) respectievelijk lijst II (softdrugs) vermelde middelen. Indien een persoon bij het plegen van deze strafbare feiten, een handeling verricht met geregistreerde stoffen als bedoeld in de Verordening, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de definities van “marktdeelnemer” en “in de handel brengen” als bedoeld in de Verordening, dat die persoon niet als een marktdeelnemer in de zin van de Verordening kan worden aangemerkt. De handelingen van die persoon met betrekking tot de geregistreerde stoffen zijn immers niet gericht op levering ervan maar op de verwerking. Op die persoon rust dan ook geen meldingsplicht als bedoeld in artikel 8 van de Verordening ten aanzien van die geregistreerde stoffen. Dat geldt dus ook voor het verwijt dat de verdachte in feit 3 wordt gemaakt, nu hij de chemicaliën heeft afgenomen ten behoeve van de vervaardiging van de MDMA.

Ook met betrekking tot de thans bewezenverklaarde criminele organisatie kan niet geoordeeld worden dat zij zich bezighield met het in de handel brengen van de geregistreerde stoffen en daarmee handelen in strijd met artikel 2 Wvmc.

Tussenconclusie 5

Van overtreding van de Wvmc (feit 3 en onderdeel feit 9) dient de verdachte te worden vrijgesproken.

[adres] Den Haag

Tijdens de doorzoeking op 6 september 2016 is in deze woning in een inbouwkast in de

overgang tussen achter(slaap)kamer en woonkamer aan de linkerzijde een bigshopper van Jumbo met een groot aantal pillen aangetroffen en een blender met restanten wit poeder.111

In totaal gaat het om 7.861 pillen en uit onderzoek van het NFI blijkt dat het gaat om MDMA.112 De restanten in de blender bevatten daarnaast cocaïne.113 In een kluis, aangetroffen in diezelfde inbouwkast aan de linkerzijde,114 zijn daarnaast 208 stuks 9mm Luger (9x19mm) patronen in de zin van categorie II WWM aangetroffen.115

In een inbouwkast in de overgang tussen achter(slaap)kamer en woonkamer aan de rechterzijde is onder een stapel kleding een vuurwapen aangetroffen.116 Het gaat hierbij om een semiautomatisch pistool Glock GmbH, model 19, kaliber 9x19mm. Dit is een vuurwapen in de zin van Categorie III sub 1 WWM. Daarnaast was sprake van 16 stuks volmantelpatronen, kaliber 9mm Luger (19x9mm) waarvan 5 stuks in magazijn en 1 los. Deze munitie kan met dit vuurwapen verschoten worden.117

Voorts is in een dressoir in de woonkamer een zakje met wit poeder aangetroffen.118 Uit het rapport van het NFI blijkt dat het hierbij gaat om 20 gram lidocaïne, een versnijdingsmiddel voor cocaïne.119

De woning werd gehuurd door [bewoner] . Hij heeft verklaard dat hij de hele woning twee weken voor de huiszoeking ter beschikking heeft gesteld aan de verdachte. De verdachte sliep in de achterkamer; dat was de enige slaapkamer. De aangetroffen goederen zijn niet van hem, aldus [bewoner] . Hij was erbij toen de politie de woning doorzocht en hij zag dat het vuurwapen uit de kast werd gehaald. In die kast had hij ruimte gemaakt voor de kleding van de verdachte en dat vuurwapen lag onder diens kleding, aldus nog steeds [bewoner] .120

De rechtbank heeft geen reden om aan de verklaring van [bewoner] te twijfelen. De verdachte heeft erkend dat hij sinds een paar weken voor zijn aanhouding als enige deze woning gebruikte. Verder waren de kasten waarin de goederen zijn aangetroffen vrij toegankelijk. Aan de ene kant lagen de pillen en de losse munitie in de kast en aan de andere kant de kluis met het vuurwapen en bijbehorende soortgelijke munitie.

De verdachte is daarnaast betrokken bij de productie van synthetische drugs en op een van de andere locaties (namelijk de Hellingweg) is naast vuurwapens soortgelijke munitie - 9 mm Luger (9x19mm) - aangetroffen.121 Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de verdachte deze goederen op de Driebergenstraat voorhanden heeft gehad.

Tussenconclusie 6

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank feit 4, feit 6 en feit 8 wettig en overtuigend bewezen.

Zoals hiervoor al overwogen, is de verdachte regelmatig op de Hellingweg geweest en meermalen is waargenomen dat hij de Hellingweg verliet met een grote gevulde

Jumbo-bigshopper. Daarbij gaat het naar het oordeel van de rechtbank om MDMA. Dit gegeven is op zichzelf echter onvoldoende om te kunnen oordelen dat hij feitelijk ook de beschikking kon hebben over de daar op 6 september 2014 aangetroffen cocaïne en de wapens en munitie. Ander bewijs dat [verdachte] over deze goederen de beschikking had, bevat het dossier niet.

Tussenconclusie 7

Gelet op het voorgaande dient vrijspraak te volgen voor feit 5 en feit 7.

Eindconclusie

Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat [verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan de feiten 1,2, 4, 6, 8 en 9 op de wijze als hierna vermeld.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte:

1.

in de periode van 01 januari 2016 tot en met 6 september 2016 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervaardigd en heeft bereid en bewerkt en verwerkt en verkocht en afgeleverd en vervoerd, hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en/of MDEA, zijnde MDMA en MDEA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

in de periode van 16 november 2015 tot en met 6 september 2016 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van MDMA en/of MDEA, zijnde MDMA en/of MDEA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen

- een hoeveelheid chemicaliën (onder andere aceton en/of mierenzuur), in elk geval chemicaliën bestemd voor de productie van synthetische drugs en

- destillatie-opstellingen en

- kristalisatie-opstellingen en

- een reactieketel en

- materiaal (vaten en jerrycans)

voorhanden heeft gehad,

waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;

4.

op 06 september 2016 te 's-Gravenhage (op het adres [adres] )

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 7.834 tabletten MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

6.

op 06 september 2016 te 's-Gravenhage om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

- een hoeveelheid versnijdingsmiddel (lidocaïne) en

- een blender,

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;

8.

op 06 september 2016 te ’s-Gravenhage een wapen van categorie III, te weten een Glock kaliber 9x19mm en munitie van categorie III, te weten 16 en 208 patronen voorhanden heeft gehad;

9.

in de periode van 16 november 2015 tot en met 6 september 2016 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, welke organisaties tot oogmerk hadden het plegen van misdrijven, te weten:

- het vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van MDMA

en

- het plegen van voorbereidingshandelingen voor het vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van MDMA

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de volgende omstandigheden. De verdachte was slechts een chauffeur; hij had een ondergeschikte rol. De straf dient daarom een stuk lager uit te vallen. Daarbij heeft hij verwezen naar aan aantal uitspraken (ECLI:NLGHSHE:2017:4835, ECLI:NL:RBOBR:2018:19, ECLI:NL:RBZWB:2018:5152).

Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat hij zijn leven nu aardig op de rit heeft. Hij heeft zelfstandig hulp gezocht bij De Waag. Inmiddels gaat het goed met zijn bedrijf. Zijn schulden zijn bijna afbetaald. Het gaat ook goed met zijn relatie. Deze zaak en vooral het feit dat hij heeft vastgezeten, heeft negatieve gevolgen gehad voor zijn kinderen. De raadsman heeft daarnaast gewezen op het tijdsverloop.

De verdediging heeft primair bepleit om aan de verdachte een (deels voorwaardelijke) straf op te leggen waarvan de duur (van het onvoorwaardelijke strafdeel) maximaal gelijk is aan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, eventueel in combinatie met een taakstraf. Subsidiair heeft de verdediging bepleit om aan de verdachte in ieder geval een gevangenisstraf van minder lange duur op te leggen dan de officieren van justitie hebben geëist zodat de verdachte nog uitzicht heeft op een toekomst met zijn gezin.

Ten slotte heeft de verdediging verzocht om de voorlopige hechtenis op te heffen dan wel de voorlopige hechtenis opnieuw te schorsen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich samen met anderen en als lid van een criminele organisatie schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de productie van onder meer MDMA en het daadwerkelijke produceren ervan en de verkoop aan derden. Het spreekt voor zich dat een organisatie die dit soort misdrijven pleegt een ernstige en ontoelaatbare ondermijning van de rechtsorde betekent. Hiertegen dient dan ook hard te worden opgetreden.

Het is algemeen bekend dat verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen en gebruikers hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag bekostigen, waardoor ook schade en overlast wordt toegebracht aan anderen. Van de productie en handel in verdovende middelen is bovendien algemeen bekend dat dit steeds meer gepaard gaat met andere, ook zwaardere vormen van criminaliteit. Daarnaast mag niet onvermeld blijven dat de uitvoer van drugs de negatieve beeldvorming van Nederland in het buitenland op het gebied van haar drugsbeleid versterkt. Ook leidt de productie van synthetische drugs tot chemisch afval, dat vaak wordt gedumpt in de natuur of in woonwijken of het wordt gelost in het water, met alle schade, overlast en gevaren van dien. De verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken en heeft kennelijk enkel gehandeld uit eigen financieel gewin.

De verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank niet in volle omvang de (leidinggevende) rol gehad die de officieren van justitie hem toedichten. Zijn rol is echter niet terug te brengen tot die van de simpele chauffeur, zoals de verdediging heeft betoogd. Alles overziende heeft hij heeft naar het oordeel van de rechtbank een essentiële rol gehad binnen de organisatie. Hij kocht de chemicaliën in en sloeg ze op. Hij leverde ze aan voor het laboratorium in de Wattstraat en vervolgens haalde hij hetgeen daar geproduceerd was, weer op en bracht dat naar de Klaverweide. Daarna zorgden [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] voor de verdere verwerking. Ook daarna was de verdachte actief en had hij een belangrijke rol want hij haalde de MDMA op bij de Hellingweg en leverde die aan anderen.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van een vuurwapen en 224 patronen, hetgeen, zeker in het licht van zijn criminele activiteiten, zorgwekkend is en gevaar zettend voor de veiligheid van personen.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 9 augustus 2018, waaruit blijkt dat hij eerder met politie en justitie in aanraking is geweest ook voor Opiumwetdelicten. Dit betreft echter hennep en is al van langer geleden. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De rechtbank is - alles afwegende - van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank ziet geen aanleiding een deel van deze straf voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank heeft de ogen niet gesloten voor de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, maar is van oordeel dat deze ten opzichte van al hetgeen hiervoor is overwogen onvoldoende gewicht in de schaal leggen om tot een andere strafoplegging te komen.

De rechtbank ziet in het tijdsverloop geen aanleiding een lagere straf op te leggen. Het omvangrijke dossier, de vele medeverdachten met hun raadslieden en de te verwachten duur van de inhoudelijke behandeling, maken dat die inhoudelijke behandeling niet eenvoudig te plannen was. Van een overschrijding van de redelijke termijn is in onder deze omstandigheden in het geheel geen sprake.


De rechtbank ziet, voor wat betreft de voorlopige hechtenis, geen aanleiding om anders te beslissen dan op de zitting van 31 mei 2017, namelijk dat de schorsing van de voorlopige hechtenis zal eindigen op de datum van de einduitspraak. Voor die beslissing was immers redengevend de tijd die naar verwachting nog zou verstrijken totdat de strafzaak inhoudelijk zou worden behandeld. Dat element speelt thans geen rol meer. Bij een afweging van de thans nog geldende persoonlijke belangen van de verdachte enerzijds en de strafvorderlijke belangen anderzijds, wegen de strafvorderlijke belangen zwaarder dan de persoonlijke belangen van verdachte. De ernstige bezwaren en gronden zijn nog onverkort aanwezig, zodat het bevel tot voorlopige hechtenis niet zal worden opgeven.

7 De inbeslaggenomen goederen

7.1

De inhoud van de beslaglijst

De beslaglijst bevat zes voorwerpen, genummerd 1 (een bestelauto van het merk Fiat Scudo), 2 (een kluis en een cijferslot), 4 (€ 60,00), 5 (€ 489,00) en 6 (€ 70,00).

7.2

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1 genummerde voorwerp (een bestelauto van het merk Fiat Scudo) en de onder 4 (€ 60,00), 5 (€ 489,00) en 6 (€ 70,00) genummerde geldbedragen zullen worden verbeurdverklaard en dat de onder 2 (een kluis en een cijfercodeslot) genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de inbeslaggenomen Fiat Scudo gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en verder aangegeven dat de verdachte afstand doet van de op de beslaglijst vermelde kluis en geldbedragen omdat deze voorwerpen niet van hem zijn.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten een bestelauto van het merk Fiat Scudo, verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met behulp van dit voorwerp de onder 1, 2 en 9 bewezenverklaarde feiten zijn begaan of voorbereid.

Het onder 5 genummerd geldbedrag ter hoogte van 489,00 euro is op 6 september 2016 aangetroffen in de woning gelegen aan de [adres] te ’s-Gravenhage. De verdachte heeft op 6 september 2016 tegenover de politie verklaard dat hij sinds een paar weken in die woning sliep en dat hij sinds een paar weken als enige gebruik maakt van die woning. Gelet op die verklaring concludeert de rechtbank dat dit geldbedrag aan de verdachte toebehoort. Op basis van de omstandigheden dat de verdachte geen verklaring omtrent dit geldbedrag heeft afgelegd, niet is gebleken dat de verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten een legale bron van inkomsten had en de door de verdachte begane opiumfeiten doorgaans worden gepleegd vanwege het lucratieve karakter daarvan, concludeert de rechtbank dat de verdachte dit geld geheel of grotendeels door middel van de bewezenverklaarde strafbare feiten heeft verkregen. De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 5 genummerde geldbedrag van 489,00 euro dan ook verbeurdverklaren.

Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerpen, te weten een kluis en een cijfercodeslot.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting en het dossier kan met betrekking tot de op de beslaglijst onder 4 en 6 genummerde geldbedragen niet worden vastgesteld waar en/of bij wie deze geldbedragen in beslag zijn genomen. Om die reden kan geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt. De rechtbank zal daarom de bewaring van deze geldbedragen ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en bijkomende straf zijn gegrond op de artikelen:

- 33, 33 a, 47, 55, 57, 63 en 140 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10 en 10a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding onder 3, 5 en 7 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 4, 6, 8 en 9 tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feiten 2 en 6:

telkens: medeplegen om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

ten aanzien van feit 4:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 8

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

ten aanzien van feit 9

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

verklaart verbeurd het op het beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten: 1 STK Bestelauto 00VZZ5 FIAT Scudo 2009 getaxeerd op € 4.500,- en het op de beslaglijst onder 5 genummerde geldbedrag, te weten 489,00 euro;

gelast de teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerpen, te weten een zwarte kluis en een cijfercodeslot;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de op de beslaglijst onder 4 en 6 genummerde geldbedragen, te weten: 60,00 euro en 70,00 euro.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.A.G.M. van Rens, voorzitter,

mr. D.E. Alink, rechter,

mr. E.M.A. Vinken, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.M.Th. Boeter, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 december 2018.

Bijlage A

Tekst tenlastelegging

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2016 tot en met 6 september 2016 te 's-Gravenhage en/of Voorburg en/of Wateringen (gemeente Westland) en/of Zoetermeer en/of De Lier (gemeente Westland) en/of Poeldijk en/of Rijswijk, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft vervaardigd en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende metamfetamine en/of amfetamine en/of MDMA en/of MDEA, (onder andere 171,6 kg MDMA en/of 60 kg MDMA en/of 9 kg metamfetamine) zijnde metamfetamine en/of amfetamine en/of MDMA en/of MDEA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op een (of meer) tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 16 november 2015 tot en met 6 september 2016 te 's-Gravenhage en/of Zoetermeer en/of Voorburg en/of Wateringen (gemeente Westland) en/of De Lier (gemeente Westland) en/of Poeldijk en/of Rijswijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van metamfetamine en/of amfetamine en/of MDMA en/of MDEA, in elk geval een van een materiaal bevattende metamfetamine en/of amfetamine en/of MDMA en/of MDEA, zijnde metamfetamine en/of amfetamine en/of MDMA en/of MDEA, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

- een hoeveelheid chemicalien (onder andere aceton en/of mierenzuur), in elk geval chemicalien bestemd voor de productie van synthetische drugs en/of

- een of meer destillatie-opstelling(en) en/of

- een of meer kristalisatie-opstelling(en) en/of

- een reactieketel en/of

- materiaal (oa vaten en/of jerrycans en/of koolstoffilter(s)) en/of

- ongeveer 171 kg, in elk geval een (grote) hoeveelheid MDMA (in ruwe vorm)

voorhanden heeft gehad,

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

3.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 16 november 2015 tot en met 6 september 2016 te 's-Gravenhage en/of Zoetermeer en/of Voorburg en/of Wateringen (gemeente Westland) en/of De Lier (gemeente Westland), althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als marktdeelnemer, de bevoegde instanties opzettelijk niet in kennis heeft gesteld van (een) voorval(len) met betrekking tot geregistreerde stoffen, dat/die er op wijst/wijzen of kan/kunnen wijzen, dat deze in de handel te brengen geregistreerde stoffen wellicht misbruikt zullen worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk een (grote) hoeveelheid PMK en/of aceton en/of zoutzuur (bestemd voor de productie van synthetische drugs) verkocht en/of geleverd en/of vervoerd;

4.

hij op of omstreeks 06 september 2016 te 's-Gravenhage (op het adres [adres] )

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 7834 tabletten MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

hij op of omstreeks 06 september 2016 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2594 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

6.

hij op of omstreeks 06 september 2016 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van cocaine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

- een (grote) hoeveelheid versnijdingsmiddel (onder andere inositol en/of lidocaine) en/of

- een blender,

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

7.

hij op of omstreeks 06 september 2016 te ‘s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie II en/of III, te weten een (dubbelloops) hagelgeweer en/of handvuurwapen (9mm) en/of een of meer handgrana(a)t(en) en/of een automatisch vuurwapen (zastava), en/of een hoeveelheid munitie van categorie II, te weten 13 stuks armor piercing en brandstichtende patronen en/of een hoeveelheid munitie van categorie III, te weten 90 en/of 15 patronen van 9mm en/of 13 patronen (hagelgeweer) en/of 101 patronen (automatisch geweer) en/of 9 patronen van DAG 19mm en/of 17 patronen van 6.35mm voorhanden heeft gehad;

8.

hij op of omstreeks 06 september 2016 te ’s-Gravenhage een of meer wapens van categorie III, te weten een Glock kaliber 9x19mm, en/of munitie van categorie III, te weten 16 en/of 208 patronen, voorhanden heeft gehad;

9.

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2015 tot en met 6 september 2016 te ‘s-Gravenhage en/of Voorburg (gemeente Leidschendam-Voorburg) en/of Zoetermeer en/of Wateringen (gemeente Westland) en/of Poeldijk (gemeente Westland) en/of De hier (gemeente Westland) en/of Rijswijk en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan organisaties, bestaande uit samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen, welke organisaties tot oogmerk hadden het plegen van misdrijven, te weten:

- “ het vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van MDMA en/of MDEA en/of amfetamine en/of metamfetamine (artikel 2 en/of 10 Opiumwet) en/of

- “ het plegen van voorbereidingshandelingen voor het vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van MDMA en/of MDEA en/of amfetamine en/of metamfetamine (artikel l0a Opiumwet) en/of

- “ het als marktdeelnemer, de bevoegde instanties opzettelijk niet in kennis stellen van (een) voorval(len) met betrekking tot geregistreerde stoffen, dat/die er op wijst/wijzen of kan/kunnen wijzen, dat deze in de handel te brengen geregistreerde stoffen wellicht misbruikt zullen worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit:  de pagina’s van het proces-verbaal van het onderzoek Trema/DHRAA16009, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen en de daarbij gevoegde zaaksdossiers: Berkel, Beslagdossier onderzoek “Trema” Locatie Q, Driebergenstraat, Hellingweg, Hellingweg-I, Klaverweide, Linnewever, Linnewever-I, Linnewever-II, Nieuweweg, Nieuweweg-I, Naaldwijkseweg, Naaldwijkseweg-I, S80, Scudo, Vivaro, Westvlietweg, Westvlietweg-I, Westvlietweg-III, Zevenaar en Zevenaar-I  de pagina’s van het proces-verbaal van het onderzoek Punt/DHRAA16023, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen en de daarbij gevoegde zaaksdossiers: Punt, Punt-I, Punt-II en Algemeen Dossier Punt-I, Persoonsdossier [medeverdachte 8] Punt en Persoonsdossier [medeverdachte 9] Punt  de pagina’s van het proces-verbaal van het onderzoek Komma/DHRAA15045, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen en de daarbij gevoegde zaaksdossiers: Algemeen Dossier Komma, Komma en Lierweg

2 Zaaksdossier Lierweg, p. 532

3 Zaaksdossier Lierweg, p. 533-540, 245-261

4 Zaaksdossier Linnewever-I, p.194

5 Zaaksdossier Linnewever-I, p. 196-198 en zaaksdossier Linnewever-II, p. 275- 276

6 Zaaksdossier Nieuweweg-I, p. 530-531

7 Zaaksdossier Nieuweweg-I, p.545

8 Zaaksdossier Nieuweweg-I, p.532

9 Zaaksdossier Westvlietweg, p. 128-130

10 Zaaksdossier Westvlietweg-I, p. 231 en 233

11 Zaaksdossier Westvlietweg, p. 134

12 Zaaksdossier Westvlietweg-III, p. 303

13 Zaaksdossier Punt, p. 239

14 Zaaksdossier Punt-I, p. 430

15 Zaaksdossier Punt-I, p. 438-447

16 Zaaksdossier Naaldwijkseweg, p. 184-188

17 Zaaksdossier Naaldwijkseweg-I, p. 296-297

18 Zaaksdossier Hellingweg, p. 703

19 Zaaksdossier Hellingweg-I, p 1500-1505 en 1529-1530

20 Zaaksdossier Lierweg, p. 410-412

21 Zaaksdossier Algemeen Dossier Komma, p. 40-42

22 Zaaksdossier Lierweg, p. 411-412

23 Zaaksdossier Algemeen Dossier Komma, p. 51-52

24 Zaaksdossier Lierweg, p. 411-412

25 Zaaksdossier Linnewever, p. 71

26 Zaaksdossier Nieuweweg, p. 399-404

27 Zaaksdossier Nieuweweg, p. 178

28 Zaaksdossier Algemeen Dossier Komma, p. 18

29 Zaaksdossier Lierweg, p. 697-708

30 Zaakddossier Lierweg, p. 701

31 Zaaksdossier Lierweg, p. 227-228

32 Zaaksdossier Lierweg, p. 304-305

33 Zaaksdossier Lierweg, p. 304

34 Zaaksdossier Lierweg, p. 208-209

35 Zaaksdossier Algemeen Dossier Komma, p. 98-99 en 122-123

36 Zaaksdossier Komma, p. 411-413

37 Zaaksdossier Nieuweweg, p 390-391, 407-408, 385-386 en 91-93

38 Zaakdsdossier Lierweg, p. 978

39 Zaaksdossier Lierweg, p. 977

40 Zaaksdossier Nieuweweg, p. 65-66

41 Zaaksdossier Punt-II, p. 479-484 en 498-499

42 Zaaksdossier Nieuweweg, p. 103-112

43 Zaaksdossier Nieuweweg, p. 103-112

44 Zaaksdossier Algemeen Dossier Punt-I, p. 197

45 Zaaksdossier Punt, p. 276

46 Zaaksdossier Westvliegweg, p. 97-100

47 Zaaksdossier Nieuweweg, p. 65-66

48 Zaaksdossier Westvliegweg, p. 97-100

49 Zaaksdossier Algemeen Dossier Komma, p. 100 en 124-125

50 Zaaksdossier Nieuweweg, p. 414

51 Zaaksdossier Nieuweweg, p. 63-64

52 Zaaksdossier Nieuweweg, p. 418-420

53 Zaaksdossier Punt, p. 76

54 Zaaksdossier Westvlietweg, p. 111-112

55 Zaaksdossier Berkel, p. 131, 133-134

56 Zaaksdossier Berkel, p. 137-139

57 Zaaksdossier Hellingweg, p. 227

58 Zaaksdossier Nieuweweg, p. 146-147

59 Zaaksdossier Hellingweg, 77-81

60 Zaaksdossier Zevenaar, p. 41

61 Zaaksdossier Zevenaar-I, p. 105-106

62 Zaaksdossier Zevenaar-I, p. 131-132

63 Zaaksdossier Zevenaar-I, p. 133-134

64 Zaaksdossier Zevenaar, p. 78-79, 88-89 en zaaksdossier Zevenaar-I, p. 137

65 Zaaksdossier Klaverweide, p. 32-33

66 Zaaksdossier Klaverweide, p. 34-43

67 Zaaksdossier Punt-II, p. 519 en p. 529

68 Zaaksdossier Klaverweide, p. 34-43 en zaaksdossier Hellingweg, p. 265-269 en p. 343-344

69 Zaaksdossier Klaverweide, p. 55

70 Zaaksdossier Klaverweide, p. 33, 40

71 Zaaksdossier Klaverweide, p. 188

72 Zaaksdossier Klaverweide, p.184 en 188 en zaaksdossier Hellingweg, p. 343-344

73 Zaaksdossier Klaverweide, p. 65

74 Zaaksdossier Punt-II, p. 519 en 530

75 Zaaksdossier Klaverweide, p. 62-64

76 Zaaksdossier Punt-II, p. 532

77 Zaaksdossier Nieuweweg, p. 319

78 Zaaksdossier Klaverweide, p. 61

79 Proces-verbaal van bevindingen, documentcode 201810062014 van 6 oktober 2018 (ongenummerd).

80 Zaaksdossier Punt-II, p. 519 en 533

81 Proces-verbaal van bevindingen, documentcode 201810062014 van 6 oktober 2018 (ongenummerd).

82 Zaaksdossier Klaverweide, p. 59-60

83 Zaaksdossier Hellingweg, p. 319

84 Zaaksdossier Punt-II, p. 519 en 535

85 Zaaksdossier Punt, p. 303-305 en zaaksdossier Punt-II, p. 519 en 536

86 Zaaksdossier Punt-II, p. 519 en 536

87 Zaaksdossier Hellingweg, p. 490

88 Zaaksdossier Hellingweg, p. 327

89 Zaaksdossier Punt-II, p. 519 en 544

90 Zaaksdossier Punt, p. 233-235

91 Zaaksdossier Punt-II, p. 519 en 544

92 Zaaksdossier Punt, p. 233-235

93 Zaaksdossier Punt-II, p. 519 en 544

94 Zaaksdossier Klaverweide, p. 97

95 Proces-verbaal van bevindingen, documentcode 201810111631, overgelegd ter terechtzitting van 16 oktober 2018, p. 1-3

96 Zaaksdossier Klaverweide, p. 98

97 Proces-verbaal van bevindingen, documentcode 201810111631, overgelegd ter terechtzitting van 16 oktober 2018, p. 3-4

98 Zaaksdossier Klaverweide, p. 122

99 Zaaksdossier Punt-II, p. 519 en 546

100 Zaaksdossier Persoonsdossier [medeverdachte 9] Punt, p. 9 en zaaksdossier Persoonsdossier [medeverdachte 8] Punt, p. 9

101 Zaaksdossier Beslagdossier onderzoek “Trema” Locatie Q, p. 959

102 Zaaksdossier Scudo, p. 52-54

103 Zaaksdossier S80, p. 45 en zaaksdossier Vivaro, p. 14

104 Zaaksdossier Vivaro, p. 14.-15

105 Zaaksdossier Punt, p. 303-305.

106 Zaaksdossier Westvlietweg, p. 126

107 Zaaksdossier Linnewever-II, p. 233

108 Zaaksdossier Hellingweg, p. 229-230

109 Zaaksdossier Hellingweg, 1241-1244

110 Zaaksdossier Punt, p. 285-302

111 Zaaksdossier Driebergenstraat, p. 7, 106-107 en proces-verbaal bevindingen legenda [adres] , door de officieren van justitie overgelegd ter zitting van 16 oktober 2018, p. 3

112 Zaaksdossier Driebergenstraat, p. 95-97, 106, 122 en 126

113 Zaaksdossier Driebergenstraat, p. 126

114 Proces-verbaal bevindingen legenda [adres] , door de officieren van justitie overgelegd ter zitting van 16 oktober 2018, p. 3

115 Zaaksdossier Driebergenstraat, p. 131-132

116 Proces-verbaal bevindingen legenda [adres] , door de officieren van justitie overgelegd ter zitting van 16 oktober 2018, p. 5

117 Zaaksdossier Driebergenstraat, p. 91

118 Proces-verbaal bevindingen legenda [adres] , door de officieren van justitie overgelegd ter zitting van 16 oktober 2018, p. 1

119 Zaaksdossier Driebergenstraat, p. 116, 129

120 Zaaksdossier Driebergenstraat, p. 135, 137

121 Zaaksdossier Hellingweg, p. 468-470