Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:13985

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-11-2018
Datum publicatie
29-11-2018
Zaaknummer
C/09/561545 / JE RK 18-2223
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging uithuisplaatsing gesloten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd & Bopz

Zaaksgegevens: C/09/561545 / JE RK 18-2223

Datum uitspraak: 9 november 2018

Beschikking van de kinderrechter

Machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp

in de zaak naar aanleiding van het op 12 oktober 2018 ingekomen verzoek van:

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),

betreffende:

- [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. I. Aardoom-Fuchs te Gouda.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vrouw]

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J. de Koning te Lisse.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoek;

- de instemmingsverklaring van 26 oktober 2018 van een gedragswetenschapper als bedoeld

in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren

heeft onderzocht.

Op 9 november 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:

- de heer [A] , namens de gecertificeerde instelling;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. J. de Koning;
- [minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat, mr. I. Aardoom-Fuchs.

Feiten

- De moeder is belast met het ouderlijk gezag.

- [minderjarige] verblijft feitelijk bij crisisgroep [verblijfplaats] te Alphen aan den Rijn.

- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 september 2018 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 26 september 2018 tot 25 juni 2019 en een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in het [behandeltraject] traject van Horizon of een andere accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, van
24 september 2018 tot 25 juni 2019. Het verzoek om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven is bij diezelfde beschikking afgewezen.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige] toe te voegen.

Verzoek

Het verzoek strekt tot machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de periode van drie maanden. De gecertificeerde instelling heeft het volgende aan het verzoek ten grondslag gelegd. [minderjarige] zou, na een gesloten plaatsing bij de Midgaard, starten bij het traject van [behandeltraject] . Een stap vanuit de geslotenheid naar een KTC werd te groot gevonden voor haar.
Op 7 september 2018 is [minderjarige] gestart bij [behandeltraject] . De kinderrechter heeft een verzoek tot het verlenen van een nieuwe machtiging gesloten in september 2018 niet toegewezen, omdat er te weinig gronden waren voor een gesloten plaatsing. Voor een plaatsing bij [behandeltraject] is echter een machtiging voor een opname in een gesloten setting vereist. Door de afwijzende beslissing moest [minderjarige] per direct weg bij [behandeltraject] en is haar traject abrupt tot een einde gekomen, terwijl [minderjarige] binnen dit traject nog veel te leren had. Deze abrupte verandering bracht veel onrust en stress met zich mee. Zij kwam terecht op de crisisgroep [verblijfplaats] . [minderjarige] viel hier terug in oude patronen. Zij trekt daar volledig haar eigen plan, zorgt voor een negatieve sfeer binnen de groep, speelt volwassenen tegen elkaar uit en stookt andere jongeren op. [minderjarige] wil graag naar een KTC buiten Gouda. De gecertificeerde instelling, Horizon en de moeder denken dat zij haar daar niet zullen aannemen, gezien het gedrag dat zij laat zien op de open groepen. [minderjarige] heeft daarom ingestemd met het vervolgen van het traject [behandeltraject] , waar er momenteel plek voor haar is. [minderjarige] vertoont zelfbepalend en riskant gedrag en is impulsief. Zij dient verdere therapie te krijgen voor haar emotieregulatie. [minderjarige] heeft voorts moeite met het zelfstandig oplossen van conflicten en is makkelijk beïnvloedbaar. Binnen drie maanden bij [behandeltraject] kan [minderjarige] de volgende stappen zetten, zodat zij hierna wel klaar is voor een vervolgplek. De gecertificeerde instelling wil voorkomen dat zij opnieuw in Midgaard moet worden geplaatst.

Mr. Aardoom-Fuchs heeft, namens [minderjarige] , ingestemd met het verzochte. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat, hoewel aan de wettelijke criteria voor een opname in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp niet is voldaan, het in het belang van [minderjarige] is om het traject bij [behandeltraject] voort te zetten. Een langer verblijf bij Pan – een crisislocatie – is geen goed alternatief. [minderjarige] is door de overplaatsing overspannen geraakt en zij komt niet meer toe aan haar schoolwerk. De raadsvrouw heeft voorts benadrukt moeite te hebben met het beleid van [behandeltraject] om – kennelijk louter vanwege financiële redenen – geen kinderen toe te laten zonder machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.

Mr. De Koning heeft, namens de moeder, eveneens ingestemd met het verzochte.

Beoordeling

De kinderrechter overweegt dat bij beschikking van 24 september 2018 een machtiging is verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in het [behandeltraject] traject, waar zij reeds verbleef, of een andere accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Het verzoek om een machtiging te verlenen voor een gesloten accommodatie is bij diezelfde beschikking afgewezen, omdat [minderjarige] binnen het [behandeltraject] feitelijk alle vrijheden had en zich niet aan hulpverlening onttrok, waardoor niet aan de wettelijke criteria werd voldaan. Hoewel uit de overwegingen van de kinderrechter onmiskenbaar volgt dat een plaatsing in het [behandeltraject] traject werd beoogd als tussenstop voor een plaatsing in een kamertrainingscentrum, heeft [minderjarige] [behandeltraject] moeten verlaten omdat de door [behandeltraject] als voorwaarde gestelde machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp niet was verleend door de kinderrechter. [minderjarige] is ten gevolge van deze abrupte overplaatsing opnieuw in oude patronen vervallen; zij vertoont zelfbepalend gedrag en zorgt voor een negatieve sfeer op de groep. Haar schoolprestaties hebben voorts geleden onder deze ontwikkelingen. De kinderrechter acht het zeer zorgelijk dat het belang van [minderjarige] kennelijk heeft moeten wijken voor het beleid van [behandeltraject] om geen kinderen zonder machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp aan te nemen, terwijl de vrijheden dusdanig zijn dat feitelijk niet meer van geslotenheid kan worden gesproken. De kinderrechter ziet echter voldoende reden om thans een machtiging te verlenen zoals verzocht. De gedragsproblemen die [minderjarige] momenteel vertoont afgezet tegen de resultaten die bij [behandeltraject] werden geboekt, laten zien dat een gefaseerde overgang naar een kamertrainingscentrum via het [behandeltraject] -traject noodzakelijk is. Om dit traject voor [minderjarige] te waarborgen zal de kinderrechter een gesloten machtiging verlenen die uitsluitend bij [behandeltraject] mag worden ten uitvoer gelegd.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, van de Jeugdwet, van 9 november 2018 tot 9 februari 2019;

bepaalt dat de machtiging uitsluitend ten uitvoer mag worden gelegd in het [behandeltraject] -traject van Horizon.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2018 door mr. drs. J.J. Peters, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.G. Nuboer als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 november 2018.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.