Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:13973

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-11-2018
Datum publicatie
27-12-2018
Zaaknummer
NL18.20207
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

buitenbehandelingstelling niet volledige aanvraag (model M 35-O)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.20207


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.M. van Duren).


Procesverloop
Bij besluit van 29 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die op 2 juli 2018 is ingediend, buiten behandeling gesteld.


Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.20208, plaatsgevonden op 15 november 2018. Eiser is niet in persoon verschenen, doch heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is volgens zijn eigen verklaring geboren op [geboortedatum] 1989 en van

Sri Lankaanse nationaliteit.

Op 30 maart 2017 heeft eiser een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zoals bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (de Vw 2000), ingediend.

De afwijzing van deze aanvraag is in rechte vast komen te staan met de uitspraak van

30 januari 2018 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).

2. Op 2 juli 2018 heeft eiser het formulier “Kennisgeving Tweede of volgende asielaanvraag” ingevuld. Dit is het model M35-O, bedoeld in paragraaf C1/2.9 van de Vreemdelingencirculaire 2000. In dit formulier zijn (eventuele) redenen voor het opnieuw indienen van een asielaanvraag genoemd, die de vreemdeling kan aankruisen, en is bij elke van die redenen aangegeven welke gegevens/bewijsmiddelen met het formulier dienen te worden overgelegd.

Eiser heeft op het formulier als redenen voor het indienen van de onderhavige aanvraag aangekruist “Nieuwe documenten bewijsmiddelen” en “Nieuwe gebeurtenissen/informatie”.

Bij “Nieuwe documenten bewijsmiddelen” heeft eiser vermeld “Foto’s vader” en bij “Nieuwe gebeurtenissen/informatie” heeft eiser vermeld “Rapport IMMO (volgt)”.

3. Op 17 oktober 2018 heeft verweerder een voornemen uitgebracht om de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat er geen volledige aanvraag is ingediend. In het voornemen is uiteengezet welke, in het formulier vermelde, gegevens eiser verzuimd heeft in te dienen. Tevens is eiser een termijn van één week verleend om hetgeen ontbreekt over te leggen en is erop gewezen dat de aanvraag buiten behandeling kan worden gesteld indien de ontbrekende gegevens niet tijdig zijn ingediend.

4. Op 23 oktober 2018 heeft eiser een zienswijze ingediend en daarbij een concept-rapport van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO), van een op 20 juni 2018 verricht onderzoek, overgelegd. Eiser heeft aangegeven dat dat rapport als novum dient te gelden en dat een definitieve versie nog volgt.

5. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000.

6. Eiser heeft in beroep, samengevat, het volgende aangevoerd.

Verweerder is er aan voorbij gegaan dat de asielprocedure er zo op is ingericht dat alle aspecten van de aanvraag bij een gehoor in persoon aan de orde kan komen. De thans gehanteerde handelwijze van verweerder vloeit voort uit de vrees dat eiser opnieuw bescherming heeft gevraagd, terwijl dit enkel is ingegeven door de behoefte aan opvang. Dit kan en mag natuurlijk nimmer de bedoeling zijn. De zorgvuldigheid is hier ernstig in het geding.

7. De rechtbank overweegt als volgt.

De Afdeling heeft in haar uitspraak van 28 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2098, overwogen dat van een opvolgende asielaanvraag sprake is als het kennisgevingsformulier model M 35-O wordt ingevuld en ondertekend. De vreemdeling kan zelf het moment bepalen waarop hij op deze wijze een opvolgende asielaanvraag indient en heeft dus de mogelijkheid om hiermee te wachten totdat hij in het bezit is van documenten (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 19 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2473).

Vaststaat dat eiser bij het indienen van het kennisgevingsformulier op 2 juli 2018 geen documenten ter onderbouwing van de opvolgende asielaanvraag heeft overgelegd. Eiser heeft eerst met de zienswijze een concept-rapport van een iMMO-onderzoek ingediend en gesteld dat dit concept-rapport als novum dient te gelden, maar heeft daarbij niet toegelicht waaruit het gestelde novum bestaat. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat, nu alleen een concept-rapport is ingediend waarvan de definitieve versie nog zal moeten volgen en eiser niet heeft toegelicht op welke wijze het concept-rapport de aanvraag kan staven, sprake is van een onvolledige aanvraag. Verweerder heeft er ter zitting terecht op gewezen dat het concept-rapport naar zijn aard en zonder nadere toelichting niet als een novum is aan te merken, nu niet inzichtelijk is gemaakt waarom dit document voor eiser een reden is om opnieuw een asielaanvraag in te dienen.

Aan de stelling van eiser dat alle aspecten van de aanvraag aan de orde kunnen komen tijdens een gehoor in de asielprocedure, komt niet de door eiser gewenste betekenis toe. Een gehoor over de asielmotieven en de vraag naar nieuwe elementen en bevindingen komt immers eerst aan de orde indien er een volledige aanvraag is ingediend.

Nu eiser tot aan de datum van het bestreden besluit en ook in beroep, ondanks zijn eerdere aankondiging, geen definitief iMMO-rapport heeft overgelegd en niet nader heeft toegelicht waarom het ingebrachte concept-rapport wel als een nieuwe gebeurtenis en/of bewijsmiddel dient te worden aangemerkt, heeft verweerder de aanvraag terecht buiten behandeling gesteld omdat voor de beoordeling van de aanvraag onvoldoende gegevens zijn verstrekt.

De enkele, niet nader onderbouwde stelling dat (door de besluitvorming van verweerder) de zorgvuldigheid in het geding is, is onvoldoende voor een ander oordeel. Dit geldt te meer nu eiser zelf het moment kan bepalen waarop hij een opvolgende asielaanvraag indient en dus de mogelijkheid heeft om hiermee te wachten totdat hij in het bezit is van het definitieve iMMO-rapport.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van

mr. I.N. Powell, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.