Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:12746

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-10-2018
Datum publicatie
30-10-2018
Zaaknummer
NL17.12225
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing asiel Ethiopië - refugee sur place - oppositionele activiteiten in Nederland - gevaar bij terugkeer naar Ethiopië - nieuw ambtsbericht Ethiopië - positieve ontwikkelingen na aanstelling nieuwe premier voor oppositiegroepen - beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.12225


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2018 in de zaak tussen

[eiseres],

geboren op [geboortedatum], van Ethiopische nationaliteit, eiseres

(gemachtigde: mr. B.D. Lit),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: B.H. Wezeman).


Procesverloop
Bij besluit van 6 november 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt haar uitzetting te verbieden totdat op het beroep is beslist.

Het onderzoek op de zitting heeft, tezamen met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening (NL18.12226), plaatsgevonden op 30 november 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen L. Abadoura. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft de behandeling van het beroep op de zitting aangehouden, in afwachting van een nieuw algemeen ambtsbericht inzake Ethiopië. De voorzieningenrechter heeft direct na het sluiten van het onderzoek op de zitting van het verzoek om voorlopige voorziening uitspraak gedaan en het verzoek toegewezen.

Op 2 juli 2018 is er een nieuw algemeen ambtsbericht inzake Ethiopië verschenen. Bij brief van 10 september 2018 heeft verweerder naar aanleiding van dit ambtsbericht een aanvullend standpunt ingenomen. Eiseres heeft hier per brief van 24 september 2018 op gereageerd. Nadat partijen, gelet op artikel 8:64 van de Algemene wet bestuursrecht, kenbaar hebben gemaakt geen nadere zitting te wensen, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

De asielaanvragen van eiseres

1.1

Eiseres heeft eerder, op 26 november 2015, een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 24 april 2016 afgewezen. Het tegen dit besluit ingestelde beroep is bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 18 mei 20161 ongegrond verklaard. Die uitspraak is door de Afdeling2 bevestigd op 10 juni 20163.

1.2

Op 2 november 2017 heeft eiseres onderhavige aanvraag ingediend. Daarbij heeft eiseres verwezen naar haar asielrelaas bij haar eerste aanvraag, namelijk dat zij in Ethiopië betrokken is geweest bij protesten tegen de Ethiopische regering. Verder verklaart eiseres dat zij in Nederland heeft deelgenomen aan demonstraties tegen de Ethiopische regering, wat ook bekend is geraakt bij de Ethiopische regering, waardoor eiseres nu in de negatieve aandacht van de regering staat. Eiseres verwijst hierbij onder meer naar screenshots van de Facebookpagina van ESAT4 en drie videolinks op Youtube:

- [video 1]: waarop te zien is dat eiseres een herdenkingsdienst bijwoont;

- [video 2]: waarop eveneens een herdenkingsdienst te zien is en diverse mensen aan het woord komen, het logo van OMN5 staat in beeld;

- [video 3]: waarop eiseres samen met [naam] te zien is en het logo van ESAT in beeld staat.

Het bestreden besluit

2.1

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het eerdere asielrelaas nog altijd niet geloofwaardig is. In de eerste asielprocedure is door de rechtbank, bevestigd door de Afdeling, geoordeeld dat verweerder het relaas van eiseres terecht niet geloofwaardig heeft geacht. De in deze procedure overgelegde kopie van het document van het Federale Hooggerechtshof van Ethiopië kan daar niet aan afdoen. Eiseres wil hiermee aangeven dat campagnevoerders door de regering worden gezien als terroristen en zij dus ook. Hiermee maakt zij echter niet alsnog aannemelijk dat zij betrokken is geweest bij protesten. De naam van eiseres wordt ook niet genoemd in het document.

2.2

Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat wel geloofd wordt dat eiseres in Nederland bijeenkomsten van Oromo’s bijwoont, dat zij deelneemt aan protesten tegen de Ethiopische regering en dat zij te zien is in video’s op Youtube. Niet geloofwaardig is echter dat eiseres daarbij een dusdanig prominente rol speelt dat zij daardoor in de negatieve aandacht van de Ethiopische regering is komen te staan. Eiseres heeft niet kunnen verklaren hoe de Ethiopische autoriteiten haar persoonsgegevens (hebben) kunnen verbinden aan de persoon die zij op beeld zien en zij heeft bovendien niet aannemelijk gemaakt dat de video’s zijn gezien door de Ethiopische autoriteiten of dat zij hier bijzondere belangstelling voor hebben. Ten aanzien van de derde link wordt nog overwogen dat eiseres hierin weliswaar bij naam wordt genoemd, maar dat maakt niet altijd niet aannemelijk dat zij in de negatieve aandacht staat van de Ethiopische autoriteiten. Ook de verwijzing van eiseres naar screenshots van de Facebookpagina van ESAT maakt dat niet anders. Hierbij weegt mee dat de video’s op de pagina dateren van ruim een jaar geleden en eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sindsdien op enige wijze actie is ondernomen ten aanzien van haar persoon.

Standpunt eiseres

3. Verweerder stelt in het bestreden besluit dat het niet aannemelijk is dat de Ethiopische autoriteiten bekend geraakt zijn met de activiteiten van eiseres in Nederland. Hierbij hecht verweerder belang aan dat eiseres geen prominent lid zou zijn van de oppositie alsmede dat de nieuwsuitzending waar zij in te zien is, betrekkelijk weinig bekeken is. Verweerder heeft in dat verband nagelaten de brief en informatie van Vluchtelingenwerk volledig te betrekken bij de beoordeling. Daaruit volgt dat de Ethiopische autoriteiten ook "online" actief monitoren naar oppositionele activiteiten. Hiertoe merkt eiseres nog op dat uit de door haar aangevoerde landeninformatie volgt dat ESAT in bijzonder negatieve aandacht staat van de Ethiopische autoriteiten en dat personen die daarmee geassocieerd worden veelal problemen krijgen. Tegen deze achtergrond is het volstrekt aannemelijk dat een van de 39.000 views van de nieuwsuitzending die mede gepresenteerd wordt door eiseres en waarin zij met naam genoemd wordt als iemand die actief is voor de Oromo-beweging, leden van de Ethiopische autoriteiten zijn geweest. Verder heeft eiseres erop gewezen dat haar oppositionele activiteiten en uitingen niet enkel te vinden zijn in dit ene YouTube filmpje maar ook in andere filmpjes die zijn te vinden op YouTube (bijvoorbeeld de demonstratie waar eiseres aan meedeed voor het consulaat) en uitgebreid op Facebook. In dit verband heeft eiseres screenshots van haar vriendenoverzicht overgelegd omdat veel van haar Facebook-vrienden actief zijn binnen de oppositie. Eiseres heeft nog een e-mail overgelegd van Felix Horne, van Human Rights Watch, ter onderbouwing van haar standpunt dat het aannemelijk is dat zij in de negatieve aandacht van de Ethiopisch autoriteiten staat.

Beoordeling rechtbank

4.1

De rechtbank stelt vast dat het geschil zich toespitst op de vraag of aannemelijk is geworden dat de Ethiopische autoriteiten op de hoogte zijn geraakt van de activiteiten van eiseres in Nederland. Uit door eiseres overgelegde stukken van Vluchtelingenwerk Nederland, het algemeen ambtsbericht inzake Ethiopië van 2013 en het nieuwe ambtsbericht van juli 2018, blijkt dat de Ethiopische autoriteiten een verhoogde belangstelling hebben voor oppositionele uitingen op sociale media en aan de oppositie gelinkte mediakanalen in de diaspora (zoals ESAT en OMN) en die actief monitoren. Niet in geschil is dat eiseres heeft deelgenomen aan demonstraties tegen de Ethiopische regering, daarin een opvallende rol heeft gespeeld (schreeuwen in megafoon), dat eiseres interviews heeft gegeven voor ESAT met daarbij het OMN logo in beeld, en dat zij met naam en toenaam op facebook van ESAT bij demonstratiefilmpjes en interviews wordt genoemd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft dat niet aannemelijk is geworden dat de Ethiopische autoriteiten op de hoogte zijn van de activiteiten van eiseres in Nederland.

4.2

De vraag is vervolgens wat dit nu voor eiseres betekent als zij terug moet keren naar Ethiopië. In dat verband kan de rechtbank het aanvullende standpunt van verweerder van 10 september 2018 volgen. Uit het nieuwe ambtsbericht van 2 juli 20186 blijken enkele voor deze zaak relevante positieve ontwikkelingen sinds het aantreden van de nieuwe premier, de Oromo Aiby Ahmed Ali begin april 2018. De regering hoopte met het aantreden van een Oromo de spanningen in het land terug te dringen. Bij zijn inauguratie sprak de nieuwe premier zijn verontschuldigingen uit voor het optreden van de autoriteiten de afgelopen jaren waarbij demonstranten waren omgekomen. Hij riep op tot eenheid en

het aangaan van de dialoog met oppositiegroeperingen. Premier Abiy heeft de eerste maanden na zijn inauguratie een grote hoeveelheid aan hervormingen aangekondigd en deels ook doorgevoerd. Duizenden politieke gevangenen werden vrijgelaten. In het buitenland verblijvende oppositieleden kregen amnestie en media kanalen als ESAT en OMN zijn niet langer verboden. Internetrestricties op honderden nieuwssites uit de diaspora werden opgeheven. In het kader van de hervormingen van premier Abiy keurde het Ethiopische parlement begin juli 2018 unaniem een voorstel goed om het ONLF, het OLF en PG7 van de nationale lijst met terroristische organisaties te schrappen. Gelet hierop heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat de algemene situatie voor oppositiegroepen in Ethiopië in het algemeen is verbeterd en dat eiseres bij terugkeer naar Ethiopië, ondanks haar activiteiten hier in Nederland, geen risico loopt op vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM7.

Conclusie

5. De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Vreede, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 AWB 16/8742.

2 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

3 201603817/1/V2.

4 Ethiopian Satellite Television (ESAT)

5 Oromo Media Network (OMN)

6 Pagina’s 10, 13, 14, 63.

7 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.