Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:12717

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-10-2018
Datum publicatie
19-12-2018
Zaaknummer
09/809726-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een verdachte wegens het medeplegen van een poging tot afpersing, meermalen gepleegd, tot een gevangenisstraf van drie jaar. Het feit hield verband met een drugsschuld. Verdachte en zijn medeverdachte hebben aangever met een verhitte spatel bewerkt en geslagen. Vrijspraak van zware mishandeling. Er is bij aangever weliswaar letsel vastgesteld, maar door de

gebrekkige medische informatie en de slechte kwaliteit van de foto’s in het dossier kan de rechtbank niet vaststellen dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/809726-17

Datum uitspraak: 26 oktober 2018

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de Justitieel Complex Zaanstad.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 18 mei 2018 (pro forma), 27 juli 2018

(pro forma) en 12 oktober 2018 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. F.A. van Kins en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw mr. I.A. Groenendijk naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 januari 2018 tot en met 31 januari 2018, in elk geval in of omstreeks de maand januari 2018 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om (telkens) zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 1500 euro, althans een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen die [slachtoffer] (telkens)

om geld heeft gevraagd en/of een (verhit) mes en/of (verhit) spatel, althans een of meer (verhitte) voorwerpen tegen een voet en/of een arm en/of het hoofd van die [slachtoffer] heeft geplaatst/gehouden en/of die [slachtoffer] (daarmee) op het hoofd heeft geslagen en/of een tv van die [slachtoffer] heeft vernield en/of die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Dit is pas het begin als je niet betaalt" en/of "je moet betalen" en/of "we vechten het wel uit", of soortgelijke bewoordingen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 januari tot en met

31 januari 2018, in elk geval in de maand januari 2018 te [plaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer (tweedegraads) brandwond(en) en/of een hoofdwond en/of een of meer littekens, althans enig letsel heeft toegebracht en/of bij die [slachtoffer] pijn heeft veroorzaakt, door (telkens)

- een (verhit) voorwerp (te weten een ijzeren spatelen/of een mes) tegen een voet en/of een arm, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer] te plaatsen/houden en/of met een (verhit) voorwerp (te weten een ijzeren spatel) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] te slaan;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1 tenlastegelegde.

Met betrekking tot feit 2 heeft de officier van justitie betoogd dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle aan hem tenlastegelegde feiten. De raadsvrouw heeft – kort gezegd – bepleit dat enkel kan worden vastgesteld dat verdachte aangever op het hoofd heeft geslagen met een spatel maar dat dit een reactie was op de actie van aangever. Dit levert enkel mishandeling op (zonder medeplegen), hetgeen niet is tenlastegelegd. Met betrekking tot feit 2 heeft de verdediging zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

3.3

De beoordeling van de tenlastelegging1

Inleiding

Aangever [slachtoffer] (hierna: aangever) heeft op 31 januari 2018 aangifte gedaan. Hij heeft verklaard dat hij op drie verschillende dagen in de maand januari 2018 door meerdere personen in zijn woning in [plaats] is bedreigd en mishandeld in verband met een drugsschuld. Bij deze drie incidenten waren (in ieder geval) steeds twee personen betrokken die hij [alias medeverdachte] en [alias verdachte] noemt. Aangever heeft op stills van camerabeelden van zijn flat van kort vóór het incident op 31 januari 2018 medeverdachte [medeverdachte] herkend als de persoon die hij [alias medeverdachte] noemt en hij heeft verdachte herkend als de persoon die hij [alias verdachte] noemt.2 Deze personen waren tot zeven maanden eerder zijn vaste dealers. Zijn schuld was opgelopen tot 380 euro. Rond de kerst kwamen [alias verdachte] en [alias medeverdachte] om het geld op te halen. Toen aangever het bedrag niet kon betalen, zeiden de dealers dat hij nu 1000 euro moest betalen.3 Verdachte heeft verklaard dat hij de persoon op de foto is die door aangever als [alias verdachte] wordt aangeduid.4

De aangifte door [slachtoffer]

Incident I, januari 2018:

Aangever was bij [naam] te [plaats] wat aan het eten. Er werd aangebeld en er stonden drie personen van de deur. Aangever herkende [alias verdachte] en [alias medeverdachte] , de derde persoon herkende hij niet. Aangever is met de mannen naar zijn woning gelopen, waar [alias verdachte] en [alias medeverdachte] lieten weten geld te willen hebben, waarna aangever zei dat hij geen geld had. Hierop veranderde de sfeer en begonnen ze hem te bedreigen. [alias medeverdachte] liep naar de keuken en aangever zag dat hij iets van het fornuis haalde. Hij zag dat [alias medeverdachte] terug de woonkamer inliep met een gekarteld broodmes in zijn hand, dat hij aan [alias verdachte] gaf. Aangever, die op dat moment met zijn voeten op de salontafel zat, zag dat [alias verdachte] met het mes naar zijn rechtervoet bewoog. Hij hoorde een sissend geluid en voelde een pijnscheut door zijn voet schieten. [alias verdachte] gooide het mes weg en riep: “Dit is pas het begin als je niet betaalt.” Daarop verliet het drietal de woning. Aangever zag dat er een brandplek op zijn rechtervoet zat. De plek deed behoorlijk pijn.5 De verwonding is door de verbalisant geconstateerd en een foto daarvan is bijgevoegd bij het proces-verbaal.6

Incident II, 26 januari 2018:

Op maandag 29 januari 2018 (naar later blijkt op vrijdag 26 januari 20187) werd aangebeld aan de voordeur van aangever. Hij heeft de deur geopend en [alias medeverdachte] en [alias verdachte] binnengelaten. Ze dreigden hem in elkaar te slaan als hij niet direct zou betalen. Aangever vertelde dat hij op dit moment geen geld had, maar dat er wat zat aan te komen via het UWV. Beide waren erg boos dat hij niet over de brug kwam. Op verzoek van [alias medeverdachte] stak aangever zijn linkerhand naar hem uit. Hij zag dat [alias medeverdachte] vervolgens een ijzeren spatel tevoorschijn haalde en deze op zijn linker onderarm drukte. Hij voelde direct een hevige brandende pijn en hoorde een sissend geluid. Aangever trok zijn arm direct terug, maar [alias medeverdachte] hield hem vast. Hij voelde dat [alias medeverdachte] de spatel verschillende keren op zijn arm drukte. Het deed verschrikkelijk veel pijn en aangever zag rook van zijn arm komen. Aangever begon hierop te schreeuwen en te schelden en riep dat het nergens voor nodig was. [alias medeverdachte] riep hierop dat het allemaal veel erger kon als hij niet zou betalen. Aangever gaf aan dat zijn geld mogelijk over twee dagen op zijn rekening zou staan en dat ze dan maar terug moesten komen. Zijn onderarm deed verschrikkelijk veel pijn. Hij zag dat de huid losliet en hij is direct gaan koelen.8 Verbalisant ziet op de linker onderarm van aangever verschillende verbrandingen zitten. Foto’s van het letsel zijn bijgevoegd bij het proces-verbaal.9

Incident III, 31 januari 2018:

Op 31 januari 2018 werd op de voordeur van de woning van aangever geklopt. Er stonden drie dealers voor zijn deur: [alias verdachte] , [alias medeverdachte] en een derde persoon die hij niet kende. Zij vroegen of er geld op zijn rekening stond. Aangever gaf aan dat hij dat niet wist. Aangever stelde voor om samen naar de ING pinautomaat te lopen, maar dat wilden de mannen niet en ze begonnen te dreigen. Ze scholden hem uit en dreigden om zijn familie aan te pakken als hij nu niet zou betalen. Ze riepen dat ze 1500 euro wilden hebben. Ze wilden zijn pinpas hebben en die heeft hij gegeven. [alias verdachte] vond de ING-app op de telefoon van aangever en onder bedreiging heeft aangever die geopend. Hierop zag [alias verdachte] dat de laatste storting (de rechtbank begrijpt: afschrijving) de huur was. Hierop gaf [alias medeverdachte] aan dat hij de ING wilde bellen om te kijken of het mogelijk was om de huur terug te storten. [alias medeverdachte] belde met zijn eigen telefoon en aangever hoorde dat hij een medewerker van ING aan de lijn kreeg. Hij hoorde dat de verbinding werd verbroken. [alias medeverdachte] schreeuwde waarom aangever hen niet had betaald maar de huur wel. Hij zag dat [alias medeverdachte] naar de keuken liep en hij zag dat [alias medeverdachte] een ijzeren spatel van het fornuis haalde en vervolgens terug de woonkamer inliep met de spatel in zijn handen. Hij hoorde dat [alias medeverdachte] weer om zijn hand vroeg. Aangever sprong op want hij wilde niet weer verbrand worden. Hij zag dat [alias verdachte] de spatel overpakte en deze dreigend boven zijn hoofd hield. Hij riep: “Wat wil je doen, wil je vechten.” Aangever zag dat [alias verdachte] meteen uithaalde in de richting van zijn hoofd. Hij voelde dat de spatel hard tegen zijn hoofd kwam. Hij voelde direct dat er bloed over zijn hoofd naar beneden sijpelde. Hij voelde pijn op de plek waar hij was geraakt en voelde dat hij een bult kreeg. Aangever wist zich los te wurmen en rende de galerij op. Het drietal rende daarna richting de trap.10 Buurvrouw [getuige] heeft verklaard dat ze haar buurman zag en dat hij bloed op zijn hoofd en handen had. Hij vroeg haar 112 te bellen. Hij vertelde dat drie mannen bij hem langskwamen die nog geld van hem kregen en dat ze iets heets op zijn handen hadden gelegd en op zijn hoofd hadden geslagen.11 De verbalisant heeft geconstateerd dat aangever een snee op het hoofd heeft van ongeveer 3 centimeter lang. Ook zit er een bult op de plek waar de snee zit. Van deze verwondingen zijn foto’s gemaakt die bij het proces-verbaal zijn gevoegd.12

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op 31 januari 2018 de woning van aangever binnenkwam en dat er nog drie mannen in de woning aanwezig waren. Er was maar één man die het woord voerde (naar later blijkt: verdachte). Deze man hoorde hij tegen aangever zeggen dat hij het nu wel zat was en dat hij anders wel even de zus van aangever zou bellen of bij haar langs zou gaan. [getuige] zag dat hij opstond en aangever begon te duwen. Daarna zag hij dat (naar later blijkt) verdachte aangever op zijn hoofd sloeg met een spatel.13

Het letsel

Naast de constatering van het letsel door verbalisanten ten tijde van de aangifte heeft ook huisarts Moolenburgh op 8 februari 2018 letsel waargenomen bij aangever, bestaande uit oudere wonden met korsten, een wond van 2 centimeter op 8 centimeter boven het oog,

2 wonden met korsten op de onderarm links van 6x2 centimeter en een wond van 2x2 centimeter op de bovenzijde. Op de voet rechts bovenzijde een wond met korst van 3x2 centimeter. Geschatte duur tot genezing: 4 weken.14

Dit letsel is aan de hand van foto’s beoordeeld door A.M. de Booij-Fuite, forensisch arts KNMG. Deze arts heeft geconcludeerd dat het letsel zou kunnen passen bij de door aangever aangegeven ontstaanswijze. Dit geldt met name voor het letsel op de linker onderarm. Voor het letsel op de rechter voet en links op het hoofd is dat veel minder helder. Het lijkt erop dat het letsel aan de rechtervoet en de linker onderarm eerder zijn ontstaan dan het letsel op het hoofd.15

DNA-onderzoek aan achtergelaten Nokia telefoon en de ijzeren spatel

Uit DNA-onderzoek door The Maastricht Forensic Institute blijkt dat op de (op

31 januari 2018) door de daders in de woning van aangever achtergelaten Nokia telefoon een DNA-mengprofiel is gevonden afkomstig van celmateriaal van drie donoren, van wie zeker één man. De mogelijke donoren van dit celmateriaal zijn [slachtoffer] en [verdachte] .

Op de aangetroffen spatel is DNA aangetroffen. De kans dat dit van andere personen dan van [slachtoffer] en van [verdachte] is, is kleiner dan één op één miljard.16

De achtergelaten Nokia telefoon en de daarin voorkomende contacten

Tijdens het incident van 31 januari 2018 werd door de daders een zwarte Nokia telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer] achtergelaten in de woning van aangever. Deze telefoon is uitgelezen door de politie en 266 berichten/sms zijn veiliggesteld. In de contactenlijst stond

-onder andere- een contact genaamd ‘ [naam] ’ met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Als vermoedelijke gebruiker van dit telefoonnummer werd door de politie aangemerkt [naam] .17

Deze [naam] heeft verklaard dat hij al ongeveer een jaar of zeven drugs afneemt bij een jongen die hij kent als [alias verdachte] , die een paar maanden eerder bij hem thuis is geweest, samen met een paar andere jongens. [alias verdachte] gooide toen uit het niets een whisky karaf tegen hem aan, waarna ze hem met z’n allen in elkaar hebben geslagen. [naam] belt [alias verdachte] op het nummer [telefoonnummer] als hij drugs nodig heeft. Op foto’s herkent [naam] verdachte als zijnde de persoon die hij [alias verdachte] noemt, van wie hij drugs kocht en die de baas is. Hij herkent [medeverdachte] op de foto als een jongen die via [alias verdachte] voor zichzelf is begonnen. Deze personen regelen volgens [naam] samen de drugshandel in [plaats] .18

Ook het telefoonnummer [telefoonnummer] onder de naam ‘ [naam] ’ werd in voornoemde Nokia telefoon aangetroffen.19 Dit nummer behoort toe aan [naam]. Hij heeft verklaard

dat de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] [alias verdachte] is, die dealt. [naam] heeft ook wel eens problemen met [medeverdachte] (medeverdachte [medeverdachte]) gehad, die het poffen heel hoog laat oplopen en dan gaat dreigen. Hij heeft ongeveer een jaar geleden voor het eerst drugs bij [alias verdachte] gekocht. [naam] heeft een schuld bij [alias verdachte] (3000 euro) en [alias medeverdachte] (1000 euro). Ze gaan steeds hoger met de prijs die hij moet betalen, ze uiten bedreigingen en er is een keer een bom op zijn balkon gegooid. [naam] herkent de foto van medeverdachte [medeverdachte] als [alias medeverdachte] , de foto van verdachte als [alias verdachte] .20

Verder werd het telefoonnummer [telefoonnummer] aangetroffen onder de naam “ [naam] ”. Uit de politiesystemen kwam naar voren dat de vermoedelijke gebruiker van dit telefoonnummer [naam] is.21 Getuige [naam] heeft verklaard dat hij de man op foto 2 (verdachte) herkent als [alias verdachte] , en dat hij zich kan herinneren dat in het dealnummer van [alias verdachte] twee keer het getal 84 stond. Voordat hij drugs bij [alias verdachte] ging kopen, kocht hij drugs bij [alias medeverdachte] ofwel [medeverdachte] .22

Camerabeelden

Op camerabeelden van de flat aan de [adres] die zijn uitgekeken is -voor zover relevant- het volgende te zien.

Vrijdag 26 januari 2018:

Omstreeks 17:28 uur komen vier mannen bij de lift op de begane grond aan. Verbalisant herkent de mannen als [medeverdachte] , [naam] en [verdachte] . De man voorop hoort niet bij het drietal. Op camerabeelden van de twaalfde etage is te zien dat de mannen de lift uitkomen en richting de woning van aangever lopen. Omdat aangever niet thuis is, lopen de mannen weer terug naar de liften om vervolgens te vertrekken.

Om 17:36 uur komen aangever en de eerdergenoemde drie mannen op de twaalfde etage weer de lift uit en lopen naar woning van aangever.

Om 17:57 uur gaat aangever de lift weer in. De drie mannen komen niet in beeld op de twaalfde etage of begane grond maar wel op beelden van camera 3 om 17:58 uur waar zij het gebouw verlaten aan de noordzijde van het gebouw.

Om 19:10 uur komt aangever de lift op de begane grond in met een onbekende man. Te zien is dat hij zijn mouw meerdere keren ‘omhoog’ houdt en dat hij veel aandacht heeft voor zijn linker arm.23

Woensdag 31 januari 2018

Omstreeks 14:46 komen drie mannen, die herkend worden als [medeverdachte] , [verdachte] en [naam] , via de centrale hal de flat binnen en gaan via de trap naar boven. Op de beelden van de twaalfde etage is te zien dat ze richting de woning van aangever lopen.

Op beelden van de twaalfde etage is te zien dat de mannen tussen 15:28 uur en 15:30 uur naar beneden rennen. [verdachte] is als eerste te zien, met in zijn hand een voorwerp, gelijkend op een GSM, [naam] als tweede, terwijl hij zijn gezicht probeert af te schermen met zijn capuchon en [medeverdachte] volgt als laatste terwijl hij al rennend zijn vest aantrekt.24

De verklaring van medeverdachte [medeverdachte]

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij op 26 januari 2018 met verdachte naar de woning van aangever in [plaats] is gegaan om geld op te halen. Aangever gaf in een kort gesprek aan dat hij nog geen geld had en verdachten zijn daarop weggegaan. Op

31 januari 2018 is [medeverdachte] opnieuw naar de woning van aangever gegaan, samen met verdachte en [naam] . [medeverdachte] zag aangever opstaan van de bank, hij werd verbaal agressief, en hij richtte zich tot hem, [medeverdachte] . Verdachte pakte hierop iets van tafel, maakte een zwaaiende beweging en heeft aangever daarbij op het hoofd geraakt.25

De verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij door medeverdachte [medeverdachte] was gevraagd om op 31 januari 2018 naar iemand toe te gaan waar hij al eerder was geweest met medeverdachte [medeverdachte] . De datum van dat eerdere bezoek weet hij niet meer. Bij het eerdere bezoek zei aangever dat hij binnen twee á drie dagen zou betalen. Bij het bezoek op 31 januari 2018 ontstond een woordenwisseling. Verdachte kwam tussen medeverdachte [medeverdachte] en aangever. Hij zag een spatel op tafel liggen en heeft die voor zich gehouden. Hij had niet door dat hij aangever geraakt had met de spatel, maar zag wel dat hij bloedde. Hij schrok daarvan. Het leek hem niet handig om te blijven tot de politie kwam. Ook heeft verdachte verklaard dat hij, toen aangever drie keer verklaarde dat hij geen geld had, bereid was om terug te komen. Verdachte wist niet om hoeveel geld het ging.26

Conclusies naar aanleiding van de bewijsmiddelen

Betrouwbaarheid van de aangifte

De rechtbank acht de verklaringen van aangever betrouwbaar. Met uitzondering van de genoemde data van de incidenten, heeft aangever met betrekking tot de aanwezige personen, de geuite bedreigingen en het op hem toegepaste geweld consistent verklaard. Zijn verklaring komt bovendien voor een deel overeen met de verklaring van verdachte, namelijk dat verdachte met één of meer anderen op drie data bij aangever thuis is geweest om geld op te halen.

Verdachte heeft echter wel ontkend dat zijn bezoeken aan aangever iets van doen hadden met drugshandel, dan wel het innen van een drugsschuld die aangever bij verdachte en/of zijn medeverdachte en/of iemand anders had uitstaan. Deze verklaring acht de rechtbank ongeloofwaardig. Immers, niet valt in te zien waarom verdachte tot drie keer toe, samen met anderen, naar aangever toe zou gaan om een voor hem in hoogte niet nader bekend geldbedrag op te halen, zonder dat hij daar iets aan zou verdienen. Verder is het zeer opmerkelijk dat verdachte en zijn medeverdachte hard zijn weggerend na het incident op

31 januari 2018, terwijl -uitgaand van hun eigen verklaringen- een redelijke verklaring voor hun aanwezigheid en de klap met de spatel aan de politie zou kunnen worden gegeven.

Tegenover de verklaring van verdachte dat hij niets van doen heeft met drugshandel staan de verklaringen van getuigen [naam] en [naam] die de verklaringen van aangever op dit punt ondersteunen. Uit deze verklaringen blijkt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zich al langere tijd bezig hielden met de verkoop van drugs. Ook schetsen zij een modus operandi die overeenkomt met hetgeen aangever heeft verklaard, namelijk dat verdachte en zijn medeverdachte de schuld laten oplopen, om daarna bedreigingen te uiten en geweld te gebruiken om tot incasso van de schuld te komen.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de aangifte, het geconstateerde letsel, en de overige bewijsmiddelen, alles in onderlinge samenhang bezien, kan worden bewezen verklaard dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op drie verschillende dagen in januari 2018 naar aangever zijn toegegaan om hem tot afgifte van een geldbedrag te bewegen, dat zij daarbij dreigementen hebben geuit, dat zij aangever hebben verbrand met een verhit mes op zijn voet, met een verhitte spatel op zijn arm en dat zij hem op zijn hoofd hebben geslagen met een spatel, maar dat zij er niet in zijn geslaagd om hem daadwerkelijk geld afhandig te maken.

De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte en zijn medeverdachte steeds gezamenlijk naar aangever zijn toe gegaan. Bij het eerste incident heeft medeverdachte [medeverdachte] het mes uit de keuken gehaald en heeft verdachte de brandwond op de voet toegebracht. Bij het tweede incident heeft medeverdachte [medeverdachte] meermalen de verhitte spatel op de arm van aangever gedrukt terwijl verdachte en medeverdachte [medeverdachte] beide dreigementen uitten. Bij het derde incident heeft verdachte de ING app op de telefoon van aangever geopend, heeft medeverdachte [medeverdachte] de ING gebeld en een spatel uit de keuken gehaald en heeft verdachte met deze spatel op het hoofd van aangever geslagen. Hieruit concludeert de rechtbank dat steeds sprake is geweest van een vooropgezet plan om bij aangever op bezoek te gaan om hem middels bedreigingen en het gebruik van geweld geld afhandig te maken. De vraag wie daartoe op welk moment een uitvoeringshandeling verrichtte werd daarbij kennelijk aan het verloop van het bezoek overgelaten. Hiermee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte zodat medeplegen kan worden bewezen.

De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van het vernielen van de tv van aangever. Dit kan niet wettig en overtuigend worden bewezen omdat de verklaringen van aangever met betrekking tot de vraag bij welk incident dit heeft plaatsgevonden, niet consistent zijn.

Ten aanzien van feit 2:

Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, moet worden gekeken naar de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel.27

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de verklaringen van huisarts Moolenburgh en de forensisch arts kan worden vastgesteld dat sprake is van lichamelijk letsel bij aangever. Uit de verklaring van de forensisch arts blijkt dat deze alleen beschikte over een scan van foto’s die door de politie zijn gemaakt. De kwaliteit daarvan was dermate slecht dat een foto bij de beoordeling geheel buiten beschouwing moest worden gelaten en dat bij een andere foto door schaduwwerking een enorm grote donkere verkleuring op de arm te zien is die op andere foto’s niet te zien is. Nu ook de overige bewijsmiddelen onvoldoende uitsluitsel geven, is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat bij aangever sprake was van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte zal daarom van het onder feit 2 tenlastegelegde feit moeten worden vrijgesproken.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

hij op tijdstippen in de maand januari 2018 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk om (telkens) zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer] , die [slachtoffer] (telkens) om geld heeft gevraagd en/of een (verhit) mes en (verhit) spatel, tegen een voet en een arm van die [slachtoffer] heeft geplaatst/gehouden en die [slachtoffer] (daarmee) op het hoofd heeft geslagen en die [slachtoffer] de woorden toegevoegd: "Dit is pas het begin als je niet betaalt" en "je moet betalen" en "we vechten het wel uit", of soortgelijke bewoordingen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en 6 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist aan verdachte zou moeten worden opgelegd en verzoekt de rechtbank ermee rekening te houden dat verdachte geen relevante strafrechtelijke documentatie heeft.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot afpersing, meermalen gepleegd. Verdachte en zijn medeverdachte hebben de drugsschuld die het slachtoffer bij hen had laten oplopen. Nadat het slachtoffer een aantal malen had aangegeven geen geld te hebben om hen te kunnen betalen, zijn verdachte en zijn medeverdachte overgestapt op hardere maatregelen. Het slachtoffer werd tijdens bezoeken van zijn dealers niet alleen bedreigd, maar verdachte en zijn medeverdachte gingen zover dat zij tijdens afzonderlijke bezoeken een mes en een spatel hebben verhit boven het gasfornuis en het slachtoffer daarmee hebben verbrand op zijn voet en zijn arm. Het slachtoffer hoorde daarbij een sissend geluid en zag rook van zijn arm komen. Toen hij zijn arm wegtrok, bleef verdachte die vasthouden en drukte de verhitte spatel nogmaals op zijn arm. De huid van de arm van het slachtoffer liet los. Het slachtoffer heeft naast het ervaren van afschuwelijke pijn ook verwondingen opgelopen die nog lang zichtbaar zijn gebleven. Mogelijk houdt hij daaraan littekens over die niet meer volledig zullen verdwijnen. Ook hebben verdachte en zijn medeverdachte het slachtoffer met een spatel op zijn hoofd geslagen, waaraan hij een snee en een bult op zijn hoofd heeft overgehouden. Op dat moment was voor het slachtoffer de maat vol en is hij naar buiten gerend en heeft hij zijn buurvrouw gevraagd om 112 te bellen. Verdachte en zijn medeverdachte zijn hierop de flat uit gevlucht. De rechtbank acht het zeer zorgelijk dat verdachte en zijn medeverdachte elkaar op geen enkel moment hebben tegengehouden bij het plegen van deze sadistische handelingen en dat zelfs het bijzijn van een vriend van het slachtoffer hen niet weerhield van het uiten van bedreigingen en het plegen van geweld. Verdachte heeft geen enkel respect getoond voor de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dat alles alleen ten behoeve van zijn eigen financieel gewin. Gelet op de gruwelijke aard van het gebruikte geweld, de planmatige aanpak en het letsel van aangever, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur aan verdachte dient te worden opgelegd.

Verdachte heeft geen relevante documentatie. De reclassering heeft in het advies van

28 april 2018 de kans op herhaling niet kunnen inschatten omdat verdachte het feit heeft ontkend. De reclassering ziet aanwijzingen dat verdachte een negatief sociaal netwerk heeft en beïnvloedbaar lijkt. Op overige leefgebieden zijn weinig problemen geconstateerd. Verdachte is thuiswonend, is voornemens een opleiding te beginnen en had ten tijde van het tenlastegelegde geen financiële problemen. De reclassering adviseert de rechtbank desondanks om toezicht op te leggen om een vinger aan de pols te kunnen houden. De rechtbank ziet, met de officier van justitie, gelet op de ontkennende houding van verdachte en de omstandigheid dat verder weinig problemen op verschillende leefgebieden worden geconstateerd, echter geen aanleiding om een deel van die straf voorwaardelijk met een daaraan gekoppeld reclasseringstoezicht op te leggen.

De omstandigheden van het bewezenverklaarde feit en de persoonlijke omstandigheden afwegende, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar passend en geboden is.

7 De inbeslaggenomen goederen

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1 genummerde voorwerp zal worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting kan met betrekking tot het op de beslaglijst genoemde voorwerp geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt.

De rechtbank zal daarom de bewaring van dit voorwerp ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 47, 57 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (DRIE) JAREN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis ten aanzien van feit 2.

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het op de beslaglijst genoemde voorwerp, te weten: 1 stuk telefoontoestel Nokia, kleur zwart.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.T. Renckens, voorzitter,

mr. M.M.F. Holtrop, rechter,

mr. F.W. van Dongen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. V. van Rhijn, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 oktober 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2018032651, van de politie eenheid Den Haag, district Leiden-Bollenstreek, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 636).

2 Proces-verbaal aangifte, p. 165

3 Proces-verbaal aangifte, p. 161-162

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 533

5 Proces-verbaal aangifte, p. 164

6 Proces-verbaal aangifte, p. 164 en 173

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, d.d. 24 juli 2018, punt 11

8 Proces-verbaal aangifte, p. 162

9 Proces-verbaal aangifte, p. 162, 171 en 172

10 Proces-verbaal aangifte, p. 162 en 163

11 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 231

12 Proces-verbaal aangifte, p. 163 en 170

13 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 228 en 229, bezien in samenhang met proces-verbaal bevindingen [slachtoffer] en [getuige] over het slaan, p. 406

14 Geneeskundige verklaring, p. 400

15 Letselbeschrijving [slachtoffer] , p. 401-402

16 Proces-verbaal van bevindingen p. 208 en Deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek door The Maastricht Forensic Institute, d.d. 10 april 2018

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 350

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 357

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 352

20 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 427, 430

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 351

22 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 423-424

23 Proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [adres] , p. 450-455

24 Proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [adres] , p. 459-460

25 De getuigenverklaring van [medeverdachte] , zoals afgelegd ter terechtzitting van 12 oktober 2018

26 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 12 oktober 2018

27 HR 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1051