Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:12646

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-08-2018
Datum publicatie
25-10-2018
Zaaknummer
C/09/555347
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd & Bopz

Zaaksgegevens: C/09/555347 / JE RK 18-1282

Datum uitspraak: 6 augustus 2018

Beschikking van de kinderrechter

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak naar aanleiding van het op 22 juni 2018 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (hierna te noemen: de Raad),

betreffende:

- [Minderjarige 1]geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [Minderjarige 1] .

- [Minderjarige 2]geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [Minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[De moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. L. Rijsdam, te Leiden.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[Informant] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Bij beschikking d.d. 19 juli 2018 van de kinderrechter in deze rechtbank is het verzoek van de Raad aangehouden tot de zitting van heden, aangezien er geen tolk voor de vader aanwezig was.

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:

- voornoemde beschikking d.d. 6 augustus 2018.

Op 6 augustus 2018 is de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen:

- mevrouw [A] , namens de Raad;

- mevrouw [B] , namens de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling);

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de vader, bijgestaan door de tolk mevrouw [C] .

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] voor de periode van één jaar en tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van acht maanden. Het verzoek is als volgt gemotiveerd en ter zitting toegelicht. Er zijn structurele zorgen over de veiligheid van de kinderen. [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] zijn regelmatig getuige geweest van ruzies tussen de ouders. De moeder heeft de relatie met de vader onlangs beëindigd en kan in haar eentje de zorg voor de kinderen niet aan. De moeder is in het verleden verslaafd geweest aan harddrugs en [Minderjarige 1] is verslaafd geboren. De moeder kampt met psychiatrische problematiek, heeft financiële problemen en heeft het moeilijk met de opvoeding van [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] .

Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder is op dit moment emotioneel niet in staat om voor haar kinderen te zorgen. Zij werkt hard aan haar persoonlijke problematiek en zij hoopt zo spoedig mogelijk haar leven weer op de rails te krijgen.

De vader heeft eveneens ingestemd met het verzochte. Hij heeft op dit moment geen vaste woon- of verblijfplaats, waardoor hij niet in staat is om voor de kinderen te zorgen. Gelet op de huidige situatie is het volgens de vader een goede oplossing dat de kinderen tijdelijk in een pleeggezin verblijven.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn.

De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] bestaan uit het hierna volgende: de moeder is bekend met middelengebruik en zij heeft financiële en psychische problemen. Zij kan op dit moment in haar leven niet voor haar kinderen zorgen.

Voorts is de kinderrechter van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat het van belang is dat de kinderen in hun opvoedomgeving rust, veiligheid en stabiliteit ondervinden. De moeder kan in haar huidige omstandigheden daaraan niet voldoen.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

Stelt [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] van 6 augustus 2018 tot 6 augustus 2019 onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering;

en

machtigt Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg van

6 augustus 2018 tot 6 april 2019;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Loenhoud, kinderrechter, in tegenwoordigheid van J.A. van Soest als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2018.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.