Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:12444

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-10-2018
Datum publicatie
22-10-2018
Zaaknummer
C/09/552999 / FA RK 18-3447
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

afwijzing partneralimentatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 18-3447

Zaaknummer: C/09/552999

Datum beschikking: 12 oktober 2018

Alimentatie

Beschikking op het op 9 mei 2018 ingekomen verzoek van:

[verzoekster]

de vrouw,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. P. Verbraaken te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[belanghebbende] ,

de man,

wonende te [woonplaats] ,

in rechte vertegenwoordigd door
[naam BV] B.V.,
bewindvoerder,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

advocaat: mr. M.W.A. Verhaard te Vlissingen.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    het verweerschrift;

  • -

    het F9-formulier van 3 september 2019 met bijlagen, van de zijde van de vrouw;

  • -

    het F9-formulier van 5 september 2019 met bijlagen, van de zijde van de man.

Op 14 september 2018 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en de man met zijn advocaat.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man luidt met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift de partneralimentatie op € 1.150,- per maand te bepalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans op zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

­ Partijen zijn gehuwd geweest van [datum] tot [datum] .

- Bij beschikking van deze rechtbank van [datum] is de echtscheiding tussen
partijen uitgesproken. Hierbij is geen partneralimentatie vastgesteld.

­ De man staat onder beschermingsbewind en woont in een woonzorgcentrum.

­ De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Marokkaanse en
Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

Formele vereisten
Ingevolge artikel 1:441 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vertegenwoordigt de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten rechte. Uit het e-mailbericht van 22 juni 2018 blijkt dat de beschermingsbewindvoerder van [naam BV] B.V. de advocaat van de man gemachtigd heeft om namens hem deze procedure te voeren.

Partneralimentatie

De vrouw heeft gesteld dat zij behoefte heeft aan een bijdrage in haar levensonderhoud. Zij heeft geen inkomen en is aangewezen op een uitkering op grond van de Participatiewet.

Ter zitting is door de man nog aangevoerd dat uit de verkoop van een woning de man aan de vrouw € 60.000,- zou hebben betaald en dat de vrouw dit bedrag overgemaakt heeft naar Marokko. De vrouw heeft dit gemotiveerd weersproken. Nu de man zijn standpunt niet nader heeft onderbouwd gaat de rechtbank hieraan voorbij zodat zij ervan uitgaat dat de vrouw geen vermogen heeft.

De vrouw heeft gesteld dat haar huwelijksgerelateerde behoefte op grond van een behoeftelijst € 1.579,- bruto per maand bedraagt en op basis van de hofnorm € 2.720,- bruto per maand. De man heeft de stellingen van de vrouw betwist. De man vindt dat de vrouw onvoldoende heeft gesteld ten aanzien van de behoefte en daarnaast heeft hij onvoldoende draagkracht om een bijdrage te voldoen.

Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de draagkracht van de man bespreken. Uit de stukken en het ter zitting verhandelde is gebleken dat de draagkracht van de man de beperkende factor in deze zaak is. Gelet op hetgeen hierna is overwogen, komt de rechtbank niet toe aan het bespreken van de behoefte en behoeftigheid van de vrouw.

Draagkracht

De man verblijft in een woonzorgcentrum en krijgt daar 24-uurszorg. Hij ontvangt een uitkering bij functioneel leeftijdsontslag van pensioenfonds ABP. Uit de door de man overgelegde betaalspecificatie januari 2018 volgt dat het bruto jaarinkomen van de man € 45.813,- bedraagt. Van de kant van de vrouw is nog aangevoerd dat ook rekening gehouden moet worden met de eenmalige betaling in de maand januari 2018, maar de rechtbank gaat daaraan voorbij nu blijkt dat sprake was van een nabetaling in verband met indexatie. De rechtbank zal bij de bepaling van de draagkracht van de man uitgaan van voornoemd bedrag.

De rechtbank houdt voorts rekening met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.

Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het netto besteedbaar inkomen van de man op € 2.652,- per maand.

De rechtbank neemt de volgende niet – dan wel onvoldoende – betwiste maandelijkse lasten in aanmerking:

­ ten behoeve van zijn opname een bedrag á € 1.329,- aan het CAK;

­ premie ziektekosten á € 162,-;

­ verplicht eigen risico van € 32,-;

­ waskosten á € 52,-;

­ kosten beschermingsbewindvoerder á € 98,-;

­ door de man aan zijn eerste echtgenote te betalen alimentatie á € 520,-.

De rechtbank corrigeert het opgevoerde bedrag van de nominale premie ZVW met het in de bijstandsnorm begrepen nominale deel van € 35,00 per maand.

Voor de man geldt een draagkrachtpercentage van 60%.

Tussen partijen is nog in geschil de hoogte van de in ogenschouw te nemen bijstandsnorm nu de man zijn woonlasten en voedingslasten (deels) zijn meegenomen in de eigen bijdrage aan het CAK. De man stelt deze gecorrigeerde bijstandsnorm op een bedrag van € 600,-
(€ 997,- -/- voedings- en woonlastencomponent van € 400,-) terwijl de vrouw meent dat uitgegaan moet worden van een vrij te laten bedrag van € 99,- per week, of wel afgerond € 400,- per maand zodat de gecorrigeerde bijstandsnorm vastgesteld moet worden op afgerond € 400,- per maand.

Gezien het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de huidige draagkracht van de man geen ruimte laat voor het vaststellen van een uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw ook als uitgegaan wordt van de door de vrouw voorgestane gecorrigeerde bijstandsnorm. De rechtbank verwijst hierbij naar de aan de beschikking gehechte berekening. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw dan ook afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek van de vrouw tot het vaststellen van partneralimentatie af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Vink in tegenwoordigheid van mr. J. Hortensius als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2018.