Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:12426

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-08-2018
Datum publicatie
18-10-2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 6244
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Awb 8:81, Dublin, feitelijke overdracht naar Italië, verzoek om overdracht op te schorten afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/6244

[V-nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 augustus 2018 in de zaak tussen

[de persoon 1] ,

geboren op 30 april 1990, van Marokkaanse nationaliteit, verzoeker,

(gemachtigde: mr. L.M. Weber)

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder,

(gemachtigde: mr. J. van Gils)

Procesverloop

Verweerder is voornemens om verzoeker over te dragen aan Italië. Verweerder heeft daarvoor een vlucht geboekt op [datum] 2018 om 9.35 uur naar [plaats] met [vluchtnummer] . Verzoeker heeft op 16 en 20 augustus 2018 bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen uitzetting.

Bij brief van 20 augustus 2018 heeft verzoeker verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt de overdracht te verbieden totdat op het bezwaar beslist.

Verzoeker heeft gronden ingediend. Verweerder heeft zijn reactie op het verzoek per mail aan de griffier verzonden op 21 augustus 2018. Deze reactie heeft de griffier aan de kantoorgenoot van de gemachtigde mr. R. Seth Paul, per mail doorgezonden.

De voorzieningenrechter heeft bepaald dat op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.1

Uit het dossier blijken de volgende feiten. Verzoeker heeft asiel aangevraagd in Nederland. Bij besluit van 2 juli 2018 heeft verweerder deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Italië de verantwoordelijke lidstaat is voor de behandeling van de asielaanvraag. Het daartegen ingestelde beroep is behandeld op de zitting van deze rechtbank op 1 augustus 2018. De rechtbank heeft bij uitspraak van 9 augustus 2018 (registratienummer NL18.12385) het beroep ongegrond verklaard.

1.2

Tegen de uitspraak van deze rechtbank heeft verzoeker geen hoger beroep ingesteld, zodat deze uitspraak in rechte vaststaat. Dit betekent dat verweerder bevoegd is om verzoeker over te dragen aan Italië.

2.1

De voorzieningenrechter toetst de voorgenomen feitelijke overdracht in het licht van de daartegen door verzoeker aangevoerde gronden.

2.2

De voorzieningenrechter stelt daarbij voorop dat de gronden die verzoeker ten aanzien van zijn overdracht heeft aangevoerd overeenkomen met wat hij in beroep heeft gesteld. Deze gronden zijn beoordeeld in de uitspraak van 9 augustus 2018 van deze rechtbank. Een herhaalde beoordeling daarvan in het kader van de overdracht zou een verkapt hoger beroep betekenen. Wat de voorzieningenrechter nu moet beoordelen is of er omstandigheden zijn aangevoerd van na de uitspraak van deze rechtbank die maken dat verweerder alsnog moet afzien van de voorgenomen overdracht.

2.3

Van dergelijke omstandigheden is de voorzieningenrechter niet gebleken. De enkele verwijzing door verzoeker naar de zaak van [de persoon 2] van wie een overdracht is gecanceld, betekent niet dat verzoeker niet kan worden overgedragen. Op geen enkele wijze is onderbouwd dat de situatie van verzoeker vergelijkbaar is, met die van verzoeker.

Ook ten aanzien van de gezondheidssituatie van verzoeker in het licht van de medische voorzieningen in Italië heeft verzoeker geen nieuwe punten naar voren gebracht. Verzoeker heeft een patiëntendossier in het kader van de Regeling Medische zorg Asielzoekers (RMA) overgelegd. Uit de laatste notitie van 14 augustus 2018 van de [huisarts] in het patiëntendossier valt weliswaar op te merken dat verzoeker zich zorgen maakt over de overdracht, maar niet dat de huisarts beletselen ziet voor een overdracht.

3. Er bestaat, gelet op het voorgaande, geen aanleiding om verweerder op te dragen de overdracht naar Italië voorlopig op te schorten.

4. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht door verweerder bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 22 augustus 2018 door mr. D. Bode, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.E. Toonen, griffier.

De griffier heeft de beslissing per mail aan partijen bekend gemaakt op 22 augustus 2018.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.