Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:12348

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-10-2018
Datum publicatie
19-10-2018
Zaaknummer
09/842064-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdstrafzaak, oplegging voorwaardelijke PIJ-maatregel aan civielrechtelijk gesloten geplaatste jeugdige

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummers 09/842064-18; 09/777100-16 (ttz.gev.); 09/017089-17 (tbg);

09/115684-16 (tbg); 09/817796-17 (tbg)

Datum uitspraak: 15 oktober 2018

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaken van de officier van justitie tegen de verdachte:

Verdachte,

GGeboortepaatspgGeboorte datum 2001,

BRP-adres

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen met gesloten deuren van 28 mei 2018,

23 augustus 2018 en 1 oktober 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. R-J. Boswijk en van hetgeen door de verdachte, zijn raadsvrouw mr. T. Gümüs,

zijn moeder en de ter terechtzitting verschenen deskundigen naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

t.a.v. 09/842064-18:

1.

hij op of omstreeks 09 februari 2018 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een goed(eren) en/of geld (naar zijn gading), geheel of ten dele toebehorende aan Slachtoffer 1, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen zijn hand(en) in de jaszak(ken) van

die Slachtoffer 1 heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen Slachtoffer 1 gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het het slaan van en/of schoppen tegen die Slachtoffer 1

2.

hij op of omstreeks 09 februari 2018 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen goederen naar hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan Slachtoffer 2, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn

mededader(s), althans alleen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen Slachtoffer 2, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het slaan en/of

schoppen en/of trekken van die Slachtoffer 2

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 09 februari 2018 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld Slachtoffer 2 te dwingen tot de afgifte van (een) goed(eren) en/of geld (naar zijn gading), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die Slachtoffer 2, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen die Slachtoffer 2 heeft vastgepakt en/of geslagen en/of (daarbij) te zeggen "Haal je zakken leeg, heb je geld" en/of "Als je nu de tram instapt dan sla ik je total loss", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 09 februari 2018 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld Slachtoffer 3 heeft gedwongen tot de afgifte van een identiteitsbewijs en/of een ov-kaart en/of een telefoon en/of kleingeld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Slachtoffer 3, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

bestond(en) uit

- te zeggen: "Geef je spullen, anders ga ik jou ook slaan", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- het slaan en/of schoppen en/of vastpakken van en/of trekken aan die Slachtoffer 3;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 09 februari 2018 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld Slachtoffer 3 heeft gedwongen tot de afgifte van een identiteitsbewijs en/of een ov-kaart en/of een telefoon en/of kleingeld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Slachtoffer 3, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het slaan en/of schoppen van die Slachtoffer 3 en/of door aan hem te trekken;

4.

hij op of omstreeks 23 januari 2018 te ’s-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen naar zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Slachtoffer 4, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, te weten de deur en/of het slot proberen te forceren en of de deur open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

t.a.v. 09/777100-16:

1.

hij op 27 februari 2016 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, met Slachtoffer 5, geboren op 6 april 2000, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, meermalen een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Slachtoffer 5, door zijn, verdachtes, penis in de mond van die Slachtoffer 5 te duwen en/of te brengen en/of te laten nemen en/of het betasten van de vagina en/of borsten van die Slachtoffer 5;

2.

hij op of omstreeks 01 augustus 2016 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, Slachtoffer 6, door bedreiging met smaad en/of smaadschrift gericht tegen voornoemde Slachtoffer 6 heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, te weten het versturen van een foto van zichzelf waarop zij met ontbloot bovenlijf en/of ontblote borsten te zien is, door die Slachtoffer 6 te melden dat er anders een foto van haar ontblote onderlichaam en/of vagina, althans seksueel getinte foto('s) op internet zal/zullen worden geplaatst;

3. ( ter berechting gevoegd het feit geregistreerd onder parketnummer 09/017089-17):

hij op of omstreeks 24 januari 2017 te Rijswijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een/of meer shisa-artikelen (artikelen bestemd voor het roken met een waterpijp), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Benadeelde partij, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders;

4. ( ter berechting gevoegd het feit geregistreerd onder parketnummer 09/115684-16):

hij op of omstreeks 1 mei 2016 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een (heren)fiets (merk: Peugeot) en/of

- een (dames)fiets (merk: Ficarius),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Slachtoffer 7 en/of

Slachtoffer 8, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 2 mei 2016 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) goed(eren), te weten een (heren)fiets (merk: Peugeot) en/of een (dames)fiets (merk: Ficarius), heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van

dit/deze goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5. ( ter berechting gevoegd het/de feit(en) geregistreerd onder parketnummer 09/817796-17):

hij op of omstreeks 20 maart 2017 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scootmobiel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Slachtoffer 9 Den Haag, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

6.

hij op of omstreeks 20 maart 2017 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een scootmobiel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Slachtoffer 9 Den Haag, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk die

scootmobiel in de sloot te rijden of duwen;

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Parketnummer 09/842064-18 feit 1, feit 2 en feit 3

3.1.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte de feiten heeft begaan, met dien verstande dat inzake feit 2 sprake is van een poging tot afpersing in vereniging gepleegd zoals ten laste gelegd onder subsidiair. Van het onder feit 2 primair tenlastegelegde dient de verdachte dus volgens de officier van justitie te worden vrijgesproken.

Inzake feit 3 primair is volgens de officier van justitie niet bewezen dat de verdachte het feit tezamen en in vereniging een ander of anderen heeft gepleegd, zodat de verdachte van die strafverzwarende omstandigheid dient te worden vrijgesproken.

3.1.2

Het standpunt van de verdachte en/of de verdediging

De verdachte heeft de feiten ontkend. De raadsvrouw heeft daarom om vrijspraak verzocht.

3.1.3

De beoordeling van de tenlastelegging1

Ten aanzien van feit 1

Op 9 februari 2018 was Slachtoffer 1 op een schoolfeest van het College slachtoffer 1. Het schoolfeest was omstreeks 22.30 uur afgelopen. Hij heeft aangegeven dat hij, toen hij over het schoolplein liep, werd vastgepakt door een jongen, die hij via Instagram kent als Instagram naam. Naast deze Instagram naam stond een jongen van ongeveer 2 meter lang. Slachtoffer 1 was bang, met name omdat de tweede jongen zo groot was.

Instagram naam pakte hem ter hoogte van zijn jaszak beet en gaf hem met zijn platte rechterhand een klap tegen de linkerzijde van zijn gezicht. Vervolgens voelde Instagram naam in de jaszakken van Slachtoffer 1 maar daar zat niets in. Daarna sloeg Instagram naam hem weer met zijn platte rechterhand tegen de linkerzijde van zijn gezicht en zijn linkeroor. Slachtoffer 1 hoorde een piep in zijn linkeroor. Slachtoffer 1 liep weg en werd bij het weglopen nog van achteren geschopt.2

Vriend 1 van verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 9 februari 2018 met vrienden, onder wie Instagram naam en Vriend 2 van verdachte, naar een schoolfeest van zijn school is gegaan en dat hij heeft gezien dat na afloop van dit schoolfeest Instagram naam en Vriend 2 van verdachte naar een jongen liepen en dat één van hen, hij dacht Instagram naam, de jongen met een vlakke hand in het gezicht op zijn wang sloeg. De jongen zou eerder spullen van Instagram naam hebben weggenomen.3

Vriend 2 van verdachte heeft bij de politie4 verklaard dat Instagram naam ruzie kreeg met een jongen, dat Instagram naam de jongen op zijn wangen sloeg en in zijn zakken voelde, dat Instagram naam zei dat de jongen zijn zakken moest leegmaken en dat er geslagen en geduwd werd. Vriend 2 van verdachte voelde zelf ook aan de zakken van de jongen. Hij had gehoord dat er eerder iets van Instagram naam was gestolen en heeft uit reflex gevoeld.

De verdachte heeft ter terechtzitting iedere betrokkenheid bij dit feit ontkend. Hij zou die avond thuis zijn geweest. De rechtbank acht die verklaring van de verdachte echter onaannemelijk. Niet alleen heeft aangever, maar ook Vriend 1 van verdachte en Vriend 2 van verdachte hebben over de aanwezigheid en betrokkenheid van de verdachte bij het feit verklaard. Voorts is uit onderzoek gebleken dat de Instagram naam waarover in de verklaringen wordt gesproken, de verdachte blijkt te zijn.5

Door de aanwezigheid van de medeverdachte Vriend 2 van verdachte ten tijde van het incident en het ook door hem doorzoeken van de zakken van Slachtoffer 1 is er sprake geweest van een dusdanige nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en deze Vriend 2 van verdachte dat er sprake is van medeplegen. De rol van de Vriend 2 van verdachte is daarbij van voldoende gewicht om te spreken van een wezenlijke bijdrage aan de poging om Slachtoffer 1 te beroven.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat feit 1 wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van feit 2

Op 9 februari 2018 was Slachtoffer 2 (verder: Slachtoffer 2) ook op het schoolfeest van het College slachtoffer 1. Na afloop van het feest, omstreeks 22.30 uur, liep Slachtoffer 2 samen met zijn vriend Slachtoffer 3 (verder: Slachtoffer 3) naar de tramhalte gelegen aan de [straatnaam] . Terwijl zij bij de tramhalte stonden te wachten, kwam er een groepje van vier jongens aanlopen. Slachtoffer 2 heeft verklaard dat een van deze jongens hem stevig bij zijn schouders beetpakte en zei “haal je zakken leeg, heb je geld”. Slachtoffer 2 zei niets bij zich te hebben en kreeg vervolgens een klap in het gezicht van die jongen. De jongen raakte hem met zijn platte hand vol op zijn gezicht. Hij raakte de linkerzijde van de kaak van Slachtoffer 2. Die voelde pijn en spuugde een beetje bloed uit. De tram kwam er aan en Slachtoffer 2 wilde instappen. Er kwam een tweede jongen bij die hem belette in de tram te stappen en bedreigde met de woorden “als je nu de tram in stapt, dan sla ik je total loss”. Hij is toen niet ingestapt. Slachtoffer 2 was duizelig van de eerste klap.

Hij kreeg vervolgens weer een vuistslag tegen de rechterzijde van zijn gezicht ter hoogte van zijn kaak. Deze kreeg hij van de tweede jongen. Hij was wederom duizelig.

Hij kreeg nogmaals een vuistslag van de eerste jongen tegen de rechterzijde van zijn gezicht ter hoogte van zijn wang, waarna klasgenoten hen uit elkaar haalden.6

Op 10 februari 2018 heeft Slachtoffer 2 het instagramprofiel Instagram profielnaam herkend als zijnde de eerste jongen en op een filmpje op het account Instagram naam heeft hij ook de tweede jongen herkend.7

Instagram profielnaam wordt door verbalisant [naam 2] herkend als de verdachte8 en de tweede jongen wordt door verbalisant [naam 2] herkend als Vriend 2 van verdachte.9

Slachtoffer 3 heeft verklaard dat hij heeft gezien dat zijn vriend werd geslagen.10

Getuige 2 heeft gezien dat Slachtoffer 2 werd vastgehouden en meegenomen door Instagram naam en een andere jongen. Ze zag dat Instagram naam Slachtoffer 2 opeens een klap gaf in zijn gezicht aan de rechterkant. Daarna gaf Instagram naam Slachtoffer 2 nog een paar klappen en drie andere jongens ook, ook met vuisten.11

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich aan het primair ten laste gelegde schuldig heeft gemaakt, nu uit de bewoordingen die bij de beroving zijn gebruikt volgt dat het de bedoeling was dat het slachtoffer spullen zou afgeven. Er is dus geen sprake van een poging tot diefstal maar van een poging tot afpersing. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het onder feit 2 primair ten laste gelegde en acht bewezen dat hij het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 3

Op 9 februari 2018 was ook Slachtoffer 3 (verder: Slachtoffer 3) op het schoolfeest geweest van het College slachtoffer 1. Na afloop van het feest omstreeks 22.30 uur, liep Slachtoffer 3 samen met een vriend, Slachtoffer 2 (verder: Slachtoffer 2), naar tramhalte [straatnaam] . Slachtoffer 3 heeft aangegeven dat, terwijl zij bij de tramhalte stonden, zijn vriend werd geslagen en dat er vervolgens een groep jongens zijn kant op kwam.

Eén van de jongens met een gezet postuur, ongeveer 1.64-1.70 meter lang, donker getint, Hindoestaans of Surinaams, ongeveer 18-19 jaar oud, krulletjes haar tot ongeveer op zijn oren, capuchon op, donkere jas, sprak Slachtoffer 3 aan en zei “laat je spullen zien, maak je zakken leeg”. Slachtoffer 3 voelde dat die jongen hem bij zijn jas vastpakte en zei “geef je spullen anders ga ik jou ook slaan”. Slachtoffer 3 gaf zijn telefoon (iPhone SE, zwart van kleur) en zijn OV- en identiteitskaart en kleingeld af en moest de gegevens van zijn iCloud wissen.12

Op 14 februari 2018 zijn de telefoon en de identiteitskaart van aangever Slachtoffer 3 teruggevonden in de slaapkamer van de verdachte.13

Er is onderzoek gedaan naar de telefoon van Slachtoffer 3 en gezien wordt dat er van simkaart is gewisseld. De simkaart die bij de verdachte in gebruik was, heeft van 9 februari 2018 tot 15 februari 2018 in de gestolen telefoon gezeten, terwijl hij daarvoor in een andere telefoon zat die ook bij de verdachte is aangetroffen. Deze telefoon, een Alcatel, blijkt ook in de omgeving van de plaats delict te zijn geweest rondom de incidenten en de wisseling van het simkaartje van de Alcatel is geweest op 9 februari 2018 tussen 22.19 uur en 23.25 uur.14 De meest aangestraalde mast in de periode van 9 februari 2018 tot 13 februari 2018 stond 650 meter van de woning van de verdachte af.15

Vriend 2 van verdachte heeft over dit feit verklaard dat hij erbij stond en een zwarte telefoon, een OV-kaart en een ID-kaart heeft gezien en dat de verdachte blij was met de telefoon. Hij heeft de verdachte horen schreeuwen dat de iCloud er af moest.16

Medeverdachte heeft verklaard dat Instagram naam een jongen pakte en meenam en dat de jongen zijn zakken moest legen. Instagram naam pakte hem met beide handen bij de jas. De jongen haalde een OV-kaart en een ID-kaart uit zijn zakken en Medeverdachte begreep later dat zijn telefoon was meegenomen.17 Medeverdachte heeft later gezegd dat hij de telefoon had.18

Vriend 1 van verdachte heeft verklaard dat Instagram naam aanwezig was bij de tramhalte waar onder meer Slachtoffer 3 is beroofd en met hem ruzie had.19

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de afpersing van Slachtoffer 3 Niet kan worden bewezen dat hierbij sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en een of meer medeverdachten en dat de afpersing dus samen met een of meer anderen is gepleegd, zodat de verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

3.2

Parketnummer 09/842064-18 feit 4

3.2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om wettig en overtuigend bewezen te verklaren dat de verdachte zich aan deze poging tot inbraak heeft schuldig gemaakt.

3.2.2

Het standpunt van de verdachte en/of de verdediging

De verdachte heeft het feit ontkend. De raadsvrouw heeft om vrijspraak gevraagd.

3.2.3

De beoordeling van de tenlastelegging

Slachtoffer 4 heeft aangifte gedaan van een poging tot inbraak in haar woning, gelegen aan de Adres slachtoffer 4, gepleegd op 23 januari 2018 tussen 9.48 en 10.10 uur. Omstreeks 9.00 uur die dag heeft zij haar woning verlaten en afgesloten. Toen zij naar haar auto liep, zag zij een jongen lopen die haar in haar auto heeft zien stappen en wegrijden.

Het signalement van deze jongen luidt: Antilliaanse afkomst, 20 à 25 jaar oud, ongeveer 1.70 meter lang, zijn haar ingevlochten naar achteren, een tweekleurig trainingspak licht met donkerblauwe kleuren, een donkerblauwe sportrugtas op zijn rug, nylon stof.

’s Middags ziet Slachtoffer 4 op het burgernet van de politie dat er rond het tijdstip van 9.50 tot 10.10 uur is geprobeerd in te breken in de omgeving van haar woning. Het bleek dat er gepoogd was om in te breken in haar woning. Het deurbeslag van de voordeur was verbroken.20

Op 23 januari 2018 komt er een melding bij de politie om naar Adres slachtoffer 4Adres slachtoffer 4 te gaan, waar een man zich verdacht zou gedragen en een breekijzer bij zich zou dragen. Omstreeks 10.00 uur kwamen verbalisanten aan en zagen zij dat van de voordeur van die woning de vaste deurkruk was afgebroken en voor de deur lag, en dat er een moet ter hoogte van het deurbeslag in de deurpost zat. Van een buurtbewoonster, die schuin tegenover nummer 17 woont, hoort de verbalisant dat zij een jongen naar de woning zag lopen en dat hij een breekijzer uit zijn tas haalde. Een buurtbewoner genaamd Getuige 1 vertelt de verbalisant dat hij het ook had gezien en een foto heeft gemaakt van de persoon. Getuige 1 verklaart dat hij met zijn vrouw de man met het breekijzer naar de Adres slachtoffer 4had zien lopen. Zij riepen toen hij bij deur van nummer 17 stond: “heee, wat doe je!” waarna de persoon schrok en wegliep.21

Voornoemde Getuige 1 heeft vervolgens als getuige verklaard dat hij zag dat de persoon steeds naar voren duwde alsof hij tegen de deur duwde met zijn lichaam. Hij hoorde een harde knal. Hij zag dat de man vluchtig naar links en rechts de straat doorkeek. Hij zag dat de man een knotje had.22

Verbalisant [naam 2] krijgt op 13 februari 2018 de foto te zien die getuige Getuige 1 heeft gemaakt. Hij herkent de verdachte op de foto. [naam 2] heeft meerdere contactmomenten gehad met de verdachte de afgelopen jaren.23

Verbalisant [naam 2] krijgt op dezelfde dag de foto te zien die gemaakt is, maar kent hem niet. Als hij echter op 10 februari 2018 een foto onder ogen krijgt van een man van wie eveneens de herkenning wordt gezocht, slaat hij hierop aan en ziet hij zoveel overeenkomsten dat het vermoeden rijst dat het om dezelfde persoon gaat.24 Deze persoon is door verbalisant [naam 2] herkend als de verdachte.25

Verbalisant [naam 2] krijgt op 12 februari 2018 de beide foto’s te zien waarvan verbalisant [naam 2] had verklaard dat het vermoedelijk dezelfde persoon was die op de foto’s te zien was. [naam 2] herkent de verdachte op de foto’s aan zijn stevige postuur, zijn haardracht in een knotje en ronde gezicht. Hij heeft de verdachte onlangs bij een voorgeleiding gezien en heeft in juni 2017 met de verdachte in een verhoor gezeten.26

De woning van de verdachte is op 14 februari 2018 doorzocht, waarbij in de woning kleding, een rugtas en schoenen worden aangetroffen. Er wordt op specifieke kenmerken gelijkenis geconstateerd tussen deze kleding, rugtas en schoenen die in de woning zijn aangetroffen en de kleding, rugtas en schoenen van de persoon die te zien is op de foto die getuige Getuige 1 heeft gemaakt.27

Er is tot slot nog onderzoek gedaan naar het telefoonnummer 06-, waaruit is gebleken dat dit telefoonnummer ten tijde van het feit in gebruik was bij de verdachte. Op 23 januari 2018 tussen 9.00 en 10.30 uur straalt de telefoon een zendmast aan. De woning Adres slachtoffer 4 blijkt binnen het minimale bereik te vallen van deze zendmast die het nummer aanstraalde.28

Gezien bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze poging tot woninginbraak.

3.3

Parketnummer 09/777100-16 feit 1

3.3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft om vrijspraak van dit feit gevraagd, nu het dossier onvoldoende steun bevat voor de aangifte. Vast staat dat de aangeefster de verdachte op 27 februari 2016 oraal heeft bevredigd, maar niet kan worden uitgesloten dat dit op basis van vrijwilligheid is gebeurd. De getuige en de medeverdachte verklaren niet over dwang.

Een nader verhoor van de aangeefster is door haar psychische gesteldheid en kwetsbaarheid niet mogelijk.

3.3.2

Het standpunt van de verdachte en/of de verdediging

De verdachte heeft erkend dat hij op 27 februari 2018 door aangeefster oraal is bevredigd. Hij heeft echter ontkend dat er sprake was van een dwangsituatie waarin deze handeling heeft plaatsgevonden. De raadsvrouw heeft om die reden om vrijspraak gevraagd. Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verklaringen van aangeefster onbetrouwbaar zijn en tegenstrijdig. De verdediging heeft haar niet kunnen horen nu zowel de rechter-commissaris als de rechtbank ter terechtzitting dit verzoek heeft afgewezen. Tot slot heeft de raadsvrouw opgemerkt dat het verschil in leeftijd tussen de verdachte en de aangeefster klein was.

3.3.3

De beoordelingen van de tenlastelegging

De rechtbank overweegt dat vast staat dat er op 27 februari 2016 orale seks is geweest tussen de verdachte, destijds 14 jaar, en de aangeefster, destijds 15 jaar. De rechtbank overweegt dat het ontuchtig karakter van dergelijke handelingen kan ontbreken als de sociaal-ethische norm niet is overtreden. Hiertoe dient onder meer te worden beoordeeld of is gehandeld in een sfeer van dwang en onvrijwilligheid. De rechtbank is van oordeel dat de aangifte hiervoor onvoldoende wordt ondersteund door de verklaringen van de getuigen. Nu er bovendien sprake is van een gering leeftijdsverschil, kan op basis van dit dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van seksuele handelingen die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Het ontuchtig karakter van de handelingen kan onvoldoende worden afgeleid uit de bewijsmiddelen. De rechtbank zal de verdachte daarom van dit feit vrijspreken.

3.4

Parketnummer 09/777100-16 feit 2

3.4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht dit feit wettig en overtuigend bewezen.

3.4.2

Het standpunt van de verdachte en/of de verdediging

De verdachte heeft dit feit ter terechtzitting ontkend. Hij heeft onder meer aangevoerd dat wachtwoorden door jongeren onderling worden uitgewisseld. Het is een ander geweest die via whats-app het dreigement heeft gestuurd om een seksueel getinte foto openbaar te maken als het slachtoffer niet een nieuwe foto zou sturen. De raadsvrouw heeft gelet op de ontkenning door de verdachte vrijspraak bepleit.

3.4.3

De beoordeling van de tenlastelegging29

De moeder van Slachtoffer 6 heeft namens haar dochter aangifte gedaan. Zij heeft verklaard dat Slachtoffer 6een filmpje van haar vagina had gestuurd naar de verdachte, Instagram naam. Instagram naam had haar geappt dat ze voor 2 uur ’s nachts een foto van haar borsten moest sturen, anders zou hij de foto van haar vagina verspreiden.30

Slachtoffer 6 heeft hem vervolgens een foto van haar blote borsten gestuurd.31

De moeder van Slachtoffer 6 heeft het whats-app gesprek tussen haar dochter en Instagram naam aan de politie ter beschikking gesteld.32 Uit de weergave van de whats app-gesprekken blijkt dat een chat heeft plaatsgevonden op 1 augustus 2016 tussen 2:10:27 en 2:57:14 en dat Slachtoffer 6aan het verzoek heeft voldaan. Onder meer is – samengevat weergegeven - sprake van de volgende teksten33 :

Verdachte: Je naaktpicc heb ik nog

als jij geen nieuw stuurt plaats ik ze op me acc.

Slachtoffer: waarom

Verdachte: ik heb nu alleen kut. stuur van boobies.

anders expoosings. maar ik gun je kans.

Slachtoffer: eerst ga je me insta, dan zeg je ik ben kkr lelijk, en nu ineens moet ik foto gan sturen

Verdachte: let maar op me insta

vanmiddag komt je kutpicc erop. met je snappnaam.

stuur die picca. dan ik gun je.

die boobpicc is alleemn voor me album

Slachtoffer: waarom zou ikl

dan word je niet geexpoosd

ik geef je tot 2.20

anderse komt je picca van kut en dm op me acc

en grote accs

voorallesoldiers

nog 2 min

Slachtoffer: ok ok ik stuur

Verdachte: nu!

Slachtoffer: alleen via snap. daarna is hetklaar.

Verdachte: waar blijft die kk snapp

Slachtoffer: oke nu is het klaar.

is het nu klaar Instagram naam.

Verdachte: ja.

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij inderdaad een foto van Slachtoffer 6 heeft ontvangen met daarop haar borsten nadat hij daarom had gevraagd. Hij had haar gezegd dat ze moest ophouden met whats-app berichten sturen en dat hij haar anders zou gaan ‘exposen’. Dat betekent volgens de verdachte de foto op instagram zetten. Ook heeft hij verklaard dat hij haar wel even moest bedreigen omdat ze maar bleef doorgaan en ze niet stopte.34

Bij de rechter-commissaris heeft de verdachte nog uitdrukkelijk verklaard dat het niet okay is wat er is gebeurd, omdat zij (= Slachtoffer 6) de druk voelde. Meerdere mensen hebben de foto’s via snapchat gezien.35

Gezien bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit feit heeft begaan.

3.5

Parketnummer 09/777100-16 feit 3 (=09/017089-17)

3.5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht dit feit wettig en overtuigend bewezen.

3.5.2

Het standpunt van de verdachte en/of de verdediging

Er is geen bewijsverweer gevoerd.

3.5.3

De beoordeling van de tenlastelegging36

De rechtbank overweegt dat gelet op de bekennende verklaring van de verdachte en gelet op het feit dat ter zake van dit feit geen vrijspraak is bepleit kan worden volstaan met een opsomming van de gebezigde bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank bezigt als bewijsmiddelen:

- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 1 oktober 2018;

- het proces-verbaal van aangifte door Benadeelde partij;

- het proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaal nummer PL1500-2017022898-10 (bekijken camerabeelden).

3.6

Parketnummer 09/777100-16 feit 4 (= 09/115684-16)

3.6.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde, te weten de diefstal van twee fietsen, wettig en overtuigend bewezen.

3.6.2

Het standpunt van de verdachte en/of de verdediging

Ten aanzien van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde is vrijspraak gevraagd. Subsidiair is verzocht om de verdachte alleen voor de schuldheling te veroordelen nu hij wel een vermoeden had dat het niet goed zat.

3.6.3

De beoordeling van de tenlastelegging37

Slachtoffer 7 heeft mede namens Slachtoffer 8 aangifte gedaan van diefstal van een tweetal fietsen op 1 mei 2016, een Peugeot herenfiets en een Ficarus damesfiets.38

Slachtoffer 7 is dezelfde dag op [Website] gaan kijken en zag zijn fiets te koop staan. De broer heeft gebeld met het telefoonnummer dat bij de advertentie stond [mobiel] ) en er is een afspraak bij coffeeshop gemaakt voor 20 à 30 minuten later. De persoon aan de telefoon zei dat hij zijn broertje van 14 jaar zou sturen en dat deze met twee vrienden zou komen. Op de afgesproken plek stond een aantal jongens met een fiets, die de aangever meteen herkende als zijn eigen fiets. De politie is gebeld en kwam ter plaatse.39

Twee van de drie verdachten worden aangehouden, te weten Medeverdachte en Medeverdachte.40

Medeverdachte 3 heeft verklaard dat hij samen was met [Verdachte] en [Medeverdachte] . [Verdachte] werd gebeld en de persoon wilde van [Verdachte] een fiets kopen. Met zijn drieën gingen ze naar de kelder van [Verdachte] en daar stond de fiets, waarvan [Verdachte] zei dat hij van hem was en hij hem wilde verkopen.41 In zijn tweede verklaring heeft Medeverdachte het over [Verdachte] en niet meer over [Verdachte] . De fiets kwam uit de kelder van [Verdachte] .42

Medeverdachte heeft verklaard dat [Verdachte] een fiets wilde verkopen en dat hij en [Medeverdachte] instemden om mee te gaan. [Verdachte] kwam vervolgens met twee fietsen aan. De andere was een damesfiets zwart van kleur.43

In een app-gesprek tussen de telefoon in gebruik bij de verdachte en een zekere [andere partij] op 3 mei 2016, de dag voordat hij zich moet melden bij de politie, schrijft de gebruiker van de telefoon van de verdachte dat “hij echt dom is geweest”, “dat hij nooit meer zulke dingen zal doen” en “dat wij de fiets hebben gestolen.”44

Uit onderzoek in de telefoon van Medeverdachte blijkt ten slotte dat het telefoonnummer [mobiel] het nummer is in gebruik bij de verdachte.45

De verdachte heeft bevestigd dat hij [Verdachte] is en aanwezig was bij de afspraak bij coffeeshop. Hij heeft echter verdere betrokkenheid bij het feit ontkend.46

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich aan de diefstal van beide fietsen heeft schuldig gemaakt. Uit de aangifte blijkt dat de beide fietsen vanaf dezelfde locatie zijn weggenomen, en dat kort daarna de Peugeot herenfiets op Website te koop is aangeboden door de verdachte. Uit de verklaring van de medeverdachten volgt dat de verdachte de Peugeot herenfiets uit zijn kelder heeft gehaald en tegen een derde heeft de verdachte met zoveel woorden verklaard dat hij een fiets had gestolen. Verdachte 4 heeft nog verklaard over de damesfiets waarmee de verdachte ook aan kwam. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten dat hij deze diefstal tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd.

3.7

Parketnummer 09/777100-16 feit 5 en feit 6 (= 09/817796-17)

3.7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen.

3.7.2

Het standpunt van de verdachte en/of de verdediging

Er zijn geen bewijsverweren gevoerd.

3.7.3

De beoordeling van de tenlastelegging47

De rechtbank overweegt dat, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte en gelet op het feit dat ter zake van deze feit geen vrijspraak is bepleit, kan worden volstaan met een opsomming van de gebezigde bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank bezigt als bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 1 oktober 2018;

- het proces-verbaal van aangifte van Slachtoffer 9, van de diefstal van de scootmobiel, p. 28-29;

- het proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte, waarin deze de diefstal bekent en verklaart dat de scootmobiel in de sloot is gedumpt, p. 69-70;

- een proces-verbaal van bevindingen, waarin Slachtoffer 9 laat weten dat de scootmobiel met schade is teruggevonden, p. 50.

3.8

De bewezenverklaring

De rechtbank acht ten aanzien van de verdachte wettig en overtuigend bewezen dat

t.a.v. 09/842064-18:

1.

hij op 9 februari 2018 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan Slachtoffer 1, met zijn mededader, zijn handen in de jaszakken van die Slachtoffer 1 heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld van geweld tegen Slachtoffer 1 gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld bestond uit het slaan van die Slachtoffer 1

2 subsidiair.

hij op 9 februari 2018 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld Slachtoffer 2 te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld, toebehorende aan die Slachtoffer 2, met zijn mededaders die Slachtoffer 2 heeft vastgepakt en geslagen en daarbij te zeggen "Haal je zakken leeg, heb je geld" en "Als je nu de tram instapt dan sla ik je total loss", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3 primair.

hij op 9 februari 2018 te 's-Gravenhage, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld Slachtoffer 3 heeft gedwongen tot de afgifte van een identiteitsbewijs, een ov-kaart, een telefoon en kleingeld, toebehorende aan Slachtoffer 3, welk geweld en welke bedreiging met geweld

bestonden uit

- te zeggen: "Geef je spullen, anders ga ik jou ook slaan", en

- het slaan en/of schoppen en/of vastpakken van en/of trekken aan die Slachtoffer 3;

4.

hij op 23 januari 2018 te ’s-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen naar zijn gading, dat aan een ander toebehoorde, te weten aan Slachtoffer 4, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, te weten de deur en/of het slot proberen te forceren en/of de deur open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

t.a.v. 09/777100-16:

2.

hij op 1 augustus 2016 te 's-Gravenhage, Slachtoffer 6, door bedreiging met smaad en/of smaadschrift gericht tegen voornoemde Slachtoffer 6heeft gedwongen iets te doen, te weten het versturen van een foto van zichzelf waarop zij met ontbloot bovenlijf en/of ontblote borsten te zien is, door die Slachtoffer 6te melden dat er anders een foto van haar ontblote vagina, op internet zal/zullen worden geplaatst;

3. ( ter berechting gevoegd het feit geregistreerd onder parketnummer 09/017089-17):

hij op 24 januari 2017 te Rijswijk tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen shisha-artikelen (artikelen bestemd voor het roken met een waterpijp), toebehorende aan Benadeelde partij;

4 primair. (ter berechting gevoegd het feit geregistreerd onder parketnummer 09/115684-16):

hij op 1 mei 2016 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een herenfiets (merk: Peugeot) en

- een damesfiets (merk: Ficarus),

toebehorende aan Slachtoffer 7 respectievelijk Slachtoffer 8;

5. ( ter berechting gevoegd het/de feit(en) geregistreerd onder parketnummer 09/817796-17):

hij op 20 maart 2017 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scootmobiel, toebehorende aan Slachtoffer 9;

6.

hij op 20 maart 2017 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander , opzettelijk en wederrechtelijk een scootmobiel, toebehorende aan Slachtoffer 9, onbruikbaar heeft gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk die

scootmobiel in de sloot te rijden of te duwen;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/842064-18 onder 2 primair en van het bij dagvaarding met parketnummer 09/777100-16 onder 1 tenlastegelegde wordt vrijgesproken. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/842064-18 onder 1, 2 subsidiair, 3 primair en 4 en het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/777100-16 onder 2, 3, 4 primair, 5 en 6 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 196 dagen met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om aan de verdachte op te leggen de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel), geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat de redelijke termijn in een aantal van de zaken is overschreden hetgeen, zo begrijpt de rechtbank, moet leiden tot strafvermindering.

Gezien deze omstandigheid, het feit dat de verdachte in de ontuchtzaak reeds na een paar dagen is heengezonden en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft de raadsvrouw verzocht om hem een straf op te leggen voor een duur gelijk aan het voorarrest.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmaat rekening met de ernst van en veelheid aan feiten, de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De verdachte heeft zich, binnen een periode van ongeveer 2 jaren, schuldig gemaakt aan een negental strafbare feiten.

Het meest recent is een drietal berovingen, telkens van een leeftijdgenoot, gepleegd op dezelfde dag, waarbij het bij twee slachtoffers bij een poging is gebleven. Twee van deze drie feiten zijn met een mededader gepleegd. Er is geslagen en geschopt en van een slachtoffer is onder meer een telefoon, zijn ID-bewijs en een OV-kaart afgenomen. Het zijn vreselijke feiten die bij slachtoffers veel impact kunnen hebben, hetgeen bij slachtoffer Slachtoffer 3 ook is gebleken. De verdachte heeft geen verantwoordelijkheid willen nemen voor deze lage streken. In januari 2018 heeft de verdachte zich ook nog schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak in een woning. Doordat de verdachte werd gezien door omwonenden is het bij een poging gebleven. Ook in deze zaak blijft de verdachte, ondanks voldoende en overtuigend bewijs, ontkennen.

In 2017 heeft de verdachte samen met een ander een scootmobiel gestolen en deze in een sloot gedumpt. Een lafhartig delict waar een ouder, hulpbehoevend slachtoffer de dupe van is geworden. Ook in dat jaar heeft de verdachte samen met een ander shisha-artikelen gestolen. Respect voor andermans eigendommen heeft hij dus, ook na zijn eerdere aanhoudingen in dat kader, niet betoond. Dat geldt ook voor de diefstal van een tweetal fietsen, gepleegd in 2016. Fietsendiefstal is een uiterst vervelend en ergerlijk fenomeen dat ook nog eens veel overlast veroorzaakt.

Tot slot heeft de verdachte in 2016 een meisje onder bedreiging van het openbaar maken van een naaktfoto van haar gedwongen om een foto van haar borsten te sturen. Dergelijke dwang uitoefenen is naar en intimiderend, en kan gemakkelijk leiden tot angst en psychische problemen bij het slachtoffer.

Voorts is komen vast te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie, in het verleden reeds eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten en dat aan hem ook strafbeschikkingen zijn uitgevaardigd.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van het Klinisch Multidisciplinair onderzoek Pro Justitia, van 2 augustus 2018, ondertekend door L. Heukelom en D. Matser, waarbij onderzoekers zich hebben gericht op de vier onder parketnummer 09/842064-18 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten. Het rapport houdt onder meer in, verkort en zakelijk weergegeven:

Bij de verdachte is een oppositionele gedragsstoornis en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en narcistische trekken gediagnosticeerd, op basis van een verstoord verlopen hechting.

In groepsverband functioneert de verdachte duidelijk anders dan individueel. Status en beoordeling door de groep lijkt voor hem in de observatieperiode een belangrijke drijfveer te zijn. In groepsverband lijkt hij sterk gericht te zijn op het zich laten zien en het betreden van het podium. Het zich laten gelden en hierin wellicht een leidende rol te willen spelen is dan van behoorlijk belang voor hem.

Vanuit de hechtingsproblematiek lijkt het vooral van belang om gezien te worden. Hij vertoont hierin opvallend gedrag; in het interpersoonlijk contact lijken keuzes opportunistisch en gericht op waardering en bewondering, mogelijk ter overdekking van zijn contactuele onmacht om constructief aan relaties te werken. Hij heeft nauwelijks verbinding met eigen emoties en met anderen en raakt de zelfcontrole in enige mate kwijt en lijkt helemaal niet te anticiperen op de gevolgen van zijn handelen. Ook achteraf kan hij nauwelijks reflecteren op zijn eigen gedrag. Hij heeft daarbij een lacunair geweten, wat nauwelijks remmend werkt op grensoverschrijdende situaties. Bij de berovingen lijkt sprake te zijn geweest van het gebruik van gecontroleerd en instrumenteel geweld, hetgeen opvallend is omdat eerder nauwelijks sprake was van geweld en betroffen het vermogensdelicten, veelal solitair gepleegd. Gezien zijn gedragingen waarbij hij in groepsverband geneigd is zich te overschreeuwen, niet meer goed kan reflecteren en nauwelijks verbinding heeft met zijn emoties en met die van anderen, wordt geadviseerd hem dit tenlastegelegd in licht verminderde mate toe te rekenen. Ten aanzien van de poging inbraak kan worden gesteld dat groepsdruk geen rol lijkt te spelen, maar louter financiële overwegingen. Het lijkt een opportunistisch delict en er wordt geadviseerd hem dit volledig toe te rekenen.

Uit de risicotaxatie blijkt een hoog recidiverisico op delinquent gedrag en matig verhoogd risico op toekomstig gewelddadig gedrag. Factoren vanuit de psychopathologie die hieraan bijdragen zijn: een gebrekkige gewetensontwikkeling voortvloeiend uit de hechtingsstoornis, reflectie achteraf is tevens beperkt. Daarnaast maakt hij in groepsverband impulsieve en opportunistische keuzes, veelal gericht op bewondering. De zelfcontrole kan dan tekort schieten. Het is noodzakelijk dat hij leert zich minder afhankelijk te voelen van beoordeling van anderen en meer eigen mening en identiteit krijgt. Een klinische behandeling met structuur en een voorspelbaar klimaat dat met hem kan meebewegen is nodig. Heel starre lijnen lijken averechts te werken. Schematherapie, eventueel in combinatie met vaktherapie lijkt de interventie van keuze te zijn. Hiermee kan een begin gemaakt worden ten aanzien van het aangaan van relaties met anderen en zichzelf en kan beschermend werken ten aanzien van het maken van keuzes en geeft ruime voor het stellen van constructieve en weloverwogen doelen op langere termijn.

De start van de behandeling zal gesloten moeten plaatsvinden waarbij met hem gereflecteerd kan worden op zijn gedragingen en deze geanalyseerd kunnen worden binnen de therapie. Pas wanneer er een voldoende stevige behandelrelatie is ontstaan, er lange termijndoelen zijn gesteld die motiverend werken en de remmende functies voldoende verstevigd zijn, kan het continue toezicht voorzichtig afgebouwd worden. Een plaatsing binnen aanvankelijk gesloten jeugdzorg biedt hierop de meeste kansen daar zij de juiste behandeling en behandelklimaat kunnen bieden en de verdachte qua problematiek past bij deze doelgroep. Doordat hij nog maar weinig positieve identiteit heeft ontwikkeld en de neiging heeft om zich te overschreeuwen, zoekt hij aansluiting bij antisociale jongeren om zich een criminele identiteit aan te meten. Hij vindt feitelijk weinig aansluiting maar trekt zich echter wel op aan de groep en probeert de groepsgenoten te imiteren, wat zijn gedrag verder verslechtert. Er wordt daarom meer ruimte gezien voor ontwikkeling binnen een doelgroep die breder georiënteerd is dan enkel forensisch. Dit maakt dat gesloten jeugdzorg de voorkeur heeft. Er wordt daar voldoende toezicht gehouden. Toewerken naar begeleid wonen lijkt een wenselijk doel. Geadviseerd wordt om een voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. Er is sprake van psychopathologie en een hoog risico op algemeen delinquent gedrag en matig risico op gewelddadig gedrag. Wanneer een stabiel prosociaal leefklimaat om hem heen bestaat zijn er wel ontwikkelingsmogelijkheden en kan ook worden gewerkt aan meer individuele behandeling. De verdachte bleek vooral positief beïnvloedbaar te zijn in een klimaat met veel structuur en meer kwetsbare jongeren. Gezien de aard van de behandeling zal deze waarschijnlijk slechts volgehouden worden binnen een gedwongen kader. Een belangrijk argument tot slot is dat behandeling tot dusver geen doorgang heeft kunnen vinden.

De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van het Pro Justitiarapport van 24 maart 2017, ondertekend door K.T.E. Zászlós, gz-psycholoog, opgemaakt in verband met de onder parketnummer 09/777100-16 onder 1 en 2 ten laste gelegde zedendelicten. Qua diagnose komt deze psycholoog niet tot wezenlijk andere conclusies.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op diverse rapportages van de Raad en dan met name die van 28 september 2018 en van hetgeen ter terechtzitting door de verschenen deskundigen van die Raad alsmede van de Stichting Jeugdbescherming west naar voren is gebracht. Zowel de Raad als de Stichting Jeugdbescherming west onderschrijven het advies om de verdachte een voorwaardelijk PIJ-maatregel op te leggen, hoewel er zeker twijfels zijn, nu gezien het gedrag en de problematiek, maar ook gezien de maximale duur en de inschatting van uit de gesloten accommodatie (Horizon Jeugdzorg en Onderwijs, locatie Harreveld) de te bieden gesloten behandeling te kort is om de patronen te doorbreken en de doelen te halen. Volgens de Raad lijkt de verdachte de afgelopen tijd overvraagd te zijn geweest. Hij had zelf geen probleembesef en zag geen reden voor hulp of behandeling. Hij was veelal ook niet gemotiveerd en begreep door beperkt zelfinzicht niet waarom mensen verandering in zijn houding en gedrag verwachten. Emoties en kwetsbaarheid werden door hem uit de weg gegaan en vanuit zijn netwerk kon ook onvoldoende ondersteuning werden geboden. Door een voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen zal de verdachte zich opnieuw aan allerlei voorwaarden, afspraken en regels moeten houden en gedrag moeten laten zien dat ver van hem af staat en dat hij niet kan volhouden. Er zal veel van hem gevraagd worden en op hem gelet worden. Mede omdat hij weinig leerbaar is en geen realiteitsbeleving laat zien en afspraken doet over weglopen, alsmede de afgelopen tijd in Harreveld heeft laten zien dat er eerder en verslechtering van zijn houding en gedrag is opgetreden. Echter een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel zal het gevoel van straf en afwijzing nog groter kunnen maken, nog meer weerstand tegen de hulpverlening en autoriteiten kunnen genereren en kunnen leiden tot nog meer recalcitrant gedrag. Echter, plaatsing in een kwetsbare rustige groep, dus niet bij jongeren met een criminele achtergrond, heeft een positiever effect op de verdachte.

De Raad adviseert uiteindelijk om de PIJ-maatregel voorwaardelijk op te leggen met als bijzondere voorwaarden: verblijf en behandeling in een gesloten orthopedagogische setting, een verbod op het gebruik van alcohol en verdovende middelen, alsmede een verplichting om mee te werken aan bloed- of urineonderzoek, het volgen van onderwijs en aansluitend op de gesloten plaatsing meewerken aan nadere behandeling en begeleiding, in te vullen door de jeugdreclassering met uiteindelijk toewerken naar begeleid wonen.

De Raad heeft voorts geadviseerd de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden te gelasten.

De rechtbank heeft ook nog kennisgenomen van rapportages van bovengenoemde Stichting Jeugdbescherming west.

De rechtbank neemt de conclusies, ook die met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid ten aanzien van de respectievelijke delicten, uit voornoemde rapporten over en zal het gegeven advies grotendeels opvolgen.

Hierbij merkt de rechtbank wel op dat zij met de Raad grote twijfels heeft over de haalbaarheid van het advies. In augustus 2019 wordt de verdachte 18 jaar en hij kan dus thans nog maximaal een jaar civielrechtelijk gesloten geplaatst blijven, mits er komend voorjaar een nieuwe machtiging tot plaatsing in een gesloten accommodatie wordt verleend.

De proceshouding ter terechtzitting van de verdachte geeft te denken, nu hij heeft aangegeven te zullen “acteren” en dus niet zichzelf te zullen laten zien. Voorts heeft de verdachte desgevraagd aangegeven de voorkeur te geven aan 12 maanden detentie, boven een gesloten plaatsing en behandeling. In ieder geval zal hij na zijn 18de verjaardag weer bij zijn moeder gaan wonen en is hij dan niet bereid aan welke voorwaarde dan ook nog mee te werken, aldus de verdachte. Uit de Pro Justitia rapportages en het advies van de Raad volgt echter dat de kans van slagen het grootst wordt geacht, indien sprake is van een verblijf en behandeling in een gesloten orthopedagogische setting, Om die reden is dan ook voldoende gemotiveerd waarom een voorwaardelijke PIJ-maatregel thans toch de voorkeur verdient boven een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel en zal de rechtbank hier bij de oplegging van de maatregel niet van afwijken.

Ten aanzien van de op te leggen bijzondere voorwaarden overweegt de rechtbank dat zij het in dat kader opleggen van verblijf en behandeling in een gesloten accommodatie niet mogelijk acht. Dit is immers reeds opgelegd in het kader van een civiele machtiging, die in ieder geval tot 18 mei 2019 loopt. Volstaan zal thans worden met het opleggen van een meldplicht bij de jeugdreclassering, een middelenverbod en een onderwijsverplichting. Het thans reeds bij bijzondere voorwaarde opleggen van behandeling en begeleiding voor de periode na het huidige verblijf in de gesloten accommodatie acht de rechtbank niet goed mogelijk, nu eerst zal moeten worden bezien hoe het dit komende jaar zal gaan. De rechtbank wijst de gecertificeerde instelling/jeugdreclassering er op dat, zodra de gesloten plaatsing in (uiterlijk) augustus 2019 eindigt, zij, via de officier van justitie, alsdan bij de rechtbank een verzoek kan doen om in de gestelde bijzondere voorwaarden wijziging te brengen en/of de proeftijd te verlengen met maximaal 1 jaar.

Het bevelen van de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden acht de rechtbank, gezien het huidige verblijf en de behandeling van de verdachte in een gesloten accommodatie binnen het civiele kader, niet opportuun.

De rechtbank stelt vast dat zes van de negen gepleegde feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld.

Op grond van hetgeen de psycholoog, de psychiater, de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering in hun rapporten vermelden is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de misdrijven een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en daarnaast de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (de zogeheten PIJ-maatregel) eisen. Bovendien is deze maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.

De rechtbank overweegt dat, nu de voorwaardelijke PIJ-maatregel ook zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, bij tenuitvoerlegging verlenging van deze maatregel mogelijk is voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaren niet te boven gaat.

Ten aanzien van de op te leggen straf zal de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, volstaan met het opleggen van een jeugddetentie voor de duur van het voorarrest, zijnde 198 dagen. De omstandigheid dat een aantal feiten reeds langer geleden is gepleegd en er bij de vervolging van die feiten sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, wordt hierin meegewogen.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen / de schadevergoedingsmaatregel

7.1

Slachtoffer 3 heeft zich ten aanzien van parketnummer 09/842064-18, feit 3 als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot

€ 1.022,49, bestaande uit € 500,-- immateriële schade en € 522,49 materiële schade. De materiële schade bestaat uit de posten:

- IPhone SE: € 475,--

- Feyenoord telefoonhoesje: € 24,99

- Opgeladen OV-kaart: € 22,50.

Voorts is de wettelijke rente gevorderd.

7.1.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, in die zin dat de vordering voor wat betreft de IPhone niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu deze post onvoldoende is onderbouwd.

Tevens heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen.

7.1.2

Het standpunt van de verdachte

De verdachte vindt de gevraagde schadevergoeding te hoog en heeft gesteld zelf ook immateriële schade te hebben geleden en niets vergoed te krijgen.

De raadsvrouw heeft primair gevraagd om een niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in zijn vordering gezien de verzochte vrijspraak van het feit dat ten grondslag ligt aan de vordering. Subsidiair is om matiging gevraagd van het toe te wijzen bedrag.

7.1.3

Het oordeel van de rechtbank

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de schade ten aanzien van de IPhone niet voldoende is onderbouwd zodat ten aanzien van dit deel van de vordering een niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij moet volgen. De overige materiële posten zijn voldoende onderbouwd en voldoende is komen vast te staan dat deze schade is geleden als rechtstreeks gevolg van het ten laste gelegde feit.

De vordering voor zover betreffende € 500,-- aan immateriële schade acht de rechtbank eveneens toewijsbaar. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden als gevolg van de beroving. Het gevorderde bedrag van € 500,-- acht de rechtbank naar billijkheid toewijsbaar.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente met ingang van 9 februari 2018 ten laste van de verdachte toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade per die datum is ontstaan.

Een en ander brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder parketnummer 09/842064-18 feit 3 primair bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 547,49, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 9 februari 2018 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd Slachtoffer 3.

7.2

Slachtoffer 5 heeft zich ten aanzien van parketnummer 09/777100-16 feit 1 als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1500, bestaande uit immateriële schade.

7.2.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft om niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering verzocht, gezien de gevraagde vrijspraak.

7.2.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft eveneens naar voren gebracht dat de vordering niet kan worden toegewezen.

7.2.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding nu de verdachte van het feit dat aan de vordering ten grondslag ligt wordt vrijgesproken.

8 De in beslag genomen goederen

8.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het op de lijst van in beslag genomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage aan dit vonnis is gehecht) onder 1 genummerde voorwerp zal worden verbeurdverklaard.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de in beslag genomen telefoon aan de verdachte terug te geven.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de in beslag genomen IPhone verbeurd verklaren. Het voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien het aan de verdachte toebehoort en met behulp van dit voorwerp het onder parketnummer 09/777100-16, feit 2, bewezen verklaarde feit is begaan.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en de maatregel zijn gegrond op de artikelen:

33, 33a, 36f, 45, 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77s, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 284, 310, 311, 312, 317 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

t.a.v. 09/842064-18 feit 2 primair en 09/777100-16 feit 1:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

t.a.v. 09/842064-18 feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3 primair, feit 4 en 09/777100-16 feit 2,

feit 3 (tbg 09/017089-17), feit 4 primair (tbg 09/115684-16), feit 5 (tbg 09/817796-17) en feit 6 (tbg 09/817796-17):

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de hem bij dagvaarding ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

t.a.v. 09/842064-18 feit 1:

POGING TOT DIEFSTAL, VERGEZELD VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

t.a.v. 09/842064-18 feit 2 subsidiair:

POGING TOT AFPERSING, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

t.a.v. 09/842064-18 feit 3 primair:

AFPERSING;

t.a.v. 09/842064-18 feit 4:

POGING TOT DIEFSTAL, WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT EN/OF HET WEG TE NEMEN GOED ONDER ZIJN BEREIKT HEEFT GEBRACHT, DOOR MIDDEL VAN BRAAK;

t.a.v. 09/777100-16 feit 2:

EEN ANDER DOOR BEDREIGING MET SMAAD/SMAADSCHRIFT DWINGEN IETS TE DOEN;

t.a.v. 09/777100-16 feit 3 (tbg 09/017089-17):

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

t.a.v. 09/777100-16 feit 4 primair (tbg 09/115684-16):

DIEFSTAL;

t.a.v. 09/777100-16 feit 5 (tbg 09/817796-17):

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

t.a.v. 09/777100-16 feit 6 (tbg 09/817796-17):

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK EN WEDERRECHTELIJK ENIG GOED DAT GEHEEL OF TEN DELE AAN EEN ANDER TOEBEHOORT, ONBRUIKBAAR MAKEN;

verklaart het bewezene en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot

jeugddetentie voor de duur van 198 dagen;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zijnde 198 dagen, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

legt aan de verdachte voorts op de maatregel van

plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 2 jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen aldaar zal melden, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van verdovende middelen en alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek, een en ander zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;

- gedurende de proeftijd onderwijs danwel een andere zinvolle dagbesteding zal volgen;

geeft opdracht aan Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert en die de kinderbeschermingsmaatregel uitvoert om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

t.a.v. 09/842064-18 feit 3 primair:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe ten laste van de verdachte en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan Slachtoffer 3, een bedrag van € 547,49 (zijnde € 500 aan immateriële schade en € 47,49 aan materiële schade), vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 9 februari 2018 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 547,49, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf

9 februari 2018 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd Slachtoffer 3;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 10 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

t.a.v. 09/777100-16 feit 1:

bepaalt dat de benadeelde partij Slachtoffer 5 niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

t.a.v. 09/777100-16 feit 2:

verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten:

1.00

stk telefoontoestel, Apple IPhone 4.

t.a.v. 09/842064-18:

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

t.a.v. 09/777100-16:

heft op het opgeschorte bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.C. Koekman, kinderrechter, voorzitter,

mr. J.E.M.G. van Wezel, kinderrechter en

mr. M.C. Bruining, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. T.B. van Amen, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 oktober 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit - voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal van de Districtsrecherche Den Haag-West, als bijlagen opgenomen bij het dossier met de naam Oudijk en het nummer 2018037694 DH2R018010, doorgenummerd als pagina 1 tot en met 473.

2 Proces-verbaal van aangifte van Slachtoffer 1, met bijlage, p. 148-151.

3 Proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte Vriend 1 van verdachte, p. 135 en p. 412.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte Vriend 2 van verdachte, p. 400.

5 Proces-verbaal van herkenning verdachte Verdachte, p. 24-26, 27-28 en 29-32.

6 Proces-verbaal van aangifte van Slachtoffer 2, p. 167-170.

7 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, p.171-177.

8 Proces-verbaal van herkenning verdachte Verdachte, p. 27-28.

9 Proces-verbaal van herkenning verdachte Vriend 2 van verdachte, p. 72-74.

10 Proces-verbaal van aangifte van Slachtoffer 3, p. 155.

11 Proces-verbaal van verhoor getuige Getuige 2, p. 185-189.

12 Proces-verbaal van aangifte van Slachtoffer 3, p. 155-159.

13 Proces-verbaal onderzoek inbeslaggenomen mobiele telefoon en proces-verbaal, p. 160-161 en p. 162-163.

14 Proces-verbaal; onderzoek verkeersgegevens 31626740261, p. 469-473

15 Proces-verbaal onderzoek verkeersgegevens weggenomen telefoon zaak 2.2, p. 462-464

16 Proces-verbaal verhoor verdachte Vriend 2 van verdachte, p. 402

17 Proces-verbaal verhoor verdachte Verdachte 2, p. 223

18 Proces-verbaal verhoor verdachte Verdachte 2, p. 224

19 Processen-verbaal verhoor verdachte Vriend 1 van verdachte, p. 136 en p. 414

20 Proces-verbaal van aangifte, p. 205 en 206 (= 443 en 444)

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 208, foto’s p. 210-212

22 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 214-215

23 Proces-verbaal van bevindingen, p. 207 en foto’s p. 208

24 Proces-verbaal van bevindingen, p. 201

25 Proces-verbaal van bevindingen, p. 29 – 231

26 Proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar, p. 219, foto’s p. 221-222

27 Proces-verbaal van bevindingen, p. 223-227

28 Proces-verbaal onderzoek verkeersgegeven 31626740261, p. 455-456

29 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit - voor zover niet ander weergegeven – delen van ambtsedige processen-verbaal de politie, Eenheid Den Haag, zaaksdossiernummer 2016282950, doorgenummerd als pagina 1 tot en met 267.

30 Proces-verbaal aangifte, p. 155

31 Proces-verbaal verhoor getuige, p. 161, eerste helft

32 Proces-verbaal informatief gesprek zeden, p. 138 bovenaan

33 Proces-verbaal van bevindingen, p. 152 onderaan tot en met p. 154 bovenaan

34 Proces-verbaal verhoor minderjarige verdachte, p. 47, eerste helft en p. 49 bovenaan

35 Proces-verbaal verhoor verdachte inbewaringstelling d.d. 4 november 2016, onder 6 en 7

36 Wanneer hierna bewijsmiddelen worden opgesomd zijn deze, tenzij anders vermeld, afkomstig uit een bundel processen-verbaal met bijlagen van de politie, eenheid Den Haag, registratienummer PL1500-2017022898, niet doorgenummerd

37 Wanneer hierna wordt verwezen naar bewijsmiddelen dan zijn deze te vinden - voor zover niet ander weergegeven – in delen van ambtsedige processen-verbaal met bijlagen van de politie, Eenheid Den Haag, registratienummer PL1500-2016123332, niet doorgenummerd, 86 pagina’s

38 Proces-verbaal aangifte, nummer PL1500-2016123111-1

39 Proces-verbaal van verhoor aangever, nummer PL1500-2016123111-16

40 Proces-verbaal van aanhouding Verdachte 3, PL1500-2016123332-2 en proces-verbaal van aanhouding Verdachte 4, PL1500-2016123111-5

41 Proces-verbaal verhoor minderjarige verdachte Verdachte 3, PL1500-2016123332-5

42 Proces-verbaal verhoor minderjarige verdachte Verdachte 3, PL1500-2016123332-19

43 Proces-verbaal verhoor minderjarige verdachte, PL1500-2016123111-9

44 Proces-verbaal van bevindingen, PL1500-2016123332-16

45 Proces-verbaal van bevindingen PL1500-2016123111-14

46 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 1 oktober 2018

47 Wanneer hieronder bewijsmiddelen met paginanummers worden opgesomd zijn deze, tenzij anders vermeld, afkomstig uit een bundel processen-verbaal met bijlagen van de politie, eenheid Den Haag, registratienummer PL1500-2017077748, doorgenummerd p. 1 tot en met 78.