Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:12163

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-02-2018
Datum publicatie
18-10-2018
Zaaknummer
NL17.15312
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Uganda, lhbt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL17.15312

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2018 in de zaak tussen

[naam 1] , eiseres,

gemachtigde mr. S.S.M. van Beek,

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

gemachtigde mr. J.M. van Leeuwe-Hokke.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 13 december 2017 (het bestreden besluit).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is ter zitting behandeld op 11 januari 2018. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Tevens was als tolk aanwezig T. Hikibuuka.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en van Ugandese nationaliteit. Op

18 augustus 2016 heeft eiseres een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Aan die aanvraag ligt de homoseksuele gerichtheid van eiseres ten grondslag. Homoseksualiteit is strafbaar in Uganda. Eiseres stelt zich vanaf haar 13e jaar bewust te zijn van haar seksuele geaardheid. In 2003 werd ze op 15-jarige leeftijd weggestuurd van school vanwege verliefdheid op een meisje. Op haar nieuwe school werd ze op 17-jarige leeftijd door vriendinnen uitgenodigd voor een feest, waar ook anderen met een homoseksuele gerichtheid kwamen en waar men daaraan uiting gaf. Daarna heeft eiseres haar geaardheid geaccepteerd. In 2015 was sprake van een incident en werd eiseres opgepakt en beschuldigd van homoseksualiteit. Eiseres is vrijgelaten met een meldplicht en dook enige tijd onder in Rwanda. Na terugkeer werd ze (tot aan haar vertrek in juli 2016) door haar familie gedwongen met een man samen te wonen en in 2015 te trouwen. Daarnaast had ze een relatie met een vrouw, [naam 2] , die ze op de universiteit heeft leren kennen. De problemen met haar man begonnen toen eiseres niet zwanger werd. Op advies van een vriend van haar man is eiseres gevlucht. Eiseres vreest voor haar man en familie.

2. Bij het bestreden besluit is de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), vanwege kennelijk valse verklaringen. Verweerder acht de gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De lesbische geaardheid wordt niet geloofd. De problemen als gevolg van die geaardheid evenmin.

3. Eiseres heeft het standpunt van verweerder omtrent de geloofwaardigheid van het relaas gemotiveerd betwist. Zonodig wordt daarop hierna ingegaan.

De rechtbank overweegt als volgt.

4. De rechtbank leidt uit artikel 32, tweede lid, van de herziene Procedurerichtlijn (Richtlijn 2013/32/EU) af dat alleen tot kennelijke ongegrondverklaring kan worden besloten nadat is vastgesteld dat de aanvraag kan worden afgewezen als ongegrond. De rechtbank ziet zich daarom allereerst voor de vraag gesteld of verweerder het besluit heeft kunnen afwijzen omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen en terecht toepassing heeft gegeven aan artikel 31, eerste lid, van de Vw.

5. Blijkens werkinstructie 2015/9 (WI 2015/9) - welke werkinstructie volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een vaste onderzoeksmethode vormt waarmee op een zorgvuldige manier onderzoek naar een gestelde seksuele gerichtheid als asielmotief wordt gedaan - ligt het zwaartepunt bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid op de antwoorden op vragen over:

- de eigen ervaringen (o.a. bewustwording en zelfacceptatie) van de vreemdeling met betrekking tot zijn of haar seksuele gerichtheid,

- wat dit voor hem of haar en de omgeving heeft betekend,

- wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst, en

- hoe diens ervaringen, ook volgens zijn of haar asielrelaas, in het algemene beeld passen. Dit geldt temeer als een vreemdeling - zoals in dit geval - afkomstig is uit een land waar homoseksualiteit maatschappelijk onacceptabel of strafbaar gesteld is.

6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de verklaringen van eiseres over haar proces van bewustwording te vaag en algemeen zijn en dat haar verklaringen telkens op hetzelfde neerkomen. In het verweerschrift heeft verweerder gemeld dat eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe dit proces verliep tussen haar 13e en 17e jaar en waarom eiseres haar geaardheid op haar 17e jaar direct na een feest accepteerde. Van een hoogopgeleide vrouw die stelt geruime tijd met haar geaardheid in het reine te leven mag worden verwacht dat ze dit proces inzichtelijker maakt. Eiseres heeft dit betwist en gewezen op onder meer de tijdens het nader gehoor afgelegde verklaringen. Eiseres heeft verklaard dat ze vanaf haar dertiende jaar sterke gevoelens voor meisjes had, dat ze het leuk vond om naar hen te kijken en wilde bij hen zijn (pag. 8). Ze heeft ook verklaard dat dat niet makkelijk was, dat ze dacht dat er iets mis met haar was en dat ze heeft geprobeerd die gevoelens te bedwingen. Eiseres ontdekte dat ze anders was dan anderen. Ze dacht dat ze er iets aan moest doen zoals bidden of traditionele medicijnen gebruiken. Over gevoelens praten kon niet. Het was niet makkelijk, maar eiseres kon er niets aan doen (pag. 9). Eiseres deed alles voor een vriendin om haar gelukkig te maken, maar ze zag het niet omdat ze anders was (pag. 12). Op haar nieuwe school ontdekte ze dat er anderen zoals zij waren. Er werden zogenaamde homo-feesten georganiseerd waar eiseres meer lesbische vrouwen zag en waar uiting aan die geaardheid werd gegeven. Daar was het normaal en ‘zag je het van elkaar’. Eiseres heeft daardoor haar geaardheid geaccepteerd (pag. 10) en kreeg een relatie met een meisjes dat ze op zo’n feest ontmoette. Wat betreft geloof heeft eiseres verklaard dat het niet mag en dat het niet geaccepteerd wordt, maar dat zij weet dat God toch van haar houdt. Haar geaardheid noemt ze vervelend en irritant omdat het ervoor zorgt dat ze minder naar de kerk gaat. Op de vraag wat dit voor eiseres en haar omgeving heeft betekent heeft eiseres geantwoord dat haar moeder het niet wilde accepteren en dat het geen leven is en het niet goed is wanneer alles wat je doet geheim moet zijn (pag. 13). De rechtbank is anders dan verweerder van oordeel dat eiseres gelet op onder meer voornoemde verklaringen niet vaag en (te) algemeen heeft verklaard over de onder 5 genoemde aspecten. Op dit punt zijn geen tegenstrijdigheden of wisselende verklaringen tegengeworpen. Eiseres heeft dit punt voldoende gemotiveerd betwist.

7. In het voornemen is eiseres verder tegengeworpen dat zij vaag heeft verklaard over wanneer de gestelde relatie met [naam 2] is ontstaan en hoe zij wist dat ze lesbisch was. In het bestreden besluit is daarover vermeld dat eiseres niet wordt tegengeworpen dat ze op de vragen over die relatie vage antwoorden heeft gegeven maar dat ze over die relatie in het algemeen slechts vaag heeft kunnen verklaren. Niet duidelijk is waarop verweerder doelt. De gestelde vragen, onder meer over waar en wanneer eiseres haar vriendin heeft leren kennen, zijn beantwoord. Indien verweerder meer over deze relatie had willen weten had verweerder daar in dit geval naar moeten vragen. Deze tegenwerping is eveneens voldoende gemotiveerd weersproken.

8. Verder wordt in het voornemen vermeld dat niet valt in te zien dat eiseres sinds haar komst in Nederland op 10 juli 2016 nooit de stap heeft genomen om uitgaansgelegenheden voor LHBT in Nederland te bezoeken. Wanneer eiseres in de zienswijze meldt dat zij bijeenkomsten en activiteiten van het COC bezoekt, werpt verweerder in het bestreden besluit tegen dat ‘die enkele omstandigheid niet tot de conclusie leidt dat haar gestelde seksuele gerichtheid geloofwaardig moet worden geacht omdat het immers voor iedereen mogelijk is om uitgaansgelegenheden en bijeenkomsten voor homoseksuelen te bezoeken’. Dat betreft evenmin een deugdelijke motivering. Eiseres heeft verder genoegzaam toegelicht dat zij het binnen het AZC moeilijk vindt om over haar geaardheid te praten nu door de daar verblijvende personen met verschillende nationaliteiten en geloven verschillend over homoseksualiteit wordt gedacht. De op dit punt aangevoerde gronden slagen eveneens.

9. Gelet op het voorgaande houdt de motivering van verweerder geen stand voor zover die ziet op de geloofwaardigheid van de kern van het relaas: de geaardheid van eiseres en dan met name haar verklaringen over het bewustwordings- en acceptatieproces.

10. Voor wat betreft de geloofwaardigheid van de gestelde problemen als gevolg van de lesbische geaardheid van eiseres (het incident in 2015 en problemen met de echtgenoot), overweegt de rechtbank voorts als volgt. Verweerder heeft die problemen niet geloofwaardig geacht en heeft aan dat standpunt onder meer ten grondslag gelegd dat het bevreemdend is dat eiseres haar land van herkomst twee keer zonder problemen legaal heeft kunnen verlaten, terwijl ze stelt dat haar een meldplicht is opgelegd. Eiseres heeft daartegen aangevoerd dat niet duidelijk was of ten tijde van de grensoverschrijdingen nog een onderzoek naar haar liep. Mogelijk was het dossier gesloten vanwege gebrek aan bewijs. Zo nog sprake was van onderzoek, dan geldt dat in Uganda sprake is van een niet optimaal functionerend signaleringssysteem. Dat blijkt uit overgelegde informatie van het IOM uit 2016, waarin is vermeld dat processen grote tekortkomingen vertonen en veiligheidscontroles lang niet bij alle vertrekkende migranten worden uitgevoerd. Tenslotte heeft eiseres gewezen op door VluchtelingenWerk Nederland gestelde vragen aan [naam 3] , die hij op 27 oktober 2017 heeft beantwoord. Op de eerste pagina van dat bericht beschrijft hij dat hij jarenlang in Uganda heeft gewerkt en op welk gebied hij kennis heeft. In dat bericht is ook beschreven dat en waarom hij het niet onmogelijk acht dat eiseres, gelet op de situatie waarin zij verkeerde, het land legaal heeft kunnen verlaten. Verweerder heeft hier tegenover in het bestreden besluit gesteld (pag. 8) dat ‘het feit dat eiseres haar land zonder problemen heeft kunnen verlaten, niet afdoet aan de omstandigheid dat ze na haar voorwaardelijke vrijlating door de politie en na de meldplicht, wel degelijk haar land van herkomst op legale wijze heeft kunnen uitreizen’. Daarmee is hetgeen in beroep is aangevoerd door verweerder onvoldoende gemotiveerd weerlegd.

11. Datzelfde geldt voor het volgende punt. Verweerder heeft eiseres tegengeworpen dat de gang van zaken rondom haar arrestatie door de politie niet overeenkomt met wat daarover in algemene bronnen is vermeld. Eiseres heeft dat gemotiveerd betwist en onder verwijzing naar diverse in de zienswijze genoemde rapportages aangevoerd dat de rechten van LHBT in Uganda niet worden gerespecteerd en dat er daarom niet vanuit kan worden gegaan dat zij zal worden behandeld zoals in de door verweerder genoemde wetgeving is vermeld. Verweerder had dit volgens eiseres moeten onderzoeken. Verweerder heeft daartegenover gesteld dat ‘de inhoud van de door eiseres ingebrachte stukken beslist niet zonder betekenis is, maar dat dit niet wegneemt dat haar verklaringen niet overeenkomen met wat uit openbare bronnen bekend is’. Ook dit vormt geen voldoende gemotiveerde bespreking van de aangevoerde grond.

12. Geconcludeerd wordt dat het beroep slaagt en het bestreden besluit moet worden vernietigd. Verweerder heeft de aanvraag niet met deze motivering kunnen afwijzen als ongegrond, en derhalve evenmin als kennelijk ongegrond. Verweerder dient opnieuw op de aanvraag te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder wordt op na te melden wijze in de proceskosten veroordeeld.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op binnen vier weken opnieuw op de aanvraag te beslissen met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.002,- (duizend en twee euro).

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Ch. Grazell, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2018.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen een week na de dag van verzending of plaatsing in het digitaal dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden aan partijen of digitaal ter beschikking gesteld op: