Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:12103

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-09-2018
Datum publicatie
10-10-2018
Zaaknummer
NL18.15419
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Georgië, veilig land van herkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL18.15419 en NL.18.15421


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiser,

[naam 2] , eiseres,

hierna gezamenlijk te noemen: eisers

(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.


Procesverloop
Bij twee afzonderlijke besluiten van 21 augustus 2018 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een asielvergunning in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL18.15420 en NL18.15422, plaatsgevonden op 20 september 2018. Beide partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet op zitting verschenen.

Overwegingen

1. Eisers zijn burgers van Georgië. Op 7 augustus 2018 hebben zij asielaanvragen ingediend. Aan die aanvragen ligt ten grondslag dat zij door hun relatie problemen hebben ondervonden met de onderwereldfamilie van eiseres. Eiser is bedreigd en beschoten. Ook is eiser mishandeld door de zoon van een parlementariër. Eiseres is gedwongen om abortus te plegen. De Georgische autoriteiten zijn niet in staat om in hun geval bescherming te bieden.

2. Verweerder stelt zich ten eerste op het standpunt dat onzekerheid blijft bestaan over de identiteit en herkomst van eisers, nu zij zonder verschoonbare reden geen enkel origineel identificerend document hebben overgelegd. De door eisers gestelde nationaliteit wordt gevolgd, nu zij in de Georgische taal zijn gehoord. Verweerder acht het asielrelaas van eisers ongeloofwaardig en wijst de asielaanvragen af als kennelijk ongegrond, omdat Georgië als een veilig land van herkomst wordt beschouwd.1

3. Op wat eisers daartegen hebben aangevoerd, wordt hierna ingegaan.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het relaas van eisers ongeloofwaardig is, omdat zij zeer summiere, vage, ongerijmde en tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd. Verweerder heeft daarnaast terecht tegengeworpen dat zij in de besluitvormingsfase geen enkel document ter onderbouwing van hun relaas hebben overgelegd, nu deze vanwege het relaas voorhanden moeten zijn geweest. Eisers hebben niet kunnen uitleggen waarom er geen ziekenhuisdocumenten, geen getuigenverklaringen van getuigen van de schietpartij, geen documenten van de politie of van hun huwelijk zijn ingebracht. De eerst in beroep ingebrachte medische verklaring kan slechts onderbouwen dat eiseres een abortus heeft ondergaan. Ook heeft verweerder de terugkeer van eisers naar [plaats] voor het huwelijk bevreemdend mogen achten, vanwege het gestelde gevaar dat eisers daar zouden lopen. De verklaring van eisers dat het huwelijk voor hen erg belangrijk was, heeft verweerder terecht als ontoereikend aangemerkt. Tot slot hebben eisers vaag en summier verklaard over de gestelde macht van de vader van eiseres.

5. Niet in geschil is dat Georgië in het algemeen als een veilig land van herkomst kan worden beschouwd. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat Georgië jegens hen zijn verdragsverplichtingen niet nakomt, of dat de Georgische autoriteiten geen bescherming willen of kunnen bieden tegen voorkomende problemen. Hiertoe wordt ook overwogen dat niet is gebleken dat eisers op enige wijze bescherming nodig hebben gehad, nu de problemen in de privésfeer niet geloofwaardig zijn bevonden.

6. De aanvragen zijn terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat dan ook geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

1 Ingevolge artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000