Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:11976

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19-07-2018
Datum publicatie
08-10-2018
Zaaknummer
C/09/556994
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Beschikking tot benoeming van een bijzondere curator (art 1: 250 BW) in het belang van de minderjarige verdachte

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 18-5304

Zaaknummer: 556994

Datum beschikking: 19 juli 2018

Beschikking tot benoeming van een bijzondere curator (art 1: 250 BW) in het belang van de minderjarige verdachte

[minderjarige] ,

de minderjarige,
geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] ,

verblijvende in [verblijfplaats] ,

advocaat: mr. L. Windhorst te Den Haag.

Als informanten worden aangemerkt:

de Raad voor de Kinderbescherming,

de gecertificeerde instelling, de Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
mr. L. Pronk, officier van justitie te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier in de zaak tegen de minderjarige.


De zaak is behandeld ter zitting van 19 juli 2018.
Aanwezig waren:
- de officier van justitie,

- de minderjarige, bijgestaan door [een tolk] en zijn advocaat,
- mevrouw [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming en

- mevrouw [B] namens de gecertificeerde instelling.

Uit de informatie in de strafzaak lijkt te volgen dat mevrouw [C] belast is met de voogdij – of een daarmee gelijk te stellen curatorschap – over de (uit [X] afkomstige) minderjarige en zijn zusje. De Raad voor de Kinderbescherming gaat er van uit dat mevrouw [C] het gezag heeft en thans ook uitoefent en dat er geen sprake is van een gezagsvacuüm.
Voorafgaand aan de zitting heeft de rechtbank de officier van justitie, de Raad voor de Kinderbescherming, de advocaat van de minderjarige en de advocaat van mevrouw [C] op de hoogte gebracht van het voornemen om een bijzondere curator te benoemen.

Ter zitting heeft de rechtbank de mogelijkheid aan de orde gesteld voor de minderjarige ambtshalve een bijzondere curator te benoemen.
De advocaat van de minderjarige, de officier van justitie en de vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling hebben aangegeven daar positief tegenover te staan.

Beoordeling

Op grond van artikel 1:250 Burgerlijk Wetboek (BW) – kort gezegd en voor zover hier van belang – kan de rechter een bijzondere curator benoemen wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige de belangen van de met het gezag belaste ouder(s) of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige en zij die benoeming in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht.

De rechtbank overweegt dat de minderjarige wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit, waarvan zijn zusje het slachtoffer is.

Uit het strafdossier blijkt dat mevrouw [C] het slachtoffer vertegenwoordigt in die strafzaak. Zij is met het slachtoffer vertrokken naar het buitenland, was niet aanwezig op de strafzitting en heeft via haar advocaat namens het slachtoffer een vordering benadeelde partij ingediend.

De rechtbank constateert tegenstrijdige belangen tussen de minderjarige en degene die wordt geacht het gezag over hem uit te oefenen en acht het daarom in het belang van de minderjarige dat hij wordt bijgestaan door een bijzondere curator.

De bijzondere curator zal de belangen van de minderjarige (in de strafzaak tegen hem) behartigen en kan de minderjarige zowel in als buiten rechte vertegenwoordigen.

Mw. [D] heeft zich bereid verklaard de taak van bijzondere curator op zich te nemen.

De rechtbank zal derhalve als bijzondere curator benoemen mw. [D] en haar opdragen:

de belangen van voornoemde minderjarige te behartigen in de strafzaak tegen hem en te onderzoeken wat nodig is om zijn belangen (ook na de strafprocedure) goed te behartigen.

De rechtbank benoemt de bijzondere curator in principe voor de duur van de (strafrechtelijke) procedure.
De inhoudelijke behandeling van de strafzaak zal naar verwachting plaatsvinden op 6 september 2018. Van de bijzondere curator wordt verwacht dat zij de rechtbank vóór de zitting, uiterlijk binnen 6 weken na vandaag, zal rapporteren over de resultaten van de bijstand.

Indien de rechtbank van oordeel is dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht, zal de rechtbank haar bij nadere beschikking van haar taak ontslaan.

Beslissing

De rechtbank

- benoemt met ingang van heden tot bijzondere curator over de minderjarige:

mevrouw [D]
kantoorhoudende op het adres [adres] ;

- draagt de bijzondere curator op het belang van de minderjarige in deze strafprocedure te behartigen en te onderzoeken wat nodig is om zijn belangen (ook daarna) goed te behartigen;

- draagt de bijzondere curator op om uiterlijk 6 weken na de datum van deze beschikking van de rechtbank in de strafzaak te rapporten aan Team Jeugd & Bopz van de rechtbank Den Haag (onder vermelding van parketnummer 09/827202-18) over de uitkomsten en het mogelijke vervolg;

-
draagt de griffie op de volgende stukken aan de bijzondere curator te zenden:
het strafdossier in de zaak tegen de minderjarige met parketnummer 09/827202-18;

- draagt de griffie op deze beschikking aan de bijzondere curator, de informanten en de advocaten van de minderjarige en van mevrouw [C] (onder vermelding van het parketnummer 09/827202-18) te zenden.

Deze beschikking is gegeven door mrs M. Kramer, voorzitter, tevens kinderrechter,
C.F. Mewe, kinderrechter, en D.G.J. Dop, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juli 2018, in tegenwoordigheid van mr. D.V. Verbree, griffier.1

Mr. C.F. Mewe is buiten staat deze beschikking te ondertekenen

1 Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Den Haag.
Het beroep moet worden ingesteld:
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.