Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:11851

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20-09-2018
Datum publicatie
08-10-2018
Zaaknummer
09-560065
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Beschikking tot benoeming van een bijzondere curator (art1:250BW) in het belang van de minderjarige verdachte

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 18-6790

Zaaknummer: 560065

Datum beschikking: 20 september 2018

Beschikking tot benoeming van een bijzondere curator (art 1: 250 BW) in het belang van de minderjarige verdachte

[minderjarige] ,

de minderjarige,
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] ,

verblijvende in [verblijfplaats] ,

advocaat: mr. L. Windhorst te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

mevrouw [A], [A] curator/ voogd van de minderjarige,

wonende op een onbekend adres in het buitenland.

Als informanten worden aangemerkt:

de Raad voor de Kinderbescherming,

de gecertificeerde instelling, de Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
mr. L. Pronk, officier van justitie te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier in de zaak tegen de minderjarige.

Op 19 juli 2018 heeft de rechtbank mevrouw drs. [B] voor de duur van deze (strafrechtelijke) procedure benoemd als bijzondere curator over de minderjarige.

De rechtbank heeft haar de opdracht gegeven te onderzoeken wat nodig is om de belangen van de minderjarige (ook na de strafprocedure) goed te behartigen.

Op 5 september 2018 heeft de rechtbank het rapport van de bijzondere curator ontvangen. Het rapport is besproken tijdens de behandeling van de strafzaak op 6 september 2018.

Bij deze zitting waren aanwezig:

- de officier van justitie,

- de minderjarige, bijgestaan door mevrouw [tolk] , en zijn advocaat,

- de bijzondere curator,
- mevrouw [C] namens de Raad voor de Kinderbescherming,

- de heer [D] namens de gecertificeerde instelling en

- de advocaat van mevrouw [A] , mr. D. de Jonge.

Op 20 september 2018 is de beslissing in de strafzaak uitgesproken en is de bijzondere curator ontslagen uit haar benoeming wegens beëindiging van haar werkzaamheden in die procedure.

Ter zitting van 6 september 2018 heeft de rechtbank de mogelijkheid aan de orde gesteld voor de minderjarige ambtshalve een bijzondere curator te benoemen voor de periode aansluitend op de strafrechtelijke beslissing.
De advocaat van de minderjarige, de bijzondere curator, de officier van justitie en de vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling hebben aangegeven er positief tegenover te staan als er voor de minderjarige een persoon in zijn leven komt die er voor hem kan zijn en zijn belangen kan behartigen.

Beoordeling

Op grond van artikel 1:250 Burgerlijk Wetboek (BW) – kort gezegd en voor zover hier van belang – kan de rechter een bijzondere curator benoemen wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige de belangen van de met het gezag belaste ouder(s) of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige en zij die benoeming in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht.

Met betrekking tot de interpretatie van artikel 1:250 BW heeft de toenmalige staatssecretaris van VenJ bij brief d.d. 16 oktober 2012 (in reactie op de op het rapport ‘De bijzondere curator, een lot uit de loterij?’ van de Kinderombudsman) onder meer overwogen dat de reikwijdte van het artikel groot is en er “ook in andere zaken waarin ouders om welke reden dan ook niet in staat zijn de belangen van het kind te behartigen” een bijzondere curator kan worden benoemd.

De rechtbank overweegt dat de minderjarige is veroordeeld voor een zedenmisdrijf waarvan zijn zusje het slachtoffer is.

Uit het strafdossier blijkt dat mevrouw [A] als voogd van het zusje namens haar een verzoek tot schadevergoeding heeft ingediend tegen de minderjarige. Deze vordering is weliswaar niet-ontvankelijk verklaard, maar dat laat de mogelijkheid open om het verzoek in te dienen bij de burgerlijke rechter.

Uit het strafdossier blijkt ook dat mevrouw [A] ervoor heeft gekozen om zich met het zusje in het buitenland te vestigen en haar taak als curator/voogd van de minderjarige alleen op afstand uit te oefenen. Daarin verwacht de rechtbank op grond van de stukken uit het strafdossier (op aanvaardbare termijn) geen verandering.

De rechtbank stelt vast dat mevrouw [A] degene is die wordt geacht het gezag over de minderjarige uit te oefenen. De rechtbank constateert dat er tegenstrijdige belangen zijn tussen haar en de minderjarige en ook dat zij door haar vestiging in het buitenland onvoldoende in staat is om de belangen van de minderjarige goed te behartigen.

De rechtbank acht het daarom in het belang van de minderjarige dat hij wordt bijgestaan door een bijzondere curator.

De bijzondere curator zal de belangen van de minderjarige behartigen en kan de minderjarige zowel in als buiten rechte vertegenwoordigen.

Mw. [B] heeft zich bereid verklaard de taak van bijzondere curator ook voor het vervolg na de strafzaak op zich te nemen.

De rechtbank zal derhalve als bijzondere curator benoemen mw. [B] en haar opdragen:

contact te houden met de minderjarige, zijn belangen te behartigen en de rechtbank over zes maanden te rapporteren over de minderjarige en de vraag wat er dan nodig is in het belang van (het welzijn van) de minderjarige.

De rechtbank benoemt de bijzondere curator in principe voor de duur van de zes maanden.

Er zal een nadere zitting worden gepland in maart 2019.

Van de bijzondere curator wordt verwacht dat zij de rechtbank uiterlijk een week vóór de zitting zal rapporteren.

Indien de rechtbank van oordeel is dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht, zal de rechtbank haar bij nadere beschikking van haar taak ontslaan.

Beslissing

De rechtbank

- benoemt met ingang van heden tot bijzondere curator over de minderjarige:

mevrouw [B]
kantoorhoudende op het [adres] ;

- draagt de bijzondere curator op contact te houden met de minderjarige, zijn belangen te behartigen en de rechtbank over zes maanden te rapporteren over de minderjarige en de vraag wat er dan nodig is in het belang van (het welzijn van) de minderjarige.

- draagt de bijzondere curator op om uiterlijk één week vóór de nader te bepalen zitting in maart 2019 te rapporteren aan Team Jeugd & Bopz van de rechtbank Den Haag over de minderjarige;


- draagt de griffie op deze beschikking aan de bijzondere curator, de Raad voor de Kinderbescherming, de belanghebbende en de advocaat van de minderjarige te zenden.

Deze beschikking is gegeven door mrs H. van Wezel, voorzitter, tevens kinderrechter,

C.F. Mewe, kinderrechter, en D.G.J. Dop, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.V. Verbree, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 september 2018