Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:11624

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-09-2018
Datum publicatie
12-10-2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 6349
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

sluiting horeca-inrichting ivm illegaal gokken,

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Horeca 2019/3092
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

REchtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR AWB 18/6349

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 september 2018 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. I.A. Groenendijk),

tegen

de burgemeester van Den Haag, verweerder

(gemachtigden: mr. E.P. Alonso en mr. N.A. van der Sluis).

Procesverloop

Bij besluit van 12 september 2018 heeft verweerder de horeca-inrichting in het perceel [perceel] te [plaats] tijdelijk voor een periode van drie maanden gesloten, ingaande op dinsdag 18 september 2018 12.00 uur en eindigend op dinsdag 18 december 2018, 12.00 uur.

Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Hij heeft voorts de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft toegezegd het besluit op te schorten tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2018. Verzoeker is daarbij verschenen, bijgestaan door mr. A.W.M. Nohl, waarnemer van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1 Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2.1

Op 1 juni 2018 is verzoeker een waarschuwing uitgereikt in verband met de constatering dat op 19 april 2018 in de inrichting gelegenheid werd geboden aan deelname aan illegale kansspelen.

2.2

Op 10 augustus 2018 is wederom geconstateerd dat in de inrichting illegaal gelegenheid werd gegeven deel te nemen aan kansspelen.

2.3

Op 17 augustus 2018 is verzoeker een voornemen tot sluiting van de inrichting uitgereikt.

3 Verweerder heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat de feiten en omstandigheden die blijken uit de informatie van toezichthouders voldoende aannemelijk maken dat verzoeker als ondernemer, dan wel de leidinggevende van de horeca-inrichting meermalen in de inrichting de gelegenheid heeft geboden tot deelname aan kansspelen. Dit is in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen (Wok) en beïnvloedt de openbare orde nadelig. Verweerder acht een sluiting voor de duur van drie maanden noodzakelijk om de openbare orde en het woon- en leefklimaat ter plaatse te herstellen.

4 Verzoeker stelt dat hij spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat hij door de sluiting in ernstige financiële problemen zal geraken en sluiting tot klantenverlies zal leiden. Verzoeker betwist dat de aanwezige computers gebruikt worden voor illegale kansspelen.

5 Op grond van artikel 1 van de WOK is het, voor zover hier van belang, verboden de gelegenheid te bieden tot deelname aan kansspelen.

6 De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Gebleken is dat verweerder op 1 juni 2018 een schriftelijke waarschuwing heeft uitgereikt aan verzoeker vanwege het faciliteren van illegale gokspelen, door toezichthouders geconstateerd op 19 april 2018. In de waarschuwing staat dat wanneer de overtredingen aanhouden, het optreden ingrijpender zal worden. Verzoeker kan dan een bestuurlijke maatregel verwachten, zoals sluiting van de horeca-inrichting.

Verweerder past ter zake van overtreding van de Wok in voor publiek toegankelijke inrichtingen de beleidslijn toe, dat éénmaal een waarschuwing wordt gegeven en dat bij een volgende constatering tot sluiting van de inrichting kan worden overgegaan. De voorzieningenrechter acht dit beleid niet kennelijk onredelijk.

Verzoeker heeft niet onderbouwd dan wel anderszins aannemelijk gemaakt dat de controles onjuist zijn verlopen of dat de in dit kader opgestelde processen-verbaal onjuist zijn, zodat verweerder deze controles en de in de processen-verbaal opgenomen constateringen bij de besluitvorming mocht betrekken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder gelet op de informatie van de toezichthouders voldoende aannemelijk heeft kunnen achten dat op 10 augustus 2018 sprake was van illegaal gokken in de inrichting. Zo bleek dat de aanwezige computers direct na binnenkomst van de toezichthouders werden afgesloten. Op de computers bleek het programma ‘Deep Freeze’ geïnstalleerd. Met dit programma keert een computer wanneer deze opnieuw wordt opgestart, automatisch terug naar de oorspronkelijke configuratie. Ook werden meerdere bettingslips aangetroffen, een aantal daarvan gedateerd op 10 augustus 2018. Op de bar werd een Epson-printer aangetroffen waarmee – zo bleek de toezichthouders – vanaf de computers bettingslips kunnen worden uitgeprint.

Verweerder heeft hierbij in aanmerking kunnen nemen dat het gelegenheid geven aan illegaal gokken, zoals dat hier aan de orde is, een schending van de openbare orde is, nu de horeca-inrichting een voor publiek toegankelijk gebouw is.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat verzoeker ernstig tekort is geschoten in zijn verantwoordelijkheid voor de gang van zaken in de horeca-inrichting en dat ter bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde opgetreden dient te worden. Daarbij heeft verweerder op goede gronden aangesloten bij zijn handhavingsbeleid, waarin is bepaald dat bij een eerste overtreding een waarschuwing wordt gegeven en bij de tweede overtreding overgegaan wordt tot sluiting voor de duur van drie maanden. Dat verzoeker niet strafrechtelijk is vervolgd voor gelegenheid geven tot illegaal gokken en dat de aangetroffen computers niet in beslag zijn genomen, doet daar niet aan af. Daarbij zij er op gewezen, dat in het bestuursrecht een andere bewijslast geldt dan in het strafrecht.

Gelet op het voorgaande bestaat onvoldoende grond om op voorhand aan te nemen dat verweerder ten onrechte tot sluiting voor de duur van drie maanden is overgegaan. Dat verzoeker er een groot financieel belang bij heeft dat hij de exploitatie van de inrichting hangende het bezwaar kan voortzetten, maakt dit niet anders.

Gelet op de afweging van de betrokken belangen bestaat er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

7 Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

8 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.G. Egter van Wissekerke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 september 2018.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.