Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:11525

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-08-2018
Datum publicatie
26-09-2018
Zaaknummer
NL18.14277
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Dublin Italië

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.14277


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres

(gemachtigde: mr. A. Greve-Kortrijk),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: J.E.P. Pijnenburg).

Procesverloop

Bij besluit van 1 augustus 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een asielvergunning niet in behandeling genomen.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (NL18.14278).

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.14278, plaatsgevonden op 23 augustus 2018. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek.

2. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van artikel 13 van de Dublinverordening.

3. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van systeemfouten in de asielprocedure of opvangvoorzieningen in Italië. Volgens vaste rechtspraak wordt ten aanzien van Italië onverkort uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De algemene informatie in de door eiseres aangehaalde rapporten van AIDA en MSF leiden niet tot een ander oordeel. Hieruit rijst geen ander beeld van de omstandigheden in Italië dan reeds is beoordeeld in de rechtspraak. Dat de Italiaanse autoriteiten niet op het terugnameverzoek hebben gereageerd, leidt als zodanig niet tot een andere conclusie.

5. Uit het relaas van eiseres kan niet worden afgeleid dat overdacht aan Italië zal leiden tot een schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Voor zover de ervaringen van eiseres in Italië door haar als vernederend zijn ervaren, geldt dat eiseres hierover heeft kunnen klagen tegenover de lokale autoriteiten. Dat hierop volgens eiseres onvoldoende respons is gevolgd, neemt niet weg dat zij hierover bij andere of hogere autoriteiten kan klagen. Niet aannemelijk is gemaakt dat deze niet bereid of in staat zijn om eiseres te helpen. De enkele stelling dat dit voor eiseres ondoenlijk is, is daarvoor onvoldoende.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.

Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.