Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:11378

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-09-2018
Datum publicatie
12-10-2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 123
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

art. 64. eiseres ondanks herhaaldelijk daar op gewezen te zijn niet alle benodigde stukken aangeleverd. daarom geen nieuw BMA aangevraagd. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/123

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 september 2018 in de zaak tussen

[eiseres], eiseres, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. N. van Bremen),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 januari 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen.

Bij besluit van 4 januari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 mei 2018. Eiseres en verweerder zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1981 en heeft de Syrische nationaliteit. Op 1 november 2016 heeft eiseres een aanvraag voor toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 ingediend. Op 8 december 2016 heeft het Bureau Medische Advisering (BMA) een advies uitgebracht.

2. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat uit het BMA advies van 8 december 2016 is gebleken dat eiseres in staat is om te reizen en bij terugkeer naar het land van herkomst geen medische noodsituatie op korte termijn valt te verwachten. In de bestreden beschikking heeft verweerder zijn standpunt gehandhaafd en zich voorts – samengevat – op het standpunt gesteld dat de totstandkoming van het BMA advies niet onzorgvuldig is. Verweerder heeft eiseres in de bezwaarprocedure in staat gesteld om, in het geval zij op dat moment onder medische behandeling stond, een compleet medisch dossier te overleggen zodat een nieuw advies bij het BMA kon worden opgevraagd. Dat eiseres ook na het herhaaldelijk verlenen van uitstel geen compleet medisch dossier heeft aangeleverd, dient voor eigen rekening en risico van eiseres te komen, aldus verweerder. Gelet hierop kan nog altijd worden uitgegaan van het BMA advies van 8 december 2016.

3. In beroep stelt eiseres dat in de e-mail van 23 oktober 2017 van verweerder niet expliciet staat benoemd dat een volledig medisch dossier dient te worden overgelegd. In de e-mail staat vermeld dat als sprake is van een medische behandeling, daarvan stukken overgelegd dienen te worden om een nieuw advies op te vragen bij het BMA. De betreffende stukken zijn een bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens, een bijlage bewijs omtrent medische situatie vreemdeling en informatie van behandelaars. Eiseres is er dan ook vanuit gegaan dat met het overleggen van de verzochte stukken het voor verweerder duidelijk moet zijn geworden dat zij medische behandeling krijgt. Eiseres meende dat met de opnieuw overgelegde toestemmingsverklaring het BMA om een nieuw advies zou worden gevraagd.

Juridisch kader

4. De vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000 wil indienen, maakt daarvoor gebruik van het formulier ‘Aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’ en voegt de relevante medische gegevens en bewijsmiddelen als hieronder vermeld toe.

4.1

In paragraaf A3/7.2.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) staat gespecificeerd welke bewijsmiddelen de vreemdeling dient over te leggen bij een aanvraag op grond van artikel 64 Vw. Daarbij is in het bijzonder lid 3 van belang: relevante medische gegevens, dat wil zeggen meer gedetailleerde informatie over:

- de actuele klachten en diagnose die de behandelaar heeft geconstateerd;

- de medische voorgeschiedenis;

- de aard van de ingezette of in te zetten behandeling;

- de voorgeschreven medicatie (indien van toepassing);

- het beloop van de behandeling en de te verwachten duur ervan.

4.2

In paragraaf A3/7.2.6 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) is opgenomen dat de IND bij de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000 het BMA verzoekt om een advies uit te brengen als de IND dit op grond van de overgelegde bewijsmiddelen nodig acht om de aanvraag te beoordelen. De IND verzoekt het BMA in ieder geval niet een advies uit te brengen als de vreemdeling incomplete of ontbrekende bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.2.4 van de Vc overlegt en deze niet heeft aangevuld, ondanks dat de IND hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld.

Oordeel van de rechtbank

5.1

Naar aanleiding van het door eiseres ingediende bezwaar heeft verweerder op

23 oktober 2017 de gemachtigde van eiseres een mailbericht gestuurd. In dit mailbericht is onder meer het volgende vermeld:

“(…) Indien er op dit moment sprake is van een medische behandeling verzoek ik u de volgende stukken te overleggen om een (nieuw) advies op te kunnen vragen bij het Bureau Medische Advisering (BMA). Voor elke behandelaar moet u de volgende stukken opsturen:

- *Bijlage Toestemmingsverklaring medische gegevens;

- *Bijlage Bewijs omtrent medische situatie vreemdeling;

- *Informatie van de behandelaars (Zie Bijlage Toelichting en bewijsmiddelen medische omstandigheden).

Deze drie bijlagen zijn toegevoegd aan deze email.(…)”

Bij mail van 6 november 2017 is twee weken uitstel verleend voor het aanleveren van de medische stukken. Eiseres heeft vervolgens een aantal stukken ingediend.

Bij mailbericht van 23 november 2017 heeft verweerder de gemachtigde van eiseres gevraagd of zij nog de vereiste “Informatie van de behandelaars” zal nazenden en is voorts vermeld dat op dat moment geen sprake was van een compleet dossier, zodat geen advies kon worden opgevraagd bij het BMA.

De gemachtigde van eiseres heeft verweerder op 5 december 2017 om uitstel verzocht voor het aanleveren van de overige medische stukken. Verweerder heeft op 7 december 2017 – nogmaals – uitstel van twee weken verleend voor het aanleveren van een compleet medisch dossier. In de mail van 7 december 2017 staat voorts vermeld: “Mocht er geen compleet medisch dossier aangeleverd worden, kan er geen BMA-advies opgevraagd worden en zal er een beslissing worden genomen op grond van de stukken die in het dossier aanwezig zijn.”

5.2

De rechtbank volgt eiseres dan ook niet in haar standpunt dat het haar niet duidelijk was dat zij een volledig medisch dossier diende over te leggen en wat de gevolgen waren als zij geen compleet medisch dossier zou indienen. Verweerder heeft in de mailwisseling meermalen gesteld dat een compleet medisch dossier aangeleverd dient te worden en dat het BMA anders niet om advies gevraagd kan worden. Dat dit niet expliciet in de mail van 23 oktober 2017 van verweerder staat vermeld, doet hier niet aan af nu er nadien nog meerdere berichten zijn verzonden. Voorts overweegt de rechtbank dat in de mail van 23 oktober 2017 staat vermeld welke stukken door eiseres dienen te worden opgestuurd. Eiseres heeft weliswaar de bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens en twee verklaringen bewijs omtrent medische situatie vreemdeling ingestuurd, echter eiseres heeft niet de verzochte informatie van behandelaars overgelegd. De beroepsgrond faalt.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. Kroon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken 21 september 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.