Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:10876

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-09-2018
Datum publicatie
28-09-2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 36
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen procesbelang ivm nieuwe aanvraag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/36

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 september 2018 in de zaak tussen

[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.G. Evers),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 15 december 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in de zin van artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), onder de beperking ‘arbeid als zelfstandige’ afgewezen.

Bij besluit van 6 december 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2018. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens verweerder is niemand verschenen.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1974 en heeft de Marokkaanse nationaliteit.

2. De rechtbank overweegt als volgt.

Uit het procesdossier komt naar voren dat eiser een nieuwe aanvraag om een verblijfsvergunning heeft ingediend wegens nieuwe ontwikkelingen. De gemachtigde van eiser heeft voorts ter zitting desgevraagd aangegeven dat eiser gedurende de aanvraagfase van deze nieuwe aanvraag arbeid mag verrichten en dat geen procesbelang meer aanwezig is bij de beoordeling van onderhavig beroep.

3. Gelet op het vorenstaande verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. M.D. Gunster, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 september 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.