Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:10699

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-09-2018
Datum publicatie
07-09-2018
Zaaknummer
C/09/550816 / HA ZA 18-377
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Intellectuele eigendom. Voegingsincident. Afgewezen. I.v.m. VRO-regime is de vordering te laat ingediend. Daarnaast geen belang bij voeging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/550816 / HA ZA 18-377

Vonnis in incident van 5 september 2018

in de zaak van

de vennootschap naar vreemd recht

NIKON CORPORATION,

gevestigd te Tokyo, Japan,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. L. Oosting te Amsterdam,

tegen

1 de naamloze vennootschap ASML HOLDING N.V.,

gevestigd te Veldhoven,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ASML NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Veldhoven,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ASML SYSTEMS B.V.,

gevestigd te Veldhoven,

gedaagden in conventie in de hoofdzaak,

eiseressen in reconventie in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat: mr. J.A. Dullaart te Naaldwijk,

en

de vennootschap naar vreemd recht

CARL ZEISS SMT GMBH,

gevestigd te Oberkochen, Duitsland,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. D.F. de Lange te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Nikon, ASML en Zeiss genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 10 mei 2017;

  • -

    de akte houdende overlegging producties van 4 april 2018, met de producties 1 t/m 36;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie van 13 juni 2018, met

producties 1 t/m 54;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte houdende voorwaardelijke wijziging grondslag van eis, tevens akte houdende overlegging producties van 8 augustus 2018, met producties 37 t/m 61;

  • -

    de incidentele conclusie tot voeging van 8 augustus 2018;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van Nikon van 22 augustus 2018;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van ASML van 22 augustus 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

Zeiss vordert dat haar wordt toegestaan zich in de hoofdzaak aan de zijde van ASML te voegen. Nikon voert gemotiveerd verweer. ASML verenigt zich met de incidentele vorderingen en met de gronden daarvan. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen. Daartoe is het navolgende redengevend.

2.3.

Ingevolge artikel 218 Rv1 wordt de incidentele vordering tot voeging ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen. In deze zaak volgens het Versneld Regime in Octrooizaken (hierna: VRO), waarbij ingevolge de beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 26 april 2017 vaste termijnen zijn bepaald voor het indienen van processtukken, diende op de rol van 13 juni 2018 te worden geconcludeerd voor antwoord in conventie. Die conclusie was de laatste conclusie in de zaak in conventie. Uit de incidentele conclusie van Zeiss blijkt dat het door haar gestelde belang bij voeging slechts verband houdt met de procedure in conventie (geen inbreuk want ASML beschikt over een door Zeiss verstrekte sub-licentie). Daarom had haar incidentele vordering tot voeging uiterlijk dienen te worden ingesteld op 13 juni 2018, zijnde de datum die in eerdergenoemde beschikking is bepaald voor het nemen van antwoord in conventie. Nu Zeiss haar incidentele vordering daarentegen eerst op 8 augustus 2018 heeft ingesteld, op welke datum ingevolge de meergenoemde beschikking de conclusie van antwoord in reconventie diende te worden genomen, is zij, nu haar belang bij voeging slechts ziet op de vorderingen in conventie, te laat.

2.4.

Los daarvan - en zelfstandig dragend voor het oordeel dat de incidentele vordering dient te worden afgewezen - geldt dat het belang van Zeiss bij voeging, dat ziet op de uitleg van de tussen Nikon en Zeiss (en Nikon en ASML) gesloten Cross-License Agreement en de sublicentie van Zeiss aan ASML, niet kan worden ingezien. Indien in de arbitrageprocedure, waarbij Zeiss partij is en waarin zij samen met ASML verweer voert, in het voordeel van ASML wordt beslist, is de zaak in conventie ten einde. Immers, in dat geval kan ASML zich beroepen op een geldige licentie en maakt zij om die reden geen inbreuk. Indien de arbitrage in het nadeel van ASML uitpakt, is het licentie-argument van ASML uit handen geslagen en heeft Zeiss niet gesteld welk belang zij dan nog heeft bij voeging.

2.5.

Zeiss zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

wijst de incidentele vordering tot voeging af,

3.2.

veroordeelt Zeiss in de kosten van het incident, aan de zijde van zowel Nikon als ASML tot op heden begroot op € 543,-,

3.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

in de hoofdzaak

3.4.

bepaalt dat in de zaak verder wordt geprocedeerd conform het bij beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 26 april 2017 gegeven regime.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. van Walderveen en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2018.

1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering