Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:10646

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-08-2018
Datum publicatie
12-09-2018
Zaaknummer
NL18.13144, NL18.13146, NL18.13148
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Dublin Roemenië.

Beroep gegrond.

Afhankelijk.

Artikel 16.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL18.13144, NL18.13146 en NL18.13148


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam 1] , eiseres,

mede ten behoeve van haar drie jongste dochters,

[naam 2] (ook bekend als: ), eiser, en

[naam 3] , eiseres 2, hierna: de oudste dochter,

gezamenlijk te noemen: eisers

(gemachtigde: mr. J.W.J. van den Broek),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij drie afzonderlijke besluiten van 12 juli 2018 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op de grond dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

De zitting heeft plaatsgevonden op 2 augustus 2018. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door mr. L.S.T.H. Ruijters, de kantoorgenoot van hun gemachtigde. Als tolk is verschenen D. Ahmad. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eisers hebben de Iraakse nationaliteit. Eiseres en eiser zijn met elkaar getrouwd. Zij zijn geboren op [geboortedatum 1] en op [geboortedatum 2] . [naam 3] , de oudste dochter, is geboren op [geboortedatum 3] . Eisers hebben op 23 december 2017 in Nederland asiel aangevraagd. De aanvragen zijn mede in gediend voor de drie jongste minderjarige dochters van eisers: [naam 4] , geboren op [geboortedatum 4] , [naam 5] , geboren op [geboortedatum 5] en [naam 6] , geboren op [geboortedatum 6] .

2. Verweerder heeft de bestreden besluiten gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vw1. Daarin is bepaald dat een asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening2 is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Roemenië een verzoek om terugname gedaan. Roemenië heeft dit verzoek aanvaard.

3. Eisers bestrijden niet dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen. Zij betogen dat Nederland gehouden is de verantwoordelijkheid voor de behandeling ervan aan zich te trekken op grond van de artikelen 16 en 17 van de Dublinverordening. Zij wijzen erop dat de moeder van eiseres, [naam 7] , geboren op [geboortedatum 7] , (hierna: de moeder), die al 20 jaar in Nederland verblijft en alleen woont, ernstig ziek is en de verzorging van eiseres nodig heeft. Verder doen zij een beroep op de humanitaire clausule en menen zij dat ten aanzien van Roemenië niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Afhankelijkheid van de moeder

4. Op grond van artikel 16, eerste lid, van de Dublinverordening zorgen de lidstaten er, wanneer wegens een zwangerschap, een pasgeboren kind, een ernstige ziekte, een zware handicap of hoge leeftijd, een verzoeker afhankelijk is van de hulp van zijn kind dat, broer of zus die of ouder die wettig verblijft in een van de lidstaten, of het kind dat, de broer of zus die, of de ouder van de verzoeker die wettig verblijft in een van de lidstaten afhankelijk is van de hulp van de verzoeker, normaal gesproken voor dat de verzoeker kan blijven bij of wordt verenigd met dat kind, die broer of zus, of die ouder, op voorwaarde dat er in het land van herkomst familiebanden bestonden, het kind, de broer of zus of de ouder of de verzoeker in staat is voor de afhankelijke persoon te zorgen en de betrokkenen schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.

5. Uit de stukken blijkt dat de moeder in een vergevorderd stadium van kanker verkeert3. Zij wordt nu nog palliatief behandeld (pijnbestrijding). Zij is inmiddels ADL4-afhankelijk. Niet is geschil is dat sprake is van een ernstige ziekte, zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Dublinverordening. In geschil is of de moeder afhankelijk is van eiseres.

6. Verweerder vindt dat niet is gebleken dat de moeder alleen van eiseres afhankelijk is. Immers, eiseres heeft verklaard dat zij haar moeder al 20 jaar niet heeft gezien. Bovendien heeft zij verklaard dat haar vijf broers sinds vijfentwintig jaar in Nederland wonen. Verder is eiseres sinds oktober 2016 in Europa en zij is pas op 21 december 2017 in Nederland aangekomen. Dat sprake is van afhankelijkheid tussen eiseres en haar moeder, is op geen enkele wijze met (medische) documenten onderbouwd. Niet is gebleken dat de zoons de verzorging van de moeder niet op zich kunnen nemen, aldus verweerder.

7. Eisers voeren aan dat de ADL-afhankelijkheid van de moeder pas sinds december 2017 bestaat. De broers zorgen wel voor vervoer naar het ziekenhuis, maar er is ten onrechte van uitgegaan dat zij ook de intieme verzorging van de moeder op zich kunnen nemen. De culturele aspecten zijn daarbij onvoldoende betrokken. Eiseres verzorgt de moeder dagelijks. Dat eiseres en haar moeder elkaar 20 jaar niet gezien hebben, is niet relevant, nu de ADL-afhankelijkheid pas na de komst van eiseres naar Nederland is ontstaan. De broers van eiseres kunnen volgens eiseres niet de zorg verlenen die eiseres nu verleent aan de moeder. Eiseres verwijst daarvoor naar een door de broers overgelegde verklaring5.

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet toereikend heeft gemotiveerd dat de moeder niet alleen van eiseres afhankelijk is. Het standpunt van eiseres dat niet relevant is dat zij haar moeder al 20 jaar niet heeft gezien, wordt gevolgd. Het gaat erom dat de ziekte van de moeder eind 2017 zodanig is verergerd dat de moeder ADL-afhankelijk is geworden. Verder wordt in aanmerking genomen dat de moeder 79 jaar oud is, alleenwonend, analfabeet en dat zij – zoals ter zitting werd bevestigd – de Nederlandse taal niet spreekt. In de beroepsgronden heeft eiseres gedetailleerd beschreven welke verzorging zij dagelijks biedt aan de moeder. De door eiseres genoemde culturele aspecten – naar de rechtbank begrijpt: dat het bezwaarlijk wordt gevonden dat de intieme verzorging van de moeder door één of meer van haar zoons wordt verricht – hadden bij de beoordeling van de afhankelijkheid moeten worden betrokken. Op zichzelf kan ook van de zoons van de moeder worden gevraagd dat zij mantelzorg verlenen, maar verweerder is te makkelijk voorbijgegaan aan de aard en de intensiteit van de verzorging die de moeder nodig heeft en de daarmee samenhangende vraag of niet juist eiseres, haar dochter, de aangewezen persoon is voor het verlenen van deze zorg. Tot slot is niet zonder betekenis dat de moeder in de laatste fase van haar leven verkeert, ook al is volgens de behandelaars niet precies te zeggen hoe lang dit gaat duren6.

Slotsom

9. Verweerder heeft onvoldoende deugdelijk gemotiveerd waarom hij geen toepassing geeft aan artikel 16 van de Dublinverordening. De beroepen zijn reeds daarom gegrond en de bestreden besluiten zullen worden vernietigd wegens schending van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank komt niet toe aan de beoordeling van het beroep van eisers op artikel 17 van de Dublinverordening.

10. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat verweerder opnieuw zal moeten beoordelen of toepassing moet worden gegeven aan artikel 16 van de Dublinverordening. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dit binnen deze procedures teveel tijd vergt. Verweerder zal daarom nieuwe besluiten moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.

11. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.002 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 501, drie samenhangende zaken en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.002 (duizendentwee euro).

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van

mr. W. Evenhuis, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:

07 augustus 2018

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

1 Vreemdelingenwet 2000

2 Verordening (EU) nr. 604/2013

3 Verklaringen internist van 7 februari 2018 en 6 juni 2018, orthopedisch chirurg 15 februari 2018, huisarts 9 april 2018 en 6 juli 2018

4 Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen.

5 Verklaring van 18 juli 2018

6 De internist verklaart op 6 juni 2018 dat de prognose kan variëren van maanden tot jaren.