Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:10504

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-09-2018
Datum publicatie
05-09-2018
Zaaknummer
C/09/557346 / KG RK 18-1113
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

De wrakingskamer wijst het wrakingsverzoek af. Er is sprake van procedurele beslissingen van de rechtbank die niet onbegrijpelijk zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer

Wrakingnummer : 18/1113

Zaak- /rekestnummer : C/09/557346 / KG RK 18/1113

Parketnummer : 09/767124-16 (hoofdzaak)

Beslissing van 3 september 2018

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] in [geboorteplaats] ,

op dit moment in voorarrest in de penitentiaire inrichting “PI [locatie] ”,

hierna te noemen: de verzoeker,

bijgestaan door mr. Y. Moszkowicz,

strekkende tot de wraking van:

mrs. D.A.C. Koster, P. Burgers en L.C. Bannink,

voorzitter en rechters van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Den Haag,

hierna te noemen: de meervoudige strafkamer.

Belanghebbenden in deze procedure is:

mr. C. Sam-Sin, officier van justitie.

1 Inleiding

1.1

De verzoeker is verdachte in een strafzaak. Op 24 juli 2018 vond de inhoudelijke behandeling van die strafzaak plaats. Tijdens die behandeling wraakte de verzoeker de rechters van de meervoudige strafkamer.

2 De procedure

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van 24 juli 2018 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld, met bijlagen;

- het proces-verbaal van de terechtzitting van 24 juli 2018;

- de schriftelijke reactie van de rechters van de meervoudige strafkamer van 2 augustus 2018.

2.2

Bij de mondelinge behandeling is de verzoeker, bijgestaan door mr. Moszkowicz, verschenen en gehoord. De meervoudige strafkamer en de officier van justitie hebben laten weten niet te zullen verschijnen.

3 Het wrakingsverzoek

3.1

De verzoeker heeft volgens het proces-verbaal van het mondelinge wrakingsverzoek, zoals nader toegelicht bij de mondelinge behandeling, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd.

De meervoudige strafkamer is partijdig of heeft minst genomen de indruk gewekt dat te zijn. omdat zij niet wilden kennisnemen van voor de verzoeker ontlastend bewijs, bestaande uit een integrale vertaling van geluidsopnames van een telefoongesprek. Dit blijkt uit – samengevat - de volgende omstandigheden. De eerder door de verdediging bij de griffie verzochte tolk is zonder overleg met de advocaat afbesteld. Die tolk was nodig om het ontlastende telefoongesprek, dat in de Turkse taal plaatsvond, op de zitting te laten vertalen. Toen de advocaat over het afbestellen van de tolk mailde, werd hierop geantwoord, maar na een reactie van de verdediging op dit antwoord en het verzoek nog dezelfde dag daarop te antwoorden is er niet meer door of namens de meervoudige strafkamer gereageerd. Op de zitting heeft de advocaat vervolgens aan de meervoudige strafkamer gevraagd om de vertaling die de verzoeker van het telefoongesprek had gemaakt en was voorgelezen door de raadsman als juist aan te nemen. Dat heeft de meervoudige strafkamer geweigerd.

3.2

De rechters berusten niet in de wraking en hebben – samengevat – daarop als volgt gereageerd.

Zoals de verzoeker en zijn advocaat dat eerder verzochten, is een getuige bij de rechter-commissaris met het opgenomen telefoongesprek geconfronteerd. Hierbij was een tolk in de Turkse taal aanwezig. Volgens informatie van de rechter-commissaris zijn tijdens dat verhoor alle op geluidsfragmenten aanwezige Turkse teksten vertaald door een tolk en zijn relevante delen van die vertalingen in het proces-verbaal van verhoor opgenomen. De kantoorgenoot van de advocaat die bij het verhoor aanwezig was, heeft niet gevraagd om de volledige vertaling van het telefoongesprek in het proces-verbaal op te nemen. Ook nadien heeft de verdediging een dergelijk verzoek niet gedaan, hoewel daar gelegenheid voor is geweest. Bij deze stand van zaken vonden de rechters het niet nodig dat bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak een tolk aanwezig was. Daarom is de tolk afbesteld.

Tijdens de inhoudelijke behandeling heeft de advocaat gevraagd om de door verzoeker opgestelde vertaling van het telefoongesprek als correcte vertaling aan te nemen. Daarop hebben de rechters negatief geantwoord en aangegeven dat de verzoeker en zijn advocaat vrij zijn om de eigen vertaling in te brengen.

4 De beoordeling

4.1

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.

4.2

In de kern gaat het om de vraag of de meervoudige strafkamer door ter terechtzitting van 24 juli 2018 op dat moment te weigeren om met behulp van een tolk kennis te nemen van een integrale, letterlijke vertaling van geluidsopnames niet meer als onpartijdig kan worden aangemerkt. De wrakingskamer neemt in dit verband in aanmerking dat de meervoudige strafkamer geen noodzaak heeft gezien voor het oproepen van een tolk, de tolk is afbesteld, dit aan de raadsman is meegedeeld en daarna nog één keer is gereageerd op een mail van de advocaat, maar op verdere e-mails van de advocaat daarover niet meer is gereageerd alsmede dat de meervoudige strafkamer te kennen heeft gegeven niet te kunnen en zullen bevestigen dat de vertaling van de geluidsopname door verzoeker de juiste vertaling is.

Naar het oordeel van de wrakingskamer betreft het hier procedurele beslissingen, mede verband houdende met de instructie van de zaak. Deze beslissingen zijn niet zó onbegrijpelijk dat het niet anders kan zijn dan dat de meervoudige strafkamer als partijdig moet worden aangemerkt. De wrakingskamer neemt daarbij in aanmerking het verhoor dat bij de rechter-commissaris heeft plaatsgevonden, het daarvan opgemaakte proces-verbaal waarin een vertaling van door de rechter-commissaris relevant geachte delen is opgenomen, alsmede de omstandigheid dat tijdens dat verhoor noch tijdens de pro forma zitting van 6 juli 2018 noch daarna (voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling) om een integrale, letterlijke vertaling van geluidsopnames is verzocht. Hierbij wordt voorts in aanmerking genomen dat volgens het proces-verbaal van de zitting van 24 juli 2018 de meervoudige strafkamer kennis heeft genomen van de vertaling van verzoeker, deze in het proces-verbaal heeft opgenomen en heeft meegedeeld dat de raadsman daar vervolgens duiding aan kan geven. Het is aan de meervoudige strafkamer aan die duiding de gevolgtrekkingen te verbinden die zij geraden acht.

3.3

Alles overwegende is de wrakingskamer van oordeel dat niet is gebleken dat de voorzitter en rechters van de meervoudige strafkamer vooringenomen zijn of dat zij die indruk bij hebben gewekt. Dat betekent dat het wrakingsverzoek zal worden afgewezen.

4 De beslissing

De wrakingskamer

4.1

wijst het verzoek tot wraking af;

4.2

bepaalt dat de behandeling van de strafzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het indienen van het wrakingsverzoek;

4.3

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing, rekening houdende met het bepaalde in artikel 515, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, wordt gestuurd naar:

  • -

    de verzoeker en zijn advocaat mr. Moszkowicz;

  • -

    de officier van justitie mr. Sam-Sin;

  • -

    de voorzitter en rechters van de meervoudige strafkamer.

Deze beslissing is gegeven door de mrs. S.W.E. de Ruiter, E.F. Brinkman en R. Cats, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.N. Mentrop-Huliselan, en in openbaar uitgesproken op 3 september 2018.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.