Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2018:10312

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-08-2018
Datum publicatie
04-09-2018
Zaaknummer
C/09/554847 / FA RK 18-4306
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

De ouders verzoeken om wijziging van de voornaam van hun minderjarig kind. De ouders en het kind hebben (alleen) de Duitse nationaliteit en zij zijn woonachtig in Nederland. Nederland is, naast Duitsland, België, Frankrijk, Luxemburg, Zwitserland en Turkije, partij bij de CIEC-Overeenkomst van Istanbul inzake verandering van geslachtsnamen en voornamen van 4 september 1958, Trb. 1960 nr. 48. Artikel 2 van deze Overeenkomst bepaalt dat iedere overeenkomst sluitende staat zich verbindt om veranderingen van geslachtsnamen of voornamen niet toe te staan aan onderdanen van een andere overeenkomst sluitende staat, tenzij zij tevens eigen onderdaan zijn.

Uitgangspunt hierbij is dat alleen de autoriteiten van de staat waarvan iemand de nationaliteit bezit, bevoegd is om die naam te wijzigen. Dit zou meebrengen dat de Nederlandse rechter aan een vreemdeling die onderdaan is van een verdragsstaat, geen voornaamswijziging kan toestaan.

Echter gelijk is geoordeeld door het Gerechtshof Den Haag op 18 oktober 2006 (ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ2068), is de Nederlandse rechter wel bevoegd om van een dergelijk verzoek kennis te nemen omdat er anders sprake zou zijn van een verboden discriminatie in de zin van artikel 12 van het EG-Verdrag, thans artikel 18 VWEU. De verzochte voornaamswijziging is toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2018/73.25
PFR-Updates.nl 2018-0218
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2019/5166
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 18-4306

Zaaknummer: C/09/554847

Datum beschikking: 13 augustus 2018

Voornaamswijziging

Beschikking op het op 14 juni 2018 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] en [verzoekster] ,

verzoeker en verzoekster dan wel verzoekers,

wonende te ’s-Gravenhage,

in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

advocaat: mr. C.M.H. Revis te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift.

Verzoek

Het verzoekschrift strekt tot wijziging van de voornaam van de minderjarige van “ [minderjarige] ” in “ [minderjarige] [extra voornaam minderjarige] ”, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Voorvraag

Nederland is – naast Duitsland, België, Frankrijk, Luxemburg, Zwitserland en Turkije – partij bij de CIEC-Overeenkomst van Istanbul inzake verandering van geslachtsnamen en voornamen van 4 september 1958, Trb. 1960 nr. 48. Artikel 2 van dit verdrag bepaalt dat iedere overeenkomst sluitende staat zich verbindt om veranderingen van geslachtsnamen of voornamen niet toe te staan aan onderdanen van een andere overeenkomst sluitende staat, tenzij zij tevens eigen onderdaan zijn. Uitgangspunt hierbij is dat alleen de autoriteiten van de staat waarvan iemand de nationaliteit bezit, bevoegd is om die naam te wijzigen. Dit betekent dat de Nederlandse rechter aan een vreemdeling die onderdaan is van een verdragsstaat, geen voornaamsverandering kan toestaan.

Uit het systeem van de Basisregistratie personen blijkt dat verzoekers en [minderjarige] alle drie de Duitse nationaliteit bezitten. Dit wordt in het verzoekschrift ook bevestigd. Op basis van bovengenoemd wetsartikel dient de Nederlandse rechter zich onbevoegd te verklaren om van het verzoek tot voornaamswijziging kennis te nemen. Immers, verzoekers dienen zich hiervoor te wenden tot de Duitse rechter overeenkomstig hun nationaliteit.

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 18 oktober 2006 (ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ2068) geoordeeld dat de Nederlandse rechter wel bevoegd is om van een dergelijk verzoek kennis te nemen. Ter motivering hiervan heeft het Gerechtshof overwogen dat bij directe toepassing van artikel 2 van de Overeenkomst van Istanbul er sprake zou zijn van discriminatie in de zin van artikel 12 van het EG-verdrag, thans artikel 18 VWEU. In de literatuur is deze uitspraak van het Gerechtshof verder uitgewerkt en is geconcludeerd dat artikel 2 van de Overeenkomst van Istanbul niet kan worden toegepast ten aanzien van onderdanen van EU-lidstaten. Dat wil zeggen dat de Overeenkomst uitsluitend kan worden toegepast in verhouding tot Turkije.

De rechtbank volgt ten aanzien van het voorliggende verzoek het oordeel van het Gerechtshof en de uitwerking ervan in de literatuur en zal overgaan tot de inhoudelijke behandeling van het verzoek. De rechtbank neemt daarbij mede in overweging dat het verzoek ziet op het in overeenstemming brengen van de naam van [minderjarige] in de Nederlandse persoonsregistratie aan de Duitse persoonsregistratie.

Rechtsmacht

Nu verzoekers in Nederland wonen, heeft de rechtbank op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsmacht.

Toepasselijk recht

Ingevolge artikel 10:19 van het Burgerlijk Wetboek is Duits recht op het verzoek van toepassing.

Inhoudelijke beoordeling

Het namenrecht in Duitsland is geregeld in het Duits Burgerlijk Wetboek, het Bürgerliches Gesetzbuch (BGB). Een verzoek tot voornaamswijziging is in de volgende gevallen mogelijk:

  • -

    er moet sprake zijn van een gewichtige reden;

  • -

    ten aanzien van kinderen tussen één en zestien jaar mogen de voornamen slechts worden gewijzigd bij zwaarwegende gronden in het belang van het kind;

  • -

    een nieuwe voornaam mag niet aanstootgevend zijn en niet qua karakter ongeschikt zijn als voornaam;

  • -

    ook mogen geen typische familienamen als voornaam worden gekozen, tenzij dit volgens lokale tradities anders is.

Verzoekers hebben ter onderbouwing van hun verzoek het volgende aangevoerd. Verzoeker heeft de geboorte van [minderjarige] aangegeven en daarbij alleen de naam [minderjarige] opgegeven. Verzoekers waren toen nog in overleg over de volledige naam van hun zoon, maar bij de geboorteaangifte werd aan verzoeker meegedeeld dat op een later tijdstip een tweede voornaam kon worden doorgegeven. Dat bleek echter niet het geval te zijn.

In de familie van verzoeker bestaat een vast gebruik dat de voornaam van de vader als tweede naam wordt doorgegeven aan de zoon. Verzoekers hechten hier veel belang aan, temeer nu verzoekers hebben gekozen voor de achternaam van verzoekster voor [minderjarige] .

Voorts is de wijziging van belang voor een goede registratie in Duitsland. Bij de gemeente Sand am Main staat [minderjarige] geregistreerd als: [minderjarige] Stefan. Op zijn Duitse paspoort staan deze voornamen ook vermeld. De Duitse autoriteiten hebben aangegeven dat het van belang is dat de geboorteakte in Nederland in overeenstemming wordt gebracht met de persoonsgegevens zoals deze in Duitsland bekend zijn.

Verzoekers zijn van mening dat [minderjarige] een zwaarwegend belang heeft bij de verzochte voornaamswijziging.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken van een zwaarwichtig belang bij toewijzing van het verzoek tot voornaamswijziging. De gevraagde voornamen zijn op grond van het Duitse namenrecht geoorloofd. De rechtbank zal het verzoek derhalve toewijzen.

De aard van de zaak verzet zich tegen het bij voorraad uitvoerbaar verklaren van de beschikking, zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

gelast de wijziging van de voornaam van de minderjarige in die zin dat de voornamen zullen luiden: “ [minderjarige] [extra voornaam minderjarige] ”;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Vink, tevens kinderrechter, bijgestaan door

mr. K.M. Heins als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 augustus 2018.