Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:9992

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-08-2017
Datum publicatie
07-09-2017
Zaaknummer
C/09/536344 / HA ZA 17-763
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Verstek
Inhoudsindicatie

IE zaak. Verstek. Auteursrecht. Tarieven Buma

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/536344 / HA ZA 17-763

Vonnis van 30 augustus 2017

in de zaak van

de vereniging

VERENIGING BUMA,

statutair gevestigd te Amstelveen,

eiseres,

advocaat mr. S.R.M.T. Janssen te Hoofddorp,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GRUPO ESDRAS B.V.,

gevestigd te Den Haag,

gedaagde,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 22 juni 2017;

  • -

    de akte houdende overlegging producties van eiseres, met producties 1 tot en met 9 (die niet steeds corresponderen met de in de dagvaarding en akte genoemde producties);

  • -

    het tegen gedaagde verleende verstek;

  • -

    de door eiseres nagezonden beslagstukken, die bij het uitbrengen van de dagvaarding aan gedaagde zijn betekend.

1.2.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

Voor de feiten en het gevorderde wordt verwezen naar het gestelde in de aangehechte kopie van de dagvaarding.

2.2.

Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Het gevorderde zal daarom worden toegewezen, zij het met inachtneming van het navolgende.

2.3.

Over de in de dagvaarding onder 3 van het petitum gevorderde opgave overweegt de rechtbank als volgt. Eiseres is al bekend met de evenementen van 22 april en 16 juni 2017 genoemd in punt 4 en 9 in het lichaam van de dagvaarding, zodat bij de gevorderde opgave van die evenementen als zodanig (eerste bullit), geen belang bestaat. De formulering in het dictum zal daarop worden aangepast. De rechtbank zal de aanvang van de periode waarover opgave moet worden gedaan, bij gebreke van aanwijzingen dat voordien al sprake is geweest van niet door gedaagde gemelde evenementen, bepalen op 22 april 2017. Eiseres heeft verder gevorderd dat de onder 3 bedoelde opgave wordt door een registeraccountant wordt ‘gecertificeerd’. Zij bedoelt daarmee kennelijk dat de registeraccountant een vorm van garantie of assurance geeft ten aanzien van de juistheid van de opgave, maar het is de rechtbank ambtshalve bekend dat toewijzing van een daarop gerichte vordering tot executieproblemen kan leiden, aangezien een registeraccountant volgens de toepasselijke gedragsregels niet (zonder meer) conclusies kan trekken die over de juistheid van de opgave zekerheid geven.1 Daarom en omdat dit deel van de vordering ook verder niet is toegelicht, zal de rechtbank dit deel van de vordering afwijzen. De vordering zal voor het overige worden toegewezen op de wijze als in het dictum vermeld.

2.4.

De in de dagvaarding onder 4 van het petitum gevorderde vergoeding conform het door eisers gehanteerde Algemeen Tarief Muziekgebruik 2017, heeft mede betrekking op de evenementen van 22 april 2017 en 16 juni 2017. Eiseres heeft niets gesteld waaruit volgt dat gedaagde terzake van die twee evenementen, de in de dagvaarding onder 4 en onder 2 van het petitum gevorderde vergoedingen naast elkaar verschuldigd is. Hetgeen gedaagde voldoet of heeft voldaan op het gevorderde onder 2 dient daarom in mindering te strekken op de onder 4 gevorderde vergoeding. De vordering zal aldus worden toegewezen.

2.5.

De op te leggen dwangsommen zullen (deels) worden gematigd en worden gemaximeerd. Ten slotte worden de vorderingen waar nodig, ter voorkoming van executiegeschillen, met aangepaste formulering toegewezen.

2.6.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder begrepen de gevorderde beslagkosten. Deze kosten worden aan de zijde van eiseres begroot op € 3.752,01, waarvan € 670,01 aan verschotten (waaronder de beslagkosten), € 1.924,- griffierecht en € 1.158,- salaris advocaat (2 punten x tarief € 579,-).

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

verbiedt gedaagde om zonder toestemming van eiseres evenementen te houden waarbij enig muziekwerk behorende tot het door eiseres beheerde repertoire ten gehore wordt gebracht en bepaalt dat gedaagde na betekening van dit vonnis aan eiseres een dwangsom verbeurt van € 5.000,- per overtreding van dit verbod, met een maximum van € 100.000,-;

3.2.

veroordeelt gedaagde aan eiseres te betalen een bedrag van € 36.400,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;

3.3.

veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan eiseres schriftelijk opgave te doen van:

  • -

    de door gedaagde vanaf 22 april 2017 gehouden evenementen - naast de evenementen bedoeld in de punten 4 en 9 van het lichaam van de dagvaarding - ter gelegenheid waarvan werken behorend tot het Buma-repertoire zijn openbaar gemaakt;

  • -

    de namen van de artiesten die tijdens de betreffende evenementen (inclusief de evenementen bedoeld in punt 4 en 9 van het lichaam van de dagvaarding) hebben opgetreden;

  • -

    de per evenement behaalde recettes en betaalde gages/uitkoopsommen;

en bepaalt dat gedaagde aan eiseres een dwangsom verbeurt van € 500,- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat enig deel van deze opgaveverplichting niet of niet volledig is nagekomen, met een maximum van € 25.000,-,

3.4.

veroordeelt gedaagde binnen 7 dagen na de in 3.3. bedoelde opgave aan eiseres te voldoen de aan haar verschuldigde vergoeding conform het Algemeen Tarief Muziekgebruik 2017, te vermeerderen met BTW, met dien verstande dat hetgeen door gedaagde is of wordt voldaan op de in 3.2. toegewezen geldsom op deze vergoeding in mindering strekt;

3.5.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot dusver begroot op € 3.752,01;

3.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.7.

wijst af het meer of anders gevorderde.


Dit vonnis is gewezen door mr. C.T. Aalbers en in het openbaar uitgesproken op

30 augustus 2017.

1 Vgl. Rechtbank Den Haag, 20 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8293 (Fleurop/Topbloemen).