Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:9717

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-08-2017
Datum publicatie
03-11-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 1272 en SGR 17/1274
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2013 en 2014. Uitgaven voor specifieke zorgkosten, zoals kosten medicijnen, dieetkosten, kosten genees-en heelkundige hulp, zijn niet aan hand van stukken aannemelijk gemaakt. Verzoek tot vaststelling van een dwangsom wordt afgewezen. De beroepen zijn ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 03-11-2017
FutD 2017-2766

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 17/1272 en SGR 17/1274

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 augustus 2017 in de zaken tussen

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor de jaren 2013 en 2014 aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 16 februari 2017 het bezwaar voor het jaar 2013 gegrond verklaard en de aanslag IB/PVV voor het jaar 2013 verminderd naar een verzamelinkomen van € 42.939 en heeft bij uitspraak op bezwaar van 1 februari 2017 de aanslag IB/PVV voor het jaar 2014 gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan verweerder.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2017.

Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A], [persoon B] en [persoon C].

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres heeft voor het jaar 2013 aangifte IB/PVV gedaan. Daarbij heeft eiseres € 3.117 in aftrek gebracht voor specifieke zorgkosten. In de aangifte heeft eiseres de navolgende specifieke zorgkosten opgevoerd:

Kosten medicijnen € 617

Dieetkosten € 650

Extra uitgaven kleding en beddengoed € 310

Genees- en heelkundige hulp € 2.302

2. Eiseres heeft voor het jaar 2014 aangifte IB/PVV gedaan. Daarbij heeft eiseres

€ 1.269 in aftrek gebracht voor specifieke zorgkosten. In de aangifte heeft eiseres de navolgende specifieke zorgkosten opgevoerd:

Kosten medicijnen € 60

Dieetkosten € 650

Genees- en heelkundige hulp € 400

3. Bij het vaststellen van de aanslagen 2013 en 2014 zijn de door eiseres aangegeven specifieke zorgkosten niet volledig geaccepteerd. Bij beschikkingen is tevens belastingrente in rekening gebracht.

Beoordeling van het geschil

4. In geschil is of verweerder terecht de door eiseres in 2013 in aftrek gebrachte kosten voor diverse huidbehandelingen en de door eiseres in 2014 in aftrek gebrachte dieetkosten niet heeft geaccepteerd.

5. Tussen partijen zijn de volgende bedragen in geschil geweest, dan wel zijn thans nog in geschil:

2013

Kosten medicijnen € 617

Hiervan is € 179 is aangetoond, rest betreft volgens eiseres kosten voor zalfjes en medicijnen

Dieetkosten € 650

De kinderen hebben koemelkallergie en eczeem zij volgen een aangepast dieet sinds hun geboorte. Het is volgens eiseres onredelijk om hier telkens een dieetvoorschrift voor te vragen. Eiseres legt een rapportage voedings- en dieetadvisering van 25 november 2002 over voor kind [kind 1]. Deze rapportage is afkomstig van een diëtist.

Extra uitgaven kleding en beddengoed € 310

Dit betreft speciaal beddengoed in verband met eczeem van de kinderen. Eiseres legt een brief van de kinderarts over van 14 december 2012 waaruit blijkt dat kind [kind 2] eczeem en diverse allergieën heeft.

Genees- en heelkundige hulp € 2.302

Volgens eiseres betreffen dit kosten voor melasmabehandelingen.

Eiseres heeft een verwijzing van haar huisarts van 11 sept 2012 overgelegd. Eiseres wordt verwezen in verband met vlekkerige afwijking in het gelaat.

Een factuur van [bedrijf 1] te [plaats] is overgelegd waaruit blijkt dat eiseres Glycol peeling behandelingen heeft ondergaan voor een bedrag van € 650. Deze zien op het jaar 2012.

Bankafschriften zijn overgelegd waaruit blijkt dat eiseres € 2187,90 heeft betaald aan [persoon D] voor een hydropeptide behandeling en twee gezichtsbehandelingen.

Bonnetjes van [bedrijf 2] te [plaats] zijn overgelegd waaruit blijkt dat eiseres € 149 heeft betaald voor BDR XL face en een BDR kort behandeling.

Eiseres legt een brief over van de dermatoloog van 5 maart 2013 waaruit blijkt dat eiseres pigmentvlekken heeft in het gelaat en dat zij Melasma heeft.

2014

Kosten medicijnen € 60

Tot € 12 geaccepteerd.

Dieetkosten € 650

De kinderen hebben koemelkallergie en eczeem, zij volgen een aangepast dieet sinds hun geboorte. Het is volgens eiseres onredelijk om hier telkens een dieetvoorschrift voor te vragen. Eiseres legt een rapportage voedings- en dieetadvisering van 25 november 2002 over voor kind [kind 1]. Deze rapportage is afkomstig van een diëtist. Ter zitting heeft eiseres nog een brief van de polikliniek kindergeneeskunde overgelegd.

In beroep legt eiseres een rapportage dieetadvies over voor kind [kind 1] van 21 november 2002. Dit betreft een dieetadvies voor kinderen tot één jaar met voedselovergevoeligheid.

Genees- en heelkundige hulp € 400

Deze kosten zijn tot € 313 geaccepteerd.

Aanslag 2013

6. In artikel 6.17, negende lid, van de Wet IB 2001 is opgenomen dat onder genees- en heelkundige hulp wordt verstaan:

a. een behandeling door een arts;

b. een behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts door een paramedicus;

c. een behandeling door een bij ministeriële regeling aan te wijzen paramedicus, mits voor de behandeling een verklaring door de paramedicus is afgegeven die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.

7. De bewijslast inzake de aftrekbaarheid van uitgaven voor specifieke zorgkosten rust op eiseres. Verweerder heeft aangevoerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de huidbehandelingen hebben plaatsgevonden onder toezicht dan wel onder begeleiding van een arts dan wel paramedicus. Eiseres heeft geen stukken overgelegd op basis waarvan kan worden geoordeeld dat de desbetreffende huidbehandelingen onder toezicht dan wel onder begeleiding van een arts dan wel een paramedicus hebben plaatsgevonden. Uit de gedingstukken blijkt alleen dat eiseres is verwezen door de huisarts vanwege vlekkerige afwijkingen in het gelaat, dat de dermatoloog een créme voorschrijft en dat eiseres diverse gezichtsbehandelingen heeft ondergaan bij diverse behandelcentra. Uit de medische stukken blijkt niet dat de desbetreffende huisbehandelingen op advies van een arts door eiseres zijn ondergaan. De rechtbank komt op grond hiervan tot het oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de behandelingen onder toezicht dan wel onder begeleiding van de huisarts dan wel een andere arts zijn ondergaan. De rechtbank tekent hierbij nog aan dat uit de facturen van [bedrijf 1] niet kan worden afgeleid dat er in 2013 enige betaling heeft plaatsgevonden, zodat evenmin aannemelijk is geworden dat ter zake in 2013 kosten op eiseres hebben gedrukt. Het voorgaande betekent dat eiseres geen kosten in verband met genees- en heelkundige hulp in aftrek kan brengen op haar belastbare inkomen uit werk en woning.

Aanslag 2014

8. Voor het in aanmerking nemen van kosten van een dieet is ingevolge artikel 6:17, eerste lid, onderdeel f, van de Wet IB 2001 vereist dat sprake is van een op medisch voorschrift gevolgd dieet. Eiseres heeft geen zodanig voorschrift ingebracht, zodat reeds om die reden geen sprake is van als specifieke zorgkosten te kwalificeren extra kosten van een dieet.

9. Met betrekking tot de stelling van eiseres dat verweerder haar een dwangsom verschuldigd is in verband met het niet tijdig beslissen op de door haar ingediende aangifte IB/PVV 2014, is de rechtbank van oordeel dat de dwangsomregeling niet op onderhavige zaak van toepassing is. Nog daargelaten dat eiseres niet verweerder maar de Dienst Toeslagen ingebreke heeft gesteld en dat volgens verweerder de ingebrekestelling niet is ontvangen, is het niet mogelijk om verweerder ingebreke te stellen wegens het uitblijven van een beslissing op een ingediende aangifte. Het doen van aangifte is immers geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel III, eerste lid, van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft het verzoek van eiseres tot vaststelling van een dwangsom dan ook afgewezen.

10. Eiseres heeft geen afzonderlijke gronden ingediend tegen de berekening van de belastingrente. Niet gebleken is dat de belastingrente ten onrechte of tot een te hoog bedrag is berekend.

11. Gelet op wat hiervoor is overwogen moeten de beroepen ongegrond worden verklaard.

Proceskosten

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.J.A. Huijgens, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. van Duijvendijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302,

2500 EH Den Haag.