Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:9700

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-08-2017
Datum publicatie
26-09-2017
Zaaknummer
NL17.6698
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel, Westelijke Sahara, Sahraweyen, Marokko

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 31
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.6698


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. S.S. Ilahi),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Söylemez).


Procesverloop
Bij besluit van 9 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2017. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen ter zitting. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1993 te [plaats] in de Westelijke Sahara. Eiser stelt tot de bevolkingsgroep Sahraweyen te behoren. Blijkens de overgelegde kopie van de identiteitskaart heeft eiser de Marokkaanse nationaliteit.

2. Eiser heeft op 15 mei 2017 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Aan deze aanvraag heeft eiser – samengevat weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is in 2005 politiek actief geworden voor een onafhankelijke Westelijke Sahara. Eiser heeft in 2010 deelgenomen aan een kamp genaamd [kamp]. Het kamp werd na 27 dagen ingevallen door het Marokkaanse leger. Eiser is naar zijn ouders gegaan en toen de politie daar een inval deed is hij gevlucht. Eiser vreest bij terugkeer naar zijn land van herkomst opgepakt te worden vanwege zijn betrokkenheid bij het kamp.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). In het asielrelaas heeft eiser de volgende relevante elementen onderscheiden: 1. Nationaliteit, identiteit en herkomst; 2. Politieke activiteiten; 3. Inval in ouderlijk huis; 4. Eiser heeft problemen met autoriteiten vanwege politieke activiteiten. Verweerder acht de nationaliteit, identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Ook acht verweerder de politieke activiteiten en de inval in het ouderlijk huis van eiser geloofwaardig. De problemen die eiser heeft gehad met de autoriteiten vanwege zijn politieke activiteiten acht verweerder niet geloofwaardig. Verweerder stelt dat eiser hieromtrent ongerijmde, weinig concrete en vage verklaringen heeft afgelegd.

4. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en heeft daartoe het volgende – samengevat weergegeven – ten grondslag gelegd. De wijze waarop eiser heeft verklaard over de geloofwaardig bevonden elementen, is niet anders dan de wijze waarop hij over de problemen met de autoriteiten vanwege zijn politieke activiteiten heeft verklaard. Het ligt voor de hand dat bij gebeurtenissen van bijna zeven jaar geleden het herinneringsvermogen eiser nog meer parten zal spelen. Eiser heeft heel concreet verklaard over drie incidenten. Bij de inval in het ouderlijk huis van eiser was duidelijk voor welk onderzoek de politie eiser wilde verhoren. Niet alleen de politie maar ook hogere autoriteiten zaten op dit onderzoek. Bij terugkeer in de Westelijke Sahara loopt eiser een verhoogd risico te worden vervolgd door de Marokkaanse autoriteiten. De vervolging van deelnemers aan de demonstratie op 8 november 2010 in [kamp] gebeurt nog steeds. Een maand geleden werden nog deelnemers van deze demonstratie door de militaire rechtbank in Sale-Rabat veroordeeld tot zware gevangenisstraffen.

5. Ingevolge artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 afgewezen als ongegrond in de zin van artikel 32, eerste lid, van de Procedurerichtlijn, indien de

vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op

omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met andere feiten, een rechtsgrond

voor verlening vormen.

6. De rechtbank overweegt als volgt.

6.1

Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is. Zo heeft eiser vage en weinig concrete verklaringen afgelegd met betrekking tot de vraag of hij problemen heeft met de autoriteiten van zijn land. Uit de verklaringen van eiser valt niet af te leiden hoe de autoriteiten op de hoogte zouden zijn geraakt van de aanwezigheid van eiser in het kamp, alwaar 12.000 tenten stonden. Dit geldt te meer nu eiser geen bijzondere rol speelde tijdens de acties, maar slechts een deelnemer was. Indien eiser wel in de bijzondere negatieve aandacht van de Marokkaanse autoriteten was komen te staan, valt niet in te zien dat eiser vanaf het moment van de inval in zijn ouderlijk huis tot aan zijn vertrek uit Marokko in 2015 geen problemen met de autoriteiten heeft ondervonden. Verweerder heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat het feit dat eiser met zijn eigen paspoort voorzien van een uitreisstempel legaal Marokko heeft verlaten afbreuk doet aan eisers stelling dat de Marokkaanse autoriteiten hem zoeken. Eisers betoog dat hij met behulp van een smokkelaar is uitgereisd, is onvoldoende om deze legale uitreis te kunnen verklaren. De rechtbank volgt verweerder dan ook in het standpunt dat niet geloofwaardig wordt geacht dat eiser in de negatieve belangstelling staat van de Marokkaanse autoriteiten en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat het gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar zijn land van herkomst.

7. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Verwilligen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2017.

Griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.