Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:9493

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-08-2017
Datum publicatie
22-09-2017
Zaaknummer
AWB - 13/13727
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

VOORZIENINGENRECHTER VAN DE Rechtbank Den HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 17/13727 en anderen (zie bijlage)

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2017

in de zaak tussen

[verzoeker 1] en anderen genoemd in de bijlage, verzoekers,

(gemachtigde: mr. S. de Schutter),

en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).

Procesverloop

Bij besluiten van 13 juli 2017 heeft verweerder de afgifte van een visum kort verblijf geweigerd.

Hiertegen hebben verzoekers op 3 augustus 2017 bezwaar gemaakt. Verzoekers hebben op 16 augustus 2017 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen in die zin dat zij worden behandeld als ware zij in het bezit van een visum met ingang van 23 augustus 2017, geldig tot 2 september 2017.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.

1. Verzoekers zijn verbonden aan de [opleiding]. Dit betreft een driejarige opleiding voor uitzonderlijk sportief talent in Ghana. De verzoeken zijn erop gericht te bewerkstelligen dat verzoekers beschouwd worden als ware zij in het bezit van een visum per 23 augustus 2017. Hierdoor kunnen verzoekers op die datum vanuit Ghana Nederland binnen reizen en kunnen zij deelnemen aan een voetbaltoernooi en een aantal oefenwedstrijden. Dit vindt plaats in [plaats] in de periode van 24 augustus 2017 tot en met 1 september 2017. Verzoekers zijn uitgenodigd door voetbalclub [voetbalclub].

2. Verweerder heeft de aanvragen om een visum kort verblijf afgewezen, kort samengevat, omdat verzoekers het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende hebben aangetoond, verzoekers niet hebben aangetoond te beschikken over voldoende middelen van bestaan en het voornemen van verzoekers om het grondgebied van de lidstaten voor het verstrijken van de visa te verlaten niet kan worden vastgesteld.

3. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

3.1.

Vooropgesteld wordt dat de aard van het geschil in de bodemprocedures noopt tot terughoudendheid gelet op de belangen die met de Visumcode zijn gediend alsmede met de onomkeerbare gevolgen van de inreis van verzoekers binnen het Schengengebied. Uit vaste jurisprudentie blijkt voorts dat verweerder bij de beoordeling of er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van de aanvrager om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum een ruime beoordelingsruimte toe komt, zo blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2013 (ECLI:EU:C:2013:862). Bij die beoordeling laat verweerder zich mede leiden door de intensiteit van de sociale en de economische binding van een vreemdeling met zijn land van herkomst. Al naar gelang de sociale en/of economische binding geringer of juist sterker is, zal ook de twijfel over het voornemen van de vreemdeling tijdig terug te keren toe- of afnemen. De rechter kan dit oordeel van verweerder slechts terughoudend toetsen.

3.2.

In het licht van het vorenstaande hebben de bezwaren van verzoekers naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen redelijke kans van slagen. Voor dit oordeel acht de voorzieningenrechter van belang dat verweerder de aanvragen onder meer heeft afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat er een zodanige mate van economische en sociale binding is met het land van herkomst dat de tijdige terugkeer van alle verzoekers naar Ghana is gewaarborgd. Verzoekers hebben in bezwaar vooalsnog niet, dan wel onvoldoende, aangetoond dat verweerder dit standpunt in redelijkheid niet heeft kunnen innemen. Ook ten aanzien van de overige twee cumulatieve voorwaarden waaraan verzoekers volgens verweerder niet voldoen, is vooralsnog onvoldoende aangetoond dat verweerder niet in redelijkheid tot die conclusies heeft kunnen komen.

4. Gelet hierop worden de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af;

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Ghrib, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. M.D. Gunster.

Griffier Rechter

Uitgesproken op 18 augustus 2017

Afschrift verzonden aan partijen op:

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.

Bijlage bij de uitspraak van 18 augustus 2017

Zaaknummer

Nummer eiser

Naam eiser

V-nummer

17/13727

1

[verzoeker 1]

[V-nummer]

17/13806

2

[verzoeker 2]

[V-nummer]

17/13808

3

[verzoeker 3]

[V-nummer]

17/13809

4

[verzoeker 4]

[V-nummer]

17/13810

5

[verzoeker 5]

[V-nummer]

17/13811

6

[verzoeker 6]

[V-nummer]

17/13812

7

[verzoeker 7]

[V-nummer]

17/13813

8

[verzoeker 8]

[V-nummer]

17/13814

9

[verzoeker 9]

[V-nummer]

17/13815

10

[verzoeker 10]

[V-nummer]

17/13816

11

[verzoeker 11]

[V-nummer]

17/13817

12

[verzoeker 12]

[V-nummer]

17/13826

13

[verzoeker 13]

[V-nummer]

17/13828

14

[verzoeker 14]

[V-nummer]

17/13829

15

[verzoeker 15]

[V-nummer]

17/13831

16

[verzoeker 16]

[V-nummer]

17/13832

17

[verzoeker 17]

[V-nummer]

17/13833

18

[verzoeker 18]

[V-nummer]

17/13835

19

[verzoeker 19]

[V-nummer]

17/13838

20

[verzoeker 20]

[V-nummer]

17/13840

21

[verzoeker 21]

[V-nummer]

17/13841

22

[verzoeker 22]

[V-nummer]

17/13842

23

[verzoeker 23]

[V-nummer]

17/13843

24

[verzoeker 24]

[V-nummer]