Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:9448

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-08-2017
Datum publicatie
18-08-2017
Zaaknummer
5953013 RL EXP 17-10919
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij tussentijdse opzegging van het energiecontract door de gebruiker, is de gebruiker op grond van de algemene voorwaarden een opzeggingsvergoeding verschuldigd. In dit geval heeft de energieleverancier echter de overeenkomst ontbonden wegens wanbetaling door de gebruiker. Uit de (algemene) voorwaarden volgt niet dat de energieleverancier ook in het geval van een dergelijke ontbinding een vergoeding in rekening mag brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/4370
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

CB

Rolnr.: 5953013 RL EXP 17-10919

1 augustus 2017 (bij vervroeging)

[jw.sys.1.rolnummer]

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap De Nederlandse Energie Maatschappij B.V.,
gevestigd te Rotterdam,

eisende partij,

gemachtigde: mevr. Z. da Luz Almeida (Flanderijn Van Eck Gerechtsdeurwaarders),


tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

Partijen worden aangeduid als “NEM” en “ [gedaagde] ”.

1 Het procesverloop

1.1

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 3 mei 2017, met 5 producties;

  • -

    de conclusie van antwoord van 9 mei 2017, met producties;

  • -

    de brief van de gemachtigde van NEM van 26 juni 2017, met producties.

1.2

Op 4 juli 2017 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Daarbij is namens NEM mevr. [K] verschenen, samen met de gemachtigde van NEM. [gedaagde] is niet verschenen. Van het verhandelde ter comparitie van partijen zijn door de griffier zakelijke aantekeningen gemaakt.

1.3

Aanvankelijk is als vonnisdatum 29 augustus 2017 bepaald. Dit vonnis wordt echter bij vervroeging heden uitgesproken.

2 De feiten

2.1

[gedaagde] heeft op 15 april 2016 een tweetal overeenkomsten, een voor de levering van gas en een voor de levering van elektriciteit gesloten met NEM. De ingangsdatum van de overeenkomsten was 19 mei 2016 en de einddatum van de overeenkomsten zou 18 mei 2019 zijn.

2.2

Op de achterzijde van het contractformulier (productie 6 bij brief van NEM van 26 juni 2017) staat de volgende contractvoorwaarde:

Tussentijdse opzegging bepaalde looptijd

U kunt een contract met bepaalde looptijd tussentijds beëindigen met een opzegtermijn van 30 dagen. Afhankelijk van de resterende looptijd brengt NLE dan een opzegvergoeding in rekening. NLE stelt de hoogte van de opzegvergoeding per product vast met de volgende tabel:

Looptijd Resterende Opzeg-

contract looptijd vergoeding

[ ]

> 2,5 jaar € 125

2.3

Op de overeenkomsten zijn voorts de Algemene Voorwaarden Levering elektriciteit en gas kleingebruikers 2013 van toepassing.

2.4

Nadat [gedaagde] in gebreke was gebleven met het betalen van de termijnnota’s heeft NEM de beide leveringsovereenkomsten ontbonden en [gedaagde] een eindnota d.d. 22 september 2016 voor een bedrag van € 305,84 (Productie 4 bij dagvaarding) gestuurd.

3 De vordering

3.1

NEM vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] wordt veroordeeld om aan NEM tegen bewijs van kwijting te betalen, primair uit hoofde van het niet nakomen van het hiervoor [in de dagvaarding] omschreven energiecontract de som van totaal EUR 430,33, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (nog openstaande) hoofdsom gerekend vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de algehele betaling, subsidiair, voor zover het primair gevorderde niet kan worden toegewezen, uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking de som van totaal EUR 403,33 , te vermeerderen met de wettelijke rente over de (nog openstaande) hoofdsom gerekend vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de algehele betaling, zowel primair als subsidiair met verwijzing van [gedaagde] in de kosten van het geding, waaronder begrepen de aan de zijde van NEM gevallen kosten, zoals de explootkosten, het griffierecht en het salaris gemachtigde.

3.2

Aan deze vordering legt NEM-samengevat- ten grondslag dat tussen partijen twee overeenkomsten, een voor de levering van gas en een voor de levering van elektriciteit, zijn gesloten. [gedaagde] is in gebreke gebleven met de betaling van de voorschotnota’s. NEM heeft daarop de twee overeenkomsten ontbonden. Aan Baidjnatjh is een eindnota gestuurd, die [gedaagde] niet heeft betaald.

4 Het verweer

4.1

[gedaagde] voert met name verweer tegen de op de eindnota in rekening gebrachte opzegvergoedingen. [gedaagde] stelt dat niet hij maar NEM de overeenkomsten heeft opgezegd of ontbonden en dat in dat geval de opzegvergoedingen niet verschuldigd zijn.

5 De beoordeling

5.1

Onbetwist staat vast dat er tussen NEM en [gedaagde] twee overeenkomsten voor de levering van gas respectievelijk elektriciteit hebben bestaan. Deze overeenkomsten zijn ingegaan op 19 mei 2016 en de overeenkomsten zijn omstreeks september 2017 door NEM ontbonden. De overeenkomsten waren afgesloten voor bepaalde tijd, drie jaar, en de resterende looptijd was derhalve ten tijde van de ontbinding door NEM nog meer dan 2,5 jaar.

5.2

Als gevolg van de ontbinding van de overeenkomsten heeft NEM een eindnota opgesteld en aan [gedaagde] gestuurd voor een bedrag van € 305,84. Dit bedrag kan opgesplitst worden in een bedrag van € 55,84 als afrekening van geleverd gas en elektriciteit, onder verrekening van betaalde voorschotten en een bedrag van € 250,00 (tweemaal € 125,00) voor in rekening gebrachte opzegvergoedingen.

5.3

Voordat de kantonrechter toekomt aan de bespreking van de twee verschillende elementen van de eindnota merkt dat kantonrechter op dat NEM volgens de dagvaarding in hoofdsom een bedrag van in totaal € 370,84 van [gedaagde] vordert. De onderliggende eindnota van NEM vermeldt echter een bedrag van € 305,84 en NEM geeft geen verklaring of onderbouwing voor het verschil van € 65,00. De kantonrechter zal derhalve het bedrag van de eindnota, € 305,84, als uitgangspunt nemen bij de beoordeling.

5.4

Tegen het bedrag van € 55,84 als afrekening voor geleverd gas en elektriciteit heeft [gedaagde] geen zelfstandig verweer gevoerd, zodat dat bedrag als niet door [gedaagde] weersproken kan en zal worden toegewezen. Het feit dat [gedaagde] , zoals hij stelt, vanwege detentie een betalingsachterstand heeft opgelopen is een omstandigheid, die binnen zijn risicosfeer ligt.

5.5

Ook het feit dat NEM de overeenkomsten heeft ontbonden vanwege de detentie is een omstandigheid die voor zijn risico komt. De vraag is echter of NEM aanspraak kan maken op tweemaal een opzegvergoeding van € 125,00. Het is precies hiertegen dat [gedaagde] verweer voert.

5.6

In de dagvaarding stelt NEM dat op de achterzijde van het contractformulier in begrijpelijk Nederlands wordt aangegeven onder welke omstandigheden een energiecontract kan worden opgezegd, de (berekening van de) opzegvergoeding en de aanmaningskosten. Bij de beoordeling dient derhalve als uitgangspunt genomen te worden hoe [gedaagde] de opzeggingsvergoeding heeft kunnen begrijpen.

5.7

Uit de tekst, zoals die in rechtsoverweging 2.2 is weergegeven vloeit onmiskenbaar voort dat het gaat om een opzegging van het contract door de klant van NEM. Er staat namelijk: U kunt een contract met bepaalde looptijd tussentijds beëindigen met een opzegtermijn van 30 dagen. Er staat hierbij niet dat de opzegvergoeding ook van toepassing is indien NEM het contract ontbindt.

5.8

Tijdens de mondelinge behandeling heeft NEM aangegeven dat in artikel 19.3 van de Algemene Voorwaarden gelezen kan worden dat de opzegvergoeding (ook) van toepassing is, indien het de leverancier is die het contract ontbindt. Artikel 19.3 van de Algemene Voorwaarden luidt: Indien de leverancier en de contractant een leveringsovereenkomst voor bepaalde tijd zijn overeengekomen, èn de contractant de overeenkomst voor het verstrijken van de overeengekomen tijd beëindigt, is de contractant de voor voortijdige beëindiging overeengekomen vergoeding aan de leverancier verschuldigd.

5.9

Ook uit de tekst van artikel 19.3 van de algemene voorwaarden blijkt niet dat een opzegvergoeding verschuldigd is, in het geval het de leverancier is die de overeenkomst ontbindt, ook niet in het geval het de niet-betaling van nota’s door de klant is geweest, die aanleiding heeft gegeven tot ontbinding van de overeenkomst. De kantonrechter volgt derhalve niet de stelling van NEM dat in de algemene voorwaarden gelezen kan worden dat de opzegvergoeding ook verschuldigd is bij ontbinding door de leverancier. Bovendien vloeit uit artikel 6:238 lid 2 BW voort dat bedingen in algemene voorwaarden duidelijk en begrijpelijk moeten zijn opgesteld en dat bij twijfel over de betekenis van een beding de voor de wederpartij gunstigste uitleg prevaleert. De conclusie moet dus zijn dat [gedaagde] , zoals hij zelf ook heeft gesteld, geen opzegvergoedingen verschuldigd is. De (primaire) vordering van NEM zal in zoverre worden afgewezen.

5.10

Ook de subsidiaire vordering van NEM, ongerechtvaardigde verrijking, zal worden afgewezen, nu van enige ongerechtvaardigde verrijking aan de zijde van [gedaagde] niet is gebleken. [gedaagde] is immers niet verrijkt doordat hij de gevorderde opzegvergoedingen niet hoeft te betalen.

5.11

NEM heeft ook buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Deze zullen worden toegewezen tot het minimumbedrag van € 40,00, omdat vast is komen te staan, [gedaagde] heeft daartegen immers geen verweer gevoerd, dat hij de afrekening voor geleverd gas en elektriciteit niet tijdig heeft voldaan, waarna een incassotraject is gevolgd. Ook de gevorderde contractuele en wettelijke rente over het toe te wijzen bedrag zal worden toegewezen.

5.12

Nu NEM slechts heel gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, zal de kantonrechter de proceskosten in zoverre tussen partijen verdelen dat elke partij de eigen proceskosten draagt.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] om aan NEM tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van (€ 55,84 + € 40,00 =) € 95,84 te betalen, te vermeerderen met de contractuele rente over € 55,84 vanaf 6 oktober 2016 tot 3 mei 2017 en de wettelijke rente vanaf 3 mei 2017 tot de dag van gehele betaling;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- verdeelt de proceskosten in zoverre dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 augustus 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.