Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:9137

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-08-2017
Datum publicatie
15-09-2017
Zaaknummer
AWB 16/29791
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Rechtbank wijst voorlopige voorziening toe die ertoe strekt dat uitzetting achterwege wordt gelaten totdat op bezwaar is beslist.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:81, geldigheid: 2013-01-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

REchtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 16/29791

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 augustus 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoeker], verzoeker, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J. van der Wielen),

tegen

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘familieleven op grond van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)’ afgewezen. Tevens heeft verweerder geweigerd verzoeker een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek te verlenen en hem een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Bij verzoekschrift van 19 december 2016 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat uitzetting achterwege wordt gelaten totdat op het bezwaar is beslist. Tevens heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Bij brief van 18 juli 2017 heeft verweerder medegedeeld zich niet te verzetten tegen de toewijzing van hetgeen in het verzoekschrift is verzocht en heeft verweerder toestemming verleend het onderzoek ter zitting achterwege te laten. Bij brief van 20 juli 2017 heeft eiser eveneens toestemming verleend voor het achterwege laten van het onderzoek ter zitting.

3. De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het primaire besluit ingevolge artikel 6:16 van de Awb in samenhang met artikel 73, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet wordt geschorst, ook niet indien tegen dat besluit bezwaar is gemaakt. Tevens overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder ingevolge de Awb noch de Vw 2000 zelf de bevoegdheid heeft de rechtsgevolgen van het bestreden besluit -met de aanzegging aan verzoeker Nederland te verlaten- op te schorten.

4. Nu tussen partijen niet in geschil is dat van uitzetting van verzoeker behoort te worden afgezien, bestaat aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen en uitzetting te verbieden totdat op het bezwaar is beslist.

5. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. De kosten zijn

op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op

€ 495,- (1 punt voor het verzoekschrift, met een wegingsfactor 1 en een waarde per punt van € 495,-).

6. Aan verzoeker is bij brief van 6 januari 2017 meegedeeld dat de rechtbank vooralsnog afziet van het heffen van griffierecht. Het verzoek van verzoeker om over te gaan tot nihilstelling wordt hierbij definitief gehonoreerd.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank:

  • -

    wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

  • -

    verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat op het bezwaar is beslist;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 495,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.D. van Loopik, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.