Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:9026

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-08-2017
Datum publicatie
14-08-2017
Zaaknummer
519329 / HA RK 16-494
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Bevoegdheid. Fishing expedition? Auteursrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rekestnummer: 519329 / HA RK 16-494

Beschikking van 1 augustus 2017

in de zaak van

de stichting

STICHTING BESCHERMING RECHTEN ENTERTAINMENT INDUSTRIE NEDERLAND, BREIN,

gevestigd te Amsterdam,

kantoorhoudend te Hoofddorp

verzoekster,

advocaat mr. D.J.G. Visser en mr. P. de Leeuwe te Amsterdam

tegen

1 [verweerder 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [verweerder 2],

wonende te [woonplaats 2] ,

3. [verweerder 3],

wonende te [woonplaats 2] ,

verweerders,

Partijen zullen hierna worden aangeduid als ‘Stichting Brein’, ‘ [verweerder 1] ’, ‘ [verweerder 2] ’ en

‘ [verweerder 3] ’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het procesdossier. Hierin bevinden zich de volgende stukken:

  • -

    Het inleidend verzoekschrift voorlopig getuigenverhoor van 4 oktober 2016, met producties 1 tot en met 20;

  • -

    De brief van de rechtbank van 11 november 2016, waarin om een nadere toelichting wordt gevraagd;

  • -

    De brief van mr. Visser van 24 november 2016 houdende een nadere toelichting;

  • -

    Het verweerschrift van [verweerder 2] van 21 februari 2017, met bijlagen 1 tot en met 11;

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 4 juli 2017. Namens Stichting Brein is bij die gelegenheid verschenen haar directeur, dhr. [A] , bijgestaan door mr. Visser voornoemd en mr. B.R.J. van Ramshorst, advocaat te Amsterdam.

1.3.

Aan de zijde van gerekwestreerden heeft zich [verweerder 3] gemeld, die daarbij echter desgevraagd uitdrukkelijk heeft verklaard slechts uit belangstelling en als toehoorder te zijn verschenen. [verweerder 3] heeft vervolgens plaatsgenomen in het voor het publiek bestemde gedeelte van de zittingszaal.

2 Feiten

2.1.

Stichting Brein bestrijdt namens de bij haar aangesloten partijen (de stichting Stemra, de Nederlandse Vereniging van Producenten en Importeurs van Beeld- en Geluidsdragers (NVPI), de Motion Picture Association (MPA) en de Nederlandse Vereniging van Filmdistributeurs (NVF), het Platform Multimediaproducenten en het Nederlands Uitgeversverbond (NUV)) onder meer het ongeautoriseerd aanbieden van ‘entertainment content’ op het internet. Daartoe treedt zij ook in rechte op. De bevoegdheid daartoe ontleent zij aan haar statuten en artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek (BW).

2.2.

[verweerder 1] is sedert 14 oktober 2014 bestuurder van Ecatel Ltd, statutair gevestigd te Folkestone, Verenigd Koninkrijk, maar kantoorhoudend te Den Haag (verder: Ecatel). Ecatel is een aanbieder ICT-diensten, waaronder hostingdiensten, met, volgens haar website eigen servers in Amsterdam. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat Ecatel geregistreerd als ‘Buitenlandse EG-vennootschap met onderneming in Nederland’.

2.3.

Volgens opgaven van de Kamer van Koophandel en het Britse ‘Companies House’ zijn [verweerder 2] en [verweerder 3] tot juli 2015 bestuurders (‘officers’) van Ecatel geweest, [verweerder 2] in de functie van ‘company director’ en [verweerder 3] in de functie van ‘company secretary’. Aandeelhouder van Ecatel is Reba Holding Ltd (verder: Reba). [verweerder 2] en [verweerder 3] zijn de aandeelhouders en bestuurders van Reba.

2.4.

[verweerder 2] is ook bestuurder en enig aandeelhouder van Novogara Ltd (verder: Novogara), dat statutair is gevestigd te Cardiff, maar kantoor houdt te Amsterdam. Volgens opgave van de Kamer van Koophandel drijft Novogara een onderneming die zich onder meer bezig houdt met webhosting. Net als Ecatel staat Novogara geregistreerd als buitenlandse EG-vennootschap met onderneming in Nederland.

2.5.

[verweerder 3] is indirect bestuurder van Reba Communications B.V. Deze vennootschap drijft een onderneming die onder meer het datacenter Dataone in Wormer beheert.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor zal gelasten teneinde (in ieder geval) [verweerder 2] , [verweerder 3] en [verweerder 1] als getuigen te doen horen. Tegen de achtergrond van de hiervoor genoemde feiten legt Stichting Brein aan dit verzoek, samengevat, het volgende ten grondslag:

  • -

    Stichting Brein heeft de afgelopen jaren bij herhaling geconstateerd dat zich op door Ecatel gehoste websites inbreukmakend materiaal bevond. Op verzoeken van Stichting Brein om de desbetreffende IP-adressen af te sluiten dan wel onbereikbaar te maken werd door Ecatel echter niet, dan wel na lang aandringen en in elk geval niet prompt gehoor gegeven. Ook kwam het regelmatig voor dat een gewraakte website korte tijd later wederom door Ecatel werd gehost. Ecatel was aldus structureel nalatig in het nakomen van de wettelijke verplichtingen zoals deze voor haar voortvloeien uit 6:196c BW.

  • -

    Sinds 2015 is naast Ecatel ook Novogara als hosting provider actief. Novogara lijkt gelieerd te zijn aan Ecatel. Dit blijkt niet alleen uit de betrokkenheid van [verweerder 2] , maar ook uit het feit dat de websites vrijwel identiek zijn en dat de betaling van door Stichting Brein bij Ecatel gehuurde serverruimte via (de omgeving van) Novogara liep;

  • -

    Eind 2015 verschenen er berichten dat het netwerk van Ecatel, althans een bepaalde bundeling van door Ecatel gehoste IP-adressen is overgenomen door Quasi Networks Ltd (verder: Quasi Networks). Dat dit zo is geweest, wordt ook bevestigd door het zogenoemde ‘AS-nummer’, een bundeling IP-adressen die aan een bepaalde internet serviceprovider zijn toegekend. De bundel IP-adressen die tot voor kort in beheer was bij Ecatel, wordt nu beheerd door Quasi Networks. Ook de website van Novogara wordt gehost door Quasi Networks;

  • -

    Quasi Networks is statutair gevestigd op de Seychellen, waar het staat ingeschreven als een ‘International Business Company’ (IBC). Deze kwalificatie wordt alleen toegekend aan bedrijven die geen bedrijfsactiviteiten op de Seychellen zelf hebben. Het is derhalve uitgesloten dat Quasi Networks bedrijfsmiddelen zoals een datacenter op de Seychellen zelf heeft. Er zijn concrete aanwijzingen dat Quasi Networks gebruik maakt van servers die zich bevinden in het Dataone datacenter in Wormer;

  • -

    Stichting Brein heeft de afgelopen maanden binnen het netwerk van Quasi Networks meerdere websites aangetroffen met evident inbreukmakende content. Quasi Networks reageert echter structureel niet op verzoeken tot afsluiting van die websites. Daarmee is sprake van onrechtmatig handelen jegens de partijen die bij Stichting Brein zijn aangesloten;

  • -

    Stichting Brein krijgt vanuit de Seychellen geen verdere informatie over Quasi Networks. Gelet op al het voorgaande is er echter gegronde reden te vermoeden dat Ecatel en Novagara aan elkaar en aan Quasi Networks gelieerd zijn. Stichting Brein wenst daarom [verweerder 1] , [verweerder 2] en [verweerder 3] als getuigen te horen om verdere duidelijkheid te krijgen over de structuur van en de relatie tussen deze ondernemingen, waar de servers zich bevinden en welke (rechts)personen de verantwoordelijken achter Quasi Networks zijn. Stichting Brein heeft belang bij deze informatie om te kunnen beoordelen wie zij kan aanspreken en of het zinvol is een procedure te beginnen.

3.2.

[verweerder 2] heeft het verzoek gemotiveerd bestreden. Hij verzoekt de rechtbank het verzoek af te wijzen en Brein daarbij te veroordelen in de door hem gemaakte kosten. Hetgeen hij daartoe naar voren heeft gebracht, zal hierna, voor zover van belang, nader aan de orde komen.

3.3.

[verweerder 1] en [verweerder 3] hebben geen verweer gevoerd.

4 Beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

[verweerder 2] heeft in zijn verweerschrift naar voren gebracht dat een voorlopig getuigenverhoor in Nederland niet aan de orde kan zijn nu, als het tot een procedure komt, deze procedure vermoedelijk zal zijn gericht tegen Quasi Networks, Ecatel en Novogara. Deze rechtspersonen zijn alle drie in het buitenland gevestigd, zodat een procedure ook in het buitenland zal moeten worden gevoerd. De rechtbank begrijpt dit betoog aldus dat [verweerder 2] zich erop beroept dat de Nederlandse rechter in dat geval geen rechtsmacht in de hoofdzaak zal hebben (internationaal niet bevoegd zal zijn), zodat hij ook niet bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Dit betoog wordt verworpen. Zoals hiervoor reeds werd overwogen, beoogt Stichting Brein met het verzochte getuigenverhoor duidelijkheid te verkrijgen wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor de activiteiten van Quasi Networks. Daarbij gaat het in het bijzonder om het hosten van websites die inbreuk maken op de (auteurs)rechten van de degenen ten behoeve van wie zij optreedt. Voor zover dit mocht leiden tot een procedure tegen een buiten Nederland, maar binnen de EU gevestigde of woonachtige partij, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 lid 2 EEX II-Vo1 internationaal bevoegd daarvan kennis te nemen. Voor zover het mocht komen tot een vordering tegen een buiten de EU gevestigde of woonachtige partij volgt die rechtsmacht uit artikel 6 lid 2 Rv. Grondslag voor een eventuele vordering is immers inbreuk op auteursrecht via websites die ook in Nederland raadpleegbaar zijn of zijn geweest. Nederland is daarmee aan te merken als ‘Erfolgsort’ in de zin van deze bepalingen, d.w.z. de plaats waar het ingeroepen auteursrecht wordt beschermd en waar de beweerde schade als gevolg van de inbreuk kan intreden.2 Gegeven de rechtsmacht van de Nederlandse rechter is deze rechtbank op grond van artikel 187 lid 1 Rv bevoegd van het verzoek kennis te nemen, nu een dergelijke zaak tot haar absolute competentie behoort en het merendeel van de voorgedragen getuigen woonachtig is in het arrondissement Den Haag.

Inhoudelijk

4.3.

Inhoudelijk voert [verweerder 2] aan dat Stichting Brein kennelijk geen idee heeft tegen wie en/of welke entiteit zij een procedure zal aanspannen en wat voor procedure dat dan gaat worden, welke concrete feiten zij bewezen wil zien en waarom het nuttig is daarvoor getuigen te horen. Volgens [verweerder 2] dient het verzoek daarom te worden afgewezen omdat niet duidelijk en concreet is welk belang Stichting Brein heeft bij het verhoor. Naar het oordeel van [verweerder 2] gaat het louter om een ‘fishing expedition’ met als (enig) doel hem of de andere gerekwestreerden op de één of andere manier te kunnen aanpakken.

4.4.

De rechtbank volgt [verweerder 2] hierin niet. Een voorlopig getuigenverhoor kan er mede toe dienen opheldering te krijgen omtrent (nog niet precies bekende) feiten teneinde de verzoeker in staat te stellen zijn positie te beoordelen, met name ook ten aanzien van de vraag tegen wie een eventueel geding moet worden aangespannen. Het belang van Stichting Brein bij het verzochte verhoor is daarmee gegeven. Uit het verzoekschrift en de daarop gegeven nadere toelichting komt bovendien voldoende duidelijk naar voren omtrent welke feiten Stichting Brein de getuigen wil horen. De in dat kader geschetste vermoedens zijn daarbij telkens feitelijk onderbouwd. De Stichting Brein heeft haar verzoek daarmee voldoende geconcretiseerd en daarbij ook aangegeven wat de juridische grondslag is van een eventuele vordering. Van een ‘fishing expedition’ is dan ook geen sprake.

4.5.

De omstandigheid dat, zoals ook nog in het verweer van [verweerder 2] besloten ligt, het verzochte verhoor zal kunnen leiden tot een procedure tegen hemzelf, [verweerder 1] en [verweerder 3] staat evenmin aan toewijzing van het verzoek in de weg. De wettelijke regeling van het voorlopig getuigenverhoor sluit het horen van potentiële partijen in een nog aan te vangen bodemprocedure niet uit. In artikel 193 Rv is in dat verband bepaald dat het verhoor van dergelijke partijen dient plaats te vinden met inachtneming van de bepalingen die van toepassing zijn op het verhoor van een partijgetuige.

4.6.

Tot slot voert [verweerder 2] in zijn verweerschrift nog een groot aantal verweren ten aanzien van de door Stichting Brein opgevoerde feiten. Deze verweren houden met name in dat Stichting Brein de rechtbank ten onrechte wil doen geloven dat Quasi Networks hostingdiensten zou verlenen. Volgens [verweerder 2] is Quasi Networks (slechts) een netwerkprovider voor wie de door Stichting Brein ingeroepen verplichtingen en aansprakelijkheden niet gelden.

4.7.

Voorzover [verweerder 2] hiermee wil betogen dat het verzoek moet worden afgewezen omdat Stichting Brein geen vordering heeft, gaat de rechtbank daaraan voorbij. Het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor opent een zelfstandige verzoekschriftprocedure, waarin de toewijsbaarheid van een eventueel nog in te stellen vordering niet aan de orde is. Een onderzoek daarnaar dient te worden gedaan door de rechter die de hoofdzaak – als die er komt – dient te behandelen en te beslissen.3 De rechtbank wijst er daarbij op dat een voorlopig getuigenverhoor er nu juist (mede) toe dient duidelijkheid te krijgen over de vraag of en in hoeverre een vordering enige kans van slagen heeft.

4.8.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verzoek dient te worden toegewezen.

4.9.

De ervaring leert dat veelal voor het horen van de eerste getuige 1,5 uur dient te worden uitgetrokken en voor de overige getuigen ongeveer 1 uur. De rechtbank verzoek de advocaat van Stichting Brein hiermee rekening te houden bij het oproepen van de getuigen en tijdig voor het verhoor een oproepingsschema aan de griffier toe te zenden.

5 De beslissing

De rechtbank:

- beveelt een voorlopig getuigenverhoor,

- benoemt mr. J.A. van Dorp tot rechter-commissaris en bepaalt dat het verhoor van de in het verzoek genoemde getuigen zal plaatsvinden op dinsdag 26 september 2017 om 09.30 uur in het Paleis van Justitie aan de Prins Claus 60 te Den Haag,

- bepaalt dat verzoekster uiterlijk op 14 augustus 2017 een afschrift van het verzoekschrift en deze beschikking bij aangetekende brief of bij exploot aan verweerders moet doen toekomen.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. van Dorp en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2017.4

1 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

2 HvJ EU 3 oktober 2013, C-170/12, ECLI:NL:XX:2013:157 (Pinckney/Mediatech) en HvJ EU 22 januari 2015, ECLI:EU:C:2015:28 (Hejduk)

3 Vgl HR 6 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC3354

4