Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:8960

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-08-2017
Datum publicatie
23-08-2017
Zaaknummer
NL16.2950
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

asiel, lebisch, ongeloofwaardig, zelfacceptatie en bewustwording, ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL16.2950


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 augustus 2017 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

(gemachtigde: mr. C.F. Roza),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.M. de Wit).


Procesverloop
Bij besluit van 13 oktober 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juli 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer P. Ororonsaye. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1984 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij uit Nigeria is gevlucht omdat zij lesbisch is en dit niet is toegestaan in Nigeria.

2. Verweerder acht het geloofwaardig dat eiseres uit Nigeria komt. De identiteit van eiseres en haar verklaringen over haar seksuele gerichtheid en dat zij homoseksuele relaties heeft gehad worden echter ongeloofwaardig geacht door verweerder. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.

3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert, kort samengevat, aan dat zij wel degelijk lesbisch is. Verweerder heeft haar verklaringen hieromtrent ten onrechte niet geloofwaardig geacht. Daarnaast voert eiseres aan dat het in ieder geval wel duidelijk moet zijn dat zij in Nederland uiting heeft gegeven aan haar lesbische gevoelens, gelet op de lesbische relatie die zij nu heeft. Voorts is de identiteit van eiseres ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Zij heeft eerlijk verteld wie zij is. Het feit dat zij geen paspoort kan overleggen, staat daaraan niet in de weg. Ook is er volgens eiseres geen aanleiding voor het opleggen van een inreisverbod.

4. Ter zitting heeft eiseres haar beroepsgronden die zien op haar identiteit en op het inreisverbod ingetrokken. Derhalve staat nu slechts de gestelde homoseksualiteit van eiseres ter beoordeling.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

5.1

Verweerder heeft in de onderhavige zaak de gestelde seksuele gerichtheid van eiseres onderzocht en beoordeeld conform de Werkinstructie (WI) 2015/9. Tijdens het gehoor zijn aan eiseres vragen gesteld, die samenhangen met de in de WI 2015/9 genoemde thema’s, zoals privéleven, familie/vrienden, religie en relaties. In het voornemen en het bestreden besluit heeft verweerder de verklaringen van eiseres met betrekking tot deze thema’s beoordeeld. Gebleken is dat verweerder in zijn beoordeling met name gewicht heeft toegekend aan de antwoorden van eiseres op vragen over het proces van ontdekking en bewustwording en zelfacceptatie. Verweerder heeft daarbij gehandeld in overeenstemming met de WI 2015/9 door in dit verband betekenis toe te kennen aan de omstandigheid dat eiseres afkomstig is uit een land waar LHBT-gerichtheid niet wordt geaccepteerd.

5.2

De rechtbank is, in navolging met het bovenstaande, van oordeel dat verweerder de gestelde seksuele gerichtheid van eiseres en de daarmee samenhangende relaties en ondervonden problemen niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden en acht daarvoor het volgende van belang.

5.2.1

Eiseres is opgegroeid in een cultuur waar het uiten van homoseksualiteit een groot taboe is en als bedreiging voor de maatschappij wordt gezien. Verweerder heeft dan ook van eiseres, die verklaard heeft dat zij rond de 14-jarige leeftijd gevoelens kreeg voor vrouwen en wist dat homoseksualiteit in Nigeria niet is toegestaan, mogen verlangen dat zij kan verklaren over hoe zij hiermee is omgegaan en hoe haar proces van bewustwording en zelfacceptatie is verlopen. Over het proces van bewustwording heeft eiseres verklaard bang te zijn dat er iets zou gebeuren wanneer iemand erachter zou komen, maar dat ze zeker wist dat niemand erachter zou komen. Als dit dan toch zou gebeuren, dan zou zij hier niets aan kunnen doen aangezien ze het niet kon verbergen. Verweerder heeft mogen concluderen dat eiseres op dit punt in algemene termen en vaagheden heeft verklaard. Verweerder heeft voorts mogen concluderen dat eiseres erg makkelijk is omgegaan met haar bewustwordingsproces en zelfacceptatie en dat dit opmerkelijk is aangezien ze uit een land komt waar homoseksualiteit absoluut onacceptabel is. Eiseres heeft ook ontwijkend gereageerd op de vraag wat voor gedachtes er in haar omgingen toen zij erachter kwam dat zij meisjes leuk vond. Zij heeft haar gevoelens niet kunnen omschrijven, maar alleen aan kunnen geven dat het voor haar normaal was. Verweerder heeft het derhalve bevreemdend mogen achten dat eiseres heeft verklaard dat haar homoseksualiteit op zo’n jonge leeftijd en met haar culturele achtergrond haar niets deed. De stelling van eiseres, dat vrouwen in Afrika op een lijflijke manier met elkaar omgaan en dat hier niet per definitie iets achter wordt gezocht, doet hier niet aan af. Ook over haar acceptatieproces heeft eiseres summiere en tegenstrijdige verklaringen afgelegd en heeft eiseres ontwijkend verklaard over het moment dat en de wijze waarop zij geprobeerd heeft haar homoseksuele gevoelens te stoppen. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen van eiseres onvoldoende blijk geven van een proces van bewustwording en zelfacceptatie.

5.2.2

De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder niet ten onrechte de gestelde relatie met [persoon] ongeloofwaardig acht. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiseres niet voldoende inzicht heeft kunnen geven in hoe de relatie met [persoon] tot stand is gekomen en over welke gevoelens daarbij kwamen kijken. Het is bijvoorbeeld opvallend dat eiseres in eerste instantie niet heeft kunnen verklaren over de leeftijd en de geboortedatum van [persoon] . Dit had wel verwacht mogen worden na een relatie van acht jaar, waarbij ze samenwoonden, vroeger samen naar school gingen en [persoon] haar beste vriendin was. Ook heeft verweerder niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiseres en [persoon] in de middag met [persoon] op de slaapkamer heeft gezongen en gelachen en gevreeën terwijl de deur niet op slot zat. Dit, rekening houdend met het feit dat eiseres weet dat homoseksualiteit in Nigeria niet wordt geaccepteerd en dat ze om die reden zelfs vermoord zou kunnen worden. Ook heeft verweerder het vreemd kunnen achten dat eiseres na de betrapping op de slaapkamer geen enkel contact meer heeft gehad met [persoon] .

5.3

Verweerder heeft voorts bij zijn beoordeling mogen betrekken dat eiseres eerst bijna drie jaar illegaal in Nederland heeft verbleven voordat ze onderhavige aanvraag heeft gedaan, met dit asielrelaas als grondslag. Verweerder heeft hierbij terecht verwezen naar het feit dat eiseres al sinds 2012 het risico loopt om uitgezet te worden, met alle gevolgen van dien.

5.4

Verweerder heeft over de gestelde relaties van eiseres, nadat zij uit Nigeria was gevlucht, niet ten onrechte geoordeeld dat hier geen doorslaggevende betekenis aan kan worden toegekend nu de gestelde homoseksualiteit van eiseres in zijn algemeenheid niet geloofwaardig kan worden geacht. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit op juist gronden heeft kunnen concluderen. Gebleken is dat eiseres ten aanzien van de partners die zij in Nederland zou hebben gehad niet de juiste namen heeft kunnen noemen. Bovendien heeft eiseres tegenstrijdig verklaard over wanneer zij ‘uit de kast is gekomen’. Enerzijds stelt eiseres dat zij dat dit al op 16-jarige leeftijd in Nigeria was gebeurd en anderzijds dat dit pas in 2015 in Nederland is gebeurd en eiseres al sinds 2008 in de Europese Unie verblijft. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat dit niet overeenkomt met de verklaring van eiseres, dat zij van eind 2012 tot 2015 een relatie heeft gehad met een vrouw in Nederland.

6. Gelet op al het bovenstaande is het beroep ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2017.

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.