Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:8910

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-08-2017
Datum publicatie
10-08-2017
Zaaknummer
09/818869-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank in Den Haag heeft vandaag een 41-jarige man uit Nootdorp veroordeeld tot 3 jaar celstraf en TBS met voorwaarden wegens seksueel misbruik van zijn twee dochters en zijn nichtje.

De rechtbank is van oordeel dat aan de man een gevangenisstraf van lange duur moet worden opgelegd. De door hem gepleegde strafbare feiten zijn zeer ernstig. Daarbij weegt de rechtbank de zeer jonge leeftijd van de meisjes mee, de verregaande seksuele handelingen, en het feit dat het misbruik vaak en langdurig heeft plaatsgevonden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/818869-16

Datum uitspraak: 10 augustus 2017

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

[geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting “PI Alphen aan den Rijn”, te Alphen aan den Rijn.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 13 december 2016, 23 februari 2017, 11 mei 2017 (telkens pro forma) en 27 juli 2017 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. D. Kortekaas en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. A.F. Mandos, advocaat te Den Haag, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Verdachte wordt, kort gezegd, verweten dat hij:

- in de periode van 1 oktober 2013 tot 18 september 2016 te [woonplaats] , meermalen met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , terwijl zij de leeftijd van twaalf jaar nog niet hadden bereikt, handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van deze [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , terwijl zij de kinderen van verdachte zijn (feit 1 en 2), en;

- in de periode van 1 juni 2014 tot 26 augustus 2015 te [woonplaats] , meermalen met [slachtoffer 3 ] , terwijl zij de leeftijd van twaalf jaar nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van deze [slachtoffer 3 ] , terwijl zij een kind aan de zorg van verdachte was toevertrouwd (feit 3), en;

- in de periode van 27 augustus 2015 tot 18 september 2016 te [woonplaats] , meermalen met [slachtoffer 3 ] , terwijl zij de leeftijd van twaalf jaar wel, maar nog niet die van zestien jaar had bereikt, handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van deze [slachtoffer 3 ] , terwijl zij een kind aan de zorg van verdachte was toevertrouwd (feit 4), en;

- in de periode van 14 mei 2007 tot en met 6 oktober 2016 te [woonplaats] meerdere gegevensdragers, bevattende kinderpornografische afbeeldingen, te weten computers en een tablet, bevattende video’s en/of foto’s (waarvan er enkele nader zijn omschreven in de tenlastelegging) in bezit heeft gehad en/of heeft verworven en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst daartoe de toegang heeft verschaft, terwijl verdachte van het plegen daarvan een gewoonte heeft gemaakt (feit 5), en;

- in de periode van 5 september 2013 tot en met 6 oktober 2016 te [woonplaats] meerdere gegevensdragers, bevattende dierenpornografische afbeeldingen, bestaande uit foto’s (waarvan er enkele nader zijn omschreven in de tenlastelegging) in bezit heeft gehad, terwijl verdachte van het plegen daarvan een gewoonte heeft gemaakt (feit 6).

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis en maakt daarvan deel uit.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat wettig en overtuigend bewezen wordt verklaard dat verdachte alle zes de tenlastegelegde feiten heeft begaan.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de feiten 1, 2, 5 en 6 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs heeft de raadsman zich ten aanzien van de feiten 3 en 4 op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken.

3.3

De beoordeling van de tenlastelegging1

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan. Nu verdachte deze feiten bij de politie heeft bekend, daar later niet op teruggekomen is en door zijn raadsman ten aanzien van deze feiten geen vrijspraak is bepleit, zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

- het proces-verbaal van aangifte2;

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie3.

Ten aanzien van feit 3:

De rechtbank acht, evenals de officier van justitie, feit 3 wettig en overtuigend bewezen. Zij overweegt daartoe als volgt.

Op 18 september 2016 is [slachtoffer 3 ] gehoord in een daartoe bestemde studio. Zij heeft het volgende verklaard, letterlijk weergegeven:

“Verbalisant: (…) wat kom je aan de politie vertellen?

[slachtoffer 3 ] : dat ik, ik weet niet hoe dat heet maar dan zeg het even iets anders. Dat ik word verkracht door een oom.

Verbalisant: en wat is de naam van je oom?

[slachtoffer 3 ] : [verdachte]

(…)

Verbalisant: (…) is dat één keer gebeurd of is dat meerdere keren gebeurd?

[slachtoffer 3 ] : eh … meerdere keren denk ik

Verbalisant: meerdere keren denk je?

[slachtoffer 3 ] : nou, het is verschillend wat hij doet, niet alles hetzelfde

Verbalisant: oké, het is goed dat je dat zegt. Wat kun je er mij allemaal over vertellen? Wat [verdachte] bij je doet? Wat verschillend is?

[slachtoffer 3 ] : eh … vingeren

Verbalisant: hmhm

[slachtoffer 3 ] : eh … soms moet ik hem aftrekken

Verbalisant: ja

[slachtoffer 3 ] : eh … even denken, van achteren nemen

Verbalisant: hmhm

[slachtoffer 3 ] : en nog eentje, hoe heet dat nou? Gewoon aan mijn kut likken.”4

Voorts heeft [slachtoffer 3 ] het volgende verklaard, eveneens letterlijk weergegeven:

“Verbalisant: (…) wat kun jij mij vertellen wat er … wat jij met vingeren bedoelt?

[slachtoffer 3 ] : nou, gewoon dat iemand bij mij ofzo, en dan dat hij met zijn vinger in mijn kut gaat … Ja wiebelen, gewoon heen en weer gaan.

Verbalisant: ja, heb je dat wel eens meegemaakt?

[slachtoffer 3 ] : één keer.

Verbalisant: hmhm, en wie deed dat dan bij jou?

[slachtoffer 3 ] : [verdachte]

(…)

Verbalisant: oké, en in welke zomer is dat geweest dat jij toen naar beneden bent gegaan in een nachtjapon

[slachtoffer 3 ] : vorig jaar

Verbalisant: vorig jaar, en op welke school zat je toen?

[slachtoffer 3 ] : volgens mij zat ik toen eind groep 7

Verbalisant: eind groep 7. Want daar hebben we het nog helemaal niet over gehad he. Over school. Want welke school zit je nu?

[slachtoffer 3 ] : (onverstaanbaar) [naam school]

Verbalisant: ja, en in welke klas?

[slachtoffer 3 ] : in de eerste

Verbalisant: in de eerste, oh ja, want dan heb je natuurlijk groep 8 gehad, en dit was eind groep 7

[slachtoffer 3 ] : ja

Verbalisant: en was het dan al zomervakantie of ging je daarna was het nog dat je naar school moest

[slachtoffer 3 ] : ja, in een weekend, het was gewoon niet in de zomervakantie

Verbalisant: oké, gaan we even terug naar het moment dat jij daar op de bank zit. Te kijken naar de tv en dat daar die meneer met die dieren is. Wat kun je me allemaal vertellen over wat er toen gebeurde?

[slachtoffer 3 ] : toen ging hij ineens naast me zitten en toen ging hij mijn nachtpon omhoog doen en dat doen

Verbalisant: wat ging hij dan doen? Wat kun je me daar allemaal van vertellen?

[slachtoffer 3 ] : vingeren

Verbalisant: ja, en hoe deed hij dat? Want je zegt hij deed mijn nachtpon omhoog

[slachtoffer 3 ] : ja, toen lag ik en toen ging hij … vingeren. Gewoon … ja, dat, en daarna ging hij aan mijn kut likken, en daarna ging hij naar de keuken en toen ging hij iets doen maar ik weet niet wat

Verbalisant: en waar voelde jij dat [verdachte] jou ging vingeren?

[slachtoffer 3 ] : in mijn kut”5

Verdachte heeft bij de politie in algemene zin verklaard dat hij [slachtoffer 3 ] heeft aangeraakt; dat hij haar heeft betast. Dat is telkens in zijn huis (lees: [woonplaats] ) geweest. Tevens heeft hij verklaard dat hij dit zelf niet kan stoppen en dat hij hulp nodig heeft. Verdachte heeft voorts specifiek verklaard dat hij tijdens een logeerpartijtje van [slachtoffer 3 ] haar bij haar borsten en vagina heeft betast door met zijn handen onder haar kleding over haar borsten te bewegen en erover te wrijven en erin te knijpen, en haar onder haar kleding bij haar vagina te betasten.6

Ten aanzien van de periode overweegt de rechtbank het volgende. Op 18 september 2016 is bovengenoemd verhoor afgenomen. Op dat moment zat [slachtoffer 3 ] in de eerste klas van de middelbare school. [slachtoffer 3 ] heeft verklaard dat het voorval waarover zij spreekt heeft plaatsgevonden toen zij in groep 7 van de basisschool zat. Het was een weekend in de zomer, maar het was niet in de zomervakantie. De rechtbank stelt bovendien vast dat [slachtoffer 3 ] op 27 augustus 2015 twaalf jaar oud is geworden. Nu het een weekend voor de zomervakantie betrof en de zomervakantie op zijn laatst op 18 juli 2015 is aangevangen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer 3 ] nog niet de leeftijd van twaalf jaar had bereikt ten tijde van het door [slachtoffer 3 ] hierboven besproken specifieke voorval op de bank, waarbij verdachte [slachtoffer 3 ] zou hebben gevingerd en haar vagina hebben gelikt.

De rechtbank acht, gelet op de grote gedetailleerdheid in de beschrijving van de handelingen en vanwege het feit dat zij in het verhoor consistent verklaart, de verklaring van [slachtoffer 3 ] betrouwbaar. Verdachte heeft ondanks zijn grotendeels bekennende verklaring betreffende het betasten van [slachtoffer 3 ] , regelmatig tijdens de politieverhoren en ter terechtzitting verklaard dat hij het niet precies meer weet of het zich niet meer kan herinneren. De rechtbank ziet dan ook geen enkele reden om te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer 3 ] en zal daar, in combinatie met de bekentenis van verdachte omtrent soortgelijke handelingen bij [slachtoffer 3 ] en omtrent gelijke handelingen bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , vanuit gaan.

Nu [slachtoffer 3 ] het nichtje van verdachte is, en het tenlastegelegde is voorgevallen ten tijde van een logeerpartij, is er sprake van een kind dat aan de zorg en waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer 3 ] in de ten laste gelegde periode meermalen heeft misbruikt op de wijze zoals ten laste gelegd. [slachtoffer 3 ] verklaart immers zelf dat zij in de ten laste gelegde periode één keer door verdachte is gevingerd en gelikt. De verklaring van verdachte dat hij tijdens een logeerpartij de vagina van [slachtoffer 3 ] heeft betast kan niet bijdragen aan het bewijs nu niet kan worden vastgesteld wanneer dit heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht, al het voorgaande meenemende, dan ook het onder 3 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen, op de wijze als onder 3.4 verwoord.

Ten aanzien van feit 4:

[slachtoffer 3 ] heeft in hetzelfde verhoor het volgende verklaard, letterlijk weergegeven:

“Verbalisant: (…) wat kun je mij daar allemaal van vertellen? Wat gebeurde er?

[slachtoffer 3 ] : nou, gewoon ook als zijn vrouw erbij is … Als zij erbij is, gaat hij gewoon in mijn T-shirt en een beetje voelen. Of soms bij mijn oma thuis. En de laatste keer was eergisteren, dat hij dat deed.

Verbalisant: oké, en waar was dat de laatste keer?

[slachtoffer 3 ] : of eh … drie dagen geleden.

Verbalisant: drie dagen geleden, het is nu zondag. Kom ik dan op donderdag uit?

[slachtoffer 3 ] : ja

Verbalisant: en waar was je donderdag dat hij dat de laatste keer deed?

[slachtoffer 3 ] : oma”

(…)

Verbalisant: en hoe kwam dat zo dat je dat aan [naam] ging vertellen?

[slachtoffer 3 ] : omdat eh … donderdagavond toen [verdachte] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] ging ophalen toen ging hij … zat ik op het bureau en [slachtoffer 2] achter de laptop toen eh … en ik achter mijn telefoon. Toen ging hij ook vingeren met kleren aan.7

Verdachte heeft over diezelfde donderdag bij de politie een verklaring afgelegd. Hij heeft verklaard dat hij afgelopen donderdag (de rechtbank begrijpt: 15 september 2016) [slachtoffer 3 ] nog heeft aangeraakt. Hij aaide over haar benen en daarna onder haar kleding en over haar borsten. Omdat [slachtoffer 3 ] een kort broekje aanhad, heeft verdachte [slachtoffer 3 ] via de zijkant bij haar vagina betast. Hij heeft over de vagina gewreven, over de venusheuvel, over haar clitoris, over de schaamlippen en een klein beetje tussen de schaamlippen.8

In inmiddels vaste jurisprudentie is bepaald dat het tussen de schaamlippen betasten te kwalificeren is als seksueel binnendringen, hetgeen de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen acht. Daar komt bij dat [slachtoffer 3 ] wederom spreekt over vingeren en reeds hierboven uiteen is gezet wat zij daarmee heeft bedoeld. De rechtbank gaat voorts, gelet op de gedetailleerde verklaring van verdachte bij de politie en de verklaring van [slachtoffer 3 ] over dat betreffende moment, voorbij aan de stelling van de verdediging ter terechtzitting dat verdachte niet met zijn vingers tussen de schaamlippen van [slachtoffer 3 ] heeft gezeten.

Nu [slachtoffer 3 ] het nichtje van verdachte is, en het tenlastegelegde is voorgevallen toen verdachte op haar lette, is er sprake van een kind dat aan de zorg en waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de handelingen die achter het tweede gedachtestreepje zijn beschreven, nu blijkens het studioverhoor van [slachtoffer 3 ] niet vast te stellen is dat verdachte vaker haar vagina heeft gelikt. [slachtoffer 3 ] beschrijft immers slechts één voorval van dien aard, hetgeen voorviel toen zij elf jaar oud was.

Evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte [slachtoffer 3 ] in de ten laste gelegde periode vaker dan op 15 september 2016 heeft gevingerd. [slachtoffer 3 ] heeft immers verklaard dat zij gedurende de ten laste gelegde periode één keer is gevingerd. De verklaring van verdachte dat hij tijdens een logeerpartij de vagina van [slachtoffer 3 ] heeft betast kan niet bijdragen aan het bewijs nu niet kan worden vastgesteld wanneer dit heeft plaatsgevonden.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 3 ] op 15 september 2016 seksueel heeft misbruik door met zijn vingers in de vagina van [slachtoffer 3 ] te gaan.

Ten aanzien van de feiten 5 en 6:

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 5 en 6 tenlastegelegde feiten heeft begaan. Nu verdachte deze feiten ter terechtzitting heeft bekend, daar later niet op teruggekomen is en door zijn raadsman ten aanzien van deze feiten geen vrijspraak is bepleit, zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Ten aanzien van feit 5:

- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, met bijlagen9;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting10.

Ten aanzien van feit 6:

- het proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen11;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting12.

Al het vorenstaande brengt de rechtbank tot de volgende bewezenverklaring.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 oktober 2013 tot 18 september 2016 te [woonplaats] , meermalen, met [slachtoffer 1] ( [geboortedatum] ) die toen de leeftijd van 12 jaren nog niet bereikt had, handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] , hebbende en/of zijnde verdachte, meermalen

- met zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] gegaan, en

- met zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] gegaan, en

- de vagina van die [slachtoffer 1] tussen de schaamlippen gelikt,

terwijl [slachtoffer 1] zijn, verdachtes, kind is;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 oktober 2013 tot 18 september 2016 te [woonplaats] , meermalen, met [slachtoffer 2] ( [geboortedatum] ) die toen de leeftijd van 12 jaren nog niet bereikt had, handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 2] , hebbende en/of zijnde verdachte, meermalen

- met zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 2] gegaan, en

- met zijn vingers in de anus van die [slachtoffer 2] gegaan, en

- met zijn penis in de mond van die [slachtoffer 2] gegaan, en

- de vagina van die [slachtoffer 2] tussen de schaamlippen gelikt,

terwijl [slachtoffer 2] zijn, verdachtes, kind is;

3.

hij in de periode van 1 juni 2014 tot 26 augustus 2015 te [woonplaats] , met [slachtoffer 3 ] ( [geboortedatum] ) die toen de leeftijd van 12 jaren nog niet bereikt had, handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 3 ] , hebbende en/of zijnde verdachte,

- met zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 3 ] gegaan, en

- de vagina van die [slachtoffer 3 ] tussen de schaamlippen gelikt,

terwijl [slachtoffer 3 ] een aan zijn, verdachtes, zorg en/of waakzaamheid toevertrouwd kind was;

4.

hij op 15 september 2016 te [woonplaats] , met [slachtoffer 3 ] , [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3 ] , te weten

- met zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 3 ] gaan,

terwijl [slachtoffer 3 ] een aan zijn, verdachtes, zorg en/of waakzaamheid toevertrouwd kind was;

5

hij in de periode van 14 mei 2007 tot en met 6 oktober 2016 te [woonplaats] , gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een computer en een laptop, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken

welke voornoemde seksuele handelingen bestonden uit:

- FOTO: [naam foto]

Afbeelding van een meisje, geschatte leeftijd tussen de 10 en 14 jaar oud, en een kennelijk volwassen man. Van het meisje is het bovenlichaam en haar gezicht te zien. Het meisje ligt op haar rug op een laken. Van de man is alleen zijn erecte penis te zien. Het meisje heeft met haar rechterhand de penis van de man vast. Op het gezicht van het meisje is een op sperma gelijkende substantie te zien, en

- FOTO: [naam foto] .jpg

Afbeelding van een poserend meisje, geschatte leeftijd tussen de 12 en 14 jaar oud. Het meisje is geheel naakt en zit recht voor de camera. Haar benen zijn gespreid. Haar rechterhand ligt op haar buik, de vingers van haar linkerhand liggen op de schaamlippen van haar vagina, en

- FOTO: [naam foto] .jpg

Afbeelding van twee meisjes. Van meisje 1, geschatte leeftijd tussen de 12 en 14 jaar, is alleen het gezicht en de handen te zien. Van meisje 2 is de leeftijd niet te schatten. Van meisje 2 zijn namelijk alleen de blote billen en de vagina in beeld. Te zien is dat meisje 1 met haar tong likt aan de anus

van meisje 2, en

- FILM: [naam film]

Video van een meisje, geschatte leeftijd tussen de 12 en 14 jaar oud, en een kennelijk volwassen man. Het meisje zit op een bank en is gekleed in een wit hemdje met de tekst 'Lolita' en een zwarte onderbroek. De man staat voor haar. Van de man zijn alleen zijn handen, zijn ontblote penis, zijn onderbuik en benen in beeld. De man schuift het meisje haar hemdje omhoog en betast haar borsten met zijn hand. Hierna pakt het meisje de penis van de man en stopt deze in haar mond. Het meisje pijpt de man. Het meisje gaat lange tijd door met pijpen totdat de man klaarkomt. Het sperma van de man komt in de mond en op het gezicht van het meisje terecht, en

- FILM: [naam film]

Video van een meisje, geschatte leeftijd tussen de 3 en 5 jaar oud, en een kennelijk volwassen man. Het meisje ligt op haar rug op een wit laken. Van het meisje zijn alleen de bovenbenen, de schaamstreek en haar buik te zien. Het meisje is naakt. Van de man is alleen zijn erecte penis en zijn rechterhand te zien. De man houdt met zijn rechterhand zijn penis vast en duwt zijn penis in de vagina van het meisje. De man gaat met zijn penis heen en weer in de vagina van het meisje. Ook haalt hij zijn penis uit de vagina van het meisje en duwt zijn penis hierop weer in de vagina,

van welke misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

6.

hij in de periode van 5 september 2013 tot en met 6 oktober 2016 te [woonplaats] , gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een computer en een laptop, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn waarbij een mens en een dier is/zijn betrokken of schijnbaar is/zijn betrokken, welke ontuchtige handelingen bestonden uit (onder meer),

- FOTO: [naam foto] .jpg

Afbeelding van een kennelijk volwassen vrouw en een poes. De vrouw ligt op haar rug met haar benen, opgetrokken en gespreid. Van de vrouw is alleen het naakte onderlichaam te zien. Tussen de benen van de vrouw zit een poes. De poes likt aan de vagina van de vrouw, en

-FOTO: [naam foto] .jpg

Afbeelding van een volwassen vrouw en een herdershond. De vrouw is geheel naakt en zit geknield voor een bed. Haar buik ligt op het bed. De hond staat achter de vrouw en leunt met zijn bovenlichaam op de rug van de vrouw. Kennelijk penetreert de hond de vrouw in haar vagina of anus,

van welke misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd (cursief weergegeven). Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het misdrijf is begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het misdrijf is begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het misdrijf is begaan tegen een aan verdachte toevertrouwd kind;

ten aanzien van feit 4:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het misdrijf is begaan tegen een aan verdachte toevertrouwd kind;

ten aanzien van feit 5

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

ten aanzien van feit 6:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij een mens en dier zijn betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

5 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren wordt opgelegd. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat er aan verdachte een maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: TBS-maatregel) met voorwaarden, dadelijk uitvoerbaar, opgelegd dient te worden. Hierbij heeft de officier van justitie expliciet verzocht om ex artikel 359, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering op te nemen dat het om een misdrijf gaat dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat aan verdachte een gevangenisstraf gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis dient te worden opgelegd. Daarnaast dient verdachte conform het rapport van de reclassering een TBS-maatregel met voorwaarden opgelegd te worden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een zeer lange periode schuldig gemaakt aan het stelselmatig seksueel misbruiken van zijn twee dochters. Daarnaast heeft verdachte, wanneer hij daar de gelegenheid toe zag, bijvoorbeeld tijdens een logeerpartijtje, ook zijn nichtje seksueel misbruikt. Toen het misbruik in 2013 begon waren de dochters van verdachte 2,5 jaar en 5 jaar oud. Het nichtje van verdachte was bij aanvang van het misbruik 11 jaar oud.

Verdachte heeft zijn twee dochters jarenlang seksueel misbruikt. Het misbruik vond zeer regelmatig, soms wel 1 tot 2 keer per week, plaats. Het misbruik bestond uit verregaande handelingen zoals het betasten en het likken van de geslachtsdelen van de meisjes, het zich laten pijpen door zijn dochters, het met de vinger binnendringen in de anus bij een van die dochters en het zich door hen laten aftrekken. Deze handelingen begonnen veelal wanneer verdachte met zijn dochters ging douchen, waarna het met regelmaat ontaardde in deze absoluut misplaatste handtastelijkheden. Voorafgaand of na het douchen zette verdachte meer dan eens een pornofilm op zodat hij dit kon naspelen met zijn dochters.

Zijn nichtje werd tijdens haar bezoeken misbruikt, waarbij zij tot lustobject van verdachte werd gemaakt.

De verklaring van verdachte dat hij geen dwang heeft uitgeoefend op de meisjes en dat het initiatief vaak vanuit zijn dochters kwam waaraan hij vervolgens geen weerstand kon bieden, laat eens te meer zien dat verdachte heeft miskend dat het om zeer jonge kinderen gaat die blindelings uitgaan van het vertrouwen dat een vader nimmer dient te schenden. Kinderen zijn immers, zeker wanneer het gaat om kinderen van 2,5 jaar en 5 jaar oud, juist vanwege hun leeftijd niet in staat de juistheid en de gevolgen van hun handelen te overzien. Dat geldt nog eens te meer als het gaat om handelingen die niet passend zijn bij de leeftijd, zoals seksuele handelingen. Het is de bescherming die kinderen in dergelijke situaties van een volwassene mogen verwachten, welke door het handelen van verdachte juist is geschonden. Dit rekent de rechtbank verdachte ernstig aan.

Verdachte heeft op zeer ernstige wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in hem als vader en oom is gesteld. Uit de slachtofferverklaring namens zijn twee dochters komt naar voren dat de dochters hun vader missen. Dit toont des te meer de kwetsbaarheid, het onvoorwaardelijke vertrouwen en de onschuld van de kinderen aan, hetgeen door verdachte op grove wijze is misbruikt.

Verdachte heeft bovendien ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn dochters en zijn nichtje. Van algemene bekendheid is dat slachtoffers van dit soort delicten hiervan nog lange tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden, terwijl uit de slachtofferverklaringen blijkt dat deze nadelige gevolgen zich momenteel al daadwerkelijk voordoen. De dochters zijn huileriger, hebben woedeaanvallen en voelen zich schuldig. Beiden lopen zij bij de GGZ en Jeugdzorg. Het nichtje van verdachte kreeg zoveel last van herbelevingen dat zij hiervoor EMDR-therapie heeft gevolgd en thans ondergaat zij gesprekken met de kinderpsycholoog.

Door zijn handelen heeft verdachte een deel van de jeugd van de meisjes weggenomen. Zij hoorden vrolijk, onbezorgd en onbevangen te kunnen en mogen zijn. Blijkens de slachtofferverklaringen heeft verdachte dit op verschrikkelijke wijze tenietgedaan.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan langdurig bezit van kinderporno en dierenporno. Het ging daarbij zowel om films als foto’s van zeer jonge kinderen, alsmede foto’s van volwassenen en dieren waarbij seksuele handelingen werden vastgelegd. Het behoeft geen betoog dat kinderporno en dierenporno verwerpelijk zijn, met name omdat bij de vervaardiging van kinderporno kinderen worden misbruikt en geëxploiteerd. De rechtbank neemt dit mee in de strafoplegging.

Documentatie

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van een uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 21 september 2016, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder wegens strafbare feiten met politie of justitie in aanraking is gekomen. Anderzijds is nu sprake van het plegen van veel en ernstige feiten gedurende een langere periode.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op de volgende rapportages betreffende verdachte:

  • -

    het Pro Justitia rapport d.d. 27 december 2016, opgemaakt door [naam psychiater] ;

  • -

    het Pro Justitia rapport d.d. 11 januari 2017, opgemaakt door [naam klinisch psycholoog] ;

  • -

    het reclasseringsadvies d.d. 26 april 2017, opgemaakt door [naam reclasseringswerker] bij Reclassering Nederland, en mede ondertekend door [naam leidinggevende] .

Rapport van de psychiater

Uit het rapport van de psychiater volgt dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestesvermogens, te weten pedofilie van het niet exclusieve type en een parafilie niet anderszins omschreven. Dit was ook zo ten tijde van de bewezenverklaarde feiten. De pedofilie bestaat eruit dat verdachte zich aangetrokken voelt tot prepuberale meisjes. Nu verdachte bij de psychiater ontkent zich aangetrokken te voelen tot minderjarige meisjes en hij bovendien aangeeft dat het misbruik “in een waas” gebeurde, kan niet precies worden nagegaan op wat voor manier de stoornis precies invloed heeft gehad op zijn gedrag. Wel was verdachte op de hoogte van de risico’s van zijn gedrag, waardoor het zeer onwaarschijnlijk is dat dit gedrag mogelijk was zonder dat er seksuele gevoelens richting zijn slachtoffers waren. Ondanks de problematiek van verdachte had hij wel inzicht in het ontoelaatbare van zijn handelen, nu hij moeite deed om het gedrag te verbergen door aan de meisjes te vragen of zij niet over het misbruik wilde spreken. De psychiater adviseert concluderend om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten ten aanzien van het tenlastegelegde.

Het recidiverisico op enig seksueel delict op de korte termijn wordt als laag ingeschat. Dit wordt veroorzaakt door de nadelige consequenties die verdachte momenteel ervaart, te weten de detentie en de bijkomende maatschappelijke gevolgen. Daar tegenover staat dat op de lange termijn het recidiverisico als matig verhoogd wordt ingeschat. Hierin speelt de pedofilie een grote rol, nu verdachte zich kennelijk aangetrokken voelt tot minderjarige meisjes. Daarbij is het problematisch dat verdachte weinig inzicht heeft gegeven in hoe het misbruik is ontstaan en wat zijn rol is geweest. Ondanks dat verdachte wist dat hij verkeerd bezig was, lukte het hem jarenlang niet om herhaling te voorkomen. Onduidelijk is dan ook waarom herhaling nu, na ontdekking, wel zal uitblijven.

Aangezien er sprake is van een breed scala aan seksuele stoornissen is een intensieve en langer durende behandeling nodig. Deze behandeling zal aanvankelijk klinisch moeten plaatsvinden. Gezien het beperkte ziektebesef moet er wel voldoende waarborg zijn dat verdachte ook daadwerkelijk zijn behandeling blijft volgen. Geadviseerd wordt om aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden, waaronder de klinische behandeling. Indien de ernst van de feiten dit niet toelaat, wordt door de psychiater een TBS-maatregel met voorwaarden geadviseerd, zodat er voor verdachte wel een noodzaak is om de behandeling te volgen.

Rapport van de psycholoog

De psycholoog komt eveneens tot de conclusie dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestesvermogens. Verdachte lijdt in zijn optiek aan een vorm van een pervasieve ontwikkelingsstoornis (niet anderszins omgeschreven), fetisjisme, frotteurisme, pedofilie, voyeurisme en een parafalie niet anderszins omschreven, in de vorm van zoöfilie. Daarnaast is er bij verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven, met theatrale en ontwijkende trekken. Ten tijde van het bewezenverklaarde was dit ook zo. Verdachte noemt het seksueel misbruik van zijn dochters en nichtje “spelletjes” en heeft ogenschijnlijk nooit stilgestaan bij de mogelijke gevolgen daarvan voor hen. Bij verdachte is sprake van zeer brede seksuele gerichtheid en hij heeft zich meerdere jaren gericht op extreme vormen van porno, waaronder kinder- en dierenporno. De seksuele voorkeur van verdachte lijkt te bestaan uit ‘een lief gezicht’ welke hem in een bepaalde gemoedstoestand kan brengen. Hierbij verliest verdachte gemakkelijk de grenzen van het toelaatbare uit het oog. Verdachte heeft onvoldoende zicht gehad op de gevolgen van zijn gedragingen, het ontbrak hem - met andere woorden - aan empathie dan wel inlevingsvermogen. Op grond hiervan wordt dan ook geadviseerd om verdachte in verminderde mate toerekeningsvatbaar te achten.

Vanuit klinisch oogpunt wordt de kans op recidive op de korte termijn als laag ingeschat. Dit volgt alleen al uit het feit dat verdachte geen “toegang” meer heeft tot minderjarige kinderen die hij mogelijk zou kunnen misbruiken. In meer algemene zin dient echter te worden opgemerkt dat de kans op enig seksueel misdrijf als matig/hoog dient te worden ingeschat. Verdachte ervaart immers onvoldoende zelfcontrole als zijn remmen door seksuele opwinding wegvallen, te meer nu het met het wegvallen van zijn gezin en werk nog maar de vraag is in hoeverre hij voldoende dagbesteding heeft om niet in verleiding te komen en terug te vallen in recidive.

Gezien het brede karakter van de aanwezige seksuele problematiek in combinatie met de autismespectrumstoornis en de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte, wordt een klinische behandeling in een FPA/FPK geadviseerd. Afhankelijk van de strafmaat wordt geadviseerd om deze behandeling al dan niet te koppelen aan een voorwaardelijk strafdeel, dan wel aan een TBS-maatregel met voorwaarden. Vast staat in ieder geval dat een intensieve behandelinterventie aangewezen is om de kans op meer algemene seksuele recidive en de kans op seksuele recidive op lange termijn te beperken.

Reclasseringsadvies

De reclassering sluit zich aan bij de hierboven uiteengezette conclusies van de deskundigen en acht het, gezien de hardnekkigheid van zijn psychische- en seksuele problematiek, maar ook het feit dat hij in sociaal-maatschappelijk opzicht veel beschermende factoren heeft verloren en dat hij gemakkelijk de grenzen van het toelaatbare uit het oog lijkt te verliezen, aannemelijk dat betrokkene zonder behandeling na verloop van tijd wederom wegens seksuele delicten met justitie in aanraking komt. De reclassering adviseert dan ook om aan verdachte een TBS-maatregel met voorwaarden op te leggen. Verdachte heeft deels probleembesef, een hulpvraag en wil meewerken aan een intensief behandel- en begeleidingstraject. Tevens stelt verdachte zich coöperatief op ten aanzien van de strikte voorwaarden die de reclassering binnen een forensisch kader wenst te stellen. Dit maakt dat de reclassering de TBS-maatregel met voorwaarden haalbaar acht en zodoende een verlaagd recidiverisico kan worden bewerkstelligd.

De rechtbank is van oordeel dat de genoemde rapporten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en dat de bevindingen van de deskundigen worden gedragen door een deugdelijke en inzichtelijk gemotiveerde onderbouwing. De rechtbank volgt de deskundigen dan ook in hun bevindingen en legt die ten grondslag aan haar beslissing.

Conclusie

Conclusie ten aanzien van de straf

Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf van aanmerkelijke duur moet worden opgelegd. Daarbij weegt de rechtbank de zeer jonge leeftijd van de meisjes mee, de verregaande seksuele handelingen, en de frequentie waarmee en de lange periode waarin het misbruik heeft plaatsgevonden. Nu de rechtbank verdachte van enkele feiten partieel zal vrijspreken en de rechtbank rekening houdt met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, acht de rechtbank een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats dan zoals door de officier van justitie is gevorderd. Daar komt bij dat de rechtbank de noodzaak van behandeling nadrukkelijk ziet. Om de aanvang daarvan niet al te lang uit te stellen, maar zonder af te doen aan de voormelde ernst van het bewezenverklaarde, acht de rechtbank, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaar passend en geboden.

Conclusie ten aanzien van de maatregel

Gelet op de rapporten van de deskundigen, die het er allen over eens zijn dat verdachte het meeste gebaat is bij een langdurige behandeling, zal de rechtbank naast de onvoorwaardelijke gevangenisstraf een TBS-maatregel met voorwaarden opleggen.

Aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling is voldaan. De bewezenverklaarde feiten betreffen misdrijven als genoemd in artikel 37a, eerste lid, onder 1, van het Wetboek van Strafrecht (misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld), tijdens het begaan van deze feiten bestond bij verdachte een ziekelijke stoornis, en de algemene veiligheid van personen eist het opleggen van deze maatregel. Daarnaast heeft verdachte ter zitting te kennen gegeven dat hij met de op te leggen voorwaarden instemt en zich daaraan zal houden.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank dan ook van oordeel dat aan verdachte moet worden opgelegd een TBS-maatregel met daarbij de voorwaarden zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd.

Nu de maatregel wordt opgelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, te weten seksueel kindermisbruik, zal een totale duur van meer dan vier jaren, gelet op het bepaalde in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht, niet op voorhand uitgesloten zijn.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Verdachte heeft zich, zoals reeds gesteld schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van zijn dochters, respectievelijk zijn nichtje.

Gelet op de omstandigheid dat verdachte lijdt aan diverse seksuele stoornissen en het recidivegevaar ten aanzien van seksuele delicten, zonder behandeling, als matig tot hoog wordt geschat, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren op en daarnaast een TBS-maatregel met voorwaarden.

7 De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , beiden bijgestaan door mr. M.P. de Klerk, hebben zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, per vordering groot € 15.527,17, met vermeerdering met de wettelijke rente.

[slachtoffer 3 ] bijgestaan door mr. W.N. van der Voet, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 12.500,-, met vermeerdering met de wettelijke rente.

7.1

Het standpunt vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot volledige toewijzing van alle drie de vorderingen van de benadeelde partijen, met vermeerdering met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de niet-ontvankelijkheid bepleit. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat, nu verdachte eveneens wettelijk vertegenwoordiger is van beide dochters, er sprake is van een gezagsconflict en dat er een bijzondere curator had moeten worden aangesteld teneinde de belangen van beide minderjarigen te behartigen. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de vordering onvoldoende is onderbouwd nu niet vast is te stellen wat de immateriële schade precies is, omdat die nog moet blijken. Meer subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het verzochte bedrag dient te worden gematigd.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 3 ] heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat deze vordering voldoende is onderbouwd, maar dat er sprake was van al bestaande andere problematiek, zodat dit bedrag gematigd dient te worden.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

7.3.1

Vorderingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de benadeelde partijen niet in hun vorderingen worden ontvangen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging, opvoeding dan wel het vermogen van de minderjarige, de belangen van de met het gezag belaste ouders of één van hen in strijd zijn met de belangen van de minderjarige, er een bijzondere curator wordt benoemd. Nu ter terechtzitting is gebleken dat verdachte nog immer belast is met het gezag en zich bij monde van zijn advocaat heeft verzet tegen de indiening van een dergelijke vordering tot schadevergoeding, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een belangenconflict. Door deze situatie van tegenstrijdige belangen had er een bijzondere curator moeten worden aangewezen die voorts de belangen van de kinderen had kunnen behartigen. Nu dit niet is gebeurd, dienen de benadeelde partijen in hun vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. De benadeelde partijen kunnen de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partijen dienen te worden veroordeeld in de kosten die verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vorderingen heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

7.3.2

Verzoek ex artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv)

Met een brief van 7 april 2017 heeft mr. M.P. de Klerk als raadsman van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een op artikel 51b Sv gebaseerd verzoek gedaan dat strekt tot afgifte aan deze benadeelde partijen van een afschrift van de persoonlijkheidsrapportages opgesteld met betrekking tot verdachte.

De officier van justitie heeft zich in eerste instantie verzet tegen deze afgifte, maar ter terechtzitting heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft vervolgens toegezegd dat de raadsman een kopie van de betreffende rapportages zal verstrekken aan de raadsman van de benadeelden. Deze zal de rapportages doen toekomen aan de moeder van deze minderjarige benadeelden. Mr. de Klerk heeft dit aanbod aanvaard, maar heeft gesteld nog wel een belang te hebben bij een beslissing van de rechtbank, in elk geval voor de ontwikkeling van jurisprudentie.

Nu de verstrekking van raadsman tot raadsman anders is dan de door verzoeker beoogde afgifte door het Openbaar Ministerie aan de raadsman van de benadeelde partijen, heeft verzoeker recht en belang bij een beslissing.

Hoewel verdachte zich ter terechtzitting niet heeft verzet tegen de afgifte van de persoonlijkheidsrapportages, acht de rechtbank het in het kader van het algemeen c.q. strafvorderlijk belang noodzakelijk om toch in te gaan op het initiële door mr. de Klerk gedane verzoek. Daarbij zal de rechtbank dan ook voorbij gaan aan de toezegging van de raadsman van verdachte om de persoonsrapportages van advocaat tot advocaat te verstrekken.

De rechtbank zal er daarom vanuit gaan dat verdachte, vader van de verzoekende minderjarigen, zich, zoals dat aanvankelijk door zijn raadsman is verwoord, verzet tegen de afgifte van de stukken. Feitelijk is dan wederom sprake van een conflict waarin de tussenkomst van een bijzonder curator geboden is. Nu verdachte dit verweer niet in verband met het voorliggend verzoek heeft gedaan zal de rechtbank hieraan voorbij gaan.

Ingevolge artikel 51b, zesde lid, Sv kan het slachtoffer van de processtukken waarvan hem de kennisneming is toegestaan, een afschrift krijgen. Artikel 32, tweede tot en met het vierde lid, Sv is van overeenkomstige toepassing. Het tweede lid van deze laatste bepaling regelt in dit verband dat kan worden bepaald dat geen afschrift wordt verstrekt, onder meer, hier relevant, in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Daaronder dient naar het oordeel van de rechtbank tevens de persoonlijke levenssfeer van verdachte en van verzoekers te worden gerekend. Voor zover verdachte of verzoeker minderjarig is, weegt dit zwaarder.

Nu het slachtoffer kennisneming is toegestaan, omdat de in het derde lid van artikel 51b Sv bedoelde, kennelijk limitatief opgesomde, weigeringsgronden hier niet aan de orde zijn, dienen de bij het verzoek betrokken belangen te worden afgewogen. De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.

De raadsman van de benadeelde partijen heeft zich niet uitgelaten over het eigen negatief belang van de minderjarige verzoekers. De rechtbank stelt voorop dat uit artikel 269 Sv volgt dat minderjarigen onder de 12 jaar in het geheel niet tot de openbare behandeling worden toegelaten en minderjarigen van 12 tot 18 jaar met beperkingen. Verzoekers zijn jonger dan 12 jaar. Naar oordeel van de rechtbank verdraagt deze wettelijke regeling zich niet met de afgifte van de persoonsrapportages.

Ook verdachte heeft een eigen belang om zich tegen afgifte van de persoonsrapportages te verzetten. Dit belang is met name gelegen in de omstandigheid dat hij verkeert in een conflictsituatie met zijn echtgenote, die in het voorliggende verzoek optreedt als wettelijk vertegenwoordigster van de benadeelden. De conflictsituatie is ter zitting al gebleken. Gebleken is ook dat een echtscheidingsprocedure binnenkort aanhangig zal worden gemaakt. Niet uit te sluiten is dat alsdan nieuwe conflicten opdoemen, bijvoorbeeld rond het gezag over de kinderen. Het gevaar dat dan door de moeder of de kinderen deze rapportages worden ingebracht in de procedure is dan levensgroot. De persoonsrapportages zijn echter niet met dat doel uitgebracht.

De rechtbank neemt verder in aanmerking dat aan het belang van de kinderen, nu en in de toekomst, wordt tegemoetgekomen doordat in dit vonnis relevante conclusies uit de rapportages worden besproken.

Afweging van de belangen over en weer brengt de rechtbank dan ook tot afwijzing van het verzoek tot verstrekking van de persoonsrapportages.

7.3.3

Vordering [slachtoffer 3 ]

De rechtbank acht deze vordering ter zake van de gevorderde immateriële schade, mede gelet op hetgeen namens de benadeelde partij ter toelichting is aangevoerd, gedeeltelijk toewijsbaar nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij schade heeft geleden als rechtstreeks gevolg van de onder 3 en 4 bewezenverklaarde feiten. De rechtbank zal, tevens de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven in ogenschouw nemende, naar billijkheid een bedrag van € 10.000,- toewijzen. De rechtbank heeft hierbij meegewogen dat [slachtoffer 3 ] aan een studioverhoor is onderworpen, hetgeen voor een meisje van haar leeftijd als erg heftig heeft te gelden. Nu de rechtbank gebruik maakt van haar schattingsbevoegdheid, zal zij het overige gedeelte van de vordering afwijzen.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 15 september 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van € 10.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 15 september 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van [slachtoffer 3 ] .

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 36f, 37a, 38, 38a, 57, 240b, 244, 245, 248 en 254a van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan op de wijze zoals hierboven onder 3.4 omschreven, en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het misdrijf is begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het misdrijf is begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het misdrijf is begaan tegen een aan verdachte toevertrouwd kind;

ten aanzien van feit 4:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het misdrijf is begaan tegen een aan verdachte toevertrouwd kind;

ten aanzien van feit 5

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

ten aanzien van feit 6:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij een mens en dier zijn betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

verklaart het bewezen verklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de terbeschikkingstelling van verdachte en stelt daarbij als voorwaarden dat :

1. hij geen strafbare feiten pleegt;

2. hij ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van één of meerdere vingerafdrukken en/of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzake zal aanbieden;

3. hij zijn medewerking zal verlenen aan het verstrekken van een pasfoto en het verstrekken van informatie zoals bedoeld in het kader van het landelijke opsporingsbeleid ten aanzien van TBS-gestelden;

4. hij zich onder toezicht stelt van de reclassering en zich houdt aan de voorschriften en aanwijzingen die door of namens de reclassering aan hem worden gegeven, waarbij hij ervoor zorgt te allen tijde bereikbaar te zijn voor de reclassering, zijn behandelaren en zijn begeleiders;

5. hij meewerkt aan het convenant tussen reclassering en politie, dat onder meer inhoudt dat hij door de wijkagent bezocht kan worden in zijn huis of omgeving;

6. hij zich niet buiten de Europese landsgrenzen van Nederland zal begeven, tenzij en voor zover hem dit in overleg met het Openbaar Ministerie en de reclassering wordt toegestaan;

7. hij niet van adres zal wijzigen c.q. verhuizen zonder overleg met en toestemming van de reclassering, waarbij overnachtingen op een ander adres dan zijn vaste verblijfadres vooraf met de reclassering worden besproken;

8. hij de reclassering zicht verschaft op de voortgang van zijn behandeling en begeleiding en de reclassering toestemming verleent om relevante referenten te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn netwerk;

9. hij op geen enkele wijze contact met de slachtoffers [slachtoffer 3 ] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , zolang de reclassering en de betrokken instanties dit noodzakelijk achten en hij zich houdt aan de te geven aanwijzingen die door deze instanties aan hem worden gegeven;

10. hij geen actief contact onderhoudt met minderjarigen;

11. hij meewerkt aan een klinische behandeling bij FPA De Boog te Warnsveld of soortgelijke instelling zulks ter beoordeling van NIFP-IFZ en zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar worden gegeven, ook als dit inhoudt de inname van de hem
door de behandelaren voorgeschreven medicatie op de voorgeschreven wijze en controle hierop;

12. hij na zijn klinische behandelopname meewerkt aan een Ambulant Forensisch Psychiatrisch Toezicht (FPT) bij een nader te indiceren klinische behandelsetting, ook als dit betekent een time-out opname van maximaal veertien weken per kalenderjaar;

13. hij meewerkt aan behandel- en begeleidingstrajecten betreffende resocialisatie en nazorg, overeenkomstig de te geven aanwijzingen door de reclassering, ook als dit inhoudt een ambulante (deeltijd) behandeling bij een forensische polikliniek;

14. hij zich na zijn klinische behandeling laat opnemen in een RIBW indien dit door de behandelaars en/of reclassering nodig wordt geacht en/of ambulant wordt begeleid in een door een door de reclassering goedgekeurde en geschikte woonplek;

15. hij zich inzet voor het realiseren en behouden van een passende en door de reclassering goedgekeurde dagbesteding;

16. hij inzage geeft in zijn financiën en indien nodig meewerkt aan een passend financieel begeleidingstraject;

17. hij openheid geeft over het aangaan en onderhouden van (partner)relaties, hij meewerkt aan de opbouw van een steunend sociaal netwerk en toestemming verleent tot contactopname met een nieuwe relatie;

18. hij zich op welke wijze dan ook onthoudt van het op digitale wijze (met seksuele intentie) communiceren met minderjarigen/kinderen en/of zich onthoudt van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen en/of zich onthoudt van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen/kinderen wordt gecommuniceerd, terwijl het daarop uitgeoefende toezicht de afspraak omvat dat hij geen wisprogramma’s op zijn digitale apparatuur mag hebben of gebruiken en het toezicht verder mede kan bestaan uit controle van zijn computer(s) en andere apparatuur waarop afbeeldingen (kunnen) worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd;

19. hij zich aan de afspraken houdt omtrent het middelengebruik die hij met zijn behandelaars en de reclassering maakt en zich hierop indien nodig laat controleren via urine- en blaascontroles;

geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;

bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen tot schadevergoeding en dat de benadeelde partijen deze vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in de kosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3 ] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 3 ] , een bedrag van € 10.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 15 september 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 10.000,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 september 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 3 ] ;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 85 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

wijst af het verzoek tot afgifte van de persoonlijkheidsrapportages van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.C. Laagland, voorzitter,

mr. Chr.A.J.F.M. Hensen, rechter,

mr. D.A.C. Koster, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. T. Ketelaars, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 augustus 2017.

BIJLAGE: DE TENLASTELEGGING

1.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 oktober 2013 tot 18 september 2016 te [woonplaats] in elk geval in Nederland, meermalen, met [slachtoffer 1] ( [geboortedatum] ) die toen de leeftijd van 12 jaren nog niet bereikt had, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] , hebbende verdachte, meermalen

- ( meermalen) met zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] gegaan en/of

- ( meermalen) met zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] gegaan en/of

- ( meermalen) de vagina van die [slachtoffer 1] gelikt (tussen de schaamlippen),

terwijl [slachtoffer 1] zijn, verdachtes, kind is;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 oktober 2013 tot 18 september 2016 te [woonplaats] , in elk geval in Nederland, meermalen, met [slachtoffer 2] ( [geboortedatum] ) die toen de leeftijd van 12 jaren nog niet bereikt had, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 2] , hebbende verdachte, meermalen

- ( meermalen) met zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 2] gegaan en/of

- ( meermalen) met zijn vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 2] gegaan en/of

- ( meermalen) met zijn penis in de mond van die [slachtoffer 2] gegaan en/of

- ( meermalen) de vagina van die [slachtoffer 2] gelikt (tussen de schaamlippen),

terwijl [slachtoffer 2] zijn, verdachtes, kind is

3.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 juni 2014 tot 26 augustus 2015 te [woonplaats] , in elk geval in Nederland, meermalen, met [slachtoffer 3 ] ( [geboortedatum] ) die toen de leeftijd van 12 jaren nog niet bereikt had, een of meer handeling(en) heeft

gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 3 ] , hebbende hebbende verdachte, meermalen

- ( meermalen) met zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 3 ] gegaan en/of

- ( meermalen) de vagina van die [slachtoffer 3 ] gelikt (tussen de schaamlippen),

terwijl [slachtoffer 3 ] een aan zijn, verdachtes, zorg en/of waakzaamheid toevertrouwd kind was

4.

hij in de periode van 27 augustus 2015 tot en met 18 september 2016 te [woonplaats] , met [slachtoffer 3 ] , geboren op 27 augustus 2003, die de leeftijd van twaalf

jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3 ] , te weten

-- (meermalen) met zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 3 ] gegaan en/of

- ( meermalen) de vagina van die [slachtoffer 3 ] gelikt (tussen de schaamlippen),

terwijl [slachtoffer 3 ] een aan zijn, verdachtes, zorg en/of waakzaamheid toevertrouwd kind was

5

hij in of omstreeks de periode van 14 mei 2007 tot en met 6 oktober 2016 te [woonplaats] , in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) (te weten één of meer

computer(s) en/of (een) laptop(s))

(in de periode van 1 januari 2010 tot en met 6 oktober 2016)

heeft verworven en/of

(in de periode van 14 mei 2007 tot en met 6 oktober 2016)

in bezit gehad en/of

(in de periode van 1 januari 2010 tot en met 6 oktober 2016)

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken

welke voornoemde seksuele handelingen bestonden uit:

- FOTO: [naam foto]

Afbeelding van een meisje, geschatte leeftijd tussen de 10 en 14 jaar oud, en een kennelijk volwassen man. Van het meisje is het bovenlichaam en haar gezicht te zien. Het meisje ligt op haar rug op een laken. Van de man is alleen zijn erecte penis te zien. Het meisje heeft met haar rechterhand de penis van de man vast. Op het gezicht van het meisje is een op sperma gelijkende substantie te zien en/of

- FOTO: [naam foto] .jpg

Afbeelding van een poserend meisje, geschatte leeftijd tussen de 12 en 14 jaar oud. Het meisje is geheel naakt en zit recht voor de camera. Haar benen zijn gespreid. Haar rechterhand ligt op haar buik, de vingers van haar linkerhand liggen op de schaamlippen van haar vagina en/of

- FOTO: [naam foto] .jpg

Afbeelding van twee meisjes. Van meisje 1, geschatte leeftijd tussen de 12 en 14 jaar, is alleen het gezicht en de handen te zien. Van meisje 2 is de leeftijd niet te schatten. Van meisje 2 zijn namelijk alleen de blote billen en de vagina in beeld. Te zien is dat meisje 1 met haar tong likt aan de anus

van meisje 2 en/of

- FILM: [naam film]

Video van een meisje, geschatte leeftijd tussen de 12 en 14 jaar oud, en een kennelijk volwassen man. Het meisje zit op een bank en is gekleed in een wit hemdje met de tekst 'Lolita' en een zwarte onderbroek. De man staat voor haar. Van de man zijn alleen zijn handen, zijn ontblote penis, zijn onderbuik en benen in beeld. De man schuift het meisje haar hemdje omhoog en betast haar borsten met zijn hand. Hierna pakt het meisje de penis van de man en stopt deze in haar mond. Het meisje pijpt de man. Het meisje gaat lange tijd door met pijpen totdat de man klaarkomt. Het sperma van de man komt in de mond en op het gezicht van het meisje terecht en/of

- FILM: [naam film]

Video van een meisje, geschatte leeftijd tussen de 3 en 5 jaar oud, en een kennelijk volwassen man. Het meisje ligt op haar rug op een wit laken. Van het meisje zijn alleen de bovenbenen, de schaamstreek en haar buik te zien. Het meisje is naakt. Van de man is alleen zijn erecte penis en zijn rechterhand te zien. De man houdt met zijn rechterhand zijn penis vast en duwt zijn penis in de vagina van het meisje. De man gaat met zijn penis heen en weer in de vagina van het meisje. Ook haalt hij zijn penis uit de vagina van het meisje en duwt zijn penis hierop weer in de vagina,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

6.

hij in of omstreeks de periode van 5 september 2013 tot en met 6 oktober 2016 te [woonplaats] , in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) (een) afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) (te weten een of meer computer(s) en/of laptop(s)), in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn waarbij een mens en een dier is/zijn betrokken of schijnbaar is/zijn betrokken, welke ontuchtige handelingen bestonden uit (onder meer),

- FOTO: [naam foto] .jpg

Afbeelding van een kennelijk volwassen vrouw en een poes. De vrouw ligt op haar rug met haar benen, opgetrokken en gespreid. Van de vrouw is alleen het naakte onderlichaam te zien. Tussen de benen van de vrouw zit een poes. De poes likt aan de vagina van de vrouw en/of

-FOTO: [naam foto] .jpg

Afbeelding van een volwassen vrouw en een herdershond. De vrouw is geheel naakt en zit geknield voor een bed. Haar buik ligt op het bed. De hond staat achter de vrouw en leunt met zijn bovenlichaam op de rug van de vrouw. Kennelijk penetreert de hond de vrouw in haar vagina of anus,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2016260539, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 267).

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 6 oktober 2016, p. 254-259.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 september 2016, p. 37-48.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 oktober 2016, p. 152.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 oktober 2016, p. 154, 157, 159.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 september 2016, p. 32

7 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 oktober 2016, p. 170-171, 179.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 september 2016, p. 30-35.

9 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal d.d. 14 november 2016 en bijbehorende bijlagen, p. 213-248.

10 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 27 juli 2017.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 november 2016 en bijbehorende bijlagen, p. 206-211.

12 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 27 juli 2017.