Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:8725

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
02-08-2017
Datum publicatie
29-08-2017
Zaaknummer
5593087 RL EXPL 16-34396
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gesteld jarenlang structureel overwerk wordt gemotiveerd betwist en is niet nader onderbouwd. Geen grond voor het uitbetalen van 6018 overuren en schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1056

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

FJ

Rolnr.: 5593087 RL EXPL 16-34396

2 augustus 2017

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres] ,

verblijvende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: F.P.G. Klein,

tegen

de stichting Stichting Ondersteuning Tweede Kamerfractie Partij voor de Vrijheid,

gevestigd te Den Haag,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. N.T. Dempsey.

Partijen worden verder aangeduid als “ [eiseres] ” en “de Stichting”.

1 Procedure

1.1

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 12 december 2016;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de door partijen in het geding gebrachte producties.

1.2

Op 19 april 2017 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen [eiseres] in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde en de heer

[HD] , en namens de Stichting de heer [FT] , bijgestaan door mr. Dempsey. De heer [HD] heeft een pleitnota overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Vervolgens is de zaak aangehouden wegens schikkingsonderhandelingen tussen partijen. Partijen hebben ondanks de inzet van mediation geen overeenstemming bereikt.

1.3

Na de comparitie van partijen heeft de kantonrechter nog kennis genomen van de volgende stukken:

- de akte houdende uitlating voortprocederen tevens houdende overlegging producties van de zijde van de Stichting van 7 juni 2017;

- de brief van de zijde van [eiseres] van 27 juni 2017;

- de brief van de zijde van [eiseres] van 29 juni 2017;

- de akte uitlating van de zijde van de Stichting van 5 juli 2017.

1.4

Vervolgens is de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2 Feiten

2.1

[eiseres] is sinds [2011] bij de Stichting in dienst, sinds [2013] als [functie] , op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tegen een salaris dat laatstelijk € [xx] bruto per maand bedroeg, exclusief 8% vakantiebijslag, bij een 40-urige werkweek.

2.2

In artikel 4.3 van de arbeidsovereenkomst is bepaald dat in het salaris een vergoeding voor eventueel overwerk inbegrepen is.

2.3

Artikel 4.4 van de arbeidsovereenkomst bepaalt dat structureel overwerk zal worden vergoed op basis van het uurloon.

2.4

[eiseres] komt sinds 1 oktober 2016 niet langer in aanmerking voor de fiscale 30%-regeling, die inhoudt dat de werkgever onder bepaalde voorwaarden aan een werknemer 30% van het salaris onbelast mag uitbetalen.

2.5

Ten tijde van de indiensttreding van [eiseres] gold geen piketregeling. In het Personeelshandboek Versie 2.1 uit november 2012 van de Stichting is onder 3.2 de volgende piketregeling opgenomen: “(…) Voor de medewerkers van de afdeling Voorlichting geldt verder dat zij om toerbeurt ook in de weekenden piketdiensten zullen draaien. Deze piketdiensten zijn reeds gecompenseerd in het salaris.” Na een brief van de Inspectie SZW van 19 oktober 2016 is de tekst van het Personeelshandboek op dit onderdeel aangepast. De tekst luidt nu: “Voor de medewerkers van de afdeling Voorlichting geldt verder dat zij om toerbeurt in de weekenden piketdiensten kunnen draaien. Piketdiensten in weekenden vinden plaats tussen 9.00 en 17.30 (met 30 minuten lunchpauze) en tussen 18.00 en 23.00. De werkzaamheden bestaan o.a. uit het opstellen en versturen van persberichten en het plaatsen van content op de website van de fractie. Een medewerker wordt in elke aaneengesloten periode van 28 maal 24 uren ten minste 14 maal een periode van 24 uren geen consignatie opgelegd, en 2 maal een aaneengesloten periode van 28 uren wordt geen arbeid verricht noch consignatie opgelegd. De daadwerkelijk gewerkte uren dienen te worden doorgegeven aan de directeur bedrijfsvoering, die hiervan een administratie bijhoudt. Deze piketdiensten zijn reeds gecompenseerd in het salaris.”

2.6

[eiseres] heeft zich op 31 januari 2014 ziek gemeld. Na het volgen van een re-integratietraject was zij per 1 oktober 2014 volledig hersteld. Op 18 juni 2016 heeft [eiseres] zich opnieuw ziek gemeld.

3 Vordering, grondslag en verweer

3.1

[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de Stichting veroordeelt om:

a. aan [eiseres] te betalen € 188.063,- aan achterstallig salaris; € 15.045,- aan vakantiebijslag en € 15.672,- aan bonus, te vermeerderen met € 109.903,- aan wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente;

b. bij de uitbetaling hiervan rekening te houden met de voor [eiseres] toepasselijke 30%-regeling;

c. de te lijden belastingschade te compenseren;

d. de geleden immateriële schade te compenseren;

e. een en ander op straffe van verbeurte van dwangsommen;

f. en met veroordeling van de Stichting in de kosten van deze procedure.

3.2

[eiseres] legt aan deze vordering, naast voormelde vaststaande feiten, ten grondslag dat zij in de periode vanaf de datum van indiensttreding tot en met 17 juni 2016 structureel heeft overgewerkt doordat zij naast haar overeengekomen 40-urige werkweek piketdiensten heeft moeten draaien in de avonduren en in de weekeinden. Uitgaande van vier uur werk per consignatiedienst per dag vordert zij uitbetaling van 6018 overuren tegen een uurloon van

€ 31,50 bruto, dat is in totaal € 188.063,- bruto. 8% vakantiebijslag hierover is € 15.045,- . De bonusregeling bedraagt € 15.672,-. Op deze bedragen dient de 30%-regeling te worden toegepast zodat € 98.451,- is aan te merken als kostenvergoeding en € 229.718,- als belastbaar loon. Nu het bedrag in 2017 uitbetaald wordt, lijdt [eiseres] schade doordat zij naar het hoogste tarief belasting zal moeten betalen. Daarvan vordert zij compensatie. Ook vordert zij compensatie van door overmatige werkbelasting gederfde levensvreugde.

3.3

De Stichting voert gemotiveerd verweer, waarop hierna – voor zover van belang – zal worden ingegaan en concludeert tot afwijzing van de vordering.

4 Beoordeling

4.1

Beoordeeld dient te worden of de Stichting aan [eiseres] 6018 overuren dient uit te betalen en de door haar gestelde belastingschade en immateriële schade dient te vergoeden.

4.2

De Stichting heeft gemotiveerd betwist dat [eiseres] 6018 overuren heeft gemaakt vanaf indiensttreding tot en met 17 juni 2016. Er werd zeer sporadisch een beroep op [eiseres] gedaan buiten de reguliere werktijden. De Stichting heeft diverse verklaringen overgelegd van PVV-kamerleden die dit bevestigen. [eiseres] hoefde alleen bereikbaar te zijn voor het geval dat een persbericht moest worden opgesteld en verstuurd of een bericht op de website moest worden geplaatst. Dat is maar zelden voorgekomen. [eiseres] heeft gedurende haar piketdiensten slechts sporadisch daadwerkelijk werkzaamheden moeten verrichten. [eiseres] hoefde niet actief de media bij te houden, er werd door de Stichting niet van [eiseres] verlangd dat zij elk uur het nieuws scande. Er werd alleen van haar verwacht “media-bewust” te zijn, dat wil zeggen dat zij, wanneer zij iets belangrijks opmerkt, dit dient te delen met de overige medewerkers van de Stichting en / of de PVV-kamerleden. De PVV is in het algemeen zeer terughoudend in het contact met de pers, dus er wordt weinig tijd besteed aan het organiseren van interviews en het opstellen van persberichten. Sinds 2012 is de PVV bovendien in de oppositie geraakt en is er nog minder werk voor [eiseres] . Piketdienst kan vanaf elke locatie uitgevoerd worden met behulp van de door de Stichting ter beschikking gestelde telefoon, iPad of laptop en [eiseres] hoefde hiervoor niet op kantoor te zijn. Volgens vaste jurisprudentie vormt bereikbaarheid zonder verplichting om op het werk aanwezig te zijn geen arbeidstijd en bestaat over dergelijke uren geen aanspraak op loon, aldus de Stichting.

4.3

De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] haar stelling, dat zij tijdens piketdienst 6018 overuren heeft gemaakt, in het licht van de gemotiveerde betwisting door de Stichting onvoldoende nader heeft onderbouwd. [eiseres] heeft alleen een door haarzelf opgesteld overzicht overgelegd van “Mediascans van 10 à 15 minuten elk piketuur” over de periode van december 2015 tot en met mei 2016. De Stichting heeft de juistheid van dit overzicht gemotiveerd betwist en aan de hand van voorbeelden uit het overzicht betoogd dat [eiseres] de tijd, die zij claimt te hebben besteed aan bepaalde activiteiten, overdrijft. Het merendeel van de op het overzicht vermelde werkzaamheden bestaat bovendien volgens de Stichting uit het ontvangen van e-mails, waarbij geen - directe - actie van [eiseres] werd gevraagd. [eiseres] heeft dit weersproken. Wat hier ook van zij, [eiseres] heeft met het door haar overgelegde overzicht geenszins onderbouwd dat zij per piketdienst vier uur heeft overgewerkt en zij heeft ook geen concreet bewijs aangeboden van haar desbetreffende stellingen. Dat [eiseres] daadwerkelijk structureel heeft overgewerkt in opdracht van of in ieder geval met (stilzwijgende) instemming van de Stichting in de door haar gestelde mate valt daardoor niet vast te stellen. Dat neemt niet weg dat [eiseres] wel aannemelijk heeft gemaakt dat zij de afgelopen jaren tijdens piketdienst enig overwerk heeft verricht. Een vergoeding daarvoor is echter gelet op artikel 4.3 van de arbeidsovereenkomst reeds in haar maandsalaris inbegrepen.

4.4

Dat de Stichting tot voor kort de arbeidstijden en de feitelijke werkzaamheden van [eiseres] gedurende piketdiensten niet bijhield, leidt niet tot een andere conclusie. Ingevolge het bepaalde in artikel 2.1.1. lid 1 van het Arbeidstijdenbesluit en gelet op de hoogte van haar salaris zijn de betreffende artikelen 4:3 lid 1 en 5:9 van de Arbeidstijdenwet niet van toepassing op de door [eiseres] verrichte arbeid. Dat [eiseres] tot 1 oktober 2016 in aanmerking kwam voor de 30%-regeling maakt dat niet anders. Het in geld vastgestelde loon van [eiseres] bedroeg immers ook vóór 1 oktober 2016 meer dan het in artikel 2.1.1. lid 3 van het Arbeidstijdenbesluit bedoelde bruto-bedrag.

4.5

[eiseres] heeft verder, kort samengevat, aangevoerd dat de Stichting bepalingen van de Arbeidswet en / of de Arbeidsomstandighedenwet heeft geschonden en onvoldoende oog heeft gehad voor haar persoonlijke omstandigheden en de Stichting heeft een en ander gemotiveerd betwist. Wat partijen in dit verband over en weer hebben aangevoerd, blijft verder onbesproken aangezien deze stellingen niet kunnen leiden tot een ander oordeel over de vordering.

4.6

De vordering van [eiseres] zal gezien het vorenstaande worden afgewezen. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De gevorderde nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

5 Beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de Stichting vastgesteld op € 1.400,- als het aan de gemachtigde van de Stichting toekomende salaris, veroordeelt [eiseres] tot betaling van € 100,- aan nasalaris, voor zover de Stichting daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag der voldoening, en voorts, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, vermeerderd met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F.J. Verbeek en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 augustus 2017.