Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:8608

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-08-2017
Datum publicatie
05-10-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 803
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijk strafontslag wegens niet functioneel raadplegen van Suwinet. Door eiser wordt niet betwist dat hij Suwinet meerdere malen geraadpleegd heeft voor privé doeleinden. Verweerder heeft terecht kunnen wijzen op de vertrouwensrelatie tussen de gemeente Den Haag en de Haagse burgers, die geraakt wordt door dit gedrag van eiser. Eisers betoog dat het hem niet duidelijk was dat hij dergelijke raadplegingen niet mocht doen acht de rechtbank ongeloofwaardig. Eiser heeft immers een integriteitsverklaring ondertekent waarin staat dat alle informatie alleen wordt geraadpleegd ten behoeve van de functie. Als het eiser niet duidelijk was dat het raadplegen voor privé doeleinden niet geoorloofd was had dat hem wel moeten zijn. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat eiser ook niet-functionele inzagen in Suwinet gedaan heeft, nadat hij daarop was geattendeerd in november 2015. Daarmee acht de rechtbank het plichtsverzuim aan eiser verwijtbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2017/89

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 17/803

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 augustus 2017 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. C.J.M. Scheen),

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Hussein).

Procesverloop

Bij besluit van 4 juli 2016 (het primaire besluit I) heeft verweerder buitengewoon verlof verleend aan eiser.

Bij besluit van 5 september 2016 (het primaire besluit II) heeft verweerder voorwaardelijk strafontslag met een proeftijd van twee jaar opgelegd aan eiser.

Bij besluit van 24 januari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiser tegen beide primaire besluiten ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juli 2017.

Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Tevens was eisers echtgenote aanwezig en zijn voor verweerder verschenen [persoon A] en [persoon B].

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiser is sinds augustus 1999 werkzaam bij de gemeente Den Haag, laatstelijk in de functie van [functie] bij de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten.

Eiser heeft op 11 oktober 2011 een integriteitsverklaring ondertekend, waarin hij onder meer heeft verklaard dat hij de gegevens in de Kernregistratie natuurlijke personen en in andere automatiseringssystemen alleen zal raadplegen indien dit nodig is voor de uitoefening van zijn functie.

In november 2015 ontvingen een aantal medewerkers van de gemeente Den Haag, waaronder eiser, een brief van een informatieadviseur waarin staat dat tijdens een onderzoek is gebleken dat zij zichzelf hebben opgezocht in Suwinet. Dit onderzoek is gedaan in opdracht van de systeemeigenaar om te bezien of zorgvuldig omgegaan wordt met het systeem. Aan alle betreffende medewerkers is aangegeven dat geen aantekening bewaard wordt over dit onderzoek en dat de leidinggevende niet geïnformeerd wordt.

In maart 2016 wordt tijdens een standaardcontrole door de afdeling interne auditing geconstateerd dat eiser een niet functionele raadpleging in Suwinet heeft verricht. Nadat eiser hierop is aangesproken door de medewerker van interne auditing, is door deze medewerker geconstateerd dat eiser naast zijn eigen gegevens ook de gegevens van zijn zonen heeft opgezocht in Suwinet.

Op 11 april 2016 is met eiser een gesprek gehouden naar aanleiding van een onderzoek over pesten op eisers afdeling.

Diezelfde dag heeft de integriteitscoördinator aan eisers leidinggevende laten weten dat er een integriteitsonderzoek naar eiser loopt wegens de raadplegingen in Suwinet. In het kader van dat onderzoek hebben een particulier recherchebureau en de integriteitscoördinator van de gemeente Den Haag op 25 april 2016 een gesprek met eiser gevoerd. Eiser erkende tijdens dit gesprek dat hij verschillende niet werk gerelateerde raadplegingen in Suwinet gedaan heeft.

Op 1 juni 2016 heeft eiser wederom een interview inzake het integriteitsonderzoek. Deze maal met de integriteitscoördinator en een feitenonderzoeker van de gemeente Den Haag.

Op 15 juni 2016 verschijnt het rapport inzake het integriteitsonderzoek. Daarin wordt geconcludeerd dat eiser meerder onrechtmatige inzagen in Suwinet heeft gepleegd. Eiser heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid zijn zienswijze op het rapport te geven.

Op 20 juni 2016 vindt weer een gesprek met eiser plaats over het pesten op de afdeling.

Bij besluit van 4 juli 2016 is aan eiser buitengewoon verlof verleend met behoud van salaris, naar aanleiding van het werkklimaat op de afdeling en het lopende integriteitsonderzoek.

Bij brief van 22 juli 2016 is aan eiser het voornemen kenbaar gemaakt om hem de disciplinaire straf van voorwaardelijk strafontslag met een proeftijd van twee jaar op te leggen, naar aanleiding van het integriteitsonderzoek. Eiser heeft zijn zienswijze daarop naar voren gebracht.

2 Verweerder stelt zich op het standpunt dat aan eiser terecht buitengewoon verlof is verleend, om een arbeidsconflict te voorkomen en om duidelijkheid te krijgen over de mogelijke rechtspositionele maatregelen die kunnen worden opgelegd in het kader van het integriteitsonderzoek.

Verweerder stelt zich ten aanzien van het voorwaardelijke ontslag op het standpunt dat de verwijtbaarheid en het plichtsverzuim voldoende vaststaan en in verhouding zijn met de zwaarte van de opgelegde disciplinaire maatregel van voorwaardelijk strafontslag. Daarnaast wenst verweerder te benadrukken dat de gevoerde gesprekken ten aanzien van het werkklimaat op de afdeling niet samenhangen met het integriteitsonderzoek

3 Eiser voert in beroep samengevat aan dat er onvoldoende aanleiding bestond om hem buitengewoon verlof te verlenen. Daarnaast was er geen aanleiding om de zware straf van voorwaardelijk ontslag op te leggen.

Het was eiser niet duidelijk dat het niet toegestaan is om de eigen gegevens in Suwinet in te zien. Daar bestond geen protocol over en er was niet regelmatig aandacht voor in het werkoverleg. Na het gesprek met [persoon C] en zijn waarschuwing heeft eiser geen privé inzagen meer verricht in Suwinet. Volgens eiser wordt er voorts met twee maten gemeten op het gebied van privé inzagen. Andere medewerkers werden slechts per mail op de hoogte gesteld, waarbij tevens is aangegeven dat er geen verdere consequenties aan de signalering verbonden zouden worden. Bij eiser is er echter voor gekozen om een maatregel op te leggen.

Daarnaast zijn de aantijgingen jegens eiser ten aanzien van pestgedrag onterecht. In het rapport [rapport] is eiser niet genoemd als pester. Verweerder heeft de aantijgingen derhalve niet onderbouwd.

Aan eiser is daarom ten onrechte de dienstopdracht gegeven naar een gedragscoach te gaan. Daarnaast mocht eiser bij wijze van maatregel niet meer thuis werken tot 1 januari 2017. Dit levert twee maatregelen op voor dezelfde gedraging.

Verweerder heeft zich voorts schuldig gemaakt aan een onbehoorlijke gang van zaken door afspraken in het kader van deze procedure te plannen op dagen waarop eiser dan wel zijn gemachtigde verhinderd waren. Dit is des te kwalijker nu verweerder dreigde eisers salaris in te houden bij het niet verschijnen.

Volgens eiser zijn de werkverhoudingen nooit verstoord geweest en heeft hij altijd goed gepresteerd op de werkvloer. Eiser heeft voorts aangevoerd dat de maatregel van voorwaardelijk ontslag een drukmiddel is om hem te dwingen mee te werken met het onderzoek naar het pesten. Dat zou niet zo mogen.

4 Ingevolge artikel 8:13 van de Arbeidsvoorwaarden Regeling Gemeente Den Haag (ARG) kan aan de ambtenaar als disciplinaire straf ongevraagd ontslag verleend worden.

Ingevolge artikel 16:1:2, derde lid, van de ARG, kan bij het opleggen van een straf worden bepaald, dat zij niet ten uitvoer zal worden gelegd indien de betrokken ambtenaar zich gedurende de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen bijzondere voorwaarden.

5 De rechtbank overweegt en aanzien van het voorwaardelijke strafontslag als volgt.

De rechtbank stelt vast dat het voorwaardelijke strafontslag alleen gestoeld is op het integriteitsonderzoek dat is gehouden naar aanleiding van eisers niet functionele inzagen in Suwinet. Ten aanzien van de beschuldigingen aan eisers adres over vermeend pestgedrag heeft verweerder geen rechtspositionele maatregelen genomen. Hetgeen eiser aangevoerd heeft ten aanzien van zijn beschuldiging van pesten behoeft in deze uitspraak dan ook geen bespreking. Ook eisers verzoek aan de rechtbank om het rapport inzake het (vermeende) pestgedrag bij verweerder op te vragen wordt derhalve afgewezen.

Verweerder heeft eiser in het kader van het pesten op de afdeling slechts het voorstel gedaan naar een gedragscoach te gaan en opgedragen enige tijd niet thuis te werken om op die wijze de relatie met de afdeling weer te versterken. Dat eiser deze maatregelen heeft ervaren als dienstopdrachten komt voor rekening van eiser. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat van dienstopdrachten geen sprake is, nu verweerder geen consequenties verbonden heeft aan het niet participeren. Dat eiser het gevoel heeft gekregen dat hij onder dwang stond maakt het vorenstaande niet anders.

Door eiser wordt niet betwist dat hij Suwinet meerdere malen geraadpleegd heeft voor privé doeleinden. Het niet functioneel inzien van Suwinet wordt door verweerder aangemerkt als een ernstige integriteitsschending. De stelling van eiser dat er met twee maten gemeten wordt op het gebied van privé inzagen is naar het oordeel van de rechtbank onjuist. Tegen eiser is een rechtspositionele maatregel genomen naar aanleiding van de standaardcontrole van interne auditing. De mail waarop eiser doelt, die in november 2015 aan alle medewerkers is verzonden die ook privé inzagen gedaan hebben, is verzonden naar aanleiding van een onderzoek van de informatieadviseur. Ook aan eiser is destijds alleen de mail verzonden waarin staat dat geen rechtspositionele maatregelen genomen zouden worden. Op dat moment was slechts bekend dat eiser zichzelf in het systeem opgezocht had. Eerst nadat uit een tegen eiser opgestart integriteitsonderzoek is gebleken dat eiser meerdere raadplegingen gedaan heeft, en ook van andere personen dan zichzelf, is tegen eiser een maatregel genomen.

De rechtbank is met verweerder van oordeel dat een niet functionele raadpleging van Suwinet inderdaad een plichtsverzuim oplevert. Daarbij heeft verweerder terecht kunnen wijzen op de vertrouwensrelatie tussen de gemeente Den Haag en de Haagse burgers, die geraakt wordt door dit gedrag van eiser. Eisers betoog dat het hem niet duidelijk was dat hij dergelijke raadplegingen niet mocht doen acht de rechtbank ongeloofwaardig. Eiser heeft immers een integriteitsverklaring ondertekent waarin staat dat alle informatie alleen wordt geraadpleegd ten behoeve van de functie. Als het eiser niet duidelijk was dat het raadplegen voor privé doeleinden niet geoorloofd was had dat hem wel moeten zijn. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat eiser ook niet-functionele inzagen in Suwinet gedaan heeft, nadat hij daarop was geattendeerd in november 2015. Daarmee acht de rechtbank het plichtsverzuim aan eiser verwijtbaar.

De rechtbank is voorts met verweerder van oordeel dat de opgelegde straf gelet op de aard van het plichtsverzuim en de omstandigheid dat eiser wist of had moeten weten dat zijn inzagegedrag niet acceptabel was, proportioneel is. Lichtere maatregelen zoals een waarschuwing of berisping zouden in dit geval niet passend zijn. Verweerder heeft ter zitting nog toegelicht dat zij in alle gevallen van niet functionele inzage van de gemeentelijke systemen overgaat tot voorwaardelijk dan wel onvoorwaardelijk ontslag. Daarbij acht de rechtbank met name van belang dat eiser meerdere malen een niet functionele inzage gedaan heeft waarvan een aantal buiten zichzelf.

6 Ten aanzien van het buitengewone verlof overweegt de rechtbank als volgt.

De verlening van buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging betreft naar vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 3 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY7858) een discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag, die daarom slechts terughoudend wordt getoetst. Hetgeen eiser in dit verband naar voren heeft gebracht, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken van deze bevoegdheid.

Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat het dienstbelang om gedurende drie weken buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging te verlenen, voldoende gemotiveerd is. Daartoe heeft verweerder kunnen wijzen op de waargenomen spanningen bij eiser wegens het onderzoek naar het pestgedrag op de afdeling en daarbovenop het lopende integriteitsonderzoek over de niet functionele inzagen in Suwinet en de mogelijke rechtspositionele gevolgen daarvan. Dat eiser zelf stelt dat hij op de werkvloer altijd goed gefunctioneerd heeft doet daar aan niet af. De time-out zag specifiek op de drie weken die verweerder benut heeft om de gemoederen te bedaren bij een dreigend arbeidsconflict.

Gelet op het vorenstaande heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid kunnen kiezen om eiser buitengewoon verlof te verlenen. Deze beroepsgrond kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet slagen.

7 Het beroep is ongegrond.

8 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hoger beroepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.