Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:8486

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-07-2017
Datum publicatie
31-07-2017
Zaaknummer
C/09/531821 / KG ZA 17-555
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Intellectuele eigendom. Kort geding. Octrooirecht. EP 2 780 515. Octrooi naar voorlopig oordeel niet inventief. Vorderingen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/531821 / KG ZA 17-555

Vonnis in kort geding van 28 juli 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MOBILE SANITARY SOLUTIONS B.V.,

gevestigd te Oirschot,

eiseres,

advocaat: mr. L. Ritzema te Den Bosch,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TWT VERHUUR B.V.,

gevestigd te Tegelen (gemeente Venlo),

2. de heer [ged 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat: mr. Y.J.P. Janssen te Venlo.

Eiseres wordt hierna aangeduid als MSS. Gedaagden worden hierna aangeduid als TWT en [ged 2] en gezamenlijk als TWT c.s. (vrouwelijk enkelvoud).

Voor MSS wordt de zaak behandeld door haar advocaat tezamen met mr. E.C. Menkhorst, advocaat te Den Bosch, bijgestaan door ir. F.P.E.M. Janssen, octrooigemachtigde.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 9 mei 2017;

  • -

    de akte overlegging producties van producties MSS, met producties 1 tot en met 13;

  • -

    het proceskostenoverzicht van MSS;

  • -

    de akte overlegging producties van producties TWT c.s., met producties 1 en 4;

  • -

    de fax van mrs. Ritzema en Menkhorst van 14 juni 2017 waarin zij bezwaar maken tegen de producties 1 t/m 3 zijdens TWT c.s. en de door haar als productie 4 overgelegde proceskostenspecificatie;

  • -

    de mondelinge behandeling gehouden op 15 juni 2017;

  • -

    de pleitnota van MSS;

  • -

    de pleitnota van TWT c.s.

1.2.

Desgevraagd heeft TWT c.s. ter zitting verklaard dat zij is uitgegaan van de (op kleine onderdelen) gewijzigde dagvaarding, zodat ook de voorzieningenrechter deze tot uitgangspunt zal nemen. Ter zitting heeft MSS haar bezwaar toegelicht tegen de door TWT c.s. ingediende producties 1 t/m 4, aangezien deze in strijd met de door de voorzieningenrechter vastgestelde voorwaarden niet uiterlijk op 30 mei 2017 uur zijn ingediend, maar pas op 14 juni 2017. MSS heeft gesteld dat zij door deze vertraging in haar verdediging is geschaad, terwijl uit de kostenspecificatie volgt dat de advocaat van TWT c.s. al ruim voor 30 mei 2017 bij de zaak betrokken was. Ter zitting heeft TWT c.s. verklaard dat zij bekend was met de door de voorzieningenrechter gestelde termijnen en dat zij zo spoedig mogelijk actie heeft ondernomen. Volgens TWT c.s. heeft zij pas op 30 mei 2017 een advies van haar octrooigemachtigde ontvangen en nadien nog een later advies en kon zij daarna pas haar definitieve verweer opstellen. De door TWT c.s. gestelde omstandigheden nemen niet weg dat deze tardieve en onaangekondigde indiening van de producties in strijd met de goede procesorde moet worden geacht. In een octrooizaak dient niet alleen de wederpartij maar ook de voorzieningenrechter tijdig over de (technische) producties (zoals prior art) te beschikken om de zaak adequaat voor te bereiden en om ter zake opspelende vragen ter zitting aan de orde te kunnen stellen. Door laattijdig, zonder aankondiging vooraf en zonder enige toelichting daarbij prior art in het geding te brengen, is aan deze voorwaarden niet voldaan. Beslist is dat GP1 wél wordt toegelaten, aangezien deze productie bij MSS (die het als meest nabije stand van de techniek in de dagvaarding heeft aangehaald maar niet had overgelegd) bekend mag worden verondersteld. Ook het (beknopte) proceskostenoverzicht van TWT c.s. (productie GP4) is toegelaten, aangezien MSS geacht moet worden daartegen verweer te kunnen voeren. De overige producties (GP2 en GP3) zijn geweigerd wegens strijd met de goede procesorde.

1.3.

Vonnis is (nader) bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

MSS maakt deel uit van MSS-groep. De MMS-groep houdt zich bezig met het leveren van mobiele sanitaire oplossingen voor onder meer (grote) evenementen, concerten en festivals, waar kortstondig een groot aantal sanitaire voorzieningen nodig is. Tot haar assortiment behoort een inklapbare inrichting bestaande uit drie sanitaire voorzieningen (toilet en/of douche en/of wastafel) met de naam POP UP 3. De MMS-groep exploiteert haar voorzieningen met name door middel van verhuur en daaraan verbonden dienstverlening. Dit wordt gedaan door haar zusterondernemingen.

2.2.

MSS is houdster van het Europese octrooi EP 2 780 515 B1 met als titel “Mobile sanitary unit for accommodating at least three sanitary facilities” (hierna: EP 515 of het octrooi). Het octrooi is verleend op 15 maart 2017 op basis van een aanvrage met nummer WO 2013/095094 van 16 november 2012 onder inroeping van prioriteit van 16 november 2011 op basis van NL 2007800. Het octrooi heeft onder meer gelding in Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Hongarije, Oostenrijk, Polen, Portugal, Zweden en Zwitserland. Daarnaast heeft MSS validatie verzocht voor Spanje. Het octrooi heeft 15 conclusies, waarvan de eerste onafhankelijk is. De conclusies luiden in de oorspronkelijke Engelse taal als volgt:

1. A mobile sanitary unit (1) accommodating at least three sanitary facilities (41) such as a toilet and/or a shower and/or a washbasin, said unit comprising a substantially rectangular bottom (11) and a circumferential wall (12, 14) that at least partially surrounds the circumference of the bottom, wherein the unit further comprises a roof element provided on a side of the circumferential wall remote from the bottom (11), wherein the unit comprises at least two partition elements extending between the bottom and the roof element and that subdivide the interior space defined by the bottom (11), the circumferential wall (12, 14) and the roof element into at least three compartments, each compartment being provided with its own sanitary facility, and wherein the unit is provided with at least three door elements (17) extending between the bottom (11) and the roof element (13) for

providing access to each of the at least three compartments, the door elements (17) taking up substantially the entire width and height of a front wall part, characterised in that

the unit comprises a reducing system for reducing the distance between the bottom (11) and the roof element (13) for the purpose of thus moving the unit (1) from a position of use to a reduced state, wherein the reducing system comprises the circumferential wall (12, 14), wherein the circumferential wall comprises at least one wall part (14) having at least two substantially rectangular wall elements (14b, 14c) which are placed one above the other, seen in a direction from the bottom to the roof element (13), wherein the two wall elements (14b, 14c) are pivotally interconnected, wherein at least one of the wall elements is pivotable about a pivot axis which extends parallel to the plane formed by the bottom, and wherein the pivotable wall element is placed adjacent to the roof element, being pivotally connected thereto.

2. A unit according to claim 1, wherein the roof element (13) undergoes a translating movement in a direction parallel to the plane formed by the bottom (11) upon movement from the position of use to the reduced state.

3. A unit according to anyone of the preceding claims, wherein the unit comprises front and rear corner pillars (52, 53) disposed at corner points of the bottom, on which corner pillars a frame of a further unit can be placed, wherein a stacking aid (55), such as a tapered guide, is provided on the corner pillars (52, 53), on which stacking aids a frame of a further unit can be placed.

4. A unit according to claim 3, wherein the roof element (13) fits exactly between a front corner pillar (52) and a rear corner pillar (53) in the reduced state.

5. A unit according to anyone of the preceding claims, wherein the at least one wall part comprises at least three substantially rectangular wall elements which are disposed one on top of the other, seen in the direction from the bottom to the roof element, wherein at least two adjacent interconnected wall elements of the wall part in question are pivotable about pivot axes that extend parallel to the plane formed by the bottom, preferably wherein the at least one wall part comprises a bottom wall element which is disposed adjacent to the bottom and which is substantially fixedly connected thereto, wherein a proportion between the height of the bottom wall element and the height of the wall part ranges between 1/5 and 3/5, preferably equalling about 1/3.

6. A unit according to anyone of the preceding claims, wherein the circumferential wall comprises a rear wall part and two side wall parts disposed opposite each other, and wherein the rear wall parts comprises the pivotable wall element.

7. A unit according to claim 6, wherein the pivotable wall element is disposed adjacent to the roof element, being pivotally connected thereto about a further pivot axis, and wherein the roof element and the pivotable wall element are disposed substantially parallel to each other in a reduced state of the unit, and preferably wherein the roof element and the pivotable wall element are disposed parallel to the bottom in a reduced state of the unit.

8. A unit according to one or more of the preceding claims, wherein a proportion between the height of the pivotable wall element and the height of the wall part ranges between 1/5 and 3/5, preferably equalling about 1/3.

9. A unit according to one or more of the preceding claims, wherein the circumferential wall comprises a further wall part provided with at least two substantially rectangular connectable wall elements which are detachably connected, wherein sides arranged adjacent to each other of the connectable wall elements placed one on top of the other extend substantially parallel to the plane formed by the bottom.

10. A unit according to anyone of the preceding claims, wherein the partition element is detachably connected to the unit, being accommodable in the interior of the unit in the reduced state of the unit.

11. A unit according to one or more of the preceding claims, wherein the at least three door elements are detachably connected to the unit, being accommodable in the interior of the unit in the reduced state of the unit.

12. A unit according to one or more of the preceding claims, wherein the unit comprises at least one connecting means for locking at least one part detachably connected to the unit, such as the detachable wall element, the detachable door element and/or the detachable partition, in place in the interior of the unit in the reduced state of the unit.

13. A unit according to claim 12, wherein the connecting means comprise a first connecting element that is directed toward the interior of the unit, as well as a second connecting element that is connected to the connectable wall element and/or to the detachable door element and/or to the detachable partition element, which second connecting element is designed to cooperate with the former first connecting element.

14. An assembly of at least two stacked-together mobile sanitary units according to one or more of the preceding claims.

15. An assembly according to claim 14, wherein the lower(most) mobile sanitary unit is configured as defined in claim 3, or a claim dependent thereon.

2.3.

In de onbestreden Nederlandse vertaling luiden deze conclusies als volgt:

1. Mobiele sanitaire inrichting (1) met daarin ondergebracht ten minste drie

sanitaire voorzieningen (41) zoals een toilet en/of een douche en/of een wasbak, de

inrichting omvattende een in hoofdzaak rechthoekige bodem (11) en een ten minste

gedeeltelijk de omtrek van de bodem omgevende omtrekswand (12, 14), waarbij de

inrichting verder voorzien is van een dakelement (13) dat aan een van de bodem (11) afgekeerde zijde van de omtrekswand voorzien is, waarbij de inrichting ten minste twee zich tussen de bodem en het dakelement uitstrekkende tussenschotelementen omvat die een door de bodem (11), de omtrekswand (12, 14) en het dakelement bepaalde binnenruimte onderverdelen in ten minste drie compartimenten, waarbij elk compartiment voorzien is van diens eigen sanitaire voorziening, en waarbij de inrichting voorzien is van ten minste drie zich tussen de bodem (11) en het dakelement (13) uitstrekkende deurelementen (17) voor het verschaffen van toegang tot elk van de ten minste drie compartimenten, waarbij de deurelementen (17) in hoofdzaak de volledige breedte en hoogte van een voorwanddeel beslaan,

Met het kenmerk, dat

de inrichting een verkleiningssysteem omvat voor het verkleinen van de afstand tussen de bodem (11) en het dakelement (13) voor het daarmee vanuit een gebruikstoestand naar een verkleinde toestand brengen van de inrichting (1), waarbij het verkleiningssysteem de omtrekswand (12, 14) omvat, waarbij de omtrekswand ten minste een wanddeel (14) met ten minste twee in hoofdzaak rechthoekige wandelementen (14b, 14c) omvat die gezien vanaf de bodem in de richting van het dakelement (13) boven elkaar geplaatst zijn, waarbij de twee wandelementen (14b, 14c) zwenkbaar met elkaar verbonden zijn, waarbij ten minste een van de wandelementen zwenkbaar is rondom een zwenkas die zich

parallel aan het door de bodem gevormde vlak uitstrekt, en waarbij het zwenkbare

wandelement aangrenzend op het dakelement geplaatst is en zwenkbaar daarmee

verbonden is.

2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij het dakelement (13) bij het

bewegen vanuit de gebruikstoestand naar de verkleinde toestand een translerende

beweging ondergaat in een richting die parallel aan het door de bodem (11) gevormde vlak gelegen is.

3. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de

inrichting op hoekpunten van de bodem geplaatste voorste en achterste hoekstijlen (52, 53) omvat, waarop een gestel van een verdere inrichting plaatsbaar is, waarbij op de hoekstijlen (52, 53) een stapelhulp (55), zoals een taps toelopende geleider, voorzien is, waarop een gestel van een verdere inrichting plaatsbaar is.

4. Inrichting volgens conclusie 3, waarbij in de verkleinde toestand het

dakelement (13) precies tussen een voorste hoekstijl (52) en een achterste hoekstijl (53) valt.

5. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het ten

minste ene wanddeel ten minste drie in hoofdzaak rechthoekige wandelementen omvat die gezien vanaf de bodem in de richting van het dakelement boven elkaar geplaatst zijn, waarbij ten minste twee aangrenzend met elkaar verbonden wandelementen van het betreffende wanddeel zwenkbaar zijn rondom zwenkassen die zich parallel aan het door de bodem gevormde vlak uitstrekken, bij voorkeur waarbij het ten minste ene wanddeel een aangrenzend op de bodem geplaatst en daarmee in hoofdzaak vast verbonden bodemwandelement omvat, waarbij een verhouding tussen de hoogte van het bodemwandelement en de hoogte van het wanddeel gelegen is tussen 1/5 en 3/5, en bij voorkeur gelijk is aan ongeveer 1/3.

6. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de

omtrekswand een achterwanddeel en twee tegenover elkaar geplaatste zijwanddelen omvat, en waarbij het achterwanddeel het zwenkbare wandelement omvat.

7. Inrichting volgens conclusie 6, waarbij het zwenkbare wandelement

aangrenzend op het dakelement geplaatst is, en zwenkbaar rondom een verdere zwenkas daarmee verbonden is, en waarbij het dakelement en het zwenkbare wandelement in een verkleinde toestand van de inrichting in hoofdzaak parallel aan elkaar geplaatst zijn, en bij voorkeur waarbij het dakelement en het zwenkbare wandelement in een verkleinde toestand van de inrichting parallel aan de bodem geplaatst zijn.

8. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij

een verhouding tussen de hoogte van het zwenkbare wandelement en de hoogte van het wanddeel gelegen is tussen 1/5 en 3/5, en bij voorkeur gelijk is aan ongeveer 1/3.

9. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij

de omtrekswand een verder wanddeel omvat met ten minste twee in hoofdzaak

rechthoekige koppelbare wandelementen die losneembaar met elkaar verbonden zijn, waarbij aangrenzend aan elkaar geplaatste zijden van de op elkaar geplaatste koppelbare wandelementen zich in hoofdzaak parallel aan het door de bodem gevormde vlak uitstrekken.

10. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het

tussenschotelement losneembaar verbonden is met de inrichting, en waarbij het

tussenschotelement in de verkleinde toestand van de inrichting opneembaar is in het inwendige van de inrichting.

11. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij

de ten minste drie deurelementen losneembaar verbonden zijn met de inrichting, en in de verkleinde toestand van de inrichting opneembaar zijn in het inwendige van de inrichting.

12. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij

de inrichting ten minste één koppelmiddel omvat voor het daarmee in de verkleinde

toestand van de inrichting gezekerd in het inwendige van de inrichting borgen van ten minste een element, zoals het koppelbare wandelement en/of het losneembare deurelement en/of het losneembare tussenschotelement.

13. Inrichting volgens conclusie 12, waarbij de koppelmiddelen een naar het

inwendige van de inrichting gericht koppelorgaan omvatten, alsmede een met het

koppelbare wandelement en/of met het losneembare deurelement en/of met het

losneembare tussenschotelement verbonden tweede koppelorgaan dat is ingericht om samen te werken met het eerste koppelorgaan.

14. Samenstel van ten minste twee op elkaar gestapelde mobiele sanitaire

inrichtingen volgens een of meer van de voorgaande conclusies.

15. Samenstel volgens conclusie 14, waarbij de onderste mobiele sanitaire

inrichting is uitgevoerd volgens conclusie 3, of een daarvan afhankelijke conclusie.

2.4.

In de beschrijving is onder meer het volgende opgenomen:

[0002] A mobile sanitary unit according to the preamble of claim 1 for accommodating at least one sanitary facility, such as a toilet, is commonly known, and is generally used as a temporary sanitary facility, in particular in places where briefly large numbers of sanitary facilities are required, for example at music festivals.

(…)

[0007] It is noted in this respect that reducing systems for mobile home units are known from DE 27 52 263 A1 and WO 2007/012346 A1. These mobile home units are used as temporary residences, and are as such not suitable to be used as mobile sanitary units in places where briefly large numbers of sanitary facilities are required.

(…)

[0018] It is preferable if the rear wall part comprises the pivotable wall element. In particular when a relatively wide unit is used, it is preferable to provide the relatively long, and thus heavy, rear wall part with the pivoted wall elements, so that the user can pivot them to the position of use in a relatively simple manner.

(…)

2.5.

EP 515 heeft onder meer de volgende tekeningen:

2.6.

De oorspronkelijke aanvrage richtte zich op verlening van een octrooi voor een mobiele sanitaire inrichting met daarin ondergebracht ten minste één sanitaire voorziening. Na meerdere aanpassingen van de aanvrage is het octrooi zoals het is verleend beperkt tot een inrichting met daarin ten minste drie (afgescheiden) sanitaire voorzieningen.

2.7.

Op de prioriteitsdatum behoorde tot de stand van de techniek het octrooi DE 27 52 263 (hierna: DE 263 of D1), verleend op 15 februari 1979. DE 263 heeft als titel “Schachtelförmige zusammenklappbare Konstruktion für die Verwendung als Wohn,- Büro und andere Räume sowie als Behälter”.

Conclusie 1 van DE 263 luidt – voor zover van belang – als volgt:

Schachtelförmige zusammenklappbare Konstruktion für die Verwendung als Wohnungs-, Büro- und andere Räume sowie als Behälter, gekennzeichnet durch folgende Bestandteile: ein Tragrahmen (1), welcher aus einer waagrechten viereckigen Platte (2) besteht, an der auf wenigstens zwei gegenüberliegenden Seiten zwei einander symmetrisch gegenüberliegende senkrechte Wandabschnitte (3) befestigt sind: wenigstens zwei umklappbare Wände (5) welche unterhalb auf der ganzen Länge dicht an den oberen Rändern der beiden senkrechten Wandabschnitte (3) angelenkt sind; eine Vielzahl von Seitenwänden (12, 13, 18), wovon wenigstens die Wände (12 und 13) auf der ganzen Länge dicht an den beiden freien gegenüberliegenden Seiten der waagrechten viereckigen Grundplatte (2) angelenkt und dicht mit den senkrechten Wandabschnitten (13) und den umklappbaren Wänden (5) verbunden sind; eine flache Decke (9), welche dicht auf der ganzen Länge der oberen Ränder der umklappbaren Wände (5) angelenkt ist und dicht auf den oberen Rändern der Seitenwände (12 und 13) 1iegt; verstellbare Mittel zum Abstützen auf dem Boden, welche unterhalb am Tragrahmen (1) befestigt sind, wobei die umklappbaren Wände (5) je aus wenigstens zwei identischen dicht aneinander angelenkten Hälften (7 und 8) bestehen, deren Drehachse parallel zu den Achsen verläuft, um welche diese Wandhälften mit Bezug auf die oberen Ränder der senkrechten Wandabschnitte (3) bzw. mit Bezug auf die flache Decke (9) drehbar sind, und wobei jede Wandhälfte derart angelenkt ist, dass sie eine Drehung ausführen kann, durch die sie aus der Senkrechtstellung in eine zwischen dem Grundrahmen (1) und der flachen Decke (9) liegende Waagrechtstellung gelangt, und umgekehrt, wobei ausserdem die Dicke und die Form der Seitenwände (12, 13 und 18) derart gewählt sind, dass dieselben auf die waagrechte Grundplatte (2) geklappt und vollständig in dem Raum untergebracht werden können, welcher von den Innenoberflächen des Tragrahmens (1) und von der durch die oberen Ränder der senkrechten Wandabschnitte (3) gehenden Waagrechtebene begrenzt ist.

In de beschrijving is onder meer de volgende passage opgenomen:

Ziel der vorliegenden Erfindung ist die Verwirklichung einer schachtelförmige zusammenklappbaren Konstruktion, welche dank ihrer Zusammenfaltbarkeit leicht in ganzem Zustand eingelagert und transportiert sowie rasch an Ort und Stelle direkt auf dem Boden aufgestellt und wieder abgebaut werden kann, ohne dass mehr oder weniger schwierige Zusammenbauarbeiten ausgeführt werden müssen.

2.8.

Tot DE 263 behoren de volgende tekeningen figuur 2, 3 (beide doorsnedes), 4 (een zijaanzicht) en 5 (doorsnede):

Met betrekking tot de tekeningen wordt op pagina 9 en 10 van DE 263 nog het volgende opgemerkt:

Mit bezug auf die obigen Zeichnungen ist mit 1 ein Tragrahmen bezeichnet, welcher aus einer waagrechten viereckigen Platte (2) besteht, an welcher auf den beiden gegenüberliegenden Längsseiten senkrechte, einander symmetrisch gegenüberstehende Wandabschnitte (3) von gleicher Höhe befestigt sind.

Unterhalb am Grundrahmen (1) sind verstellbare Stützfüsse (4) angebracht, welche direkt auf dem Boden abgestellt werden. Mit 5 sind zwei flache rechteckige umklappbare Aussenwände bezeichnet, welche unterhalb auf ihrer ganzen Länge mit Hilfe von Scharnieren 6 dicht an den oberen Rändern der senkrechten Wandabschnitte 3 angelenkt sind. An den oberen Rändern sind die umklappbaren Aussenwände 5 auf der ganze Länge mit Hilfe von Scharnieren 10 auf den entsprechenden Seiten einer waagrecht angeordneten, rechteckigen flachen Decke 9 angelenkt. Jede der umklappbare Aussenwände besteht aus zwei identischen rechteckigen Hälften 7 und 8, welche mit Hilfe von Scharnieren 11 dicht aneinander angelenkt sind. Die Scharniere 11 und 6 weisen parallele Drehachsen auf. Die Scharnieren 6, 10 und 11 sind derart angeordnet, dass die Wandhälften 7 und 8 eine Drehung ausführen können, durch die sie aus der Senkrechtstellung in eine zwischen dem Grundrahmen 1 und der flachen Decke 9 liegende Waagrechtstellung gelangen, und umgekehrt.

Durch diese Drehung, welche für zwei nebeneinanderliegende Wandhälften in umgekehrten Richtungen erfolgt, gelangen die Wandhälften 8 in eine genau über den Wandhälften 7 liegende Waagrechtstellung, während die Decke 9 senkrecht verschoben wird und parallel auf die Innenflächen der an ihr angelenkten Wandhälften 8 zu liegen kommt. Mit 12 und 13 sind Einrichtungswände bezeichnet, welche auf ihrer ganzen Länge mit Hilfe von Scharnieren 14 und 15 an den gegenüberliegenden kürzeren Seiten der Platte 2 angelenkt sind. Die seitlichen Einrichtungswände 12 und 13 sind je dicht mit den senkrechten Wandabschnitten 3, mit den umklappbaren Seitenwänden und mit der flachen Decke 9 verbunden. Die seitlichen Einrichtungswände sind einteilig und höchstens so dick wie die Höhe der Senkrechten Wandabschnitte (3), wenn die Einrichtungswände waagrecht auf die Oberfläche 2a der Platte 2 umgeklappt werden, können sie daher vollständig in dem Raum untergebracht werden, welcher von den Innenoberflächen des Tragrahmens 1 und von der Ebene begrenzt ist, in welcher die Drehachsen der Scharnieren 6 liegen. Die seitliche Einrichtungswand 12, aus welcher eine Eingangstür 16 herausgearbeitet ist, ist auf der Innenseite 12a für eine Kochstelle ausgerüstet und enthält bereits die notwendigen Anlagen für die Wasser-, Strom- und Gasverteilung sowie eine Reihe von Geräten, welche im Innern der Wand unsichtbar untergebracht werden können. Die seitliche Einrichtungswand 13 ist auf ähnliche Art und Weise auf der Innenseite 13a mit allen notwendigen Geräten für einen Toilettenraum ausgestattet. Eine mit den Scharnieren 17 an der Grundplatte 2 angelenkte Einrichtungswand 18 dient als innere Trennwand und ist gleich dick wie die Wände 12 und 13. (…)

(…)

2.9.

Ook TWT is actief op het gebied van mobiele sanitaire oplossingen die zij (onder meer ten behoeve van festivals en andere evenementen) door middel van verhuur ter beschikking stelt. Tot haar assortiment behoort een inklapbare inrichting bestaande uit drie sanitaire voorzieningen.

2.10.

[ged 2] is middellijk bestuurder van TWT.

2.11.

Op 27 maart 2017 heeft MSS een desbewustheidsexploot doen betekenen aan (onder meer) TWT en [ged 2] en hen gesommeerd iedere inbreuk op EP 515 te staken en gestaakt te houden en om opgave te doen van de in het exploot vermelde gegevens. In reactie hierop heeft TWT c.s. aan MSS bericht dat zij de geldigheid van EP 515 betwist en voorts heeft zij betwist dat de door haar geëxploiteerde inrichtingen inbreuk maken op dat octrooi.

3 Het geschil

3.1.

MSS vordert, samengevat, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I. TWT te veroordelen om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis iedere directe en/of indirecte inbreuk op conclusies 1 t/m 3 en 5 t/m 15 van EP 515 te staken en gestaakt te houden in Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Hongarije, Oostenrijk, Polen, Portugal, Zweden en Zwitserland alsmede in Spanje vanaf veertien dagen na de betekening van een deurwaardersexploot waarin TWT er op is gewezen dat de validatieformaliteiten in dat land zijn afgerond;

II. [ged 2] te veroordelen om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis het geheel en/of gedeeltelijk voortduren van de directe en/of indirecte inbreuk op EP 515 door TWT, te beëindigen, althans afdoende maatregelen te treffen die er toe leiden dat de directe en/of indirecte inbreuk door TWT wordt beëindigd;

III. TWT c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis op eigen kosten een recall uit te voeren en alle inbreukmakende inrichtingen die zich (op basis van welke titel dan ook) bij derde partijen bevinden, bij deze derde partijen terug te halen;

IV. TWT c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen 3 weken na betekening van dit vonnis opgave te doen van de volgende informatie:

a. de identiteit van de producent en/of leverancier van de inbreukmakende inrichtingen alsmede van afzonderlijke onderdelen daarvan, waaronder begrepen de volledige naam, adres, telefoonnummers, faxnummers, e-mailadressen, contactpersoon en overlegging van het schriftelijke bewijs daarvan, gespecificeerd per type inrichting dan wel per type onderdeel;

b. de identiteit van de tekenaar van de technische tekeningen van de inbreukmakende inrichtingen, waaronder begrepen de volledige naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres;

c. de exacte aantallen inbreukmakende inrichtingen die TWT geleverd heeft gekregen, dan wel, indien TWT de inbreukmakende inrichtingen zelf heeft geproduceerd, de exacte aantallen inbreukmakende inrichtingen die TWT heeft geproduceerd, met vermelding van de inkoopprijs c.q. productiekosten, alsmede het schriftelijke bewijs daarvan (d.m.v. inkoopfacturen of productieorders);

d. de exacte aantallen inbreukmakende inrichtingen die TWT aan derden heeft verkocht alsmede de verkoopprijs, gespecificeerd per type inrichting, alsmede het schriftelijk bewijs daarvan (d.m.v. verkoopfacturen);

e. de exacte aantallen inbreukmakende inrichtingen die TWT aan derden heeft verhuurd alsmede de periode waarvoor deze zijn verhuurd en de huurprijs, gespecificeerd per type inrichting;

f. de totale bruto omzet die door TWT is behaald met de verhandeling van de inbreukmakende inrichtingen;

g. de directe kosten die TWT heeft gemaakt in verband met de verhandeling van de inbreukmakende inrichtingen; en

h. de identiteit van de partijen aan wie TWT de inbreukmakende inrichtingen heeft verkocht, verhuurd, in bewaring heeft gegeven of anderszins (al dan niet om niet) heeft geleverd, voor zover het partijen betreft die handelen in de uitoefening van hun beroep of bedrijf (niet zijnde consumenten), waaronder begrepen de volledige naam, adres, telefoonnummers, faxnummers, e-mailadressen, contactpersoon en overlegging van het schriftelijke bewijs daarvan, gespecificeerd per type inrichting;

V. TWT c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan alle partijen aan wie de inbreukmakende inrichtingen zijn verkocht, zijn verhuurd, in bewaring zijn gegeven of anderszins (al dan niet om niet) zijn geleverd een brief te sturen met de onderstaande tekst:

Geachte heer, mevrouw,

Onlangs hebben wij een mobiele sanitaire voorziening aan u verkocht of verhuurd. Hierbij delen wij u mede dat de Rechtbank Den Haag op [datum vonnis] heeft geoordeeld dat wij met het verhandelen van deze voorzieningen inbreuk hebben gemaakt op de octrooirechten van Mobile Sanitary Solutions B.V.

TWT was niet gerechtigd deze sanitaire voorzieningen te verhandelen. Voor zover de sanitaire voorziening zich op dit moment nog bij u bevindt, zullen wij een afspraak met u maken om deze op korte termijn bij u op te komen halen. Het spreekt voor zich dat alle kosten daarvoor door ons worden vergoed.

Wij bieden u hier onze excuses voor aan.

Met vriendelijke groet,

TWT Verhuur B.V.

VI. TWT c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis een rectificatie te plaatsen op de homepage van de websites gekoppeld aan de domeinnamen <tijdelijkewatertechniek.nl> en <twtverhuur.nl> en alle subpagina’s hiervan, gedurende vier weken onafgebroken de volgende tekst te plaatsen, volledig zichtbaar bij opening van de website, zonder dat de bezoeker daarvoor dient te scrollen, in een goed leesbaar zwart lettertype met lettergrootte 12, op een neutrale, contrasterende achtergrond, niet voorzien van enige aanvulling of enig commentaar:


RECTIFICATIE

Beste bezoeker,

Hierbij delen wij u mede dat de Rechtbank Den Haag op [datum vonnis] heeft geoordeeld dat wij met het verhandelen van onze inklapbare sanitaire voorzieningen inbreuk hebben gemaakt op de octrooirechten van Mobile Sanitary Solutions B.V.

TWT was niet gerechtigd deze sanitaire voorzieningen te verhandelen.

Wij bieden u hier onze excuses voor aan.

Met vriendelijke groet,


TWT Verhuur B.V.;

een en ander op straffe van een (hoofdelijk te verbeuren) dwangsom, met veroordeling van TWT c.s. in de proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv1, te vermeerderen met de nakosten en met wettelijke rente en met bepaling van de termijn voor het instellen van een hoofdzaak in de zin van artikel 1019i Rv op zes maanden na betekening van dit vonnis.

3.2.

Aan deze vordering heeft MSS met volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1.

Met de exploitatie van haar inrichtingen maakt TWT inbreuk op de conclusies 1 t/m 3 en 5 t/m 15 van EP 515. Voor zover er al verschillen bestaan tussen de tekst van de conclusies van EP 515 en de werking van het product van TWT, geldt dat sprake is van equivalentie. Door de inbreuk van TWT lijdt TWT schade, aangezien klanten van die voorheen producten afnamen van MSS, nu voor TWT hebben gekozen. Ook na het uitbrengen van het desbewustheidsexploot en de dagvaarding is TWT voortgegaan met de verhandeling van haar producten waardoor MSS in het festivalseizoen veel inkomsten heeft misgelopen en nog misloopt. MSS heeft dan ook een spoedeisend belang bij oplegging van een inbreukverbod voor alle landen waar EP 515 van toepassing is of zal zijn. MSS heeft ook spoedeisend belang bij de gevorderde nevenvoorzieningen, waaronder een recall en een rectificatie om de verwarring tegen te gaan. Vooruitlopend op de op grond van artikel 70 lid 5 ROW2 in de bodemprocedure te vorderen winstafdracht en schadevergoeding, heeft MSS voorts belang bij een opgave van gegevens met betrekking tot de exploitatie van de inrichtingen van TWT.

3.2.2.

[ged 2] is de bestuurder en de drijvende kracht achter TWT. [ged 2] heeft het in zijn macht om ervoor te zorgen dat TWT aan de vorderingen van MSS voldoet. Door het laten voortduren van de inbreuk handelt [ged 2] onrechtmatig jegens MSS. MSS heeft er daarom, en ter beperking van haar schade, belang bij dat [ged 2] wordt geboden de inbreuk te doen staken.

3.3.

TWT c.s. voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

De voorzieningenrechter van deze rechtbank is grensoverschrijdend bevoegd van de vorderingen kennis te nemen op grond van het bepaalde in artikel 4 EEX II-Vo3 en artikel 80 lid 2 onder a ROW. Artikel 24 EEX II-Vo doet aan die bevoegdheid niet af.4 De bevoegdheid is overigens ook niet bestreden.

Spoedeisend belang

4.2.

Gelet op de stelling van MSS dat sprake is van dit jaar aangevangen voortdurende inbreuk op haar octrooi waardoor zij in het lopende festivalseizoen veel schade lijdt, is het voor deze procedure vereiste spoedeisend belang aanwezig. TWT c.s. heeft op dit punt ook geen verweer gevoerd.

Inleiding in de techniek

4.3.

Het octrooi heeft betrekking op een doosvormige inrichting (bestaande uit een rechthoekige bodem, een omtrekswand en een dakelement) met daarin ondergebracht (ten minste) drie door tussenschotelementen van elkaar afgescheiden en afzonderlijk toegankelijke, van een toegangsdeur voorziene, sanitaire voorzieningen waarop een verkleiningsmechanisme wordt toegepast voor het verkleinen van de afstand tussen de bodem en het dakelement voor het daarmee vanuit een gebruikstoestand naar een verkleinde toestand brengen van de inrichting zodanig dat alle wandelementen en deuren op elkaar gevouwen kunnen worden en in het verkleinde volume van de inrichting kunnen worden opgeborgen. Het verkleiningsmechanisme bestaat daaruit dat ten minste één wanddeel (14 in de tekeningen, zie 2.5) van de rechthoekige inrichting a) uit twee boven elkaar geplaatste wandelementen (14b en 14c) bestaat, die zwenkbaar met elkaar verbonden zijn, waarbij b) ten minste één wandelement zwenkbaar is in een vlak parallel aan de bodem en één wandelement scharnierend verbonden is met het dakelement. Het technisch voordeel van de uitvinding is gelegen in de ruimtebesparing bij vervoer en opslag en de relatief eenvoudige wijze waarmee de voorziening kan worden verplaatst van de gebruikstoestand naar de verkleinde toestand en andersom. Deze voordelen zijn relevant voor bijvoorbeeld festivals waar het nodig is om gedurende een kort aantal dagen een duizendtal sanitaire voorzieningen te leveren.

Geldigheid

4.4.

Het verweer van TWT c.s. dat conclusie 1 van EP 515 niet inventief is, slaagt naar voorlopig oordeel. Daartoe is het navolgende redengevend. Niet in geschil is dat een mobiele sanitaire inrichting met drie toiletten (zonder verkleiningssysteem) volgens de aanhef van conclusie 1 op de prioriteitsdatum bekend was (vgl. paragraaf [0002] van de beschrijvingsinleiding van EP 515). Evenmin verschillen partijen van mening dat op de eerste datum verkleiningssystemen voor mobiele units tot de stand van de techniek behoorden, blijkend uit bijvoorbeeld DE 263, die in paragraaf [0007] van de beschrijvingsinleiding wordt genoemd. Beide partijen beschouwen DE 263 als de meest nabije stand van de techniek.

4.5.

DE 263 ziet op een doosvormige inrichting die door middel van één (niet geheel doorgetrokken) scheidingswand 18 (figuur 2, zie 2.8) is verdeeld in twee compartimenten (voor gebruik als ‘Wohn-, Büro und andere Räume sowie als Behälter’). Deze inrichting bevat een verkleiningsmechanisme waarmee alle wandelementen op elkaar gevouwen kunnen worden en vervolgens kunnen worden opgeslagen binnen in het verkleinde inwendige volume van de inrichting (figuur 4, zie 2.8). Het verkleiningsmechanisme van DE 263 bestaat daaruit dat de twee (lange) zijwanden (zie nr. 5 in figuur 3 opgenomen in 2.8) bestaan uit ten minste twee gelijke delen (nr. 7 en 8) die scharnierend aan elkaar verbonden zijn en die via de scharnieren 6, 10 en 11 (zie opnieuw figuur 3 en 5) zodanig scharnieren dat de zijwanden onder het dakelement en parallel daaraan in twee delen naar binnen kunnen worden gevouwen (figuur 5, zie 2.8). De korte (kopse) wanden 12 en 13 zijn, evenals scheidingswand 18, scharnierend met de vloer verbonden (de kopse wanden via scharnieren 14 en 15, de scheidingswand via scharnier 17) en worden op de vloer neergeklapt alvorens de lange zijwanden naar binnen worden gevouwen (figuur 4). De kopse wanden en de scheidingswand worden opgeborgen in de verkleinde voorziening. De inrichting van DE 263 bevat in het ene compartiment een toiletruimte en in het andere een kookgedeelte.

4.6.

Uitgaande van DE 263 als meest nabije stand van de techniek en gesteld voor de vraag hoe de bekende mobiele sanitaire inrichting met drie toiletten eenvoudig verkleinbaar te maken, ligt de gepretendeerde uitvinding volgens conclusie 1 van EP 515 voor de gemiddelde vakman, met gebruikmaking van zijn algemene vakkennis, voor de hand. MSS betwist immers niet dat het in het ‘çharacterizing part’ geclaimde verkleiningsmechanisme inderdaad uit DE 263 bekend is.

4.7.

MSS betoogt evenwel dat bij een één-op-één-toepassing van dit verkleiningsmechanisme op de bekende mobiele sanitaire inrichting (volgens de aanhef van conclusie 1 van EP 515) zich problemen voordoen die voortkomen uit het volgende:

  • -

    De scheidingswand (18) uit DE 263 dient te worden doorgetrokken over de volle breedte om te komen tot van elkaar afgescheiden compartimenten;

  • -

    Er moet door middel van een extra scheidingswand een derde compartiment gecreëerd worden;

  • -

    Er moeten twee deuren worden toegevoegd, zodat alle drie de compartimenten een eigen toegangsdeur hebben.

Volgens MSS is het niet mogelijk om in de inrichting van DE 263 drie door middel van een eigen deur toegankelijke voorzieningen te creëren, aangezien het enerzijds niet mogelijk zou zijn de geclaimde deuren aan te brengen in de achterwand en het aanbrengen van deuren in de (scharnierende) zijwanden een (mogelijk inventieve) aanpassing van het verkleiningsmechanisme vereist. Voorts zou toevoeging van deze elementen aan de in DE 263 geclaimde inrichting ertoe leiden dat de inrichting aanzienlijk groter is dan de gewenste maatvoering (ter grootte van een Europallet).

4.8.

Dit betoog wordt verworpen. De ‘teaching’ van DE 263 ziet op hoe de gemiddelde vakman een mobiele unit eenvoudig kan verkleinen, kort gezegd neerkomend op het bekende principe van het boodschappenklapkrat. Naar voorlopig oordeel zal de gemiddelde vakman, een constructeur met kennis van mobiele sanitaire voorzieningen en vervoer daarvan, met gebruikmaking van zijn algemene vakkennis, zonder meer in staat zijn de leer van DE 263 ook toe te passen op van dat document enigszins afwijkende inrichtingen zoals een mobiele sanitaire inrichting met drie toiletten, althans zijn daarbij toe te passen modificaties als technisch triviale maatregelen te beschouwen. Dat de maatvoering van de inrichting volgens conclusie 1 van EP 515 beperkt zou dienen te zijn tot de afmetingen van een Europallet is een kenmerk dat niet wordt geclaimd.

4.9.

Bij deze stand van zaken dient het betoog van MMS dat toepassing van de problem-solution-approach (hierna: PSA) tot een ander oordeel leidt, te worden gepasseerd. Volgens vaste rechtspraak is de rechter bij de beantwoording van de vraag of een uitvinding al dan niet behoort tot de stand van de techniek of daaruit op voor de hand liggende wijze voortvloeit als bedoeld in artikel 56 EOV en artikel 6 ROW, ook niet gehouden de PSA toe te passen.5

4.10.

Gelet op het vorenstaande is conclusie 1 van EP 515 naar voorlopig oordeel nietig wegens gebrek aan voldoende uitvindingshoogte. Datzelfde geldt voor de van conclusie 1 afhankelijke conclusies nu die door MMS niet zelfstandig zijn verdedigd. Aldus bestaat er een serieuze, niet te verwaarlozen kans dat (het Nederlandse deel van) EP 515 door de bodemrechter nietig zal worden bevonden respectievelijk in een oppositieprocedure zal worden herroepen. Nu inbreuk op een nietig octrooi niet mogelijk is, stranden daarop reeds de vorderingen voor zover die zijn gebaseerd op octrooi-inbreuk. Datzelfde geldt voor de in het verlengde daarvan ingestelde vordering tegen [ged 2] . Nu inbreuk voorshands niet wordt aangenomen, ontvalt immers ook de grondslag van de aan [ged 2] verweten gedragingen.

Slotsom en proceskosten

4.11.

De slotsom is dat de vorderingen van MMS worden afgewezen, ook voor zover die grensoverschrijdend effect beogen te hebben. Dit betekent dat MSS zal worden veroordeeld in de kosten van TWT c.s. TWT c.s. heeft een volledige proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv gevorderd. De opgave en specificatie is niet betreden zodat de kosten van TWT c.s. worden begroot op het opgegeven bedrag van € 21.225,05. Conform het verzoek van TWT c.s. zal worden bepaald dat over de proceskosten wettelijke rente is verschuldigd en de proceskostenveroordeling zal zoals verzocht uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Voor veroordeling in de gevorderde nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert.6

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt MSS in de kosten van TWT c.s., tot dusver begroot op € 21.225,05;

5.3.

bepaalt dat voor zover niet binnen veertien dagen na heden aan deze proceskostenveroordeling is voldaan daarover wettelijke rente verschuldigd is;

5.4.

verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. van Walderveen en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2017.

1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

2 Rijksoctrooiwet 1995.

3 Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

4 HvJ EU 12 juli 2012, C-616/10 (Solvay v. Honeywell)

5 Vgl. HR 7 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4115, r.o. 5.4.2 (Lundbeck v. Tiefenbacher) en HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2900 (Leo Pharma v. Sandoz).

6 HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116