Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:817

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31-01-2017
Datum publicatie
01-02-2017
Zaaknummer
C/09/501299 / FA RK 15-9483
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

benoeming deskundige - waardering aandelen onderneming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 15-9483 (scheiding) / FA RK 16-3614 (verdeling)

Zaaknummer: C/09/501299 (scheiding) / C/09/510885 (verdeling)

Datum beschikking: 31 januari 2017

Scheiding

Beschikking op het op 7 december 2015 ingekomen verzoek van:

[verzoeker] ,

de man,

wonende te [woonplaats] (gemeente [woonplaats] ),

advocaat: mr. L. Roumen te Leidschendam (gemeente Leidschendam-Voorburg).

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[belanghebbende] ,

de vrouw,

wonende te [woonplaats] (gemeente [woonplaats] ),

advocaat: mr. W.M. Vermeijden te Vlaardingen.

Procedure

Bij beschikking van 29 november 2016 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de persoon van de door de rechtbank voorgestelde deskundige, het voorschot en de aan de deskundige te stellen vragen. Vervolgens is iedere verdere beslissing tot benoeming van de deskundige en de verdeling aangehouden.

De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:

  • -

    het f-formulier d.d. 16 januari 2017 van de zijde van de vrouw;

  • -

    het f-formulier d.d. 19 januari 2017 van de zijde van de man.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Bevel deskundigenonderzoek

Geen van partijen heeft bezwaar tegen de door de rechtbank voorgestelde deskundige: de heer [naam] RA RC RV van het kantoor Marktlink te Gouda. Daarom zal de rechtbank deze persoon benoemen tot deskundige die partijen en de rechtbank gemotiveerd zal adviseren over de waarde van de aandelen van [besloten vennootschap] per 2 januari 2017.

Hoewel partijen eerder zijn overeengekomen om de aandelen te waarderen per 31 december 2016 uitgaande van de verkoop van de deelnemingen in het laatste kwartaal van 2016, acht de rechtbank het thans redelijk dat de aandelen per 2 januari 2017 worden gewaardeerd, nu de verkoop van de deelnemingen heeft plaatsgevonden op deze datum.

Partijen hebben evenmin bezwaren naar voren gebracht tegen het door de rechtbank genoemde voorschot van € 12.500 exclusief BTW. Daarom zal de rechtbank bepalen dat partijen ieder de helft van dit bedrag, als voorschot op de nader te bepalen kosten van het deskundigenonderzoek, dienen te voldoen.

De vrouw heeft zich niet nader uitgelaten over de aan de deskundige te stellen vragen.

Volgens de man dient tijdens het deskundigenonderzoek tevens de vraag aan de orde te komen naar de waarde van de pensioenopbouw van de man en de invloed hiervan op de waarde van [besloten vennootschap] ? De rechtbank zal deze vraag toevoegen aan de eerder door de rechtbank geformuleerde vragen.

Verder heeft de man de man verzocht om bij de waardebepaling van de aandelen rekening te houden met diverse omstandigheden. Tevens heeft hij een voorstel gedaan betreffende de wijze waarop de waardebepaling zou dienen te geschieden. De rechtbank is van oordeel dat het – nu partijen hierover van mening verschillen – aan de deskundige is om te beoordelen welke waarderingsmethode dient te worden gehanteerd en welke omstandigheden daarbij in aanmerking moeten worden genomen.

De rechtbank zal met inachtneming van het voorgaande een deskundigenonderzoek bevelen en de behandeling van de zaak in afwachting van het deskundigenrapport aanhouden tot na te melden proformadatum.

Beslissing

De rechtbank:

beveelt een onderzoek door na te noemen deskundige, waarbij een oordeel gevraagd wordt over de waarde van de aandelen van [besloten vennootschap] per 2 januari 2017;

in het kader van het te verrichten onderzoek dienen de volgende vragen gemotiveerd te worden beantwoord:

  • -

    welke waarderingsmethode van de aandelen in [besloten vennootschap] is de meest reële waarderingsmethode in dit geval, mede in aanmerking genomen de branche waarin deze vennootschap en haar dochtervennootschappen werkzaam zijn en de omstandigheid dat de aandelen worden gewaardeerd in het kader van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van de man en de vrouw?

  • -

    wat is uitgaande van de meest reële waarderingsmethode en met inachtneming van de waarde van de verkochte deelneming(en) bij verkoop, volgens u de waarde van de aandelen van de man in [besloten vennootschap] per 2 januari 2017?

  • -

    wat is volgens u de waarde van de rekening-courant-verhouding tussen de man en [besloten vennootschap] per 2 januari 2017?

  • -

    dient rekening te worden gehouden met de pensioenopbouw van de man en zo ja, wat is hiervan het effect op de waarde van de aandelen in [besloten vennootschap] ? 1 121 Rv Behalve m.b.t. het bloedonderzoek –daarover staat al een en ander vast- worden ter terechtzitting aan partijen 3 vragen gesteld: Voorstellen te doen over aantal en persoon van de te benoemen deskundige [n], en opmerkingen te maken cq voorstellen te doen over de te formuleren vragen.

benoemt als deskundige de heer [naam] RA RC RV, kantoorhoudende te Gouda (Marktlink Gouda, Kampenringweg 45, 2803 PE Gouda, telefoonnummer: 0182-358222);

bepaalt dat de deskundige partijen in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen. De deskundige zal hiervan, alsmede van de inhoud van die opmerkingen en verzoeken en van zijn eventuele reactie daarop, in zijn schriftelijk bericht doen blijken. Indien een partij schriftelijke opmerkingen aan de deskundige doet toekomen, zal de deskundige daarvan terstond een afschrift aan de wederpartij verstrekken; 2 223 lid 5 Rv

bepaalt dat de advocaten van partijen binnen drie weken na deze beschikking aan genoemde deskundige een afschrift van alle gedingstukken zullen toesturen.

bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden pas behoeft aan te vangen nadat de partijen ieder een 6 182 lid 2 Rv. In. beginsel verzoekende partij, maar rechter kan anders bepalen.voorschot ter grootte van € 6.2507 Bij behandeling ter terechtzitting: -aan partijen voorleggen dat deskundige het onderzoek pas aanvangt na storting door (een/ieder der) partijen -in de beschikking aan te wijzen- van een voorschot –met partijen het maximum voorscht bespreken. Na de zitting neemt de gerechtsecretaris telefonisch contact op met de deskundige om te vragen of de deskundige bereid id het onderzoek te verrichten en wat de begrote kosten zijn. Indien het kosten met partijen besproken maximum overschrijden moet nader (telefonisch) overleg met partijen plaatsvinden.,- te vermeerderen met het geldende BTW-tarief, heeft gedeponeerd – zulks als voorschot op de nader te bepalen kosten van het deskundigenonderzoek – en de griffier de deskundige van de ontvangst daarvan op de hoogte heeft gesteld; ter voldoening van het genoemde voorschot zullen partijen een factuur ontvangen van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR); partijen dienen het factuurbedrag binnen drie weken na ontvangst van deze factuur te voldoen;

bepaalt dat de deskundige de rechtbank zal verzoeken om vaststelling van een nader voorschot indien en zodra hem in de loop van het onderzoek blijkt dat dit meer gaat kosten dan het hiervoor bepaalde voorschot. Beide partijen dienen zich alsdan uit te laten over de hoogte van het door de deskundige verzochte nadere voorschot, waarna ter zake een beschikking zal volgen;

bepaalt dat indien het voorschot niet tijdig wordt voldaan, de wederpartij van degene die het voorschot niet betaalt na sommatie van de niet betalende partij de rechtbank kan verzoeken een beschikking te geven;

bepaalt dat de deskundige zijn schriftelijk, gemotiveerd10 224 lid 1 Rv. en ondertekend11 223 lid 3 RV. rapport, vergezeld van zijn declaratie, zal zenden naar de griffier van deze rechtbank, team Familie,

Postbus 20302, 2500 EH Den Haag, uiterlijk zes maanden na ontvangst van het voorschot; 12 223 lid 3 Rv.

bepaalt dat de griffier van deze rechtbank een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zendt; 13 221 Rv.

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling - ook ten aanzien van de kosten van het deskundigenonderzoek - aan tot 1 september 2017 pro forma.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Wien, H.M. Boone en O.F. Bouwman, bijgestaan door mr. A.W. Spee als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 januari 2017.