Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:7941

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-07-2017
Datum publicatie
20-07-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 11401
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- Asielvergunning verleend op b-grond

- geboortedatum in geschil

- in Italië als meerderjarige geregistreerd

- beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 17/11401
V-nummer: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 7 juli 2017 in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

gemachtigde mr. D.J. Merhottein,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. A.M.H.W. van Heerebeek.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 26 mei 2017 (het bestreden besluit).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juni 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was aanwezig Z. Haile, tolk in de taal Tigrinya. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

  1. Eiser bezit de Eritrese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] . Op 26 november 2016 heeft hij een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze aanvraag ingewilligd en aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

  2. Uit het Eurodac-resultaat van 26 november 2016 blijkt dat eiser op 5 oktober 2016 illegaal de grens van Italië is gepasseerd en op 6 oktober 2016 daar een asielaanvraag heeft ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder op 6 januari 2017 een informatieverzoek aan Italië gestuurd. In reactie daarop heeft Italië bij brief van 16 maart 2017 aan verweerder meegedeeld dat eiser als [naam] in Italië is geregistreerd met de geboortedata [geboortedatum] (tweemaal) en [geboortedatum] (éénmaal). Tijdens het eerste gehoor op 19 mei 2017 is eiser met deze resultaten geconfronteerd, waarop eiser heeft verklaard niet te weten hoe dat kan. Omdat eiser niet beschikt over documenten waarmee hij zijn geboortedatum kan aantonen, heeft verweerder, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 17 januari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:134), aan hem de geboortedatum toegekend die hij heeft opgegeven bij de Italiaanse autoriteiten, te weten [geboortedatum] (omdat deze tweemaal is geregistreerd).

  3. In beroep heeft eiser betoogd dat verweerder ten onrechte [geboortedatum] als geboortedatum heeft geregistreerd. Daartoe stelt eiser ten eerste dat de wijziging van zijn geboortedatum door onbevoegde medewerkers is gedaan. Op het zogenaamde M117-C formulier is de gewijzigde geboortedatum met de hand bijgeschreven. Voorts stelt eiser dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door willekeurig één van de twee in Italië geregistreerde geboortedata aan hem toe te kennen. Ten onrechte heeft er geen schouw, leeftijdsonderzoek of aanvullend gehoor plaatsgevonden. Tot slot heeft eiser een verklaring van zijn voogd van Nidos overgelegd.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Allereerst ziet de rechtbank zich ambtshalve gesteld voor de vraag of eiser procesbelang heeft bij het door hem ingestelde beroep. Verweerder heeft immers de gevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan eiser verleend. De rechtbank stelt vast dat uit de uitspraak van de Afdeling van 17 september 2003 (ECLI:NL:RVS:2003:AL3294) kan worden afgeleid dat er procesbelang bestaat bij betwisting van persoonsgegevens en dus ook bij betwisting van de geboortedatum. Daarnaast overweegt de rechtbank dat eisers leeftijd van belang kan zijn bij mogelijk toekomstige besluitvorming, te weten een eventueel verzoek om nareis voor eisers ouders. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van procesbelang. Het beroep is dan ook ontvankelijk.

5. Uit de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2017 volgt dat verweerder in beginsel uit mag gaan van de in een andere lidstaat geregistreerde geboortedatum. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat deze geboortedatum onjuist is, bijvoorbeeld door het overleggen van identificerende documenten. Indien de vreemdeling daarin niet slaagt, bestaat er voor verweerder geen aanleiding om te twijfelen aan de in de andere lidstaat geregistreerde geboortedatum en hoeft verweerder geen leeftijdsonderzoek aan te bieden.

6. Niet in geschil is dat eiser geen identificerende documenten heeft overgelegd. De in beroep overgelegde verklaring van eisers voogd van Nidos biedt evenmin aanknopingspunten voor twijfel. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Italiaanse autoriteiten zijn leeftijd onjuist hebben geregistreerd. Er bestond daarom voor verweerder geen aanleiding om te twijfelen aan de in Italië geregistreerde geboortedatum of om eiser een leeftijdsonderzoek aan te bieden. Ook voor een aanvullend gehoor bestond geen aanleiding, nu eiser tijdens het eerste gehoor is geconfronteerd met de in Italië geregistreerde geboortedatum en daarop heeft kunnen reageren. Bovendien heeft verweerder er terecht op gewezen dat ook uit eisers verklaringen volgt dat hij vóór 2000 is geboren. Zo stelt eiser dat hij in 2014 Eritrea heeft verlaten en dat hij 15 jaar in [plaats] heeft gewoond. Aanvullend heeft hij verklaard dat hij in [geboorteplaats] is geboren en op jonge leeftijd is verhuisd naar [plaats]. Daaruit volgt dat een geboortedatum in 2000 niet kan kloppen. Eiser zou in dat geval eind 2016 minstens 17 of 18 jaar moeten zijn. Voorts heeft eiser wisselend verklaard over hoe hij weet dat hij op [geboortedatum] is geboren. Enerzijds heeft hij verklaard dat hij de geboortedatum heeft gezien op zijn doopakte, anderzijds heeft hij verklaard dat hij zijn moeder in Eritrea heeft gebeld en aan haar heeft gevraagd wanneer hij is geboren. Ook heeft eiser wisselend verklaard over wanneer hij naar school is gegaan. In eerste instantie heeft hij verklaard dat hij op zijn achtste naar school is gegaan en vervolgens acht jaar onderwijs heeft genoten. Tijdens het eerste gehoor is eiser geconfronteerd met het feit dat daaruit volgt dat hij ten tijde van de asielaanvraag ongeveer 18 jaar zou moeten zijn. Eiser kon hiervoor geen verklaring geven. Aan het einde van het eerste gehoor is eiser op die verklaring teruggekomen en heeft hij verklaard dat hij zes jaar oud was toen hij voor het eerst naar school ging. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder mocht uitgaan van de in Italië geregistreerde geboortedata, waaruit volgt dat eiser meerderjarig was ten tijde van zijn asielaanvraag

7. Dat de wijziging door een onbekende medewerker met de hand op het M117-C formulier is bijgeschreven, kan niet tot het oordeel leiden dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Zoals hiervoor is overwogen, heeft verweerder in het bestreden besluit na onderzoek deugdelijk gemotiveerd waarom niet wordt uitgegaan van de juistheid van de door eiser in Nederland opgegeven geboortedatum. Dat een - handgeschreven - gewijzigde geboortedatum is vermeld op het M117-C formulier - de aanwijzing zich beschikbaar te houden in verband met behandeling van de asielaanvraag ingevolge artikel 55 van de Vw - doet daar niet aan af.

8. Eisers betoog dat verweerder onzorgvuldig zou hebben gehandeld door willekeurig één van de twee in Italië geregistreerde geboortedata te kiezen, kan eiser niet baten nu beide data leiden tot de conclusie dat eiser meerderjarig was ten tijde van zijn asielaanvraag.

9. Het beroep is ongegrond.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden aan partijen op: