Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:777

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-01-2017
Datum publicatie
06-02-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 400
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- Marokko

- Veilig land van herkomst

- Twee maal opgeroepen te verschijnen op gehoor

- Beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 17/400

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 24 januari 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser,

gemachtigde mr. E.W.B. van Twist,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. A.R.J. Maas.

Procesverloop

Bij besluit van 5 januari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als kennelijk ongegrond afgewezen.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 januari 2017. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt geboren te zijn op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te bezitten. Op 4 november 2016 heeft hij een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw, omdat eiser afkomstig is uit Marokko, en Marokko kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst.

2. Eiser stelt dat hem niet of onvoldoende de gelegenheid is geboden om de asielaanvraag te onderbouwen. Hij is één of mogelijk twee keer opgeroepen om te verschijnen op een gehoor, maar dat is niet voldoende. Dat klemt temeer nu eiser minderjarig is en zijn voogd op vakantie was. Eiser meent daarom dat hij alsnog in de gelegenheid gesteld dient worden om zijn aanvraag nader toe te lichten. Voorts stelt eiser dat hij als alleenstaande minderjarige vreemdeling (AMV) is aangemerkt. Zelfs al zou de asielaanvraag terecht zijn afgewezen, dan nog had hem niet het vertrek uit Nederland mogen worden aangezegd. Immers, tot zijn achttiende mag hij in Nederland verblijven.

De rechtbank oordeelt als volgt.

3. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat Marokko een veilig land van herkomst is. In geschil is of eiser zorgvuldig is opgeroepen om te verschijnen op het gehoor ter toelichting van zijn asielaanvraag en of hem het vertrek uit Nederland had mogen worden aangezegd.

4. Blijkens het dossier zijn aan eiser twee uitnodigingen verstuurd om te verschijnen op een gehoor, een van 8 december 2016 om te verschijnen op 2 januari 2017 en een van 2 januari 2017 om te verschijnen op 3 januari 2017. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat er, nadat eiser een eerste maal niet was verschenen, contact is geweest met zowel het COA als met eisers gemachtigde, en een nieuw gehoor is gepland en een nieuwe uitnodiging is uitgegaan. Gesteld noch gebleken is van een verschoonbare reden waarom eiser tot twee keer toe niet is verschenen op het gehoor. Niet is gebleken dat de uitnodigingen eiser niet hebben bereikt. De rechtbank is van oordeel dat de handelwijze zoals hiervoor beschreven duidt op een zorgvuldig wijze van oproepen. Ook van een minderjarige asielzoeker mag worden verwacht dat hij meewerkt aan het onderzoek ter toelichting van zijn asielaanvraag. De beroepsgrond dat eiser alsnog in de gelegenheid moet worden gesteld om te worden gehoord, treft dan ook geen doel.

5. Naar het oordeel van de rechtbank kan de stelling van eiser dat hem als AMV niet het vertrek uit Nederland kon worden aangezegd evenmin slagen, nu geenszins vaststaat dat eiser als AMV dient te worden aangemerkt.

6. Gelet op het voorgaande is de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Diepenhorst, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden aan partijen op: