Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:7611

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-07-2017
Datum publicatie
25-07-2017
Zaaknummer
NL17.3731
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser geniet reeds internationale bescherming in Italië. Ten aanzien van Italië kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Van eiser mag verwacht worden dat hij zich bij problemen wendt tot de Italiaanse autoriteiten.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 30a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.3731


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2017 in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. E.H.J.M. de Bonth),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: drs. J.M. Sidler).


Procesverloop
Bij besluit van 23 juni 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.3732, plaatsgevonden op 6 juli 2017. Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1986 en heeft de Gambiaanse nationaliteit. Op 22 april 2017 heeft eiser in Nederland een verzoek om internationale bescherming ingediend.

2. Op 10 mei 2017 heeft verweerder de Italiaanse autoriteiten verzocht om eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, onder b van Verordening (EU) nr. 604/2013 (de Dublinverordening). In reactie daarop hebben de Italiaanse autoriteiten zich bij brief van 19 mei 2017 op het standpunt gesteld dat eiser niet meer onder de Dublinverordening valt aangezien hij in Italië reeds internationale bescherming geniet tot 14 december 2021.

3. Verweerder heeft daarop de aanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Italië.

4. Eiser wil niet terug naar Italië omdat hij daar geen opvang krijgt en geen werk kan vinden. In Italië wordt hem in dat kader ook geen hulp geboden. Het terugzenden van eiser naar Italië is in strijd met artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Sinds het verlenen van de verblijfsvergunning in Italië is eiser aan zijn lot overgelaten en is hij niet in staat gesteld op een humane wijze zijn leven in te vullen. Het is voor mensen met een internationale beschermingsstatus erg moeilijk om werk te vinden. Ook het vinden van woonruimte is voor mensen als eiser zeer moeilijk. Eiser heeft verwezen naar het AIDA Country Report Italy van 2016 en naar het rapport ‘Reception conditions in Italy’ van de Schweizerische Flüchtlingshilfe van augustus 2017. De opvang en voorzieningen voor asielzoekers is veel beter dan die voor statushouders, dus de uitspraken waar verweerder naar verwijst zien niet op de situatie van eiser in Italië. Ten onrechte is aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

6. Voor wat betreft eisers stelling dat Italië zijn internationale verplichtingen niet na komt merkt de rechtbank op dat het uitgangspunt is dat verweerder ten opzichte van Italië mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Eiser is hier niet in geslaagd. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat uit de verklaringen van eiser weliswaar blijkt dat sprake is van moeilijke omstandigheden, maar niet blijkt dat hij in Italië het slachtoffer is geworden van een door artikel 3 van het EVRM verboden behandeling. De verwijzing naar voormelde rapporten is naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende voor het oordeel dat bij terugkeer naar Italië een situatie zal ontstaan in strijd met artikel 3 van het EVRM. Uit het verlenen van een status van internationale bescherming blijkt de intentie van de Italiaanse autoriteiten om eiser te beschermen. Daarbij mag van eiser verwacht worden dat hij zich bij voorkomende problemen wendt tot de (hogere) Italiaanse autoriteiten. Niet gebleken is dat de autoriteiten van Italië hem niet zouden kunnen of willen helpen. Dat eiser problemen ondervindt met betrekking tot arbeid en huisvesting betekent niet dat Italië zijn Unierechtelijke of internationale verplichtingen schendt. Dat de uitspraken waar verweerder naar heeft verwezen zien op asielzoekers en niet op statushouders, doet aan het vorenstaande niet af.

7. Het beroep tegen het terugkeerbesluit is door de gemachtigde van eiser ter zitting ingetrokken.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2017.

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.