Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:7583

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-07-2017
Datum publicatie
13-07-2017
Zaaknummer
C/09/517286 - FA RK 16-6627
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

1:27 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2017-0205
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 16-6627

Zaaknummer: C/09/517286

Datum beschikking: 10 juli 2017

Verzoek ex artikel 1:27 van het Burgerlijk Wetboek

Beschikking op het op 30 augustus 2015 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

de man,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. M.M. Mok te Groningen.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND VAN DE GEMEENTE ’S-GRAVENHAGE,

zetelend te ’s-Gravenhage,

de ambtenaar,

[draagmoeder] ,

wonende te [woonplaats] , Canada,

B. [partner verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- de brief van 1 september 2016 van de man, met bijlagen;

- de brief van 19 september 2016 van de man, met bijlagen;

- de brief van 5 oktober 2016 van de man, met bijlagen;

- de brief van 30 november 2016 van de ambtenaar;

- de brief van 25 januari 2017 van de man, met bijlagen;

- de brief van 8 februari 2017 van de ambtenaar.

Op 12 juni 2017 is de zaak ter terechtzitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, zijn advocaat en mevrouw [naam] namens de ambtenaar. Belanghebbenden [draagmoeder] (hierna: de draagmoeder) en B. [partner verzoeker] (hierna: [partner verzoeker] ) zijn – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet verschenen.

Verzoek

Het verzoek van de man – zoals dat thans luidt – strekt ertoe dat de rechtbank zal bepalen dat de weigering van de ambtenaar om de geboorteakte in te schrijven in de daarvoor bestemde registers ongegrond is en dat de rechtbank de ambtenaar zal gelasten om de geboorteakte van de minderjarige [minderjarige] binnen een door de rechtbank te bepalen termijn in te schrijven in de daarvoor bestemde registers, met veroordeling van de ambtenaar in de kosten van deze procedure.

Feiten

  • -

    De man is op [datum] met [partner verzoeker] gehuwd.

  • -

    Op [geboortedatum] is te [geboorteplaats] , Canada, geboren [minderjarige] uit de draagmoeder.

  • -

    [minderjarige] is verwekt uit een zaadcel van de man en een eicel van een eiceldonor, waardoor sprake is van hoog technologisch draagmoederschap.

  • -

    Bij uitspraak van de “Court of Queen’s Bench of [geboorteplaats] , Calgary, Canada” van

11 mei 2016 is vastgesteld dat de man de vader is van [minderjarige] .

  • -

    Op de Canadese geboorteakte van [minderjarige] , geregistreerd op 17 mei 2016, staat de draagmoeder als moeder vermeld en de man als vader.

  • -

    Uit de “affidavit of marital status” blijkt dat de draagmoeder ongehuwd is.

  • -

    Kort na de geboorte is [minderjarige] overgedragen aan de man en [partner verzoeker] . [minderjarige] is sindsdien door de man en [partner verzoeker] gezamenlijk verzorgd.

  • -

    Onweersproken is gesteld dat [minderjarige] de Canadese en Nederlandse nationaliteit heeft.

  • -

    De man heeft de Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

Ontvankelijkheid

De man heeft zijn verzoek binnen zes weken na het besluit van de ambtenaar van

10 augustus 2016, derhalve tijdig, ingediend. De man kan dan ook worden ontvangen in zijn verzoek.

Rechtsmacht

Nu de man en [minderjarige] in Nederland verblijven en de Nederlandse nationaliteit hebben, acht de rechtbank zich op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.

De man stelt zich – kort gezegd – op het standpunt dat de ambtenaar onterecht heeft geweigerd de Canadese geboorteakte van [minderjarige] in te schrijven in de daartoe bestemde registers. Voor inschrijving van een buitenlandse geboorteakte is artikel 1:25 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgens de man leidend. Aan de voorwaarden van dit artikel is volgens de man voldaan. Door de ambtenaar is niet gesteld dat de overgelegde gegevens in de zin van artikel 1:18c BW ongenoegzaam zouden zijn, zodat de ambtenaar inschrijving op die grond niet heeft kunnen weigeren. Het feit dat er een draagmoederovereenkomst aan de geboorte ten grondslag ligt, maakt niet dat de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen inschrijving van de geboorteakte. Er is geen sprake van commercieel draagmoederschap. Ook van deze weigeringsgrond is volgens de man geen sprake.

De ambtenaar heeft de inschrijving van de geboorteakte geweigerd, omdat er sprake is van een draagmoederovereenkomst. De ambtenaar heeft hierbij aangegeven dat er in Nederland geen wetgeving te vinden is die het erkennen van een buitenlands draagmoederschap mogelijk maakt. Volgens de ambtenaar – die onderkent dat in Canada alles goed is geregeld – is inschrijving van de akte zonder rechterlijke tussenkomst niet mogelijk. De ambtenaar stelt dat de geboorteakte van [minderjarige] – na instemming van de rechtbank – voor inschrijving vatbaar is, omdat deze akte de historische gegevens bevat.

Artikel 1:25 BW

Ingevolge artikel 1:25 BW worden – voor zover hier van belang – buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akten van geboorte op verzoek van een belanghebbende ingeschreven in de registers van geboorten, indien de akte een persoon betreft die op het ogenblik van het verzoek Nederlander is.

De ambtenaar kan weigeren over te gaan tot het opmaken van een akte indien de ambtenaar de bescheiden ongenoegzaam acht of indien hij van oordeel is dat de Nederlandse openbare orde zich hiertegen verzet (artikel 1:18c BW).

Artikel 10:101 juncto artikel 10:100 BW

Ingevolge artikel 10:101 lid 1 juncto artikel 10:100 leden 1, onder b en c, 2 en 3 BW wordt een buitenslands tot stand gekomen rechtsfeit of rechtshandeling, waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte erkend, tenzij:

- aan de rechtshandeling geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of

- de erkenning van de rechtshandeling onverenigbaar is met de openbare orde.

Niet in geschil is dat sprake is van een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte geboorteakte. Tevens is niet in geschil dat sprake is geweest van behoorlijke rechtspleging. In casu gaat het slechts om de vraag of de openbare orde zich verzet tegen erkenning van de in het buitenland opgemaakte geboorteakte van [minderjarige] .

Strijd met de openbare orde?

Naar Nederlands recht, artikel 1:198 BW, is moeder van een kind de vrouw uit wie het kind is geboren of die het heeft geadopteerd. Naar het oordeel van de rechtbank geeft deze regel een beginsel weer van juridische en sociale aard dat in de Nederlandse samenleving als fundamenteel wordt beschouwd. Gelezen in samenhang met artikel 7 IVRK (een kind heeft het recht om, voor zover mogelijk, zijn of haar ouders te kennen) en artikel 8 IVRK (eerbiediging van het recht van het kind zijn identiteit te behouden) acht de rechtbank dit beginsel, dat blijkens de wetsgeschiedenis onverkort van toepassing is indien het genetisch materiaal niet afkomstig is van de vrouw die het kind heeft gebaard, van openbare orde. Een kind moet, indien mogelijk, aan de hand van de geboorteakte in staat worden gesteld zijn afstamming te kennen.

Ingevolge artikel 1:199 BW is vader van een kind – voor zover hier van belang – de man van wie het vaderschap gerechtelijk is vastgesteld.

De man heeft onweersproken gesteld dat het traject van draagmoederschap in Canada met waarborgen is omkleed, die grotendeels overeenkomen met de aanbevelingen van de Nederlandse Staatscommissie herijking ouderschap van december 2016.In Canada wordt gewerkt met een draagmoederovereenkomst. Een overeenkomst van commerciële aard is verboden. Er is sprake van een rechterlijke toetsing, waarbij het belang van het kind voorop staat. De draagmoeder en de wensouders worden ondersteund door een bemiddelingsbureau. Zij krijgen juridische begeleiding en worden medisch onderzocht.

Voorts is gebleken dat de man en [partner verzoeker] in overeenstemming met het eerdergenoemde in artikel 7 IVRK verankerde recht en aanbeveling 52 van de Staatscommissie herijking ouderschap, hebben gewaarborgd dat de onstaansgeschiedenis van [minderjarige] op termijn voor hem volledig is te achterhalen. Zij hebben voor een bekende eiceldonor gekozen en met deze donor is is overeengekomen (notarieel) dat [minderjarige] vanaf zijn zestiende jaar kennis kan nemen van de identiteit van de donor. .

Voorts is niet in geschil dat in de Canadese geboorteakte van [minderjarige] de gegevens van de draagmoeder zijn opgenomen en dat de Canadese rechterlijke beslissing waarbij het vaderschap van verzoeker is vastgesteld kan worden erkend.

Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat inschrijving van de Canadese geboorteakte niet in strijd is met de Nederlandse openbare orde. Hierbij overweegt de rechtbank dat [minderjarige] in staat is om op latere leeftijd zijn afstamming na te gaan, nu de gegevens van de draagmoeder en de gegevens van de vader in de geboorteakte zijn opgenomen en tevens gewaarborgd is dat hij vanaf zijn zestiende kennis kan nemen van de identiteit van de eiceldonor.

Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank het verzoek tot inschrijving van de Canadese geboorteakte toe.

De proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, zodat zij het daartoe strekkende verzoek zal afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

*

gelast de inschrijving van de geboorteakte van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Canada, voorkomend in het register van geboorten van Edmonton, [geboorteplaats] , Canada met aktenummer [nummer] , in het register van geboorten van de burgerlijke stand van [woonplaats]

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C. Sluymer, M.P. Verloop en P.M.E. Bernini, bijgestaan door mr. M.T.E. Krijger-van Huut als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2017. Bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de oudste rechter.