Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:7165

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-06-2017
Datum publicatie
30-06-2017
Zaaknummer
C/09/531712 / FT RK 17/846
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek ex art. 287a Fw toegewezen. Uitkering van 100% aangeboden.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 287a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies – enkelvoudige kamer

rekestnummer: C/09/531712 / FT RK 17/846

vonnis van 28 juni 2017


in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [adres]

[postcode en plaats],

verzoekster,

tegen

Turien & Co,

vertegenwoordigd door Boeder CS Gerechtsdeurwaarders,

gevestigd te Alkmaar,

en

ING Bank N.V.,

vertegenwoordigd door Syncasso,

gevestigd te Leeuwarden,

en

T-Mobile,

vertegenwoordigd door Webcasso,

gevestigd te Den Haag,

verweersters.

Verweersters zullen gezamenlijk worden aangeduid als verweersters, maar afzonderlijk van elkaar als ‘Turien & Co’, ‘ING Bank N.V.’ en ‘T-Mobile’.

1 De procedure

1.1

Op 1 mei 2017 is door verzoekster tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het bevelen in te stemmen met een door haar aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw).

1.2

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 14 juni 2017. Verzoekster, vergezeld van de heer K. Janssen, is bij gelegenheid verschenen en gehoord. Verweersters zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen ter terechtzitting.

1.3

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

2.1

Verzoekster heeft blijkens de verklaring ex artikel 285 lid 1 onder a Fw een totale schuld van € 23.985,59 aan 15 schuldeisers.

2.2

De vordering van Turien & Co op verzoekster bedraagt € 880,67, zijnde 3,98% van de totale schuldenlast. De vordering van ING Bank N.V. op verzoekster bedraagt € 446,09, zijnde 2,01% van de totale schuldenlast. De vordering van T-Mobile op verzoekster bedraagt € 292,86, zijnde 1,32%.

2.3

Namens verzoekster is bij brief van 1 mei 2017 een schuldregeling aangeboden, inhoudende dat zowel aan preferente en concurrente schuldeisers een uitkering wordt gedaan van 100%.

2.4

De aangeboden schuldregeling is door de andere schuldeisers aanvaard.

3 Standpunt van de partijen

3.1

Verzoekster stelt dat verweersters in redelijkheid niet hebben kunnen komen tot een weigering van de medewerking aan de schuldregeling die zij heeft aangeboden, nu de andere schuldeisers wel hebben ingestemd met de aangeboden schuldregeling.

3.2

Turien & Co heeft aangevoerd dat onvoldoende duidelijk is gemaakt dat verzoekster zich inspant en dat nieuwe schulden zouden zijn gemaakt tijdens de stabilisatiefase en dat zij daarom weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. ING Bank N.V. en T-Mobile hebben, hoewel daartoe meermaals in de gelegenheid gesteld, niet gereageerd op het aanbod van verzoekster.

4 De beoordeling

4.1

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Een schuldeiser kan dan ook slechts onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling die er toe zal leiden dat door de schuldeisers afstand moet worden gedaan van een deel van een vordering. Een verzoek om weigerachtige schuldeisers te bevelen toch met de aangeboden schuldregeling in te stemmen zal slechts kunnen worden toegewezen als de desbetreffende schuldeisers – in dit geval verweersters – in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen enerzijds de onevenredigheid tussen het belang van verzoekster bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en anderzijds de belangen van verzoekster of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. Tegen deze achtergrond oordeelt de rechtbank als volgt.

4.2

Uit het overgelegde schuldenoverzicht blijken vijftien schuldeisers, waarvan drie schuldeisers weigeren weigert in te stemmen met het prognosevoorstel dat namens verzoekster is aangeboden. De vorderingen van deze schuldeisers bedragen nog geen 7,5% van de totale schuldenlast van verzoekster. Twee van die schuldeisers hebben geen redenen voor het onthouden van medewerking aan een buitengerechtelijke schuldenregeling kenbaar gemaakt. Het door de derde schuldeiser opgeworpen argument dat onvoldoende duidelijk is dat verzoekster zich maximaal inspant, legt geen gewicht in de schaal nu het prognosevoorstel is gebaseerd op 100% betaling. De bewering dat verzoekster vanaf september 2016 nieuwe schulden heeft doen ontstaan, wordt door verzoekster gemotiveerd weersproken. De rechtbank neemt tevens in aanmerking dat er van kan worden uitgegaan dat bij de uitvoering van de buitengerechtelijke regeling zal worden gehandeld overeenkomstig de Gedragscode Schuldregeling van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), en derhalve dat er onder meer op zal worden toegezien dat gedurende de looptijd van het prognoseakkoord aantoonbare inspanningen worden verricht om inkomsten te behouden en/of te vergroten, dat zal worden gecontroleerd of de aflossingscapaciteit volledig wordt ingebracht, dat periodiek de hoogte van het Vrij Te Laten Bedrag (en derhalve de aflossingscapaciteit) zal worden bepaald en de schuldeisers zullen worden geïnformeerd. Een en ander maakt dat naar het oordeel van de rechtbank verzoekster in staat moet worden gesteld om de door haar aangeboden schuldenregeling te effectueren en dat haar belang tezamen met het belang van de schuldeisers die wel met die regeling hebben ingestemd, dient te prevaleren boven het belang van de schuldeisers die de instemming niet hebben verleend. De rechtbank zal de verzochte dwangregeling zal toewijzen.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1

beveelt Turien & Co, ING Bank N.V. en T-Mobile in te stemmen met de onder 2.3 bedoelde schuldregeling;

5.2

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toepassing van

de schuldsaneringsregeling.

Gewezen door mr. R. Cats, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2017 in tegenwoordigheid van mr. F.M. Verburg, griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen de schuldeisers die het verzoek betrof gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak in hoger beroep komen, in te stellen door een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.