Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:7101

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-06-2017
Datum publicatie
10-07-2017
Zaaknummer
C-09-509359-HA ZA 16-459
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Provisionele voorziening: intellectueel-eigendomsrecht, inbreukverbod opgelegd ter zake van de handelsnaam Van Ruysdael, een (nationaal) Frans merkrecht en auteursrechten op content van een website, almede gebod tot rectificatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/509359 / HA ZA 16-459

Vonnis in incident van 28 juni 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NBG MONUGLASS B.V.,

gevestigd te IJsselmuiden,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening,

advocaat mr. J.W. Both te Dronten,

tegen

1 [A] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MIRO M B.V.,

gevestigd te Den Haag,

gedaagden in conventie in de hoofdzaak,

eisers in reconventie in de hoofdzaak,

eisers in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening,

advocaat mr. M. Tsoutsanis te Delft.

Eiseres in de hoofdzaak wordt hierna NBG Monuglass genoemd. Gedaagden in de hoofdzaak zullen hierna worden aangeduid als [A] en Miro en gezamenlijk als Miro c.s.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis in het incident van 21 december 2016 (verder: het tussenvonnis) en de daar vermelde stukken;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie, met producties 70 tot en met 133;

  • -

    de (op de rol van 15 februari 2017 genomen) akte van 10 februari 2017 van NBG Monuglass, waarin NBG Monuglass verzoekt de zaak aan te houden totdat is beslist op het door haar tegen het tussenvonnis ingestelde hoger beroep;

  • -

    de rolbeslissing van de rechtbank om het hiervoor bedoelde verzoek te weigeren;

  • -

    de brief van NBG Monuglass van 10 februari 2017, waarin zij de rechtbank verzoekt de zaak door te verwijzen naar de meervoudige kamer, de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie te weigeren, en toegelaten te worden tot pleidooi;

  • -

    de brief van 14 februari 2017 van Miro c.s., waarin zij op laatstgenoemde akte van NBG Monuglass reageert;

  • -

    de beslissing van de rechtbank het door NBG Monuglass bij brief van 10 februari 2017 verzochte te weigeren en vonnis te bepalen.

1.2.

In dit geding hebben beide partijen een provisionele voorziening gevorderd.1 In beide incidenten is op 8 juli 2016 een pleidooi gehouden. In het tussenvonnis is beslist op het incident aan de zijde van NBG Monuglass. De beslissing op het incident aan de zijde van Miro c.s. is aangehouden, aangezien door het ontbreken van een eis in reconventie niet kon worden beoordeeld of de provisionele vordering van Miro c.s. voldoende samenhang heeft met haar hoofdvordering. De zaak is verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord. Hierbij is bepaald dat, indien een eis in reconventie werd ingesteld, NBG Monuglass in de gelegenheid werd gesteld zich uit te laten over – uitsluitend – de samenhang van het provisioneel gevorderde met de eventuele vorderingen in reconventie, waarna de rechtbank zou beslissen op de provisionele vorderingen van Miro c.s. Nadat Miro c.s. een eis in reconventie heeft ingesteld, heeft NBG Monuglass zich bij akte uitgelaten. Vonnis in dit incident is (na uitstel) bepaald op heden.

1.3.

De rechter ten overstaan van wie het pleidooi heeft plaatsgevonden, mr. P.G.J. de Heij, is thans niet meer bij de rechtbank werkzaam. Daarom wordt dit vonnis door een andere rechter gewezen. Nu na het pleidooi een inhoudelijk tussenvonnis is gewezen, is dat ingevolge de uitleg die de Hoge Raad bij arrest van 15 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:662) heeft gegeven aan zijn arrest van 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3076) mogelijk, zonder dat partijen actief in de gelegenheid dienen te worden gesteld om zich uit te laten over de vraag of zij een mondelinge behandeling van de zaak willen ten overstaan van de rechter die dit vonnis wijst. Partijen hebben hier ook niet naar geïnformeerd bij de rechtbank (conform voorgenoemd arrest). De rechtbank is van oordeel dat vonnis kan worden gewezen zonder nadere mondelinge behandeling.

2 De vorderingen en grondslagen in de hoofdzaak

2.1.

Voor de vorderingen van NBG Monuglass in de hoofdzaak in conventie en de grondslagen daarvan verwijst de rechtbank naar 2.1 tot en met 2.2.16 van het tussenvonnis.

2.2.

In de hoofdzaak in reconventie vordert Miro, zakelijk weergegeven en voor zover thans relevant:

NBG Monuglass te veroordelen:

A: het gebruik van het teken Van Ruysdael in de Benelux en in Frankrijk te staken en gestaakt te houden;

B: ieder gebruik van het Benelux-merk VR in de Benelux te staken en gestaakt te houden;

C: iedere inbreuk in de Europese Economische Ruimte op de auteursrechten van Miro c.s., waaronder enig gebruik van de content van de website (de rechtbank begrijpt: vanruysdael.com), te staken en gestaakt te houden;

D: het in de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende eis in reconventie2 vermelde persbericht te verwijderen en verwijderd te houden;

Voorts vordert Miro in de hoofdzaak in reconventie (onder E tot en met I) om NBG Monuglass te veroordelen tot overdracht aan Miro van de domeinnamen vanruysdael.com, vanruysdaelglas.nl, en vanruysdael.eu, alsmede van het Benelux-merk en het Uniemerk Van Ruysdael, en tot het doen van opgave en afdracht van de genoten winst en vergoeding van de geleden schade,

Daarnaast vordert [A] , zakelijk weergegeven en voor zover thans relevant, NBG Monuglass te veroordelen:

J: aan al haar afnemers een brief te verzenden met de volgende inhoud:

Geachte heer, mevrouw,

Bij vonnis gewezen door de Rechtbank Den Haag is NBG Monuglass

B.V. jegens MIRO B.V. handelend onder de naam Van Ruysdael veroordeeld elk gebruik van het teken Van Ruysdael en VR te staken en gestaakt te houden, hetgeen met zich meebrengt dat wij geen producten meer onder de naam Van Ruysdael Glas, Van Ruysdael, VR of een daarmee vergelijkbare aanduiding mogen verkopen. Wij zullen ons ook niet meer bedienen van enige domeinnaam of emailadres met daarin

het teken Van Ruysdael of VR en zijn verplicht onder meer de website vanruysdael.com en vanruysdaelglas.nl over te dragen aan de rechtmatige voortzetter van de onderneming Van Ruysdael International B.V. Uitsluitend MIRO M. B.V. is gerechtigd producten aan te bieden onder het teken Van Ruysdael en VR.

Met vriendelijke groet,

NBG Monuglass B.V.

een en ander op straffe van een dwangsom;

Een en ander met veroordeling van NBG Monuglass in de proceskosten.

2.3.

Aan deze vordering heeft Miro c.s. – voor zover thans van belang en zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd.

2.3.1.

[A] is de uitvinder van isolerend enkelglas en (voormalig) bestuurder van VRI. VRI dreef een onderneming waarbij de activiteiten bestonden uit onder meer de verkoop van dat glas. In dat kader maakte VRI gebruik van de handelsnaam en het teken Van Ruysdael. Het Benelux-woordmerk Van Ruysdael, op 17 oktober 2003 ingeschreven onder nummer 0749978 voor onder meer klasse 19 (Glas voor bouwdoeleinden), (hierna: het Benelux-merk Van Ruysdael), was door VRI ondergebracht bij de Stichting Octrooibehoud VR (hierna: de Stichting). Enig bestuurder van de Stichting was mevrouw [Q] (hierna: [Q] ), met wie [A] enige tijd een affectieve relatie heeft gehad. Daarnaast gebruikte VRI de domeinnamen vanruysdael.eu en vanruysdael.com waarop content (onder meer teksten, foto’s, logo’s, video’s) te vinden was waarvan VRI auteursrechthebbende was. Voorts was VRI rechthebbende van het auteursrecht op de door haar gehanteerde huisstijl, onder meer op de website, op brieven, certificaten en in advertenties. Bij vonnis van 12 januari 2016 van deze rechtbank is VRI in staat van faillissement verklaard.

2.3.2.

NBG Monuglass is gelieerd aan NBG. Beide ondernemingen zijn indirect eigendom van de heer [X] (hierna: [X] ). NBG was de voormalige glasleverancier van VRI. Tussen deze partijen golden verschillende Service Level Agreements (hierna: SLA). De leveranties van NBG kenmerkten zich door tekortkomingen jegens VRI ten aanzien van de overeengekomen kwaliteit en voorwaarden waaronder het glas geleverd zou worden. NBG was zich van die tekortkomingen bewust en daarom heeft zij een bedrag van € 150.000,- aan openstaande facturen omgezet in een ‘bevroren’ lening.

2.3.3.

[X] heeft door samenspanning met [Q] op slinkse wijze het faillissement van VRI aangevraagd en de merkrechten van VRI verkregen. De Stichting heeft het Benelux-merk en de website vanruysdael.com inclusief content overgedragen aan NBG Monuglass, dat in november 2015 was opgericht met het oog op de voorgenomen productie- en handelsactiviteiten op het gebied van monumentale beglazing.

NBG Monuglass heeft vervolgens, met gebruikmaking van documenten opgemaakt in de huisstijl van VRI, de klanten van VRI benaderd. NBG Monuglass tracht, maximaal en zonder enige investering te doen, te profiteren van het bedrijfsdebiet van VRI zowel in Nederland als in Frankrijk.

2.3.4.

Bij akte van 10 maart 2016 heeft de curator alle intellectuele eigendomsrechten van VRI overgedragen aan Miro. Deze rechten omvatten onder meer de handelsnaam Van Ruysdael en de auteursrechten op de websitecontent en huisstijl van VRI, maar niet het Benelux-merk Van Ruysdael.

2.3.5.

Daarnaast is Miro houdster van het Benelux-woordmerk VR, aangevraagd op 11 maart 2016 en geregistreerd op 6 juli 2016 onder nummer 0994935 voor eveneens onder meer klasse 19 (glas voor bouwdoeleinden). VRI hanteerde de aanduiding VR eveneens ter aanduiding van de door haar gevoerde producten. NBG Monuglass maakt gebruik van het teken VR, aangezien zij zowel in Nederland als Frankrijk onder dat teken producten aanbiedt, in de handel brengt en in voorraad houdt. Dit gebruik vormt een inbreuk in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub a en b BVIE3.

2.3.6.

NBG Monuglass hanteert ter aanduiding van haar onderneming de naam Van Ruysdael Glas als handelsnaam. Deze naam gebruikt NBG Monuglass consequent, onder meer als domeinnaam van het door haar op 22 oktober 2015 geregistreerde vanruysdaelglas.nl. De domeinnamen vanruysdael.eu, vanruysdael.nl en vanruysdael.com linken nu door naar vanruysdaelglas.nl. Het gebruik van Van Ruysdael Glas is in strijd met het (oudere) handelsnaamrecht van Miro.

2.3.7.

De handelsnaam Van Ruysdael is sinds 2002 door VRI gevoerd en dateert derhalve van voor de registratiedatum van het Benelux-merk Van Ruysdael, dat immers gedeponeerd is op 17 oktober 2003. Miro heeft deze handelsnaam verkregen van de curator, door middel van de akte van 10 maart 2016. Op grond van artikel 5 Hnw4 kan Miro zich verzetten tegen het jongere handelsnaamgebruik door NBG Monuglass, dat dateert van na de datum van het faillissement van VRI. Daarnaast kan Miro zich met een beroep op het arrest Eurotyre5 verzetten tegen het jongere merkgebruik door NBG Monuglass. Omgekeerd kan NBG Monuglass zich op grond van artikel 2.23 lid 2 BVIE niet verzetten tegen het gebruik van de handelsnaam door Miro.

2.3.8.

De content van de door NBG Monuglass gevoerde websites met de domeinnamen vanruysdaelglas.nl en vanruysdaelverre.fr is (voor 99,99%) een kopie van het voordien door VRI gevoerde vanruysdael.com. NBG Monuglass hanteert voorts dezelfde huisstijl en een vrijwel identiek logo als voorheen VRI. Ook hiermee maakt NBG Monuglass inbreuk op de auteursrechten van Miro.

2.3.9.

Miro is houdster van een internationale woordmerkregistratie met toelating voor Frankrijk van het teken ‘Van Ruysdael’, ingeschreven op 16 november 2007 onder nummer 947018. Dit merk is door [A] overgedragen aan Miro.

2.3.10.

NBG Monuglass handelt ook in Frankrijk onder gebruikmaking van het teken Van Ruysdael ter aanduiding van de door haar aangeboden waren en diensten. Hiermee maakt zij aldaar inbreuk op het merkrecht van Miro.

2.3.11.

NBG Monuglass handelt ook in Frankrijk onder gebruikmaking van het teken Van Ruysdael. Zij gebruikt dit als naam en als merk. Hiermee maakt zij inbreuk op het merkrecht van Miro, in de zin van artikel 5 lid 1 onder a en b van de Merkenrichtlijn6. NBG Monuglass heeft dit gebruik ook na sommatie voortgezet.

2.3.12.

Bij e-mail van 9 februari 2016 heeft NBG Monuglass aan haar klanten meegedeeld dat NBG Monuglass en Van Ruysdael hun krachten verenigen. Voorts heeft een voormalig klant van VRI aan Miro verklaard dat [X] hem heeft verteld dat NBG Monuglass na het faillissement alles van VRI heeft overgenomen en dat NBG Monuglass nu de enige is die het originele Van Ruysdael glas levert.

2.3.13.

Tussen 29 maart en 20 juni 2016 heeft op de website van NBG Monuglass het navolgende persbericht gestaan:

Helaas hebben wij moeten constateren dat Dhr [A] met onjuiste aantijgingen de markt bestookt. Na zijn faillissement probeert hij met een alternatieve beglazing onze originele en beschermde naam […] te misbruiken. Wij zijn zoals bekend sinds jaar en dag de producent van het originele van Ruysdael glas, en blijven dat ook, echter loopt de advisering en verkoop nu via ons kantoor in IJsselmuiden (NL) en (F) en niet meer via [A] . Wij zullen u de inhoudelijk details besparen, maar [A] is hier een lijn overgestoken die juridisch onacceptabel is en wij zullen dit bestrijden. U kunt zoals gewend altijd bij ons terecht.

Dit bericht was onrechtmatig jegens [A] . Het bericht spreekt ten onrechte van ‘zijn faillissement’ en doet ten onrechte voorkomen dat NBG Monuglass altijd merkhouder is geweest. Het bericht is inmiddels verwijderd en vervangen door:

Nieuws | 25-05-2016 13:45

Door in de media onjuistheden te verspreiden creëert Dhr. [A] een verkeerde voorstelling van zaken. Wilt u weten hoe het echt zit bel ons dan op 038 (…)

Ook dit nieuwsbericht is onjuist. NBG Monuglass is daarom gehouden dit bericht te verwijderen.

2.3.14.

Door het onrechtmatig handelen van NBG Monuglass, waaronder de door haar gedane mededelingen is de markt verwarring ontstaan, hetgeen heeft geleid tot een significante afbreuk van het door Miro overgenomen klantenbestand. Teneinde deze verwarring weg te nemen, is NBG Monuglass gehouden over te gaan aan haar afnemers een rectificatie te sturen.

3 De vordering in het incident aan de zijde van Miro c.s.

3.1.

Zoals reeds vermeld in het tussenvonnis vordert Miro c.s. na wijziging van eis bij wege van provisionele voorziening:

A: NBG Monuglass te gebieden het gebruik van het teken Van Ruysdael in de Benelux te staken en gestaakt te houden, waaronder begrepen: het gebruik als merk en/of handelsnaam, het gebruik voor het (doen) doorlinken van domeinnamen met daarin het bestanddeel Van Ruysdael naar door NBG Monuglass gebruikte websites waaronder vanruysdaelglas.nl, het gebruik van websites met daarin het bestanddeel Van Ruysdael, het gebruik van reclame- en promotiemateriaal, het gebruik van domeinnamen en e-mailadressen met daarin het bestanddeel Van Ruysdael, alsmede ieder ander gebruik in het maatschappelijk verkeer;

B. NBG Monuglass te gebieden iedere inbreuk op de auteursrechten van Miro in de Europese Economische Ruimte te staken en gestaakt te houden, waaronder begrepen: enig gebruik van content van de website van Miro, waaronder de foto’s, teksten, productcodes met daarin, naar de rechtbank thans begrijpt, het teken VR7, video’s, handleidingen die tot voor haar faillissement werden gebruikt door VRI en die tot de datum van dat faillissement te raadplegen waren op vanruysdael.com;

C: NBG Monuglass te veroordelen iedere inbreuk op de merkrechten van Miro in Frankrijk te staken en gestaakt te houden;

D: NBG Monuglass te verbieden om uitlatingen te (laten) doen met de strekking dat zij VRI, althans “Van Ruysdael” heeft overgenomen of dat er sprake is van een samenwerking tussen VRI althans “Van Ruysdael” en NBG Monuglass;

A tot en met D op straffe van een dwangsom en met veroordeling van NBG Monuglass in de proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv8.

3.2.

Aan deze vorderingen heeft Miro c.s., naast hetgeen is vermeld onder 2.3.1 tot en met 2.3.14, het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1.

MIRO en [A] hebben er belang bij zo min mogelijk verdere hinder van NBG Monuglass te ondervinden teneinde de doorstart niet nog meer te laten frustreren. Zij hebben daarom spoedeisend belang bij toewijzing van hun provisionele vorderingen.

3.3.

NBG Monuglass voert, zakelijk weergegeven, voor zover thans van belang en naar de rechtbank begrijpt, de volgende bij pleidooi desgevraagd nader toegelichte verweren.

3.3.1.

Alle intellectuele eigendomsrechten van VRI – dus ook het handelsnaamrecht, de auteursrechten, de domeinnamen en de telefoonnummers [sic] – waren ondergebracht in de Stichting. Dit volgt uit ook uit een vertrouwelijk memo van [A] van 5 december 2014. VRI mocht deze rechten gebruiken op grond van de tussen de Stichting en VRI gesloten licentieovereenkomst. Met de overdracht van het merk aan NBG Monuglass is ook de handelsnaam overgegaan omdat de handelsnaam annex is.

3.3.2.

Het handelsnaamgebruik door Miro dateert van na dat door NBG Monuglass. Miro is de handelsnaam pas gaan gebruiken na het faillissement van VRI, NBG Monuglass gebruikt de naam vanaf november/december 2015. In de relatie met Miro heeft NBG Monuglass dus de oudere handelsnaamrechten. Miro kan het handelsnaamrecht ook niet verkregen hebben van de curator omdat dit was ondergebracht in de Stichting. De handelsnaam kan ook niet door de curator zonder de onderneming worden overgedragen nu een wezenlijk onderdeel van de onderneming, het merkrecht, de website en de communicatielijnen van de Stichting waren.

3.3.3.

NBG Monuglass heeft de auteursrechten op de website en de huisstijl van VRI verkregen van de Stichting. Omdat de auteursrechten niet (meer) van VRI waren, kon de curator deze niet overdragen aan Miro. Uit de akte waarbij de rechten door de curator zouden zijn overgedragen zijn de auteursrechten bovendien niet voldoende bepaald. Voorts geldt dat de input voor de teksten ten aanzien waarvan Miro zich nu op het auteursrecht beroept voor een belangrijk deel van [X] afkomstig is. Partijen hebben zeer nauw samengewerkt. Zo heeft de heer [Y] ( [Y] ) in opdracht van beide partijen input gegeven voor de website, met name het maken van foto’s, die beide partijen voor de helft betaalden. Het auteursrecht op de teksten en cijfers in brochures en op sites is daarom op zijn minst een gedeeld auteursrecht.

3.3.4.

Het door Miro c.s. ingeroepen internationale merk met gelding voor Frankrijk is te kwader trouw gedeponeerd. NBG Monuglass zal (zoals zij eerder met betrekking tot andere merken van Miro succesvol heeft gedaan) oppositie voeren tegen deze inschrijving.

3.3.5.

De tekst op de website van NBG was niet misleidend.

3.3.6.

NBG Monuglass zal zich richten naar de uitspraak. Een dwangsom is niet nodig en dient in ieder geval niet meer dan € 10.000,- te bedragen.

3.3.7.

De eis die ziet op huisstijl, foto’s of standaard correspondentie is te vaag om toegewezen te kunnen worden.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in het incident aan de zijde van Miro c.s.

Bevoegdheid

4.1.

Zoals is overwogen in het tussenvonnis, is de rechtbank bevoegd met betrekking tot de vorderingen in de hoofdzaak in conventie. Aangezien NBG Monuglass haar woonplaats heeft in Nederland, bestaat op grond van artikel 4 lid 1 EEX II-Vo9 tevens bevoegdheid voor de vorderingen in de hoofdzaak in reconventie.

4.2.

Voor zover het gaat om het grensoverschrijdende deel van de vorderingen komt de

rechtbank op grond van artikel 4 evenzeer bevoegdheid toe nu de bevoegdheid om voorlopige maatregelen te treffen is gegrond op een bodembevoegdheidsbepaling. Aan die bevoegdheid wordt voor de vordering sub C geen afbreuk gedaan door artikel 24 aanhef en sub 4 EEX II-Vo omdat de rechtbank in het provisionele incident slechts evalueert hoe de op grond van genoemd artikel bevoegde Franse rechter zich over de geldigheid van het nationale Franse merk zou uitspreken en de gevorderde voorlopige maatregel niet toekent indien er naar haar oordeel een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat het ingeroepen merk door de bevoegde rechter nietig wordt verklaard10.

Samenhang

4.3.

De rechtbank stelt vast dat de gevraagde voorlopige voorziening samenhangt met de vordering in reconventie en dat deze is gericht op een voorziening voor de duur van de aanhangige bodemprocedure. NBG Monuglass heeft op dit punt geen verweer gevoerd. Miro c.s. heeft dan ook voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde voorzieningen rechtvaardigt.

Handelsnaaminbreuk (vordering A)

4.4.

Miro maakt gebruik van de handelsnaam Van Ruysdael. Niet bestreden is dat NBG Monuglass het teken Van Ruysdael in Nederland en Frankrijk gebruikt als handelsnaam en (als merk) ter onderscheiding van waren.

4.5.

Zoals reeds in 5.6 tot en met 5.10 van het tussenvonnis is overwogen, kan Miro zich ten opzichte van NBG Monuglass beroepen op een oudere handelsnaam. NBG Monuglass is daarom gehouden haar (jongere) gebruik van de handelsnaam in Nederland te staken.

4.6.

Voor zover NBG Monuglass het teken Van Ruysdael in Nederland gebruikt ter onderscheiding van waren, beroept Miro zich met recht op het arrest Eurotyre11. Uit dat arrest volgt dat art. 6:162 BW aan de gebruiker van een oudere handelsnaam aanvullende bescherming biedt tegen het gebruik van een jonger, overeenstemmend merk dat verwarring wekt. Dat sprake is van een oudere handelsnaam en een jonger merk is hier zonder meer het geval, aangezien in het tussenvonnis reeds is vastgesteld dat het handelsnaamgebruik van VRI dateert uit 2002 en daarmee ouder is dan het Benelux-merk Van Ruysdael.12

4.7.

Dat NBG Monuglass het Benelux-merk Van Ruysdael rechtsgeldig heeft verworven van de Stichting, doet daar niet aan af omdat hier niet de geldigheid van het merk of van de overdracht aan de orde is, maar het verwarringwekkend gebruik van een teken met een oudere handelsnaam. Anders dan NBG Monuglass heeft betoogd, is het handelsnaamrecht geen van het merkrecht afhankelijk recht. De omstandigheid dat de houder van de handelsnaam het Benelux-merk zelf heeft gedeponeerd en dat het merk vervolgens rechtsgeldig is overgedragen aan NBG Monuglass, zou bij de botsing van een merkrecht met een ouder handelsnaamrecht van belang kunnen zijn, maar in de gegeven omstandigheden is dat niet aannemelijk geworden. In dit geval was de merkhouder (de Stichting) immers niet de rechthebbende op de handelsnaam en is de overdracht van het merk door de Stichting ook niet met toestemming van de (toenmalige) rechthebbende op de handelsnaam (VRI) geschied. Dit klemt temeer nu Miro c.s. de geldigheid van de overdracht van het merk door de Stichting aan NBG Monuglass betwist. Voor zover NBG Monuglass als verweer voert dat het beroep van Miro op haar handelsnaamrecht misbruik van recht oplevert, dient dat verweer in de gegeven omstandigheden te worden verworpen.

4.8.

Nu voorts niet is bestreden dat het gebruik van het jongere merk naast de oudere handelsnaam tot verwarring leidt bij (potentiële) afnemers, zal het gevorderde inbreukverbod gelet op het voorgaande voor Nederland worden toegewezen, met inachtneming van het in r.o. 4.10 overwogene.

4.9.

Voor zover het verbod op gebruik van het merk of handelsnaam zich zou moeten uitstrekken tot de gehele Benelux en/of Frankrijk ontbreekt een toereikende motivering. De Handelsnaamwet is immers beperkt tot Nederland. Het verbod zal in zoverre worden afgewezen.

4.10.

Het door Miro onder A gevorderde verbod is zeer ruim en behelst handelingen die niet noodzakelijkerwijs inbreuk maken op haar handelsnaamrecht. Zo houdt gebruik van het teken Van Ruysdael in een emailadres of domeinnaam niet zonder meer gebruik als handelsnaam in. Slechts voor zover dat gebruik als handelsnaamgebruik kan worden aangemerkt, rechtvaardigt hetgeen Miro c.s. heeft gesteld het gevorderde verbod. Dat een verbod op andere gronden dan inbreuk op het handelsnaamrecht zou moeten worden gegeven, heeft Miro c.s. niet aan de vordering ten grondslag gelegd en is geen onderwerp geweest van het partijdebat, zodat er geen grondslag is voor een ruimer verbod dan gebruik van het teken Van Ruysdael in een emailadres of domeinnaam dat als handelsnaamgebruik is aan te merken.

Dit geldt eveneens voor het verbod op ‘websites met daarin het bestanddeel Van Ruysdael’, het gebruik van reclame- en promotiemateriaal, alsmede het ‘overige handelen in het maatschappelijk verkeer’. Miro c.s. heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om het daarop ziende verbod te rechtvaardigen.

De rechtbank zal het gevorderde verbod daarom aldus toewijzen dat het NBG Monuglass wordt verboden om inbreuk te maken op het handelsnaamrecht van Miro, waaronder door gebruik van het teken Van Ruysdael als (onderdeel van) een merk of handelsnaam en gebruik van dat teken in een domeinnaam of emailadres dat als handelsnaamgebruik is aan te merken.

Auteursrecht (vordering B)

4.11.

Tussen partijen is niet in geschil dat de content van de op Nederland en Frankrijk gerichte websites van NBG Monuglass en de thans door NBG Monuglass gebruikte huisstijl ontleend zijn aan de website c.q. de huisstijl van VRI. Evenmin is in geschil dat deze content onder meer foto’s, video’s, een logo, handleidingen en (overige) teksten omvat, die volgens partijen als auteursrechtelijk beschermde werken zijn aan te merken. NBG Monuglass voert ten aanzien van de content van vanruysdael.com (hierna ook: de website) aan dat zij als (rechtsopvolgster van de) (mede)auteur daarvan moet worden aangemerkt. Zij heeft dit verweer echter niet of nauwelijks gemotiveerd. Het betoog van NBG Monuglass dat zij, al dan niet via [Y] , input heeft geleverd ten aanzien van tekst, technische informatie en cijfermateriaal, is onvoldoende om die conclusie te rechtvaardigen. Ook het – door Miro c.s. bestreden – verweer dat NBG samen met VRI aan [Y] opdracht zou hebben gegeven voor het maken van foto’s, die deze partijen ieder voor de helft betaalden, faalt. In de eerste plaats valt niet in te zien hoe de gestelde input zou kunnen leiden tot auteursrecht ten aanzien van de overige content van de website, zoals de algemene voorwaarden, het logo en de promotieteksten. Bovendien moet gelet op artikel 4 Aw13 vooralsnog worden aangenomen dat VRI het auteursrecht had op de foto’s, video’s, het logo, handleidingen en (overige) teksten op de website, omdat de betreffende content door VRI openbaar is gemaakt en VRI zichzelf op de website als auteursrechthebbende heeft gepresenteerd. Dat auteursrecht is volgens de akte van 10 maart 2016 door de curator overgedragen aan Miro. Deze akte is naar het oordeel van de rechtbank voldoende bepaald. Dat de auteursrechten in de Stichting waren ondergebracht is onvoldoende aannemelijk geworden. Dat dit staat vermeld in de door NBG Monuglass overgelegde vertrouwelijke memo is daartoe onvoldoende, aangezien uit niets blijkt dat de auteursrechten op enig moment door VRI aan de Stichting zijn overgedragen en/of dat de Stichting ze vervolgens in licentie heeft uitgegeven. De rechtbank gaat gelet op al het voorgaande uit van de juistheid van de stelling van Miro c.s. dat zij auteursrechthebbende is op de foto’s, video’s, het logo, handleidingen en (overige) teksten van de website. Het inbreukverbod voor Nederland met betrekking tot het auteursrecht op die content van de website is daarmee toewijsbaar maar is beperkt tot gebruik op de website.

4.12.

Met betrekking tot de overige gestelde auteursrechtelijke inbreuken, zoals de inbreuk op de huisstijl overweegt de rechtbank dat Miro c.s. onvoldoende heeft gesteld om de conclusie te rechtvaardigen dat de door Miro c.s. vermelde items, waaronder huisstijl, productcodes en standaardcorrespondentie, auteursrechtelijke beschermde werken zijn waarvan Miro en/of [A] auteursrechthebbende is. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.

4.13.

Ten aanzien van het grensoverschrijdende inbreukverbod geldt het volgende. Miro vordert een verbod voor de Europese Economische Ruimte. Zij heeft echter niet gemotiveerd waarom het verbod voor dit hele gebied zou moeten gelden. Haar motivering beperkt zich tot het opleggen van een verbod voor Frankrijk. Het gevorderde verbod voor de Europese Economische Ruimte zal dan ook worden afgewezen, wegens een gebrek in de stelplicht. De rechtbank ziet ook geen aanleiding het gevorderde grensoverschrijdende verbod toe te wijzen voor alleen Frankrijk. Gelet op de betwisting daarvan door NBG Monuglass en het feit dat in r.o. 4.11 is overwogen dat het makerschap van Miro c.s. voortvloeit uit het wettelijk vermoeden van artikel 4 van de Nederlandse Auteurswet, had het op de weg van Miro c.s. gelegen om gemotiveerd te stellen dat zij ook naar Frans recht auteursrechthebbende is. Dat heeft zij echter nagelaten. Ook heeft zij ten aanzien van de Franse teksten niet onderbouwd waarin de inbreuk volgens haar gelegen is. Zij heeft derhalve te dien aanzien niet voldaan aan haar stelplicht.

Franse nationale merk Van Ruysdael (Vordering C)

4.14.

Niet bestreden is dat NBG Monuglass het teken Van Ruysdael in Frankrijk gebruikt ter onderscheiding van producten op het gebied van monumentaal glas.

4.15.

Uit de overgelegde producties blijkt vooralsnog voldoende dat Miro houdster is van het Franse nationale merk Van Ruysdael dat zij naar eigen zeggen van [A] heeft verkregen. Uit niets blijkt dat deze merkinschrijving – die dateert van 2007 en daarmee van ruim voor de overdracht van het Benelux-merk aan NBG Monuglass – te kwader trouw is gedaan. De blote stelling van NBG Monuglass is in dit verband onvoldoende. Het is dan ook voorshands niet aannemelijk dat de ter zitting door NBG Monuglass aangekondigde oppositieprocedure bij de Franse rechter kans van slagen heeft.

De ten pleidooie door NBG Monuglass aangevoerde stelling dat (de rechtsvoorganger van) Miro dit merk niet in Frankrijk heeft gebruikt, volgt de rechtbank niet, nu vaststaat dat VRI actief was op de Franse markt met gebruikmaking van dit merk en Miro ter zitting gemotiveerd heeft gesteld dat zij ook actief is op de Franse markt, zodat de juistheid van de stelling van NBG Monuglass niet kan worden aangenomen.

Nu vaststaat dat NBG Monuglass het teken Van Ruysdael in Frankrijk gebruikt ter onderscheiding van de door haar geleverde producten, is sprake van inbreuk in de zin van artikel 5 lid 1 onder a en b van de Merkenrichtlijn. Dit is een in de EU-lidstaten geharmoniseerde bepaling, die de lidstaten in hun nationale wetgeving moeten hebben geïmplementeerd en voor zover dat niet of niet juist is gebeurd moeten de nationale wetten richtlijnconform worden uitgelegd. Het verbod op merkinbreuk in Frankrijk is daarmee toewijsbaar.

Rectificatie (Vordering D)

4.16.

Met betrekking tot het gevorderde verbod om mededelingen te doen overweegt de rechtbank als volgt. Niet in geschil is dat NBG Monuglass mededelingen heeft gedaan met de strekking dat zij (rechten van) VRI heeft overgenomen en/of dat zij samenwerkt met “Van Ruysdael”. Gelet op hetgeen is overwogen met betrekking tot de merk- en handelsnaamrechten van NBG Monuglass zijn deze mededelingen te beschouwen als misleidende mededelingen in de zin van artikel 6:194 sub i BW en daarmee onrechtmatig jegens Miro. Het provisioneel gevorderde verbod is daarmee ten aanzien van Miro toewijsbaar, met dien verstande dat het NBG Monuglass alleen wordt verboden om mededelingen van dergelijke strekking openbaar te (doen) maken. Niet is gesteld of gebleken dat deze mededelingen ook jegens [A] onrechtmatig zijn, zodat zijn vordering moet worden afgewezen.

Slot

4.17.

Nu niet is gesteld of gebleken dat [A] rechthebbende is op de handelsnaam, de auteursrechten op de content van de website en/of het Franse nationale merk, zullen zijn vorderingen worden afgewezen. Dit betekent dat alle provisionele vorderingen van [A] worden afgewezen.

4.18.

Teneinde executieproblemen te voorkomen zal de termijn waarop NBG Monuglass de onrechtmatige/inbreukmakende handelingen dient te staken worden bepaald op twee dagen na betekening van dit vonnis.

4.19.

Oplegging van een dwangsom als stimulans tot nakoming van de gegeven beslissing is passend en geboden. In de toezegging van NBG Monuglass ziet de rechtbank geen aanleiding om af te zien van oplegging van een dwangsom. Indien NBG Monuglass haar toezegging gestand doet, verbeurt zij ook geen dwangsom. De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

4.20.

De rechtbank zal de beslissing over de proceskosten van het incident aanhouden totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

4.21.

De rechtbank ziet geen aanleiding af te zien van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

5 De beoordeling in de hoofdzaak

5.1.

Bepaling comparitie van partijen

Nu is gedagvaard en voor antwoord is geconcludeerd zal de rechtbank een comparitie van partijen bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden (een schikking beproeven).

5.2.

Informatieverstrekking door partijen

Op grond van het bepaalde in artikel 85 lid 3 jo artikel 21 Rv bestaat de mogelijkheid om vóór de comparitie stukken in het geding te brengen. Advocaten dienen deze stukken, zo nodig voorzien van een korte toelichting op de relevantie ervan, alsmede een gespecificeerde kostenopgave als kosten ex artikel 1019h Rv worden gevorderd, ingevolge artikel 2.9 Landelijk Procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken uiterlijk twee weken vóór de comparitiedatum, met gelijktijdige kopie aan de advocaat van de wederpartij, per brief te sturen aan: Paleis van Justitie, CNA-bureau kamer P2-1415, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. In de brief dienen de naam van de comparitierechter alsmede de datum en het tijdstip van de zitting te worden vermeld.

Indien door de gedaagde partij een eis in reconventie is ingesteld, kan de wederpartij ter comparitie (conform artikel 4.1 van het Landelijk procesreglement) een conclusie van

antwoord in reconventie nemen. Deze conclusie van antwoord in reconventie dient eveneens (conform artikel 2.9 Landelijk Procesreglement) uiterlijk twee weken vóór de comparitiedatum aan het CNA-bureau en aan de advocaat van de wederpartij te worden gestuurd, op straffe van verval van het recht om alsnog te antwoorden in reconventie.

Een aanvulling van de kostenopgave ex artikel 1019h Rv (met overzicht van de kosten gemaakt sinds de kostenopgave) dient uiterlijk 24 uur vóór de zitting te worden ingediend, met gelijktijdige kopie aan de advocaat van de wederpartij.

5.3.

Informatieverzoek van rechter

De comparitierechter kan op de voet van artikel 22 Rv een partij verzoeken om op de zitting bepaalde stellingen toe te lichten of op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen dan wel een informant mee te nemen. In dat geval zullen advocaten een formulier ontvangen met nadere instructies.

5.4.

Wijze van indiening stukken

Alle (proces)stukken moeten voldoen aan de eisen voor het indienen van papieren processtukken en producties zoals opgenomen in de ‘Instructies voor het indienen van stukken in IE-zaken’, raadpleegbaar via de website van de rechtbank Den Haag van de Sectie Intellectuele Eigendom (IE) op www.rechtspraak.nl (https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Den-Haag/Over-de-rechtbank/Rechtsgebieden-en-teams/Paginas/Intellectuele-Eigendom.aspx).

5.5.

Digitale kopieën van stukken

Tegelijk met het aanleveren van papieren processtukken en producties dienen deze tevens op een digitale drager te worden aangeleverd conform de ‘Instructies voor het indienen van stukken in IE-zaken’, hiervoor vermeld. Iedere partij levert voorts de reeds ingediende (proces)stukken op een digitale drager aan uiterlijk twee weken vóór de zitting.

5.6.

Pleiten

Advocaten kunnen op de comparitie een juridische toelichting geven maar géén pleitnota voordragen, tenzij de rechter dit van te voren heeft toegestaan. Een advocaat kan daartoe uiterlijk vier weken voorafgaand aan de comparitie een gemotiveerd schriftelijk verzoek bij het CNA-bureau indienen.

5.7.

Verzoek om uitstel comparitie wegens verhindering

Een uitstelverzoek wegens verhindering, overmacht, klemmende reden of lopende onderhandelingen over een schikking moet schriftelijk worden gedaan aan het CNA-bureau, en wel bij voorkeur per B-formulier (conform artikel 1.8 van het Landelijk procesreglement), met gelijktijdige kopie aan de advocaat van de wederpartij. In het verzoek dienen te worden vermeld: de naam van de comparitierechter, de datum en het tijdstip van de zitting, alsmede de verhinderdata voor de eerstkomende drie maanden na de comparitiedatum.

De rechtbank zal elk verzoek tot uitstel afwijzen dat niet binnen twee weken na een ambtshalve dagbepaling van de zitting is ontvangen (conform artikel 8.3 van het Landelijk procesreglement) of dat is ontvangen na een dagbepaling in overleg met partijen, tenzij sprake is van overmacht of klemmende reden en behoudens het bepaalde onder 5.8.

5.8.

Verzoek om uitstel comparitie wegens schikkingsonderhandelingen

Een verzoek om uitstel wegens lopende schikkingsonderhandelingen gedaan binnen twee weken voor de zitting, is in beginsel te laat. De comparitie zal gewoon doorgang vinden.

Een uitzondering op deze regel wordt (in ieder geval) gemaakt in het geval dat alle betrokken advocaten het CNA-bureau uiterlijk twee werkdagen vóór de comparitiedatum schriftelijk hebben bericht dat a) de zaak op eenstemmig verzoek moet worden verwezen naar een mediator of b) de procedure kan worden doorgehaald wegens een alsnog getroffen schikking.

In dat laatste geval kunt u de rechtbank verzoeken een door of namens alle partijen getekende en vóór de zitting ontvangen vaststellingsovereenkomst aan te hechten aan een in executoriale vorm opgemaakt proces-verbaal.

Indien de rechter een uitstel wegens lopende schikkingsonderhandelingen toestaat maar partijen zijn niet tot een regeling gekomen, dan zal bij de bepaling van een nieuwe zittingsdatum geen voorrang worden verleend boven andere zaken.

6 De beslissing

De rechtbank:

in het incident aan de zijde van Miro en [A]

6.1.

wijst de vorderingen van [A] af;

6.2.

gebiedt NBG Monuglass om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de handelsraamrechten van Miro in Nederland met betrekking tot de naam Van Ruysdael te staken en gestaakt te houden, waaronder begrepen het gebruik van het teken Van Ruysdael als (onderdeel van) een merk of handelsnaam en gebruik van dat teken in een domeinnaam of in een e-mailadres dat als handelsnaamgebruik is aan te merken;

6.3.

gebiedt NBG Monuglass binnen twee dagen na betekening van dit vonnis in Nederland iedere inbreuk op de auteursrechten van Miro te staken en gestaakt te houden, waaronder begrepen gebruik van de foto’s, teksten, video’s, het logo, handleidingen, en overige teksten op de website die tot voor haar faillissement werden gebruikt door VRI en die tot de datum van dat faillissement te raadplegen waren op vanruysdael.com;

6.4.

gebiedt NBG Monuglass om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op het in 2.3.9 vermelde merkrecht van Miro in Frankrijk te staken en gestaakt te houden;

6.5.

verbiedt NBG Monuglass mededelingen openbaar te maken met de strekking dat zij VRI, althans Van Ruysdael, heeft overgenomen of dat er sprake is van een samenwerking tussen NBG Monuglass en VRI, althans Van Ruysdael;

6.6.

bepaalt dat NBG Monuglass bij overtreding van de veroordelingen onder 6.2 tot en met 6.5 een dwangsom verbeurt van € 5.000,- per overtreding per dag, zulks met een maximum van € 100.000,-;

6.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.8.

houdt de proceskostenbeslissing aan totdat in de hoofdzaak zal worden beslist;

6.9.

wijst het meer of anders door Miro incidenteel gevorderde af;

in de hoofdzaak

6.10.

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van een nader te bepalen rechter in het paleis van justitie te Den Haag aan de Prins Clauslaan 60 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd;

6.11.

bepaalt dat [A] dan in persoon aanwezig moet zijn en dat NBG Monuglass en Miro dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen;

6.12.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 12 juli 2017 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november 2017 tot en met maart 2018, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald;

6.13.

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen;

6.14.

bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd;

6.15.

wijst partijen er op, dat voor de zitting twee uur zal worden uitgetrokken.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.I. de Vreese-Rood, rechter-plaatsvervanger, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2017.

1 In het vonnis van 21 december 2016 staat ten onrechte vermeld dat de incidentele vordering aan de zijde van gedaagden alleen door Miro is ingesteld.

2 In de vordering staat “het in het lichaam van deze dagvaarding” vermelde persbericht.

3 Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BVIE).

4 Handelsnaamwet.

5 HR 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9431 (Eurotyre).

6 Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten.

7 In r.o. 4 onder B van het tussenvonnis begreep de rechtbank, naar thans blijkt ten onrechte, dat deze vordering zag op het teken ‘Van Ruysdael’.

8 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

9 Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

10 HvJEU 12 juli 2012, C-616/10, ECLI:EU:C:2012:445 (Solvay/Honeywell), r.o 51.

11 HR 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9431 (Eurotyre). Zie ook Hof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2013, IEPT20130205 (Hei Bike c.s. v. Accell).

12 Tussenvonnis 5.6.

13 Auteurswet.